Hoe zat dat eigenlijk met de kwekerij in Zandeweer?
Ik ben in 1958 geboren op Molenhorn 24 in Zandeweer, het adres van de kwekerij van mijn ouders. Voorafgaand aan het huwelijk van mijn ouders op 6 augustus 1957 heeft mijn vader een bijdrage geleverd aan het plan om een oostelijk deel van de Waddenzee in te polderen; er werden stuifdijken op Rottumerplaat aangelegd en er werden allerlei stromingsmetingen gedaan tussen de verschillende eilanden. Het plan is uiteindelijk niet doorgegaan vanwege de druk die de aan het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw opgerichte Waddenvereniging uitoefende op de landelijke politiek.
Ergens op de Waddenzee. Mijn vader is (voorafgaand aan 1956) stromingsmetingen aan het doen. Ik heb de online software van MyHeritage gebruikt om deze foto in te kleuren en iets scherper te maken.
Rottumerplaat is in 1830 ontstaan als zandplaat, en in 1950 uitgegroeid tot een heus eiland. Toen ontstond het plan om de Waddenzee in te polderen om daarmee extra landbouwareaal te creëren; op zich een logische gedachte. In die tijd was de Waddenzee voor veel mensen nog een waardeloze moddervlakte. Lastig, omdat hij twee keer per dag droogviel en gevaarlijk om te varen als je het gebied niet goed kende. Ingepolderd kon het van nut zijn voor landbouw, militaire oefeningen of bloembollenteelt. In de periode van 1951 tot 1963 legde Rijkswaterstaat een stuifdijk aan. Door stuifschermen en het planten van helmgras verstevigden ze de duinen. Zo veranderde Rottumerplaat van een zandplaat in een eiland. Rottumerplaat is ondanks de dynamische Waddenzee vrij stabiel in omvang gebleven.
Vrij recente luchtfoto van Rottumerplaat. Het is wel heel aardig om te weten dat Rottumerplaats mede in stand ik gebleven door de stuifdijken die mijn vader mee heeft helpen aanleggen.
Maar hoe kwam de kwekerij eigenlijk in het bezit van mijn ouders? Wie was de voorgaande eigenaar van die kwekerij daar aan de Molenhorn 24? Mijn oudste zus heeft me wel eens verteld dat de kwekerij door mijn vader is overgenomen van zijn ouders (mijn opa en oma Vogel). Ik heb nog een oude foto van opa Vogel op het terrein van de kwekerij, maar dat vond ik een wat mager bewijs voor het verhaal van m’n zus. Niet dat ik haar niet geloofde, maar hoe mooi zou het zijn om daar een wat tastbaarder bewijs voor te hebben?
Harm Vogel (de opa waar ik naar vernoemd ben) bij het schuurtje op het perceel waar het woonhuis van Molenhorn 24 heeft gestaan. Ik heb de online software van MyHeritage gebruikt om deze foto in te kleuren en iets scherper te maken.
Afgelopen zondagmiddag waren P en ik op bezoek bij m’n moeder. Mijn moeder is ondertussen 95 jaar oud en begint wat fragieler te worden dan ze voorheen altijd was. Maar haar hoofd doet het nog prima! We waren wat herinneringen aan m’n vader aan het ophalen toen ze in een klein zinnetje aan de kwekerij in Zandeweer refereerde. Dat was blijkbaar het haakje dat ik nodig had. Op de weg terug naar Groningen bedacht ik dat het mogelijk zou moeten zijn om via het Kadaster inzicht te krijgen in de geschiedenis van een perceel of een pand. Sinds een aantal maanden ben ik vrijwilliger bij de Groninger Archieven, daar zou vast wel iemand zijn die ik om raad zou kunnen vragen… Dat bleek ook zo te zijn, ik werd naar mijn coördinator doorverwezen. Zij vertelde me dat er een ‘in house’ specialist op dit terrein was en dat ze hem zou vragen op het mogelijk was mij ‘op gang’ te helpen.
