I wouldn’t like to feed you at the end of the day

Datum: woensdag 11 augustus 1999.
Afgelegde route: Chester → Hawarden  → Queensferry → Connah’s Quay → Flint → Greenfield → Glan-y-Don → Ffynnongrow → Gronant → Prestatyn → Rhyl → Kinmel Bay → Towyn → Pensarn → Llandunlas → Old Colwyn → Colwyn Bay → Llandrillo-yn-RhôsDinarth Hall.
Gefietste afstand: 100,5 kilometergemiddelde snelheid: 16,2 kilometer per uurfietstijd: 6 uur, 11 minuten, 22 secondentotaal afgelegde afstand: 254,0 kilometermaximale snelheid: 39,9 kilometer per uur.
De gefietste route van deze dag. Ik kwam er achter dat de routeplanner van de Fietsersbond alleen maar werkt in voor fietstochten in Nederland. Aangezien we deze in Engeland fietsen ben ik maar weer gaan werken met het oude vertrouwde Google Maps. Het is goed te zien dat langs (een deel van) de noordkust van Wales zijn gefietst die dag…

De volgende dag waren wij alweer om half acht op. Het zou vandaag een belangrijke dag worden want nu zou definitief blijken of de fiets überhaupt gemaakt zou kunnen worden. Anders zou de vakantie al afgelopen zijn alvorens deze goed en wel begonnen was.

Om goed op de dag voorbereid te kunnen zijn zou het verstandig zijn om ervoor te zorgen dat we wat voer in de buik kregen. We hadden gisterenavond gezien dat de jeugdherberg ook aan ontbijt deed. Wij pakten allereerst onze rommel in. Vervolgens togen we naar beneden om te ontbijten. Dit was ons eerste Engelse ontbijt van de trip. We hadden zo het vermoeden dat dit niet het laatste Engelse ontbijt zou zijn. Harry had nog steeds moeite om te wennen aan ‘snoteieren’, zoals hij ze noemt en ik had grote moeite met de manier waarop ze hier hun tomaten bereiden. Deze verdwenen op het bordje van mijn reisgenoot.

Het klassieke ‘full English breakfast’. Ik had (en heb nog steeds) een grote hekel aan de ‘snoteieren’ zoals die onderaan op deze afbeelding zichtbaar zijn. Kees had (en heeft nog steeds) een hekel aan gegrilde rauwe tomaten. En zo hielpen we elkaar uit de brand…

Hierna begonnen we onze spullen naar beneden te dragen en op de fietsen te hangen. In de hal stond een computer met daarop een internet aansluiting. Als je er een munt ingooide kon je een bepaald aantal minuten internetten. Wij konden de verleiding niet weerstaan. Harry kroop achter de computer en gezamenlijk hebben we een paar hele lullige mailtjes opgesteld voor de collegae van de heer Vogel. Zo’n mailtje waar ze niks mee kunnen, en waarop ze niet kunnen reageren. Tevreden over deze actie besloten we dat het tijd werd om richting binnenstad te wandelen. Evenals de vorige avond.

We wandelden eerst naar Waterstones en Dillons en snuffelden op ons gemak een beetje rond. Ondanks al onze pogingen liepen we toch met lege handen naar buiten. Harry had een mooi boek over Bruce Chatwin gezien en ik had weer wat dingen van en over Tolkien gezien. We rekenden erop dat we later op onze trip de schade wel in zouden kunnen halen.

Nadat we rondgesnuffeld hadden besloten we dat het de hoogste tijd werd om met Hallfords te bellen. In een telefooncel tegenover het stadhuis van Chester pleegde ik mijn eerste telefoontje van de dag. Ik wilde wel eens weten hoe mijn fiets ervoor stond. Het was tenslotte bijna tien uur. In eerste instantie kreeg ik een hele, telefonische, rondleiding langs de verschillende afdelingen van het bedrijf. Met veel moeite wist men de fiets reparatie afdeling te bereiken. Was ik toch helemaal vergeten dat Hallfords de fietsen en het onderhoud daarvan er slechts ‘bij’ doet. Helaas kon men mij niet meer vertellen dan dat men net begonnen was met de demontage van het voorwiel en dat ze ongeveer een kwartier later wel nadere informatie zouden kunnen verstrekken. Ik liep terug naar mijn fietsmaat en wij kwamen beiden tot de conclusie dat het maar goed was dat ik gebeld had want dat ze nou wel zouden beginnen met mijn fiets.

