You are big men to be cycling…

Datum: dinsdag 17 augustus 1999.
Afgelegde route: Shankill → Bray (met de trein) → Arklow (ook met de trein) → Inch → Gorey → Courtown → Riverchapel.
Gefietste afstand: 39,6 kilometergemiddelde snelheid: 15,1 kilometer per uurfietstijd: 2 uur, 37 minuten, 38 secondentotaal afgelegde afstand: 433,7 kilometermaximale snelheid: deze dag niet vastgelegd.
Vanaf de camping fietsten we naar het treinstation in Shankill en vervolgens reden we met de trein naar Arklow. Pas vanaf daar gingen we fietsend verder. Het plan was om op die manier de Wicklow Mountains voorbij te zijn voordat we op de fiets verder zouden gaan…

Al om kwart voor acht liep de wekkertje af bij mij in de tent. Terwijl ik mijn ogen opendeed kletterde de regen met donderend geraas op mijn tentdakje. Ik maakte Harry wakker en na wat mondeling overleg (heen- en weergeschreeuw van het ene tentje naar het andere) besloten we de wekker een uurtje later te zetten. Hetgeen geschiedde. Ik viel meteen weer als een blok in slaap.

De tweede keer dat we wakker werden was het weer iets minder beroerd. Het regende niet echt meer. Het was meer wat miezerig. We besloten het er toch op te wagen en begonnen alle rommel in de fietstassen te pakken. Nauwelijks waren we daar halverwege mee of het begon opnieuw fiks door te regenen. We smeten onze tassen onder de luifels van de tenten en doken er hals over kop achteraan naar binnen. Snel sloten we de boze buitenwereld buiten. Er zat niet anders op dan te wachten tot dit weer overgetrokken zou zijn.

Nog eens een half uur later besloot de regen een pauze in te lassen en wij gingen als gekken verder met het inpakken van onze spullen. Het miezerde nog steeds maar we waren vastbesloten om nog vandaag nog verder te trekken. Onze tenten waren werkelijk kletsnat toen we ze gingen inpakken. Bijgevolg waren ze ook drie keer zo zwaar als normaal, denk ik. Nadat alles was ingepakt en aan de fiets bevestigd was togen we naar de receptie.

Hier wist men ons te vertellen hoe we bij het plaatselijke trein station moesten komen. We volgden trouw de opgegeven aanwijzingen. Bij de eerste beste rotonde zagen we inderdaad een bordje dat naar het station verwees. Wij reden de aangegeven straat in maar raakten al spoedig het spoor bijster. We hielden een vrouw staande die haar hond aan het uitlaten was en zij wees ons de weg. Toch was het station zo goed verborgen dat we het nog een keer moesten vragen. Al met al zat dit station niet meer dan drie kilometer bij de camping vandaan. We moesten over een soort geitenpaadje naar het station toe wandelen. Dwars door een soort weiland. Het lag echt ‘in the middle of nowhere’.

We parkeerden onze fietsen tegen een muurtje en liepen naar boven, naar het eigenlijke station. Hier was het een komen en gaan van mensen en het duurde even voordat wij geholpen werden. Ik was degene die navraag deed en kreeg het volgende te horen. We mochten slechts één station verder mee, tot aan Bray. Daarnaast waren fietsen niet toegestaan op de DART treinen. Nou, daar sta je dan.

Ik keerde terug naar mijn fietsmaat en we pleegden koortsachtig overleg. Nadat de grootste stroom bezoekers was weggeëbd keerde ik terug naar het loket. Na het nodige heen en weer gepraat bleek de soep niet zo heet gegeten te worden als deze werd opgediend. Wij mochten toch onze fietsen meenemen omdat het slechts één halte was. Bray was gewoon het eindpunt van deze lijn. Nu was het probleem dat we aan de andere kant van het station moesten zien te komen. Daar vandaan vertrok namelijk de trein die we moesten hebben. Er was wel een loopbrug maar we zagen het niet zitten om met onze loodzware fietsen daar overheen te klauteren.