Ik vond een keer een oude ansichtkaart van de Molenhorn. Ons huis staat achter de houten paal aan de linkerkant van de weg. Ik heb de online software van MyHeritage gebruikt om deze foto in te kleuren en iets scherper te maken.
De Kadastrale Archievenviewer
De Kadastrale Archievenviewer bleek het antwoord te zijn op mijn vraag. Het is eenvoudig om daar als ‘particulier onderzoeker’ thuis een abonnement op te nemen, maar een abonnement brengt iets meer kosten met zich mee dan ik had verwacht. Op de Studiezaal van de Groninger Archieven hebben ze al een account en de medewerkers van de Studiezaal vinden het absoluut geen probleem om vragen te beantwoorden en ook in praktische zin te helpen.
Meer informatie over het Kadaster...
Napoleon besluit in 1811 dat Nederland een kadaster en openbare registers moet krijgen. Hij wilde weten welk stuk grond van welke eigenaar was. Met deze kennis kon hij namelijk grondbelasting heffen. De bewaarders van het Kadaster registreren dit in de openbare registers. Samen met de kadastrale registratie zijn dit de bouwstenen van het Kadaster. Uiteindelijk kon het Kadaster op 1 oktober 1832 van start gaan. Limburg sloot zich in 1844 als laatste Nederlandse provincie aan bij het Kadaster. In de kadastrale registratie staat waar elk stuk grond ligt en wie de eigenaar daarvan is. Zodra een stuk grond wordt geregistreerd krijgt deze een uniek nummer. Dit heet een perceelnummer. Toen in 1838 het Burgerlijk Wetboek werd ingevoerd, kreeg het Kadaster een belangrijke rol bij het kopen en verkopen van grond en huizen. Vanaf dat moment werd het namelijk verplicht een perceelnummer te vermelden in een overdrachtsakte. Wij hebben 2 registers voor het bewaren van de verschillende soorten akten: Register Hypotheken 3 voor hypotheekakten en Register Hypotheken 4 voor overdrachtsakten. Tot 1950 werden kopieën van akten met de hand overgeschreven door medewerkers van het Kadaster die wij ‘de schrijvers’ noemden. Vanaf 1950 moesten notarissen de originele akte en een kopie getypt bij ons inleveren. Vanaf de jaren 80 wordt de kadastrale registratie digitaal bijgehouden. De registers noemen we nu nog steeds Hyp3 en Hyp4. De bewaarders controleren of akten volgens de wet opgenomen kunnen worden in de openbare registers. U bent pas eigenaar van een huis of een stuk grond als de bewaarder de akte in de openbare registers heeft ingeschreven. De rol van bewaarder bestaat sinds 1811. Bewaarders bestonden dus al voordat het Kadaster opgericht werd. Elke bewaarder was in die tijd verantwoordelijk voor zijn eigen ambtsgebied. Dit was een gebied of regio in Nederland waarvoor die bewaarder alle akten inschreef. Pas in 1970 zijn de bewaarders in dienst van het Kadaster gaan werken. Daarvoor werkten zij voor de Belastingdienst. Vanaf 1980 begon het Kadaster data en processen te digitaliseren. Deze veranderingen verbeterden de kwaliteit van onze dienstverlening. De verantwoordelijkheden van de bewaarders zijn al die tijd hetzelfde gebleven. Tegenwoordig is elke bewaarder verantwoordelijk voor het inschrijven van akten uit heel Nederland. De hoofdbewaarder zorgt ervoor dat alle bewaarders de akten op dezelfde manier beoordelen. De hoofdbewaarder is ook de bewaarder voor de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Volgens de man die me zou begeleiden was een kloppend adres een eenvoudig startpunt. ‘Molenhorn 24, 9997 PN Zandeweer’ was het antwoord op die vraag. De eerste ontdekking was dat het adres uit twee percelen bestaat, met allebei een eigen kadastrale aanduiding en bestemming. Het perceel waarop het woonhuis stond heeft KTS00-C-1552 als aanduiding en wonen als bestemming. Het gedeelte waarop de kassen (nog steeds) te vinden zijn heeft KTS00-C-1553 als aanduiding en heeft ‘bedrijf’ als bestemming. De volgende verrassing was het feit dat mijn vader een ‘beklemde meier’ was in de tijd dat hij de kwekerij in zijn bezit had. Op dit moment is het goed om een stukje achtergrondinformatie over het beklemrecht te geven…
Links het perceel waar het woonhuis stond. Het is 1.122 vierkante meter groot en heeft een omtrek van 141 meter. Ik vind het apart dat het ketelhuis (om de beide kassen te kunnen verwarmen) op dit perceel stond. Het perceel rechts is 3.548 vierkante meter groot en heeft een omtrek van 271 meter. Dit is het perceel dat vrijwel volledig gebruikt is om twee kassen te plaatsen. Beide percelen zijn samen 4.670 vierkante meter groot. Deze afbeeldingen zijn te vinden op KadastraleKaart.com en vervolgens het perceelnummer of het adres in te voeren in het zoekveld.