We wandelden een van de zijstraten in en kwamen bij de Burger King terecht. Hier bestelden we wat te drinken en spraken over de nu ontstane situatie. Daarna begon ik, op halfslachtige wijze, het reisverslag bij te werken. Al schrijvend verdreven wij de tijd. Zo ongeveer een kwartier later liep ik weer naar de telefoon. Deze bevond zich aan de overkant van de zaak en dus bleef Harry gewoon waar hij was. Wederom kreeg ik Hallfords aan de lijn. Wijs geworden door mijn rondleiding van zo-even vroeg ik meteen maar naar de juiste afdeling. Ook nu weer kreeg ik een vaag verhaaltje te horen waar ik niet echt mee uit de voeten kon. Hun beste monteur was nog niet gearriveerd, of zo. Ik liep terug naar de Vogel en samen overlegden we wat te doen. Het leek ons het beste om ons toch maar richting de vestiging van Hallfords te begeven en van daaruit de stand van zaken in de gaten te houden. Zouden ze ons in ieder geval niet met een kluitje in het riet kunnen sturen.

We wandelden terug richting stadhuis en daar werd een taxi gebeld. Luttele minuten later en niet meer dan tien minuten later stonden we bij Hallfords voor de deur. Bij de reparatie afdeling aangekomen bleek dat inmiddels mijn voorwiel volledig uit elkaar lag. Een man of vier was druk met elkaar in overleg over wat nou precies de oorzaak van het probleem was. Langzaam begon men de situatie in kaart te brengen. Er was niets wat wij zouden kunnen doen dus wij besloten rustig af te wachten. We dwaalden wat door de winkel heen maar hielden deze toch al snel voor gezien. Het wachten duurde al met al heel erg lang.

De zonsverduistering in 1999 kreeg enorme aandacht in de media. Hij viel precies in de vakantietijd waardoor mensen er zich goed op konden voorbereiden. Het weer werkte vaak tegen, maar dat weerhield velen er niet van om op pad te gaan naar de totaliteitszone. Het heeft er vast aan bijgedragen dat astronomie bij veel mensen een bijzonder plekje heeft gekregen. Wanneer je nu iemand vraagt waar hij was op die bijzondere dag, dan weet men dat vaak nog haarfijn.
Om überhaupt naar een zonsverduistering te kunnen kijken zonder je ogen te beschadigen is het zaak om je ogen goed te beschermen zoals de man op deze foto.

Het was vandaag, zoals al eerder gemeld, de 11e augustus. De dag van de zonsverduistering. De radio in de winkel stond vrij hard en daarop was het live verslag van de verduistering te horen. De radio ploeg bevond zich op St. Ives, in Cornwall op het meest westelijke punt aan de zuidkust van Engeland. Maar het was daar verschrikkelijk weer. Bewolking en regen! Zo rond 11:35 uur constateerden wij dat ook de hemel boven Chester langzaam aan donkerder werd. Toch bleef het buiten nog vrij licht. We bevonden ons hier in de zone die niet meer dan 85% verduistering zou kennen. Terwijl het fenomeen zich voordeed mochten wij door het kijkglas van een lasbril zo af en toe een blik werpen. In een vloek en een zucht was het allemaal voorbij. Echt spectaculair was het allemaal niet maar toch wel leuk om zo een keer gezien te hebben. Als men over tachtig jaar vraagt wat ik bij de vorige zonsverduistering gedaan heb kan ik in ieder geval zeggen dat ik stond te wachten totdat mijn fiets gemaakt werd, in Chester bij de Hallfords!

De blauwe band geeft het gebied weer waarbinnen de zonsverduistering van 1999 in z’n volledigheid te zien was. Wij bevonden in Chester. Deze stad bevond zich in het gebied waarbinnen de zonsverduistering van 1999 voor 90% volledigheid zichtbaar was.
11 August 1999. Total Solar Eclipse over Cornwall and part of south Devon, partial over the rest of the United Kingdom. Totality was observable from English Channel and the island of Alderney in the Channel Islands, but was almost universally clouded out on the British mainland. A large partial eclipse was visible in the south-east of England and south Wales. Observers in various places noted birds falling silent, daylight colors turning to grey, and temperatures falling, augmented by a passing wisp of cloud at the moment of peak eclipse.
Toch wel mooi om te zien…
Dat de zonsverduistering van 1999 best wel ‘een dingetje’ was blijkt wel uit deze afbeelding van de voorpagina van De Telegraaf van vrijdag 13 augustus 1999.

