Absolutely soaked instead of just wet…
Afgelegde route: Camping near Riverchapel → Courtown → Gorey → Clogh → Camolin → Ferns → Enniscorthy → Oylgate → Redgate → Killinick → Tagoat → Kilrane → Rosslare → Rosslare Harbour → Fishguard (met de STENA HSS) → camping.
Gefietste afstand: 89,3 kilometer ♦ gemiddelde snelheid: 18,1 kilometer per uur ♦ fietstijd: 4 uur, 54 minuten, 35 seconden ♦ totaal afgelegde afstand: 523,0 kilometer ♦ maximale snelheid: deze dag niet vastgelegd.

Ik was al zo rond 07:30 uur wakker. Ik had de vorige avond met Harry afgesproken dat ik hem zo rond 07:45 uur zou roepen. Ik moest echter eerst hoognodig naar het toilet. Ik besloot de wekker aan te laten staan en, samen met mijn douchespullen, mij richting het toiletblok te haasten. Het was weer wel lekker om helemaal opgefrist te zijn. Al met al was ik wel een half uur weg voordat ik weer schoon en fris bij de tenten aankwam.
Wat schetste mijn verbazing toen ik alles in ‘huize Vogel’ nog in diepe rust aantrof. Dit ondanks het feit dat mijn wekkertje al meer dan een kwartier lang piepende signalen af had staan geven richting vogelhuisje. Het was allemaal voor niets geweest. Om verandering in de situatie te brengen heb ik maar een paar keer fors op het dak van Harry zijn onderkomen gemept. Zijn hele onderkomen dreunde en trilde op zijn grondvesten. Dit had dus meer succes. Met een slaperige kop kwam de Vogel te voorschijn en vroeg mij wat dat allemaal te betekenen had. Ik schetste hem in het kort de ontstane situatie en nu toonde hij iets meer begrip voor mijn acties. Harry schudde de slaap uit zijn hoofd en haastte zich om ook te gaan douchen.
Ik begon rustig aan af te breken. Niet lang echter. Ik bedacht dat ik op deze manier wel een heel erg grote voorsprong op mijn fietsmaatje aan het opbouwen was en ik besloot om eerst nog maar wat te gaan lezen. Het is tenslotte frustrerend om steeds achter iemand aan te moeten jakkeren. En dat wilde ik Harry niet aandoen. Na een klein half uurtje hervatte ik de sloopwerkzaamheden van mijn tent. Ik ging ervan uit dat Harry wel weer snel tevoorschijn zou komen. Op mijn elf en dertigste pakte ik mijn spullen in. En Harry bleef zo lang weg dat ik net mijn laatste fietstas weer aan de fiets hing toen hij zijn hoofd weer boven de horizon uitstak. Op deze manier bereikte hij precies datgene wat ik had willen vermijden.
Ik ging dus maar weer een stukje zitten lezen. We hadden niet echt haast. De vorige avond hadden we £ 5,- borg betaald voor de sleutel van de toiletblokken. Deze konden we pas vanaf halftien weer inleveren. Het was dan ook niet echt erg dat Harry vandaag zo slecht op gang kwam. Mooi rond de openingstijd van de receptie waren wij aanwezig. Maar de beheerster van het gebouw nog niet. Niet getreurd. Iets verderop bevond zich een café met een terrasje. Dat café was natuurlijk nog niet open maar op het terras stonden een aantal picknicktafels en daar maakten wij dankbaar gebruik van voor ons ontbijt. Door de ochtenddauw waren de banken en tafels nog nat. Het was niet iets dat een handdoek niet kon verhelpen.

