Sigurd Von Ilsemann – Wilhelm II in Nederland; 1918-1941 (Geschiedenis)
Paperback, 48 + 550 bladzijden, Uitgeverij Aspekt, Soesterberg (2015)
Dagboekfragmenten bezorgd door Jacco Pekelder en Wendy Landewé. Aan het einde van mijn bezoek aan Museum Huis Doorn (link opent in een nieuw tabblad) was mijn belangstelling voor de persoon Wilhelm II wel gewekt. In het museumwinkeltje – vlak bij de plek waar ik mijn jas had weggehangen – kocht ik dit kloeke boek waarvan het oudere echtpaar dat het winkeltje beheerde wist te melden dat het een fascinerend boek was. Het (nogal dikke) boek werd netjes voor me ingepakt en zo reed ik weer terug naar Austerlitz om P op te halen om samen weer naar Groningen te rijden. Ik had bedacht het boek ergens in de zomer te gaan lezen, sowieso na mijn pensionering op 12 juni ’25.

Ondertussen is het boek uit en wordt het tijd voor een nieuwe post op Birdeyes. Ik had bedacht het boek ergens in de zomer te gaan lezen, sowieso na mijn pensionering op 12 juni ’25. Ondertussen is het boek uitgelezen en wordt het daardoor weer tijd voor een nieuwe post op Birdeyes. De afgelopen paar dagen heb ik na zitten denken hoe eigenlijk een stukje te schrijven over dit boek. Wat mij betreft kan dat het best door een paar vragen te beantwoorden: [1] Wie was Sigurd Von Ilsemann? [2] Wie was Wilhelm II? [3] Waarom ballingschap in Nederland? [4] Wat vond ik van dit boek?
•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Wie was Sigurd Von Ilsemann?
Sigurd Von Ilsemann werd geboren in een militair gezin. Hij was de zoon van luitenant-generaal Karl Georg Hartwig Richard Ilsemann (1856-1930), die in 1908 werd verheven in de Pruisische adelstand, en Thekla Freiin von Hammerstein-Equord (1858-1920). Hij volgde een opleiding aan de militaire academie en trad vervolgens – net als zijn vader – ook in dienst van het leger. In 1914 werd Sigurd Von Ilsemann aan het westfront geplaatst en raakte hij bij gevechten in Vlaanderen gewond aan zijn linkerbeen. Voor zijn bewezen moed kreeg Von Ilsemann vervolgens het IJzeren Kruis. In 1915 werd Sigurd Von Ilsemann overgeplaatst naar het oostfront nadat zijn wond aan zijn been genezen was. In 1916 werd Sigurd Von Ilsemann opnieuw overgeplaatst en kwam hij in dienst van de generale staf van de legergroep van kroonprins Wilhelm II.

Sigurd Von Ilsemanns capaciteiten werden daar opgemerkt door de Oberste Heeresleitung, waar hij in 1917 in dienst trad. Zijn carrière kreeg een vlucht toen hij als verbindingsofficier werd aangesteld tussen het keizerlijk hoofdkwartier en de Oberste Heeresleitung. Door de generale staf werd hij namelijk in de positie van vleugeladjudant van Wilhelm II gemanoeuvreerd omdat hij ‘een kalmerende invloed had op de keizer’. Wilhelm II had de verbindingsofficier Sigurd Von Ilsemann al bijzonder sympathiek gevonden. De relatie tussen Wilhelm II en Von Ilsemann werd steeds inniger toen Sigurd Von Ilsemann werd aangesteld werd als vleugeladjudant van de keizer. Mede door deze wederzijdse sympathie en het feit dat Sigurd Von Ilsemann in 1918 besloot de keizer te volgen in ballingschap, ontstond er een hechte relatie tussen beide mannen. Aangezien