Meer informatie over 'Beklemrecht' en 'Beklemde meier'...
Toen de Leidse rechtenstudent Jacob van Lennep in 1823 een voettocht door Nederland maakte, liet hij zich in Groningen op de hoogte stellen van het voor hem onbekende beklemrecht. Alle pogingen daartoe ten spijt noteerde de aankomend jurist mismoedig in zijn dagboek: ‘Talloze werken zijn er reeds over dit onderwerp geschreven, maar een mensenleeftijd is niet genoeg om hier de duisternis op te klaren, ik zal er me tenminste niet aan wagen’. Die duisternis wordt ook niet opgehelderd, maar om kort te gaan: het beklemrecht is een vorm van erfpacht, typisch voor de provincie Groningen. Een van de belangrijkste kenmerken is dat de huurder van de grond eigenaar was van de bebouwing die daarop stond, de opstal, bijvoorbeeld een huis of boerderij. Om de huurder te beschermen – die had immers flink geïnvesteerd in zijn onroerend goed – kon de grondeigenaar de huur niet zo maar opzeggen. Met zijn bezit ‘beklemde’ deze huurder feitelijk de grond. Hij werd daarom beklemde meier (meier = huurder) genoemd, hoewel beklemmende meier eigenlijk een betere formulering is. De grondbezitter – de bloot eigenaar – ontving daarvoor jaarlijks een huursom van de meier. Een extra betaling of geschenk ontving de eigenaar als er in de situatie van de meier iets wijzigde, bijvoorbeeld wanneer die trouwde of wanneer de beklemming vererfde. Dat kon een hoeveelheid graan zijn, maar bijvoorbeeld ook een aantal jonge hanen. Bij overdracht van de beklemming betaalde de vertrekkende meier een afgaand ofvoarend geschenk aan de eigenaar, de nieuwe meier een anvoarend geschenk. De meeste uitgegeven beklemmingen kennen een jaarlijkse termijn van Midwinter (21 december), de kortste dag van het jaar. De meier moet dan aan zijn verplichtingen aan de bloot eigenaar voldoen. In sommige plaatsen was de jaarlijkse betaaldag met een ritueel omgeven. De beklemde meiers van kerkengronden van Zuid- en Noordwolde kregen na het voldoen van hun verplichting niet alleen een kwitantie, maar ook een sigaar en een borrel. Een belangrijk gegeven is dat de huur, de beklemming dus, ‘vast en altoosdurend’ werd uitgegeven: niet te veranderen en eeuwigdurend. Voor beide partijen was opzeggen bovendien erg nadelig. Omdat de huursom vast was, steeg deze in de loop der eeuwen niet. De meeste gronden die onder beklemming werden verhuurd, waren tot de Hervorming kloosterbezit geweest. Deze werden in 1594 door de provincie geconfisqueerd en in de 17de en 18de eeuw in huur uitgegeven. De destijds vastgestelde huurprijs bleef gelden, tot de dag van vandaag. Het beklemrecht werd daardoor het fundament onder de opkomst van de Groninger herenboer in de 19de eeuw. De boeren waren in de praktijk grootgrondbezitter, zonder dat ze veel betaalden voor ‘hun’ grond. Ze konden daarom volop investeren in de ontwikkeling van hun bedrijf, zoals de aanschaf van moderne landbouwmachines en het aanleggen van drainage. Sinds 1992 is het beklemrecht niet meer apart beschreven in het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW). Maar het NBW bepaalt wel dat oude rechten moeten worden gerespecteerd. Het beklemrecht kan worden afgekocht, maar gezien de geringe hoogte van het bedrag loont dat vaak de moeite niet. Bron: de website van Levend erfgoed Groningen.
