Tijdens de herfstvakantie van 2025 hadden we gedurende een midweek een huisje in Denekamp gehuurd. We waren al vaker in Denekamp geweest, maar nog niet eerder tijdens een herfstvakantie. Een van de dingen die we leuk vinden tijdens de herfstvakantie is kijken of (op de plek waar we dan verblijven) ook paddenstoelen te vinden zijn. Tijdens ons kleine wandelingetje vlak bij de woning waar we verbleven hadden we al een mooi exemplaar gezien, maar je weet hoe het is; meer is altijd beter. P had bedacht dat we – als we een klein eindje zouden rijden – een mooie wandeling in Springendal zouden kunnen maken. Mogelijk zouden we tijdens ons wandelingetje een paar mooie paddenstoelen kunnen ‘scoren’ (lees ‘fotograferen’). We waren tijdens eerdere korte vakanties in Denekamp nog niet in Springendal geweest. Ik vond het een leuk idee om naar een voor mij ‘nieuwe’ plek te gaan. P had een en ander uitgezocht, ik ging met haar mee en had me niet verdiept in de plek waar we naar toe zouden gaan, meestal doe ik dat achteraf als ik de ruwe tekst voor een nieuwe post aan het schrijven ben.

Denekamp, de plaats waar we een midweekje verbleven is niet op dit kaartje te vinden. Het bevind zich ongeveer 9 kilometer van Ootmarsum, dat is circa 10 (auto)minuten…
‘De tuin van Nederland’ luidt de bijnaam van dit stukje Twente bij Ootmarsum. Schilderachtige kwelvijvers, watervalletjes en smalle beekjes midden in het bos. Heuvels, weilanden, meertjes, hooilanden, heide en historische boerderijen maken het plaatje compleet. Rond 1920 werd Springendal aangekocht door de Enschedese textielbaron Jannink. Hij gaf het al eeuwenoude landbouwgebied het aanzicht van een landgoed met veel Engelse kenmerken. De middeleeuwse essen (bolakkers die doorbemesting steeds hoger werden) zijn, vriendelijk omzoomd door bomen, opgenomen in het geheel. Ook liggen er een aantal fantastische Twentse boerderijen. Springendal heeft een structuur van lanen en van water. Naast de monumentale Mosbeeklaan waarop een aantal zijlanen uitkomen wordt het karakter van het landgoed bepaald door bronnen en beken. Opborrelend water vormt een drietal vijvers, die op hun beurt de Springendalsebeek voeden.

Twente is een prachtig gebied met mooie kleine dorpjes. Het heeft iets van de gemoedelijkheid zoals we die in de zomer van ’24 en ’25 ook in Zoersel in België hebben aangetroffen. Deze gemoedelijkheid bevalt ons prima. Dat we ‘op pad’ gingen beviel me prima. Een boek lezen (ik had er twee mee) kon sowieso nog wel. De navigatie van de Peugeot werd ingesteld op ‘Parkeerplaats Springendal’ en vol goede moed gingen we op pad voor een ritje van net geen 20 kilometer. We parkeerden de auto en overlegden even over de te wandelen route. Al een paar jaar hebben we vrijwel altijd een stel krukken achter in de auto. Zowel P als ik hebben last van één van onze knieën. Bij P is de rechterknie niet meer wat ie geweest is en bij mij geldt hetzelfde voor de linkerknie. Gezamenlijk hebben we dus één set redelijk goede knieën. Ik besloot om een voor mij passende kruk mee te nemen (ik nam de rechter kruk mee, immers je gebruikt een kruk aan de kant van je ‘goede’ been). Het duurde maar even of de eerste paddenstoelen kwamen in zicht. Lang verhaal kort; we waren helemaal tevreden met onze wandeling. Na ongeveer een kilometer kwamen we op een wat breder pad dat min of meer haaks op de tot dusverre door ons gevolgde route lag.

Het Springendal kent een rijk verleden. Het behoort tot de oudste bewoonde gebieden van Oost-Nederland. De grafheuvels die verspreidt over het gebied landgoed zijn, duiden op een veelvuldige en langdurige bewoning van dit gebied. In de bossen van het Springendal borrelt al eeuwenlang water omhoog in een drietal vijvers. De aanwezigheid van klei in de stuwwal van Ootmarsum verhindert dat regenwater ver de bodem in kan trekken. Hierdoor ontstaan er ondiepe waterstromen die gemakkelijk opwellen. In het gebied treft men een drietal bronvijvers waar water omhoog kwelt. Deze vijvers voeden op hun beurt de Springedalsebeek. Het water is kraakhelder. Water en lange rechte lanen vormen de structuurdragers van het gebied. Het Springendal werd in 1920 aangekocht door de Enschedese textielfabrikant Jannink. Onder zijn leiding werd het gebied ontgonnen en kreeg het een aanzicht van een landgoed met veel kenmerken van de Engelse landschapstijl. De bijnaam van het gebied is ook wel ‘De Tuin van Nederland’. De kwelvijvers, watervalletjes en smalle beekjes midden in het bos zorgen voor een prachtig aangezicht. Vandaag de dag is het Springendal in eigendom bij Staatsbosbeheer. Om de waarde voor de natuur en landschap te behouden, wordt het Springendal beheerd door de boswachters en vrijwilligers van Staatsbosbeheer in Twente. Het 200 hectare tellende bos wordt bijvoorbeeld verjongd door nieuwe aanplant of natuurlijke verjonging. De 70 hectare heide wordt begraasd en geplagd, en waterstromen gereguleerd. Jaarlijks worden de 70 hectare hooilanden en akkers gemaaid en waar nodig ingezaaid. Al deze ingrepen, en het doel ervan, zijn vastgelegd het beheerplan. Recentelijk zijn er bomen gekapt, hiermee zijn er verbindingen ontstaan tussen heidegebiedjes zoals de Paardenslenkte en de Hügelgräberheide. Voor vele insecten- en reptielen, waaronder het vliegend hert en de zandhagedis, is het nu gemakkelijker om zich te verspreiden door een groter en voedselrijker leefgebied. Ook is op diverse plaatsen voedselrijke grond verwijderd, waardoor heide en andere kenmerkende soorten meer kans krijgen. Bron: Staatsbosbeheer.

