Is it steep all the way?
No, only to the top…

Datum: donderdag 19 augustus 1999.
Afgelegde route: Camping in Fishguard → Panteg → Methry → Square and Compass → Croes-Goch → St. David’s → Solva → Brynywyn → Newgale → Roch → camping.
Gefietste afstand: 44,7 kilometergemiddelde snelheid: 15,1 kilometer per uurfietstijd: 2 uur, 57 minuten, 23 secondentotaal afgelegde afstand: 567,7 kilometermaximale snelheid: deze dag niet vastgelegd.
Ik had meerdere keren iets over St. Davids gelezen en was vastbesloten om – als we toch in de buurt waren – dit plaatsje met de mooie kathedraal te bezoeken. Dat het stadje aan de kust lag en wij daarvoor – letterlijk – af moesten dalen naar ‘strandniveau’ had ik in mijn overpeinzingen niet meegenomen…

Nadat we gisteren zo laat op de camping gearriveerd waren duurde het wel tot 09:00 uur voordat we weer tot de levenden gerekend konden worden. Onze Nederlandse buurman was net bezig de laatste hand te leggen aan het uitleggen hoe het grondzeil perfect opgevouwen moest worden. Aan zijn zoontje van een jaar of twaalf, schat ik. We keken elkaar en zonder dat we er veel woorden aan vuil hoefden te maken was het duidelijk dat we allebei signalen van onze beenspieren kregen doorgestuurd dat we niet al te enthousiast van start moesten gaan.

Voordat we ook maar iets deden besloten we eerst een crisisberaad te houden. Het lag in de bedoeling om naar St. David’s te gaan, daar hadden we het al verschillende keren over gehad. Harry had daar al het nodige over gehoord en wilde daar graag heen. Bovendien was dit het meeste westelijke punt van van vasteland van Wales. Dat telde wel degelijk mee. We hadden echter de vorige dag gezien wat het betekende om over de relatief kleinere wegen te moeten fietsen en vroegen ons af of dat wel opwoog tegen de voordelen.

Na veel vijven en zessen besloten we er toch heen te gaan. We hadden tenslotte voldoende tijd over, zoals het er nu naar uitzag. En je gaat nou eenmaal op vakantie om onderweg ook nog wat te zien, niet alleen om van punt A naar punt B te fietsen. Beiden beseften we drommels goed dat het waarschijnlijk wel een hele zware opgave zou worden. Al hadden we wel begrepen dat de weg voorbij Croes-Coch niet meer zo zwaar zou zijn als het eerste stuk. Voor wat dat waard was.

Nadat we deze kogel door de kerk hadden geschoten konden we aan een ‘normale’ fietsdag beginnen. We begonnen heel rustig aan in te pakken en alles aan de fietsen te hangen. Zo rond 10:30 uur waren we eindelijk klaar om van start te gaan. Omdat we ons er zeer wel van bewust waren dat we vandaag veel zouden moeten presteren gold onze eerste prioriteit het regelen van een ontbijt. We hadden het plan opgevat om onderweg zo snel mogelijk brandstof aan het motortje toe te voegen.

Na een klein half uurtje gefietst te hebben zagen we een bordje dat verwees naar een kaasboerderij. Daarbij zat een tearoom. Wij aarzelden niet en stuurden de aangewezen weg in. We hoopten dat deze boerderij ons niet al te ver van onze geplande route af zou voeren. Tot nu toe hadden we al heel veel moeten investeren om daar te komen waar we waren. We hadden goed en wel een kilometer afgelegd op het moment dat we de weg een vervaarlijke duik naar beneden zagen maken. Daar hadden we dus geen enkele zin in. Iedere meter die we ons nu naar beneden lieten rollen zouden we later door middel van een grote inspanning weer terug moeten winnen.

We lieten ons een klein eindje meevoeren naar het dal en juist op het punt dat wij het verstandiger vonden om toch maar een andere ontbijtstek op te zoeken doemde de inrit naar de kaasboerderij in ons vizier op.

Het hele complex zag er alleraardigst uit. Buiten zaten een aantal mensen te genieten op het terrasje en ook binnen had men een soort buffet gemaakt waarop de etenswaren werden uitgestald. Alles zag er picobello in orde uit. Overal langs de kant stonden flesjes, potjes, vaasjes en noem maar op. Ook stonden er een paar rekjes met folders van attracties in de onmiddellijke omgeving.