Beklemde meier
De grondeigenaar van beide percelen was de Hervormde Diaconie van de Nederlands Hervormde kerk in Zandeweer. Toen mijn ouders de kwekerij kochten bleef de Hervormde Diaconie de eigenaar van de grond van de beide percelen; m’n ouders kochten alleen het huis en het recht de grond te gebruiken om daarmee een bestaan op te bouwen. De Hervormde Diaconie bleef de eigenaar van de grond. Jaarlijks moest op 1 mei de pacht van ƒ 15,- aan de Hervormde Diaconie worden betaald; dat is bijna € 7,- in onze tegenwoordige euro’s.
Een andere en voor mijn gevoel een geweldig leuke vondst was het gegeven dat het huis waarin ik en ook m’n oudste zus geboren zijn al in 1880 werd gebouwd. We vonden onderstaande kaart van een stukje Molenhorn in Zandeweer dat aangeeft dat het een kaart van 1880 is. De buitenmuren van de woning zijn in rood weergegeven; mij werd verteld dat zoiets in die tijd alleen met nieuwe panden werd gedaan. Ik vond het geweldig om te zien dat het hoekje waar zich de voordeur bevond op de onderstaande kaart duidelijk herkenbaar is. Op het moment dat ik werd geboren was de woning al 78 jaar oud. In juli 1969, direct na onze verhuizing naar Zwolle, werd het huis gesloopt. Het had toen 89 jaar aan de Molenhorn 24 gestaan. Vervolgens heeft het perceel waar het huis op stond jaren lang braak gelegen (voor mijn gevoel wel twintig jaar). Tegenwoordig staat er een mooi modern huis dat ook weer huisnummer 24 heeft…
Door met de muis een gedeelte van de kaart aan te wijzen wordt een vierkant deel van de afbeelding (daar waar de muis zich bevindt) uitvergroot. Door met de muis over de afbeelding/kaart te navigeren kunnen achtereenvolgens verschillende delen van de kaart groter worden weergegeven.
Korte tijdlijn
Een deel van een document dat we via de Kadastrale Archievenviewer hebben gevonden. Op dit document uit 1947 is aangegeven dat de Hervormde Diaconie in Zandeweer nieuwe beklemde meiers heeft voor Molenhorn 24.
In 1929 (toevallig het jaar waarin mijn vader werd geboren) kwam Molenhorn 24 in bezit van Derk Sikkema Elema te Zandeweer. In 1939, kort voordat de Tweede Wereldoorlog begon, werd Molenhorn 24 overgedaan aan de Hervormde Diaconie te Zandeweer. Het was ook in 1939 dat opa en oma Vogel vanuit Usquert naar Zandeweer verhuisden. Op 30 juli 1947 werden opa en oma Vogel, samen met hun kinderen, de beklemde meiers van Molenhorn 24 te Zandeweer. Elk van de kinderen voor één twaalfde deel en opa en oma Vogel voor het resterende deel (er waren 5 kinderen). In 1953 overleed opa Vogel. Volgens mij werd hij vervolgens waargenomen door Willem Mulder, kweker en winkelier te Zandeweer.