Er moest een keuze gemaakt worden om weer terug bij ‘onze’ parkeerplaats te komen. P stelde voor om naar links te gaan en zo met een boog weer terug naar de Peugeot op de parkeerplaats te wandelen. Ik stelde voor om rechtsaf te gaan. Na een paar honderd meter verder gelopen te hebben zag ik een fietser aankomen. Hij leek een paar jaar ouder te zijn dan ik ben, en ik was van plan hem te vragen of we met een naar rechts buigende boog ook terug naar onze Peugeot op de parkeerplaats zouden kunnen wandelen. Ik ging zodanig staan dat ik duidelijk zichtbaar was en maakte een gebaar dat ik wat wilde vragen. De fietser minderde echter geen vaart en maakte ook aanstalten om vaart te minderen. Niet gehinderd door wat dan ook passeerde hij me, groette vriendelijk, en weg was ie… Wij vervolgden – enigszins teleurgesteld – onze (niet meer zo duidelijke) weg. Ongeveer 20 minuten later werden we ingehaald door precies dezelfde fietser. Hij was ondertussen al een paar kilometer verder gefietst en herinnerde zich dat ik aan de kant van de weg had gestaan. De mogelijk dat ik misschien iets had willen vragen was ook bij hem opgekomen. Om de potentiële vraag te kunnen beantwoorden moest de fietser ons natuurlijk eerst weer in het vizier krijgen. Daarom was hij maar de nodige kilometers teruggefietst. We vroegen hem hoe we het beste weer bij ons Peugeot op de parkeerplaats zouden kunnen komen en hij instrueerde ons de eerste afslag naar rechts te nemen. P’s rechterknie begon ondertussen behoorlijk op te spelen en ze vroeg of het mogelijk was dat zij ‘mijn’ kruk mocht gebruiken. Beiden hadden we ondertussen in de gaten gekregen dat we een aanzienlijk langere wandeling zouden gaan maken dan we oorspronkelijk van plan waren…

Bij ons tweeën begon langzamerhand de twijfel toe te slaan. Het bos was vrij groot. Zouden er misschien meerdere parkeerplaatsen zijn? Wat als? Bij een kruispunt zag ik een auto rustig aan komen rijden. Ik probeerde de zelfde werkwijze toe te passen als enkele honderden meters terug. Deze keer hadden we mazzel, de auto stopte. De bestuurder van de auto en zijn partner, een echtpaar iets ouder dan ik ben hadden een paar boodschapjes gedaan en vertelden ons dat er inderdaad meerdere parkeerplekken in Springendal te vinden waren. Ze zagen ook dat P met een kruk liep en het wat moeilijk had. Er vond enig overleg plaats en vervolgens kregen we de opmerking dat het te ver lopen zou zijn. We konden wel instappen en in hun chalet (op een vakantiepark een paar honderd meter verderop) een kop koffie drinken en even uitrusten. Daarna zou de discussie over op welke parkeerplaats onze Peugeot weer terug te vinden zou zijn wel gevoerd kunnen worden. Schoorvoetend gingen we akkoord met het voorstel – we hadden iets dergelijks immers nog niet eerder meegemaakt. De boodschappen werden achterin de auto gezet, wij namen plaats op de achterbank en reden naar een chalet op een vakantiepark aan de rand van Springendal. Net buiten het chalet liep een weggetje en aan de overkant van het weggetje lag Duitsland. We wisten dat we in de buurt van de grens waren, maar niet dat ze ongeveer op de grens tussen Nederland en Duitsland waren beland. De mannelijke helft van het paar vertelde dat hij afkomstig was uit het (speciaal)onderwijs en inmiddels gepensioneerd was. Genoeg gespreksstof voor P en deze man. Twee koppen koffie en elk twee koekjes verder was P degene die het gesprek om wist te buigen naar de parkeerplaats waar mogelijk onze Peugeot zou staan. Was er een mast op ‘jullie’ parkeerplaats te vinden? Nee, geen mast. Maar wel een heg die de parkeerplaats als het ware in tweeën deelde… Oh… Geen probleem, ik weet nu welke parkeerplaats het is. Stap maar weer in… Amper een paar minuten later stonden we naast onze witte Peugeot. De man werd vriendelijk bedankt voor de koffie en het gesprek en even later was hij weer vertrokken, P en mij in grote verwondering achterlatend.

Ja, we hebben wat paddenstoelen kunnen fotograferen die middag, maar het grootste avontuur zat toch in andere dingen die dag…

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.