Ook nu weer brachten de loketbeambten uitkomst. We konden wel terugfietsen naar de eerstvolgende kruising. Daar zouden we het spoor over kunnen steken en dan naar het andere perron fietsen. Officieel kon je dan niet op het perron komen maar de heren zouden het hek voor ons openen. De Ieren zijn in wezen echt heel vriendelijk. Tegen de tijd dat we deze manoeuvre hadden uitgevoerd was ook de trein op het station aangekomen. We konden meteen naar binnen rijden, er was nauwelijks sprake van een opstapje en in een oogwenk waren we vertrokken.

Het ritje naar Bray stelde niks voor. In amper tien minuten waren we ter plaatse. Hier zouden we kaartjes moeten kopen voor het vervolg naar Arklow. Zoals gezegd, de trein waarmee we gekomen waren was een DART. Dit staat voor Dublin Area Rapid Transit. Tot aan Bray toe behoort dit gebied dus tot het grootstedelijke Dublin gebied. We wilden onze fietsen zolang op het perron achterlaten en dan eerst kaartjes gaan kopen. Dit werd ons ten stelligste afgeraden. Er werd ons verteld dat dit absoluut niet vertrouwd was, we zouden binnen de kortste keren onze fietsen en alles wat eraan hing kwijt zijn.

We besloten de fietsen dan maar mee naar de voorkant van het station te nemen. Harry zou daar bij de fietsen blijven terwijl ik op kaartjesjacht ging. Ik was namelijk de enige van ons tweetjes die in het bezit was van Ierse ponden. Zo gezegd, zo gedaan. We hadden gaandeweg ook besloten op pas in Arklow van de trein te stappen. In eerste instantie hadden we hiervoor Wicklow in gedachten gehad maar waren tot de conclusie gekomen dat we dan toch nog wel eens flink last zouden kunnen hebben van de Wicklow Mountains. Daarnaast was het een stuk gemakkelijker om vanuit Arklow de N-11 op te pakken omdat deze zo ongeveer door de plaats heen liep. Hadden we Wicklow aangehouden dan hadden we nog een flink stuk over een B-weg moeten fietsen. En wij wisten inmiddels wat dit soort wegen betekende in Ierland. Arklow werd het dus.

Ik liep het station binnen en kocht twee kaartjes. Toen pas werd duidelijk dat deze trein pas om tien voor twee zou vertrekken. Het was amper elf uur op dat moment. Dus zouden we toch een behoorlijk eind moeten wachten. Ik liep terug naar mijn fietsmaat die bij de fietsen stond te wachten. Omdat we toch nog een fiks eind in Bray zouden moeten blijven besloten we eerst maar te gaan ontbijten.

De Ieren en de Britten hebben betrekkelijk weinig politieke overeenkomsten en nagenoeg overal in Ierland zijn de symbolen aanwezig van de strijd van Ieren tegen de Britten. Het is dan ook wonderlijk om te constateren dat het ‘Fill Irish Breakfast’ en het ‘Full English Breakfast’ nagenoeg hetzelfde zijn…

Het regende nog steeds en Bray zag er redelijk somber uit. In en bij het station zat geen restaurantje of iets dergelijks. Dus zat er voor ons niets anders op dan door de regen op zoek te gaan naar een geschikt etablissement. We begonnen te fietsen maar vonden niet snel iets wat ons aansprak. En als het dan wel iets leek dan was het nog gesloten. We reden een paar rondjes om het station heen toen we eindelijk een straatje in de gaten kregen wat er veelbelovend uitzag. Wij reden daarheen en al snel zagen we een tearoom. Omdat deze straat rechtstreeks naar de hoofdstraat van Bray leek te leiden besloten we eerst een paar andere boodschappen te doen.

Omdat de trein een fikse aanslag gepleegd had op onze financiën werd het de hoogste tijd om de flappentapper met een bezoek te vereren. Ik haalde nog eens £ 50,- op en besloot dat we het hiermee nog we een tijdje uit moesten kunnen zingen. Daarna volgde een bezoek aan het postkantoor. Harry had inmiddels zijn zesde of zevende envelop vol gepropt met allerlei papierwerk en hij wilde deze graag naar zijn huisadres sturen. Nadat deze karweitjes afgewikkeld waren besloten we naar de tearoom te wandelen.