Niet veel later ging de receptie open. Terwijl Harry zich om het geld bekommerde zorgde ik ervoor dat er proviand werd ingeslagen voor het ontbijt. Pas nadat het ontbijt helemaal verorberd was werd het voor ons tijd om te gaan fietsen. We moesten eerst weer een kilometer of tien terugfietsen om bij de N-11, de grote weg, te kunnen komen. Gisterenavond zaten we al te vol van andere indrukken om de conditie van de weg echt goed in ons op te nemen. Nu viel het ons opnieuw goed op hoe slecht de wegen eigenlijk zijn in Ierland. Eigenlijk is de term ‘weg’ een te grote benaming voor de verzameling van stukjes asfalt die men in Ierland hier een daar bij elkaar smijt en vervolgens een mooi wegnummer geeft.
Daarnaast was de weg hier en daar behoorlijk steil. Al met al duurde het ruim een half uur voordat we weer terug bij de N-11 waren. Dit soort grotere wegen kent een veel beter wegdek en bovendien zijn er hier niet teveel steile hellingen in aangebracht. Nog eens een kilometer of twee verder fietsen bracht ons in hartje Gorey. Al fietsend zagen we een bordje voor de plaatselijke TIC hangen. Ik kneep in de remmen en zette mijn fiets aan de kant. Harry volgde meteen mijn voorbeeld.
Wij wandelden het TIC binnen en probeerden een van de medewerkers te ontdekken. Het was een smalle, lange winkel. Aan alle kanten stonden rekken met folders en dergelijke. Maar geen personeel. In het achterste deel van de winkel ontdekten we een deur die naar het ernaast gelegen pand leidde. Deze deur stond open en Harry ging op onderzoek uit. Smakelijk lachend kwam hij enkele minuten later terug. Het aangrenzende pand was in het bezit van de gemeente. Op woensdag had deze gemeente altijd haar vaste innings-dag en dus zaten er daar een aantal kassiers om de centen van haar ingezetenen in ontvangst te nemen. Echt nog een feodaal stelsel tref je hier aan.
Harry had aan de heren gevraagd of zij wisten waar het personeel van het TIC heen was gegaan. Verbaasd keken zij elkaar aan. De medewerkers zouden er wel moeten zijn. Wij keken nog een laatste keer rond en keerden toen op onze schreden terug. Dit hadden we nog nooit eerder meegemaakt. Een TIC dat volledig onbemand was. Waarschijnlijk was dat ook een unicum. We hadden verder niet veel meer te zoeken in Gorey. Buiten aangekomen wandelden we rechtstreeks naar de fietsen en klikten de schoentjes vast in de pedalen. Klaar voor weer een aantal kilometers.
Om het dorp uit te komen was weer een ramp. Waarschijnlijk was deze N-11 een vervanger van een weg die al sinds mensenheugenis door Gorey liep. En waarschijnlijk had men deze weg gewoon over de oude weg heen gelegd. Met als gevolg dat de weg in dit plaatsje een aantal verraderlijke heuvels vertoonden. En halverwege die heuvels staan dan ook nog een onveranderlijk stoplichten. Die natuurlijk op rood staan op het moment dat je daar met veel moeite aan komt fietsen. Balen! Nadat we Gorey achter ons hadden gelaten ging het allemaal veel gemakkelijker. We reden geweldig.
Onderweg kwamen we niet veel plaatsen tegen. Het valt ons op dat Ierland een meer ongecultiveerde indruk maakt dan Engeland. Alsof er in Engeland al eeuwen langer wordt geprobeerd om het landschap in het gareel te krijgen. Om de zoveel tijd pauzeerden we even maar deze pauzes duurden meestal niet zo lang. Zeker niet nadat ik Harry erop opmerkzaam had gemaakt dat hij niet zo moest treuzelen bij deze pauzes want er hing een bui achter in onze nek en die dreigde ons in te halen. Zolang we bleven fietsen bleven we droog. Het kwam voor dat Harry al een tijdje boven op een heuvel op mij stond te wachten. Nadat ik dan boven gekomen was, weer op adem was gekomen en wat had gedronken gaf ik het teken dat ik wel verder kon. Meestal moest Harry dan nog beginnen met drinken. En als hij dit gedaan had moest hij controleren of allebei de bidons wel goed in hun houder zaten. Daarna moest hij controleren of de klep van zijn stuurtasje helemaal perfect zat. En of zijn pomp wel goed in de houder ging. En ga zo maar door. Hij doet niets liever dan eindeloos staan prutsen aan van alles en nog wat. Normaal kan mij dit redelijk amuseren. Op het moment dat de eerste druppels in mijn nek beginnen te vallen dan beginnen dit soort eigenaardigheden mij te irriteren. Snel hervatten we de fietstocht dan ook weer.
Na hierna zo ongeveer een uur gefietst te hebben kwamen we in Camolin aan. We waren inmiddels een heuvelrug overgestoken en hadden, naar ons idee, de heuvels achter ons gelaten. Maar zeker wisten we het nog niet. We stopten bij een winkeltje voor iets te drinken, wat te eten en een praatje. De dame in kwestie was weer volop geïnteresseerd in mijn fiets. Even leek het erop dat de bui ons nog zou inhalen. Even maar. We stapten weer op onze fietsen en hervatten de arbeid.