De zonsverduistering was veel sneller gegaan dan de reparatie van mijn fiets. Zo rond twaalf uur was men hiermee ‘klaar’. Ze wisten me te melden dat er slechts één klein probleempje was: van de drie versnellingen in mijn naaf wisten zij slechts twee versnellingen weer werkend te krijgen. Gelukkig was de middelste versnelling uitgevallen zodat ik mijn zwaarste en mijn lichtste verzet nog tot mijn beschikking had. Dacht men. Ik zou me hier maar bij neer moeten leggen want er was niets dat ik eraan kon doen.

We reden de fiets naar buiten en daar ging ik een testrondje maken. Ik wilde er zeker van zijn dat ik echt verder kon fietsen en dus duurde deze test vrij lang. Maar ik durfde het toch aan om verder te gaan fietsen. Al met al bleek het hele probleem veroorzaakt te zijn door het feit dat mijn voorwiel losgelopen was. Vandaar dat men ook niets echt verkeerds had kunnen vinden. Ik zal mijn eigen fietsenmaker daar toch nog eens even grondig over aan de tand moeten voelen.

Tijdens de demontage was de versnellingskabel gebroken en deze moest ik wel vergoeden. Eigenlijk was ik hier wel een beetje blij mee want nou wist ik zeker dat ik geen gerafelde kabel had die later weer voor problemen zou kunnen zorgen. Ik moest al met al de lieve som van £10,- afrekenen. Harry was, nadat we al onze spullen weer aan de fietsen hadden gehangen, tot de conclusie gekomen dat hij zijn fietshandschoentjes was kwijtgeraakt. Hij deed nog een laatste inspectieronde door Hallfords maar zijn handschoentjes kwamen niet meer boven water.

Na enig denkwerk kwam hij tot de conclusie dat ze dan wel bij de jeugdherberg zouden moeten zijn achtergebleven. Omdat hij er toch wel prijs op stelde om ze terug te vinden besloten we maar om Chester terug in te fietsen. Daar aangekomen stelde hij de beheerder op de hoogte van zijn dilemma en hij mocht op zijn gemak de kamer nog eens doorzoeken. Ook nu had hij geen succes. Harry was een beetje beteuterd. Volgens hem zouden ze in de taxi moeten zijn blijven liggen. Net als een shirt dat ik had meegenomen om mijn ‘vieze’ shirt te vervangen na de douche maar dat ook onvindbaar leek. Er zat niets anders op dan om maar gewoon te gaan fietsen en te kijken of we onderweg nog een paar nieuwe handschoentjes zouden kunnen vinden.

We keerden terug naar onze stalen rossen en wendden de stuurtjes richting Queensferry. Chester is een mooi stadje maar zonder enige wroeging verlieten wij de plaats. Wij waren maar al te blij dat we weer fietsten. In eerste instantie verliep alles zeer voorspoedig. We vlogen als het ware over het wegdek voort. Het weer werkte geweldig mee en ik concludeerde dat het niet verkeerd zou zijn om de zonnebrandcrème ter hand te nemen. We hadden de vorige dag niet veel gefietst en deze gedwongen rustdag had ons blijkbaar de nodige energie gegeven die we nu kwijt moesten. Lange tijd stampten we gezamenlijk de kilometers weg.

Bij het plaatsje Flint aan de noordkust van Wales mondt de Dee uit in de Dee Estuary.

Op een gegeven moment naderden wij het plaatsje Flint. We reden in westelijke richting langs de noordkust van Wales. In deze inham van de kust stroomt de rivier de Dee. In het midden van deze rivier ligt een landtong, ‘The Wirrel’ genaamd, en aan de andere kant van die landtong ligt dan de rivier de Mersey, met de stad Liverpool aan haar oevers.

Bij Flint veranderde het landschap compleet. Aan onze rechterhand verscheen een camping in beeld. En één aan de linkerkant. En nog één. En nog één. Het waren stuk voor stuk camping met gigantische aantallen sta caravans, die dan aan de camping gasten verhuurd worden. Het was een schier onafzienbare vlakte van campings. In onze wildste dromen hadden we niet zoiets voor mogelijk gehouden.

Wij fietsten over de A487, een redelijk grote doorgaande weg, en de mensen liepen hier te flaneren alsof ze zich op de Scheveningse Boulevard bevonden. Tussen al deze campings, die in totaal over een lengte van meer dan 20 kilometer waren uitgestrekt, bevond zich het vermaak voor deze meute. Overal waar je keek zag je gokhallen, restaurantjes, fish & chips tentjes, cafés, kermis attracties en ga zo nog maar een tijdje door. Vandaag hadden ze als extra entertainment een paar maffe Hollanders op de fiets die in een behoorlijk straf tempo langs kwamen denderen. Wat wil je ook: wij wilden hier wel weg! Ik weet niet wie het meest verbaasd was. Ik hoopte in mijn hart dat mijn zus, het voorafgaande jaar, niet op zo’n kermis terechtgekomen was in Hopton-on-Sea.