Wij claimden een tafeltje met een paar stoelen. En terwijl Harry zich om het ontbijt bekommerde begon ik met mijn eeuwigdurende schrijfwerk. Ik was fiks achterop geraakt en besloot de komende uren een behoorlijk deel van die achterstand in te proberen te lopen. Harry had een Engels ontbijt meegebracht en dat hield het schrijfwerk wel een tijdje op. Hierna begon ik weer met schrijven. Harry zag dit met lede ogen aan en besloot dat iedereen die nog geen kaartje gehad had van ons alsnog een kaartje te sturen. Hij keerde terug naar het postkantoor alwaar hij een dertigtal kaarten en postzegels kocht. Ook nam hij een grote hoeveelheid ‘air mail stickers’ mee. Gewapend met deze berg papier stortte hij zich op zijn favoriete bezigheid. Hij begon eerst alles goed op volgorde te leggen. Dit betekende dat hij een viertal stapeltjes maakte. Eén met alle adresstickers, één met alle kaartjes, één met de postzegels en een laatste stapel met luchtpost plakkertjes.

Harry heeft hier echt een heel systeem voor ontwikkeld en hij beleefde er zichtbaar genoegen aan om dit karweitje te verrichten. De meeste kaarten waren voor kennissen van Harry zelf. Zo af en toe was er iemand bij die ik ook kende. Harry schreef overal een kort verhaaltje bij en, indien nodig, zette ik ook mijn krabbel eronder. Terwijl ik zelf aan het schrijven was zag ik dit alles met veel plezier aan. Een paar uur zijn op deze manier zo om. Zo ook deze keer. En dat was maar goed ook want ik begon zo langzamerhand wel genoeg te krijgen van het steeds tegen een achterstand te moeten vechten.

Ruimschoots bijtijds keerden we terug naar het station. Dat we trouwens in één keer wisten terug te vinden. We reden met de fietsen het perron op en zochten daar het achterste deel op. Wij hadden namelijk gehoord dat de wagon voor de fietsen helemaal aan dit uiteinde van de trein zat. Geduldig gingen we zitten wachten. Harry pakte zijn fototoestel op een gegeven moment en maakte een paar hele mooie foto’s. Al snel kwam de trein voorrijden. Wij zetten de fietsen in de voor hen bestemde wagon en gingen zelf ook een plaatsje opzoeken. Zo dicht mogelijk bij de fietsen.

Onderweg kwamen we al snel tot de conclusie dat we dit keer verstandig geweest waren. De weg, of de delen ervan die we vanuit de trein konden zien, leken ons behoorlijk zwaar toe. De trein reed vlak langs de kust. Het ene moment zweefden we op een richel honderd meter of meer boven de zeespiegel en het andere ogenblik reden we zo ongeveer op het strand. In ieder geval bleven we echt heel dicht aan de kust. In Ierland hebben ze de nare gewoonte gehad, net als in Engeland trouwens, om de treinen vaak tussen twee hoge dijken in te laten rijden. Dit betekent dat je op grote delen van het traject bijna niets van de omgeving ziet. Maar de keren dat we niet aan beide zijden ingesloten werden door aarden wallen was  het uitzicht gewoonweg fabelachtig.

Arklow kwam steeds dichterbij en met een klein uurtje waren we op de plaats van bestemming. Wij stapten uit en reden van het perron af. Dit station is ook merkwaardig gesitueerd want het staat in een achteraf straatje. We reden de straat uit en kwamen op een héééél erg drukke weg terecht. En nu konden we kiezen: linksaf of rechtsaf. Wij wilden graag de N-11 in zuidelijke richting oppakken maar de Ieren hadden gedacht dat het een goed idee zou zijn om zo min mogelijk verkeersborden te plaatsen. Er zat dus niks anders op dan her en der de weg te vragen.

Historische ansichtkaart die met behulp van de online software van MyHeritage scherper is gemaakt en is ingekleurd. De brug ligt over de Avoca. Deze rivier deelt het stadje van circa 15.000 inwoners in een noordelijk en een zuidelijk deel.