Ze hadden hier geen traditioneel Engels ontbijt dus we zouden moeten doen met wat ze wel hadden. Uiteindelijk viel de keuze op een kop soep, een paar broodjes en een scone. Dit fietste er goed in. Er werd weer druk geschreven en Harry zocht zich een mooi vaasje uit tussen de hele verzameling die er op een tafeltje stond. Nadat we op ons gemakje gegeten en gedronken hadden werd het tijd om echt te gaan fietsen. We hadden dit een leuk stopje gevonden. Deze mensen hadden hun zaakjes goed voor elkaar.

Hierna begon de zware fietsdag pas echt. Nadat we teruggefietst waren naar de weg sloeg de twijfel toe. Moesten we nou rechtdoor of linksaf. Uiteindelijk wist een passant ons te vertellen dat we door linksaf te slaan het snelste bij onze bestemming zouden komen. En wij dus linksaf. Het werd een hele zware rit. Niet alleen het feit dat de heuvels in een eindeloze serie voor de wieltjes verschenen. Meer het feit dat een aantal van die heuvels verschrikkelijk steil waren. Zwaar afzien. We lasten met grote regelmaat een pauze in.

Wel troostten we ons met het idee dat St. David’s steeds dichterbij kwam. Ondanks het feit dat het behoorlijk zwaar was vonden we dit niet echt erg. We wisten vooraf dat het zwaar zou worden en we hadden deze keuze geaccepteerd. Bovendien was het niet zo zwaar als dat we het ons voorgesteld hadden. Volgens mij kan het ook nooit zo zwaar zijn als dat je fantasie het voor je maakt. Hoe dan ook, zo rond 13:00 uur waren we in St. David’s.

Dat St. Davids een stad mag heten, heeft weinig te maken met het aantal inwoners. Dat ligt rond de 1.750. De stad kreeg de officiële status vanwege haar religieuze betekenis. In 1994 kende koningin Elizabeth II St. Davids opnieuw de titel ‘city’ toe. Dat was een eerbetoon aan de kathedraal, die al eeuwenlang een belangrijk religieus centrum is. In het Verenigd Koninkrijk is de aanwezigheid van een kathedraal nog steeds een geldig criterium voor stadsrechten. Hier geen wolkenkrabbers of winkelstraten dus, maar wel een bisschopszetel. St. Davids ligt verscholen in een groene vallei, op een steenworp van de kust van Pembrokeshire. Wanneer je hier aankomt, merk je al snel dat dit geen stad in de klassieke zin is. Eerder een ‘groot’ dorp. Binnen enkele minuten wandel je van de centrale winkelstraat naar de kathedraal, de ruïnes van het Bishop’s Palace of het boerenland eromheen. En ondanks het het kleine inwonersaantal is het stadje gezellig, vooral in lente en zomer. Kunstgaleries, tweedehandsboekwinkels en kleinschalige cafés trekken (vooral dan) omwonende en toeristen.

We zetten onze fietsen aan de kant, haalden onze foto toestellen tevoorschijn en liepen het plaatsje in. We liepen allereerst een souvenir winkeltje binnen en keken daar even op ons gemakje rond. Het duurt nog altijd een tijdje voordat wij tot rust gekomen zijn als wij gestopt zijn met fietsen. Wij zochten nog steeds naar de leistenen die we in Noord Wales gezien hadden maar zonder succes. Daarna gingen we op zoek naar de kathedraal.

Wij hadden vooraf al regelmatig gelachen over deze kathedraal. Volgens de overlevering waren in de middeleeuwen twee pelgrimstochten gelijkwaardig aan één pelgrimstocht naar Rome. Toen wij bij deze kathedraal aankwamen stonden we toch even met onze monden voor tanden. Geen van beiden hadden we op zo’n onooglijke plek zo’n prachtig bouwwerk verwacht. Het was echt een geweldig mooie kathedraal.

Van bovenaf probeerde ik een mooie overzichtsfoto te maken terwijl Harry alvast naar beneden wandelde. Langzaam zag ik zijn rode hoofd in de diepte verdwijnen. Het viel niet mee om de hele kathedraal in één foto te vangen. Dat duurde dus al met al een hele tijd. Daarna wandelde ik ook op mijn gemakje naar beneden. Deze kathedraal ligt in een behoorlijk diep dal en als je er bij uit komt lopen kijk je er van bovenaf op neer.