de keizer een innige relatie had met Von Ilsemann mogen we verwachten dat hij dan ook redelijk zichzelf was. Dit wordt bevestigd uit het beeld wat van de keizer in het dagboek geschetst wordt. De ballingschap in Nederland betekende eerst een verblijf op Kasteel Amerongen van anderhalf jaar; hij diende na aankoop door de keizer van Huis Doorn als adjudant in die laatste gemeente. Tot aan het overlijden van de keizer bleef Ilsemann diens adjudant. Daarna woonde hij op kasteel Amerongen, het bezit van de familie van zijn vrouw Elizabeth gravin van Aldenburg Bentinck (1892-1971), dochter van de heer van Amerongen. Hij trouwde met haar in 1920; daarmee trouwde Ilsemann ver boven zijn stand daar zijn vrouw tot de zogenaamde hoge adel behoorde en ebenbürtig was aan leden van regerende vorstenhuizen, terwijl hijzelf tot de lage, ongetitelde en zeer recente adel behoorde. Tussen 1921 en 1929 werden hun drie zonen geboren; een zoon van de jongste van de drie werd in 1995 ingelijfd in de Nederlandse adel en zo stamvader van het Nederlandse adellijke geslacht Von Ilsemann. In 1952, op 68-jarige leeftijd, pleegde Von Ilsemann zelfmoord in het poortgebouw van Huis Doorn. Het dagboek van Sigurd Von Ilsemann stopt kort voordat ex-keizer Wilhelm II in 1941 komt te overlijden. Op dat moment is in Duitsland de NSDAP aan de macht gekomen, de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken, en het Duitse leger is Nederland binnen gevallen. Sigurd Von Ilsemann besluit dat zijn dagboekaantekeningen veiliggesteld moeten worden en laat ze inmetselen in één van de muren in Huis Doorn. Een van de zonen van Wilhelm II vraagt vervolgens aan Sigurd Von Ilsemann om het beheer van Huis Doorn op zich te nemen om daarmee de toekomst van het Huis zeker te stellen. Nadat de Nederlandse overheid in 1952 de verantwoordelijkheid voor de toekomst van Huis Doorn overneemt is de (levens)taak van Sigurd Von Ilsemann voltooid.
•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Wie was Wilhelm II?
Friedrich Wilhelm Viktor Albert von Preußen (Berlijn, 27 januari 1859 – Doorn, 4 juni 1941) uit het Huis Hohenzollern was als Wilhelm II de laatste Duitse keizer en koning van Pruisen. Hij was het erfelijke staatshoofd van het Duitse Keizerrijk en het koninkrijk Pruisen van 15 juni 1888 tot 9 november 1918. Deze periode in de Duitse geschiedenis wordt ook het wilhelminische tijdperk genoemd. Wilhelm werd in 1859 geboren als oudste zoon van kroonprins Frederik van Pruisen, de latere Duitse keizer Frederik III en diens gemalin Victoria van Saksen-Coburg en Gotha, dochter van de Britse koningin Victoria. Als zodanig was hij een kleinzoon van koning Wilhelm I van Pruisen en Victoria. De latere Britse koning Eduard VII was zijn oom en diens opvolger George V was zijn Britse neef. Hij was tevens een neef van de Russische tsarina Alexandra Fjodorovna, de vrouw van tsaar Nicolaas II van Rusland die daarmee een aangetrouwde neef van Wilhelm was. Deze tsaar was overigens persoonlijk, via diens Deense moeder Dagmar van Denemarken, een verre verwant van Wilhelm. Nicolaas was echter via zijn overgrootmoeder van vaderskant een achterneef van Wilhelm II.