Bleek dat we op de gok de goede kant uit gefietst waren. We hoefden alleen maar dezelfde kant uit te fietsen en dan kwamen we ‘vanzelf’ bij de N-11. Dit vanzelf gold blijkbaar alleen voor hen, die de streek als hun broekzak kenden. We hadden alweer een redelijk stuk gefietst en de onzekerheid nam alleen maar toe. Voor een schooltje zetten we onze fietsen aan de kant en toverden de kaart nogmaals tevoorschijn. Hier werden we niet veel wijzer van dus gingen we het maar eens vragen.

Terwijl ik linksom de school liep sprak Harry iemand aan die aan de andere kant van de school stond. Op de fiets. Toen wij onze aanwijzingen met elkaar vergeleken bleken beiden precies de tegenovergestelde richting uit te leiden. Lekker! Ik vroeg aan de man, waarmee Harry nog steeds in gesprek was, hoe het nou kon dat hij ons terug wilde sturen het dorp in en dat anderen ons langs dezelfde weg door wilden laten fietsen.

Even stond hij met de mond vol tanden. Daarna schoot het hem te binnen dat die anderen ons dan via de ‘nieuwe bypass’ wilden sturen. Daar had hij zelf niet aan gedacht. Deze bypass was pas een paar maanden open en hij was er nog niet op ingesteld. In afstand zou het niet veel uitmaken haastte hij zich nog te verklaren maar het was zo wel gemakkelijker uitleggen. Nadat deze onduidelijkheid uit de wereld was konden we pas echt gaan fietsen.

We pikten een kilometer of wat verderop de N-11 op en peddelden lekker op het gemakje verder. Voor zover wij het konden beoordelen viel deze weg ons alleszins mee. Wij zouden vandaag tot aan Gorey over de N-11 fietsen. Dit, relatief korte, stukje zou dan als indicator moeten dienen voor de rest van de weg. Viel deze mee dan zouden we tot aan Rosslair fietsen. Zo niet dan zouden we alsnog de trein pakken. Op basis van het eerste stuk besloten we om de volgende dag toch maar de poging te wagen. Een kwartiertje later zagen we een andere weg vanuit Arklow op deze N-11 uitkomen en we begrepen dat we, als we de andere aanwijzingen opgevolgd hadden, hier uitgekomen zouden zijn.

De rest van de rit verliep vrij onopvallend. Het was redelijk goed weer en we fietsten beiden redelijk soepel de, niet al te steile, heuvels op. Een kilometer of vijf voordat we Gorey zouden bereiken zagen we een wegrestaurantje. Wij zetten onze fietsen aan de kant en besloten hier maar meteen ons avondeten te nuttigen. Dan hoefden we ons daar later op de dag in ieder geval niet druk meer over te maken. Ook nu nam ik mijn schrijfblokje mee.

Na deze maaltijd besloten we dat het de hoogste tijd was om op zoek te gaan naar een camping. Nauwelijks twee kilometer voorbij het wegrestaurantje zat een afslag naar Courtown. Wij hadden op de kaart gezien dat er hier een camping in de buurt moest zitten. Navraag in hetzelfde wegrestaurant als waar we gegeten hadden bevestigde dit. Nu doken we weer de binnenlanden van Ierland in. De weg was hier meteen weer abominabel slecht. Bovendien liep deze gelijk weer redelijk steil tegen de heuvels omhoog. Dankzij het feit dat ik mijn lichtste verzet tot mijn beschikking had kon ik in ieder geval blijven fietsen. Op een gegeven moment kwamen we aan een splitsing. Zonder gegronde reden stopte ik want ik twijfelde eraan of de weg rechtdoor wel de goede was. Navraag bij een toevallige passant leerde ons dat we er goed aan gedaan hadden niet verder te fietsen. We sloegen rechtsaf en mochten meteen fors in de beugels.

Na een kilometer of anderhalf tot twee zagen we een caravan park. En dan bedoel ik ook alleen voor caravans. Dat was al de tweede keer op deze reis dat we dit meemaakten. Een ventje van een jaar of negen wist ons mede te delen dat we het beste nog een mijl of anderhalf (altijd een gevaarlijke afstand) verder konden fietsen. Daar zat een camping die ‘Parklands’ heette en die wel tenten accepteerde.