Na nog eens een uur of zo gereden te hebben vonden we het tijd worden voor een substantieel stopje. We besloten in Enniscorthy aan te leggen. Eenmaal in Enniscorthy aangekomen namen we de eerste de beste gelegenheid ten bate om te stoppen. Dit keer kwamen we weer bij een pub terecht. We bestelden een kop soep en wat te drinken. Terwijl we op onze bestelling zaten te wachten kwam het reisverslag maar weer tevoorschijn. Al met al waren we hartstikke blij dat we vandaag waren gaan fietsen. Het viel ons alleszins mee en voorlopig bleef het nog redelijk droog op.
Een half uurtje later meldden we ons weer bij de fietsen. We kwamen er al snel achter dat de N-11 beter om een dorp of stad heen kon leiden in plaats van er doorheen. Vooral in deze plaatsen kwamen we toch nog een aantal venijnige hellingen tegen. Vlak nadat we Enniscorthy verlaten hadden knepen we weer in de rem. Ondanks het feit dat we hier fors moesten klimmen hadden we toch volop oog voor de omgeving. We kregen een prachtig vergezicht voorgeschoteld en besloten hier een foto van te maken. Hetgeen geschiedde.
Het landschap is hier, zeker onder een stralende zon (zoals op dit moment het geval was) van een ongekende schoonheid. Dit kan zeker wedijveren met de vriendelijkheid van haar bewoners. Hierna peddelden we op een klein verzetje verder tegen de heuvel op. Zoals gezegd: het was hartstikke mooi weer en we hadden het reuze naar de zin. Daar kwam bij dat we inmiddels meer dan de helft van de beoogde afstand hadden afgelegd. Dat stemde ons zeer tevreden. In alle plaatsjes die we hierna passeerden lasten we een korte pauze in.
Het landschap was hier iets minder in cultuur gebracht en de plaatsen lagen verder uit elkaar dan we gewend waren. De stopjes werden daarom des te meer gewaardeerd. Soms kochten we iets te drinken en soms ook iets te eten. De volgende plaats op onze lijst was Wexford. We fietsten de heuvel over en in de verte doemde deze plaats op in ons beeld. Vlak voordat we de afslag bij Wexford bereikten moesten passeerden we een brug. Hier lag langs de oevers van de rivier een restaurant met een zeer groot terras. Wij parkeerden onze fietsen en zochten een plekje op in de schaduw. Weer vulden we onze voorraad vocht aan. Daarnaast maakten we hier een paar mooie foto’s. Zie verder. Na een twintigtal minuten vonden we het tijd om weer verder te gaan.

Al deze stopjes vermochten niet ons ritme te doorbreken. Nu volgde het laatste stuk naar Rosslare. Het was gelukkig niet zo’n lang stuk meer. Toch viel dit stuk ons wel een beetje tegen. Ten eerste moesten we verder dan we gedacht hadden. Vanuit ons perspectief gezien lag de haven van Rosslare precies aan de verkeerde kant van het stadje. En niet aan de rand ervan, maar helemaal er buiten. Dit betekende dat we toch een mijl of tien verder moesten dan geanticipeerd. Daarnaast begonnen de gefietste kilometers hun tol te eisen.
Net voordat we Rosslare bereikten zagen we een klein TIC zaakje. We waren er bijna aan voorbij gefietst maar besloten op het laatste moment toch nog even naar binnen te gaan. Wij parkeerden de fietsen tegen de gevel aan. Terwijl wij een paar tasjes van de fiets af haalden kwam er een aantal andere fietsers naar buiten. Bleek dat het een Engels echtpaar, uit Leicester, was die samen op een tandem door Ierland gekacheld hadden. Wij vroegen hen naar hun ervaringen met de wegen. Zij waren ongeveer net zo positief als wij waren. Ze vertelden hele verhalen over hoe zij gefietst hadden. Al met al was dit een heel aardig intermezzo.
Zij stapten op de fiets en reden met een noodgang van ons vandaan. Wij stapten het TIC binnen. Intussen was er net een hele groep motorrijders uit Italië bij het TIC gearriveerd. Wij informeerden naar de mogelijkheden om vandaag nog met de boot terug te keren naar Wales. Bleek er om 18:25 uur nog een (snelle) boot de oversteek te maken. Dit was in eerste instantie alle informatie die we wilden hebben. Terwijl de dame van het TIC de Italianen te woord stond bekeek Harry op zijn gemak alle souvenirs die te koop werden aangeboden. Uiteindelijk zag hij een whisky glas met daarop een kaart van Ierland op gebrand.
De Italianen wilden een hele hoop informatie hebben over onderdak in de omgeving en wilden tegelijk hun overnachting regelen. Het was een groep van een man of acht waarvan er slechts één Engels sprak. En dat nog een beetje gebrekkig. Al met al duurde dit mij veel te lang. Ten langen leste mocht Harry zijn centjes neertellen. Bij het scannen van de barcode verscheen als omschrijving ‘one shot glass map’. Toen Harry dit las barstte hij spontaan in lachen uit. Deze plichtplegingen eenmaal afgewerkt wandelden we weer naar buiten. We hadden nog tijd te over om de boot te halen.