De overgrootmoeder van Nicolaas Charlotte van Pruisen was namelijk een oudtante van Wilhelm II, Charlotte was de zuster van Wilhelms opa Wilhelm I van Duitsland. Wilhelm had gemengde gevoelens tegenover het Britse koningshuis. Hij hield van zijn grootmoeder Victoria, maar had een grote hekel aan zijn Engelse moeder en zijn oom Eduard VII. Hij had een grote bewondering voor de kracht en macht van het Britse Rijk, maar voelde ook jaloezie. Wilhelm was ijdel, theatraal, praalziek, impulsief en onnadenkend en tegelijkertijd ook verlegen, gevoelig en intelligent. In zijn openbare optreden uitte hij zich dikwijls in agressieve taal, maar als het op daden aankwam trok hij zijn handen af van delicate politieke en diplomatieke zaken die opgelost dienden te worden. Heel vaak veranderde zijn mening over personen of zijn standpunten in bepaalde kwesties van enthousiasme in grote afkeer, soms van de ene dag op de andere. Zijn beleid was dan ook zwalkend en volstrekt inconsequent. Wilhelm II verborg zijn onzekerheid achter een façade van meedogenloosheid en arrogantie. Volgens de historicus Golo Mann kan het karakter van Wilhelm II het best omschreven worden als dat van iemand ‘met een grote mond, maar met een klein hart’ en met het gedrag van een theatrale operettekoning, het liefst omgeven door een bombastische pracht en praal met hemzelf als het stralende middelpunt: ‘Hij was geen kwaad mens. Hij wilde geliefd zijn, geen leed veroorzaken. Tot bloeddorstige uitspraken liet hij zich verleiden; maar bloedig handelen lag hem helemaal niet. Handelen überhaupt niet. Hij was lui en genotzuchtig. Feestvieren, reizen, zich aan de mensen vertonen, hoog te paard zijn garde op manoeuvre-aanval leiden, met zijn gelijken tijdens vorstelijke banketten toosten uitwisselen, in de hof-loge zitten, opgedirkt als een pauw, met de blik op het publiek, zijn snor strijkend, genadiglijk stralend, dat was zijn natuur. En zo had hij het graag tot het eind van zijn dagen gedaan; het openbare leven een eeuwig, gouden, militair maar wel vredig schouwspel, en hij in het middelpunt’.
•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Waarom ballingschap in Nederland?
In de vroege ochtend van zondag 10 november 1918 meldt de Duitse keizer Wilhelm II zich bij de Nederlandse grenspost in Eijsden. Eijsden is een grensplaats aan de rivier de Maas in het uiterste zuidwesten van Zuid-Limburg. De dag ervoor is hij afgezet als keizer van Duitsland en hij is bang voor Duitse revolutionairen (link opent in een nieuw tabblad). De Eerste Wereldoorlog is bijna voorbij en de geallieerden willen hem graag berechten voor de gepleegde oorlogsmisdaden. Omdat Nederland neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog, vraagt hij in ons land politiek asiel aan. De Nederlandse regering is al van zijn komst op de hoogte en hij wordt toegelaten. Het feit dat het Nederlandse Huis Oranje en het Duitse Huis Hohenzollern familiaire banden hebben zal wellicht ook meegespeeld hebben.

•••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Wat vond ik van dit boek?
In eerste instantie vooral een wat intimiderend boek vanwege de dikte en de op datum gerubriceerde dagboekaantekeningen van Sigurd Von Ilsemann. Een pluspunt aan deze uitgave is het eerste gedeelte van het boek, met Romeinse paginanummers. Deze eerste 48 pagina’s gaven mij de juiste hoeveelheid context en achtergrond om de totstandkoming van dit boek beter te kunnen begrijpen. Op de achterflap van het boek staat een mooie zin over de schrijver: ‘Met Pruisisch plichtsbesef maakt Ilsemann notities van Wilhelms denken en doen. Het resultaat is een aangrijpend portret van een gevallen halfgod, hunkerend naar een terugkeer op de troon’. Wilhelm II heeft een wat beperkte kijk op de wereld om hem heen, daarbij geeft hij de voorkeur aan een visie die het beste bij zijn eigen denkbeelden past. Niet altijd even realistisch dus. Wilhelms eerste vrouw speelt in die boek een beperkte rol. Zij geeft onvoorwaardelijke steun aan haar man vanuit haar eigen diepgelovige standpunten. Helaas komt zij korte tijd nadat het Huis Doorn wordt betrokken in april 1921 te overlijden.