Op het einde van deze menselijke, waanzinnige mierenhoop bevond zich de klap op de vuurpijl. Daar had Circus King haar tenten opgeslagen. Op het moment dat wij voorbij fietsten werden net de olifanten uitgelaten. Toch een raar gezicht om langs de noordkust van Wales een paar olifanten te zien rondlopen. En wat waren wij blij toen we dit gekkenhuis achter ons konden laten.

We fietsten nog steeds in een behoorlijk tempo en we naderden ras het plaatsje Gronant. Hier stopten we voor een paar ansichtkaartjes en om wat te drinken. Terwijl we hier toch waren zag Harry kans om nieuwe shampoo op te duikelen. Zijn eigen fles had hij op de camping in Hoek van Holland laten staan. Aan de overkant van de weg hebben we op ons gemak even zitten drinken en zitten babbelen terwijl onze spieren van de gelegenheid gebruik maakten om tot rust te komen. We hadden, in ons enthousiasme om weer te kunnen fietsen, wel een beetje aangesteld en dit stopje kwam ons goed uit.

We bleven niet al te lang zitten. We waren bang dat onze spieren dan volledig zouden verstijven en dat we dan moeite zouden hebben om weer fatsoenlijk te kunnen fietsen. Daarnaast had Harry het zich in het hoofd gehaald om in Rhyl wat te eten. Op mijn vraag waarom hij perse daar wilde eten kon hij geen antwoord geven. Alleen dat het hem wel  leuk leek. We stapten weer op de fietsen en hervatten onze westelijke koers. Rhyl lag niet veel verderop en niet meer dan een kwartier later kwamen we deze plaats binnen rijden.

Op enkele honderden meters binnen de bebouwde kom zagen we een tentje waar ze kebab verkochten en wij aarzelden niet maar knepen meteen in de remmen. Wij waren hier absoluut niet bekend en het zou goed kunnen zijn dat we op deze weg, in Rhyl, geen andere mogelijkheden zouden hebben om te kunnen eten. We werden geholpen door wel twee heel erg jonge meiden en we deden onze bestelling. Ik haalde het reisverslag weer tevoorschijn en toog aan het schrijven. Ik had, natuurlijk, weer een achterstand opgelopen in het bijhouden van de gebeurtenissen maar ik liep een groot deel van deze achterstand toch weer in.

Harry had zich hier niet om hoeven bekommeren en hij was dan ook ver voor mij aan klaar met eten. Zeker als je bedenkt dat hij normaal gesproken al veel sneller eet dan dat ik doe. Het was een lekkere kebab maar de porties waren fiks groot. Meer dan ik eigenlijk aan kon. Gelukkig had Harry nog een beetje ruimte over gelaten en hij hielp om netjes mijn bordje leeg te eten.

Nadat we gegeten hadden ging het voort op onze westelijke koers. Rhyl bleek veel groter dan wij gedacht hadden en we zouden ook veel meer gelegenheden gevonden hebben om te kunnen eten. Maar, achteraf is alles gemakkelijk. We hadden Rhyl net achter ons gelaten toen we een bordje zagen voor een camping. Het was net vier uur en eigenlijk vonden we het nog veel te vroeg om nou al van het zadel af te gaan. We fietsten dus gewoon verder. Toch begon de geleverde inspanning zijn tol te eisen. We fietsten gestaag door, zij het niet meer zo snel als in het begin van de middag.

Zo rond vijf uur bereikten we het plaatsje Llandunlas. We hadden inmiddels onze ogen open gehouden in het geval zich een camping aan zou dienen. Maar niets van dit alles. Harry had volgens mij nog steeds Llandudno als eindbestemming in zijn hoofd. Ik, daarentegen, begon meer en meer te denken dat dat voor vandaag te hoog gegrepen zou zijn. Bij een benzinepomp, aan het einde van het dorp kochten we nog wat te drinken en bepaalden daar onze strategie voor de rest van de dag.

Voornamelijk op mijn aandringen besloten we de eerste de beste camping de we tegenkwamen te nemen. Ik had het idee dat we er verstandig aan zouden doen om niet alles op alles te zetten om Llandudno te halen. Daar zouden we waarschijnlijk de volgende dag een verschrikkelijke prijs voor moeten betalen. Zo leek het mij, althans. Daarnaast begon de tijd ook aardig in ons nadeel te werken. Eén rotonde, en 300 meter, verderop zag ik een bordje voor een camping en ik reed meteen het erf op. Harry had moeite met geloven dat ik vooraf geen aanwijzingen gezien had voor deze camping en hij dacht dat ik hem voor de gek gehouden had. Dit was geenszins het geval.