Bij de haven aangekomen stond de veerboot weer duidelijk aangegeven. Wij reden weer rechtstreeks op de terminal af. Onze eerste prioriteit gold het verkrijgen van kaartjes. De keuze viel weer op de HSS van STENA. Voor £ 88,- (Iers) per persoon mochten wij mee naar de overkant varen. Daar moesten wij toch wel even van slikken. Dat was nota bene £ 18,- meer dan de heenreis. Gelukkig moest Harry nu betalen. Ik had immers de heenreis betaald. Later beseften we dat het Ierse pond in waarde lager genoteerd stond dan het Engelse pond. Waarschijnlijk waren we in Nederlandse guldens omgerekend evenveel kwijt als we voor de heenreis naar Ierland hadden betaald. Gerustgesteld door deze gedachte liepen we de terminal uit.
Men was al begonnen met het inchecken van de passagiers. Eenmaal buiten konden wij dus meteen in de rij aanschuiven. Wij hadden al geconstateerd dat de lucht langzaam begon te betrekken. Wij sloten in de rij aan en zagen het echtpaar uit Leicester weer. We gingen bij hen staan en hervatten onze discussie van een anderhalf uur eerder. Het bleek dat zij op precies dezelfde manier tegen fietsen aankeken zoals wij deden. En langzaam aan begon het te regenen. Wij haalden allen onze regenjassen tevoorschijn en doken daar heel diep in weg. Gelukkig regende het op dat moment niet hard. En bleef het ook niet zo lang regenen.

Daar stond tegenover dat de boot ook nog niet klaar was om passagiers aan boord te nemen. Nog een paar miezerige buitjes volgden. Steeds wisten wij met een minimum aan schade te ontkomen. Na ruim half uur mochten we dan eindelijk aan boord. Ook nu mochten wij als eersten naar boven. Eenmaal ‘binnen’ barstte buiten de bui pas goed los. Hetgeen onze vrienden uit Leicester deed opmerken dat we nu op tijd aan boord mochten. Anders waren wij ‘absolutely soaked instead of just wet’ geweest. Daar konden wij ons goed in vinden.
We bonden de fietsen vast en togen weer naar boven. Daar bleven de fietsers bij elkaar. Ik haalde mijn schrijfblokje tevoorschijn en begon te pennen, als een razende. De man van het Engelse echtpaar zag dit met een licht geamuseerde blik in de ogen aan. Harry ging naar het wisselkantoor en wisselde alle aanwezige Ierse ponden om tegen de Engelse variant ervan. Daarna zorgde hij weer voer voor de beide fietsers. Aanvankelijk had hij gewoon een hamburger menu willen meebrengen. Dat was uitverkocht. Het volgende item dat hij op zijn verlanglijstje had staan bleek ook uitverkocht te zijn. Ten einde raad vroeg hij wat ze dan nog wel hadden. ‘Lamb curry’ was het antwoord. En dus werd het ‘lamb curry’. Deze was wel heel erg lekker maar wel behoorlijk aan de pittige kant.

Omdat ik al die tijd stug door bleef schrijven haalde ik deze trip een behoorlijk deel van de achterstand in. Dat stemde mij diep tevreden. We hadden inmiddels de haven van Rosslare verlaten. Nog voordat we buitengaats waren plensde de regen echt met bakken naar beneden. Halverwege de overtocht begon het gelukkig wat op te klaren. We hadden ons al zorgen gemaakt over het weer dat ons aan de overzijde van het water te wachten zou staan.