Korte tijd na het overlijden van Auguste Victoria valt Wilhelm II voor de charmes van de aanzienlijk jongere Hermine Prinzessin Reuß ältere Linie. Hij trouwt op 5 november 1922 het haar, circa 1½ jaar na het overlijden van Auguste Victoria, zijn eerste vrouw. Voor beide huwelijkspartners was dit een 2e huwelijk. Hermine was 34 jaar oud, Wilhelm was 63 jaar oud. Uit het boek komt – wat mij betreft – een beeld naar voren van Hermine als ‘golddigger’. Haar intriges deden mij vermoeden dat zij bewust Wilhelm II als partner had gezocht om via hem een betere maatschappelijke positie te verwerven. Dat lukte echter niet want van een terugkeer op de Duitse troon kon voor Wilhelm II natuurlijk geen sprake zijn. In de dertiger jaren van de vorige eeuw papt Hermine aan met de kopstukken van de NSDAP. Zo komt – dankzij Hermine – Hermann Göring onder pseudoniem (hij werd Dr. Doehring genoemd) twee keer (in 1931 en 1932) op bezoek in Huis Doorn. Ook deze strategie van Hermine draait op niets uit. In het Duitsland van die tijd was er slechts één machthebber en daarom was er geen ruimte voor een terugkeer van Wilhelm II. Sigurd Von Ilseman omschrijft zijn taken als volgt: ‘Mijn dienst in Doorn is als volgt: ‘s morgens ga ik met de keizer van 8 tot 9 uur in het park wandelen, dan volgt de morgendienst met de keizerin, vervolgens werk ik met de keizer in het park aan wegen, bomen en aanplantingen; kranten voorlezen, middageten met de majesteiten, die zich tussen 2 en 3 uur terugtrekken. Dan rijd ik naar Amerongen, waar ik met kranten en schrijverij steeds genoeg te doen heb. Om 7 uur ga ik dan weer naar Doorn, waar ik ’s avonds met de majesteiten moet eten, ’s nachts verblijf ik in Daisy Cottage en heb dan de volgende dag de avond vrij. Derhalve een regelmatige wisseling: om de andere dag ben ik steeds ’s avonds vrij’. Sigurd Von Ilsemann is af en toe pijnlijk eerlijk in zijn aantekeningen. Hij had vanuit zichzelf bedacht dat het goed zou zijn om dagboekaantekeningen te maken van het denken en doen van zijn werkgever. Hoewel beide mannen het meer dan eens niet met elkaar eens waren bleven ze elkaar respecteren (ik ken dat als ‘agree to disagree’). Op een bepaalde manier zou je denken dat in dit boek Wilhelm II de trieste figuur is. Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat Sigurd Von Ilsemann de trieste figuur is. Als in 1941 Wilhelm overlijdt wordt Ilsemann gevraagd het beheer van Huis Doorn over te nemen. In een brief aan zijn zoon Wilhelm schrijft hij: ‘Ik zal dus nog weer, zoals nu 21 jaar lang, dagelijks daar heen gaan. Reeds nu is het eenzaam en leeg geworden en wanneer ik als laatste terugkeer, zal het daarginds helemaal stil zijn’.
Ik ben blij dat ik dit fascinerende boek gelezen heb! Ik vond de inleiding (de eerste 48 pagina’s van het boek) een zeer waardevolle aanvulling. Mooi dat studenten van de Universiteit van Utrecht mee konden werken aan deze heruitgave van de dagboeken van Sirgurd Von Ilsemann! In deze post heb ik maar een paar dingen aangegeven die mij waren opgevallen. Meestal wil ik – als het over opsommingen gaat – volledig zijn. Dat was nu amper te doen, vandaar dat ik me tot een aantal ‘highlights’ beperkt heb. Ben eerlijk gezegd ook wel een beetje blij dat ik nu aan een ander boek kan gaan beginnen…

Dank je! Interessant om te lezen! Misschien moet ik dat boek ook maar eens gaan zoeken. De beschrijving van het karakter van Wilhelm II doet me een beetje denken aan Keizer Trump… Hartelijke groet, Dennis
Het boek is nog goed verkrijgbaar in Nederland. Een goede vriend van me heeft het onlangs bij de reguliere boekhandel besteld. Ik kocht het in het winkeltje van Museum Huis Doorn, maar dat had je al gelezen denk ik. Hoe dan ook, fascinerend boek…