Wij liepen bij de receptie naar binnen en daar kregen wij het deksel lelijk op de neus gedrukt. Het bleek dat men op deze camping alleen caravans toeliet. Hoezeer wij ook probeerden om hen voor één keer een uitzondering te laten maken, zij bleken onvermurwbaar. Gevraagd naar de reden van de strikte scheiding tussen caravans en tenten begonnen zij iets te mompelen over vergunningen en zo. Wij hadden het idee dat we met een kluitje in het riet werden weggestuurd.

Navraag had ons geleerd dat de meest dichtbij zijnde camping zo’n 15 kilometer terug zat. Dat was dus de camping die ons een uurtje eerder te vroeg was gekomen. Wij dachten er niet aan om dat hele eind weer terug te fietsen. Wij besloten op gewoon verder te fietsen en op ons geluk te vertrouwen. Wij fietsten verder totdat we Old Colwyn bereikten. Volgens onze kaart zou hier wel ergens een camping moeten zitten en we besloten navraag te doen.

Colwyn Bay als het eb is. Prachtig toch?

Inderdaad was er hier in de buurt een camping, wist ons een pomphouder te melden. Hij gaf ons aanwijzingen en wij volgden die getrouw. Totdat die aanwijzingen ineens niet meer klopten. Daarop besloten wij het nog maar een keer te vragen. Steeds weer wisten mensen ons te vertellen hoe we moesten rijden maar de camping wist ons steeds te ontglippen. Mijn humeur had er danig onder geleden.

Een poging of wat later kregen we weer aanwijzingen die ons betrouwbaar in de oren klonken. Wij gingen in de ons aangewezen richting. De man had gelijk gehad maar had hier en daar toch een paar aanwijzingen niet helemaal goed doorgegeven. Na nog eens een paar keer gevraagd te hebben bereikten we de camping. De naam van de camping was ‘Dinarth Hall’. Een grootse naam voor een in vervallen staat verkerende boerderij met een camping erbij.

Voor aan de oprit lag een vee rooster met daarachter een paar grote kuilen in het wegdek. Eerstgenoemde obstakel wist ik redelijk goed te nemen maar de kuilen die erachter lagen deden me op mijn zadel heen en weer vliegen. Harry reed voor mij uit en had geen enkel benul van wat er achter hem gebeurde. Een beetje door elkaar geschud kwam ik bij de ‘receptie’ aan. Deze receptie was een afgeleefde caravan met een verschrikkelijke troep binnen. Harry had inmiddels geregeld dat wij met beide tentjes de nacht zouden mogen blijven staan.

De camping was niet zo groot en het was ook geen wonder dat wij al vrij snel een plaatsje gevonden hadden. Binnen het half uur stonden onze twee tijdelijke tempeltjes weer naast elkaar in het avondzonnetje. Nadat ik mijn tent had staan haastte ik mij richting de douches. Deze waren ook niet geweldig maar waren wel op hun taak berekend. Omdat het al behoorlijk laat was en omdat Harry voor 21:00 uur ook gedoucht moest hebben haastte ik mij al snel terug naar het kampeerterrein.

Harry had de hele tijd met een van de andere campinggasten staan praten en verspilde veel van zijn mogelijke douche tijd met het mij uitgebreid op de hoogte brengen van dat gesprek. Toen hij dan eindelijk toch de douches op ging zoeken was het al zo laat dat hij bijna meteen weer de douches uitgejaagd werd. Slechts met de nodige mazzel mocht hij zich nog even poedelen.

Ondertussen werd ik aangesproken door een jong stel dat afkomstig was uit Nederland. Zij hadden ons de camping op zien fietsen en hadden, terecht, geconcludeerd dat wij ook uit Nederland afkomstig waren. Zij wilden weten of wij nog ideeën hadden over waar je in Engeland goed zou kunnen fietsen. En dan vooral op de mountainbike. Nou, ik kon hen wel aan een paar mooie tips helpen.

Na verloop van tijd voegde Harry zich bij dit groepje en hij beaamde mijn genoemde bestemmingen. Tegen de tijd dat het pikkedonker geworden was kropen wij eindelijk in onze tentjes. Beiden sliepen we al heel snel in. Wat wil je ook. Vanaf 13:00 uur hadden we bijna 85 kilometer gefietst!

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.

Vorige post Volgende post