Foto gevonden op de Beeldbank Rijksdienst Cultureel Erfgoed. Het onderwerp van de foto is de molen Windlust die schuin tegenover ons huis stond. Het huis links (met de dubbele groene deur met wit kozijn) is het huis waar ik geboren ben. Deze foto is gemaakt in juli 1964. Ik heb de online software van MyHeritage gebruikt om deze foto in te kleuren en iets scherper te maken.
Op 6 november 1956, op de kop af driekwart jaar voorafgaand aan het huwelijk van mijn ouders, werd er door Jan Derk Immenga, notaris in Uithuizen, een akte opgemaakt waaruit blijkt dat m’n ouders de kwekerij over hebben genomen van oma Vogel en de broers en zus van mijn vader. Ze werden uitgekocht door mijn ouders. Vervolgens gingen mijn vader en moeder voortvarend te werk. In 1957 werd het eerste deel van de oudste kas gebouwd, in 1958 (het jaar dat ik werd geboren) het tweede deel. In 1960 werd begonnen aan de tweede (achterste) kas en vervolgens werd in 1962 het ketelhuis voltooid om de beide kassen te kunnen verwarmen. In de tweede helft van de zestiger jaren van de vorige eeuw werd duidelijk dat de kwekerij beduidend minder opbracht dan waar van was uitgegaan. Uiteindelijk deden mijn ouders in 1969 de kwekerij van de hand en verhuisden het gezin naar Zwolle. Enkele maanden na de verhuizing naar Zwolle werd daar mijn jongste zus geboren.
Ook dit document vonden we met de Kadastrale Archievenviewer. Hier blad 1 van een akte die aangeeft dat mijn ouders de beide percelen die samen Molenhorn 24 vormen over hebben genomen van opa en oma Vogel om op dat adres een kwekerij te vestigen.
Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.
Mooie ingekleurde foto’s Harry. Mooie verhalen ook. Kan ik je ook vragen of je voor mij ook in het archief kan duiken over molenhorn 31. Zover ik weet kwam mijn opa Geert Pentinga uit Garrelsweer met zijn vrouw Anje Bolt en de 3 kinderen in Zandeweer te wonen in 1932.
Moi Jan! Dank voor het compliment, dat waardeer ik. Ik snap jouw vraag denk ik. Ik weet nog niet helemaal goed hoe een en ander werkt (ik zat er bij en ik keek er naar toen we aan het onderzoeken waren, maar jouw vraag lijkt me wel een leuk ‘proefprojectje’ om een keer zelfstandig aan het puzzelen te gaan…
Ik ben voornamelijk geïnteresseerd in traditionele folk- en countrymuziek, Groninger (cultuur)geschiedenis, en allerlei buitengebeuren. Vroeger trok ik er vaak op uit om meerdaagse fietstochten te maken, tegenwoordig fiets ik meer in de omgeving van de stad Groningen. In de jaren 80 van de vorige eeuw begon ik foto's te maken van de verschillende (huis)concerten die ik bezocht. Een paar jaar geleden heb ik al mijn oude negatieven gedigitaliseerd. Deze website kwam tot stand vanuit de wens iets met de toen gedigitaliseerde negatieven te doen...
Waar hebben opa en oma Vogel gewoond nadat ze in 1913 trouwden?
Mooie ingekleurde foto’s Harry. Mooie verhalen ook. Kan ik je ook vragen of je voor mij ook in het archief kan duiken over molenhorn 31. Zover ik weet kwam mijn opa Geert Pentinga uit Garrelsweer met zijn vrouw Anje Bolt en de 3 kinderen in Zandeweer te wonen in 1932.
Moi Jan! Dank voor het compliment, dat waardeer ik. Ik snap jouw vraag denk ik. Ik weet nog niet helemaal goed hoe een en ander werkt (ik zat er bij en ik keek er naar toen we aan het onderzoeken waren, maar jouw vraag lijkt me wel een leuk ‘proefprojectje’ om een keer zelfstandig aan het puzzelen te gaan…
Moi Jan, ik heb vandaag navraag gedaan. Een dezer dagen ga ik met jouw vraag aan de slag. Ik kom er vanzelf weer op terug.