Zoals het er nu voorstond zouden we de tenten misschien nog wel droog op kunnen bouwen. Naarmate de kust van Wales dichterbij kwam begonnen we zelfs gannets (dat zijn Jan van Genten; zie foto bovenaan deze post) en puffins (dat zijn papagaaiduikers) te zien. Dit was niet de eerste keer dat we deze vogels zagen maar het deed ons plezier dat we ze nu, volkomen onverwachts, weer te zien kregen. Met lange nekken bleven we uit het raam turen. Zo rond 20:00 uur arriveerde de veerboot weer in de haven van Fishguard in Wales. Het leek een beetje op een thuiskomst.
Bij de ontscheping ontstond de gebruikelijke verwarring. Toch wisten we vrij snel van boord te komen. Het Engels echtpaar op de tandem fietste vlak voor ons aan en was een stukje eerder door de paspoortcontrole heen. Zij sloegen linksaf en zwaaiden nog een laatste keer naar ons. Ik had het bijna niet gezien maar Harry maakte veel goed. Ik had mijn ogen weer geconcentreerd op de te fietsen route. Aan mijn linkerhand zag ik het dorp Fishguard, boven op een heuvel. Op enkele honderden meters van de kade vandaan was echter een tankstation en ik vond het verstandig om daar maar informatie in te gaan winnen omtrent de meest dichtbij zijnde camping.

Onder de luifel van het tankstation stond een kerel met een heel rare Goggomobil. Harry raakte met hem aan de praat. Het was een beetje een wereldvreemd figuur die het echt helemaal te gek vond dat wij op de fiets door Wales aan het rijden waren. Harry was volop in gesprek en kon maar moeilijk een eind breien aan de conversatie. Inmiddels was het al halfnegen geworden en moesten we al met de dynamo tegen het voorwiel gaan fietsen. Een beetje bruusk vertelde ik mijn fietsmaat dat het nou echt de hoogste tijd werd om weer te gaan fietsen. Daar zag Harry de logica wel van in.
We hadden wel aanwijzingen gekregen over de richting waarin de camping zich bevond en zetten daar koers heen. Meteen kregen we weer een heuvel voor de kiezen. We hadden al fors gefietst in Ierland vandaag. Daarna hadden we anderhalf uur stil gezeten aan boord van een warme boot. Deze heuvel knalde er dus flink in. Heel erg flink. Vooral als je bedenkt dat we met het licht aan moesten fietsen. Eenmaal boven zagen we de volgende bult alweer in de schemering opdoemen. Doordat het al vrij donker was leek deze kilometers hoog. Nadat wij er overheen geklommen waren sloeg de twijfel weer eens toe. Gelukkig kwam er net een boer op zijn tractor aanrijden. Harry vroeg deze man of hij wist of we op de goede weg waren. Gelukkig bleek dit wel het geval te zijn. Nog een paar honderd meter verderop was er een afslag naar links en dan was het nog maar één mijl naar de camping. Dat was weer iets minder.
Gelaten stapten we weer op de fiets. Met een verbazingwekkend grote snelheid reden we op de camping aan. De receptie bevond zich in een caravan, een honderdtal meters van de ingang vandaan. Terwijl we net de camping opreden werd het licht in de caravan uitgedaan. Na een paar flinke meppen op de deur ging het licht gelukkig weer aan. Natuurlijk mochten wij die nacht wel blijven staan. Voor £ 3,50 per persoon hadden we weer onderdak. Niet gek, want dit was met de douches inbegrepen.
De camping op zich stelde niet veel voor maar we hadden tenminste een plek om de tentjes op te kunnen bouwen en we konden douchen. Het was inmiddels al goed donker geworden en nu konden we bewijzen dat we zelfs met onze ogen dicht nog wel op konden bouwen. Terwijl Harry een geanimeerd gesprek onderhield met een Nederlander die vlak naast ons zijn tent opgeslagen had verrezen onze twee tentjes toch verrassend snel. Het was nu echt hartstikke donker.
Aan de einder zagen we regelmatig bliksemschichten voorbij schieten maar vooralsnog donderde het niet en bleef het ook droog. Van wat wij van onze Nederlandse buurman begrepen was dit geen ongewoon fenomeen in deze streek. Hij had al een paar nachten bliksem gezien en toch geen regen gehad. Te vermoeid om ons daar echt druk over te maken doken we de tentjes in en sliepen meteen in. Als een blok…

Facebook reacties