We hadden weinig keuze en begonnen weer te fietsen. Al snel ontdekten dat er nog veel meer van deze caravan campings waren. Het drong ook nu pas tot ons door dat we geleidelijk aan terugfietsten naar de kust. De weg bleef nog steeds erbarmelijk slecht. Deze keer klopte de opgegeven afstand redelijk en wij zagen in de verte het bord voor ‘Parklands’ staan. Opgelucht reden we de camping op. Ook nu koersten we meteen op de receptie af.

Daar was het al snel geregeld dat we onze tenten ergens weg konden zetten. Deze camping zat ook op een helling, zij het niet in terrassen aangelegd, en het deel voor passanten zat helemaal onderaan op de camping. We zouden zelfs een riviertje moeten passeren. We kregen een plattegrondje van de camping mee zodat we iets gemakkelijker de juiste weide zouden kunnen vinden. Het bleek dat we, in letterlijke zin, helemaal naar beneden moesten rijden. Tot over de rivier. Daar aangekomen bleek dat we niet zouden hoeven dringen om een goed plaatsje te vinden. Wij keken op ons gemakje rond en beoordeelden zorgvuldig wat de beste plek zou zijn om onze tenten op te bouwen. Er lag zelfs nog een weide verderop. Daarvan had ik het vermoeden dat dit de ‘putting range’ was van de plaatselijke golfcourse dus deze optie viel ook af. Later zou blijken dat ik gelijk had gehad. Na verschillende mogelijke locaties te hebben afgewezen vonden we eindelijk een plekje om de tenten weg te zetten.

In een vlot tempo verrees mijn tent. De Vogel had deze keer nogal wat meer tijd nodig. Omdat ik geen aparte binnentent en buitentent op hoef te zetten ben ik in de meeste gevallen wel sneller maar deze avond was het verschil groter dan normaal. Terwijl Harry verder bouwde aan zijn tijdelijke onderkomen verdween ik terug naar de receptie. Ik besloot te voet te gaan. Het was een aardige klim om weer boven te komen. Bij de receptie zat ook een winkeltje en ik kocht daar twee flesjes Cola light en twee zakjes nootjes. Gewapend met mijn aankopen wandelde ik op mijn gemak terug.

Harry had ondertussen zijn tent ook opgebouwd en we zetten ons even op het gras om wat te kletsen. Ik nam nog even mijn boek van Raymond Feist ter hand. Een aantal buren was, ondanks dat het al bijna 20:00 uur was, begonnen met de voorbereidingen voor de barbecue. In eerste instantie hadden ze moeite om de vuren goed op gang te krijgen. Nadat dit eenmaal goed gelukt was begon het pas echt. Niet al te lang daarna werd een groot stuk van dit deel van de camping bedekt door een dik rookgordijn. Wij trokken ons er niet veel van aan. Wij zaten ook ‘non smoking’, zoals dat dan heet. Ik leende Harry een boek van Raymond Feist en gezamenlijk togen we aan het lezen.

Kees en ik hadden vanaf het allereerste begin dat we samen fietsvakanties ondernamen een soort vaste taakverdeling. Doorgaans kwamen de meer of minder woeste plannen voor een bepaalde bestemming van mij, terwijl Kees aanzienlijk beter was (en waarschijnlijk nog steeds is) in dagelijkse dingen als kaartlezen (zo ging dat in die tijd) en dag etappes uitstippelen. In al de jaren dat we samen gefietst hebben is die rolverdeling nauwelijks veranderd. Het tikken van het reisverslag was weer een ding van Kees. Hij kon namelijk vele malen sneller tikken dan ik, en da’s nog steeds niet veranderd. Ik deed vervolgens weer de financiële administratie van de avonturen…

En het schrijven van dit reisverhaal, hoor ik U al vragen. Nou, lezen op de grond gaat nog wel maar schrijven, zittend op de grond, zonder steun voor je rug of iets dergelijks is echt niet te doen. Gelaten accepteerde ik deze verdere achterstand op ons schema. Lang hebben we het trouwens niet volgehouden. Terwijl het vlees om ons heen langzaam gaar werd kropen wij de tent in. Ik heb in ieder geval niet veel meer gehoord want ik ben al heel snel in slaap gevallen.

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.

Vorige post Volgende post