De kathedraal van St Davids staat op ‘heilige grond’. Hier stichtte Dewi Sant (St David) in de 6e eeuw een klooster dat al snel uitgroeide tot een belangrijk centrum van geloof en geleerdheid. Zijn invloed reikte ver. In 1123 besloot Paus Calixtus II dat twee pelgrimstochten naar St Davids gelijk waren aan één naar Rome (‘Roma semel quantum dat bis Menevia tantum’). Hierdoor werd in de Middeleeuwen een aanzienlijk inkomen vergaard uit het bezoeken van pelgrims. De huidige kathedraal, gebouwd in de 12e en 13e eeuw, ademt nog steeds de middeleeuwse sfeer, ondanks latere restauraties. Wat direct opvalt, is de ligging. De kathedraal ligt lager dan de rest van het stadje, in een komvormige vallei. Dat was geen toevallige keuze, maar een praktische: zo werd het gebouw beschermd tegen de harde zeewind van de nabijgelegen kust. Zo oogt het indrukwekkend in dit kleine stadje. Onder het hoogaltaar bevindt zich het vermoedelijke graf van St David, samen met dat van zijn metgezel St Justinianus. Pelgrims knielen er nog altijd neer, sommigen in stilte, anderen met een kaars of een bosje bloemen. Vergeet ook niet omhoog te kijken, naar het prachtige houten plafond. Of loop onder de Normandische bogen door en ontdek diverse versieringen. De vloer helt licht, een gevolg van middeleeuwse aardbevingen. Halverwege de kathedraal bevindt zich het Treasury Museum in de kelder, waar religieuze kunst, historische relieken en manuscripten worden tentoongesteld. Je vindt er onder meer middeleeuwse kelken, bisschoppelijke ringen en documenten die de lange kerkelijke geschiedenis van St Davids illustreren. De collectie wisselt deels, afhankelijk van tentoonstellingen of bruiklenen. Zo zag ik in 2025 tijdelijk de oudste complete Welshe bijbel (Beibl William Morgan, gedrukt in 1588), een bijzondere gelegenheid.

Nadat ik me bij mijn fietsmaat gevoegd had wandelden we naar binnen. Daar bekeken we de hele kathedraal van binnen, inclusief de onvermijdelijke crypten. Daarna werd de uitgebreide omgeving aan een inspectie onderworpen. Dit was inclusief het winkeltje dat erbij hoorde. In dit winkeltje vonden we helemaal niks bijzonders. Met een uurtje of anderhalf hadden we het toch wel gezien. We klommen weer helemaal naar boven en moesten daar gewoon even staan uithijgen.

Omdat we inmiddels weer dorst hadden gekregen zochten we een tearoom op waar we weer aan de cola light gingen. Ze hadden hier ook flapjacks en dezen werden ook naar binnen gewerkt. Ik deed manmoedige pogingen het reisverhaal bij te blijven werken. Na een half uur hadden we het wel gezien en wandelden we terug naar buiten.

Een flapjack is een soort koek, die gebakken wordt van boter, suiker en havermout. Eventueel kan er nog honing of muesli worden gebruikt. Het is een traditioneel gerecht dat in Groot-Brittannië wordt gegeten bij de thee als de kinderen uit school komen. De naam flapjack werd al in de 17e eeuw gebruikt, maar verwees toen nog naar een platte koek die meer op een pannenkoek leek. Sinds 1935 wordt in Engeland flapjack alleen voor een koek met havermout gebruikt, maar in de Verenigde Staten verwijst het nog naar een platte pannenkoek. Flapjacks worden gemaakt door boter in een pan te smelten, en daar de suiker in op te lossen tot een siroop ontstaat. Hierin wordt havermout gemengd met een beetje bakpoeder of zelfrijzend bakmeel. Het deeg dat zo ontstaat, wordt in een vorm gestort zodat een plak van ongeveer een centimeter dik ontstaat. Dit wordt een kwartier in de oven gebakken en vervolgens gesneden als het nog warm is. Zodra de flapjacks afgekoeld zijn, worden ze hard, vergelijkbaar met een mueslireep.

Het was de hele dag stralend weer en ook nu brandde de zon onbarmhartig neer op onze hoofdjes. Vlakbij de tearoom stond een telefooncel en wij dachten dat het een goed idee zou zijn om onze ouders even te bellen. Van hen hoorden we dat het in Nederland al een paar dagen slecht weer was. En wij moesten de hele dag smeren om niet te verbranden. Nadat we allemaal weer op de hoogte waren van elkaars doen en laten togen wij weer verder.

Deze foto geeft ongeveer weer wat ik eerder bedoelde. St. Davids ligt in een vallei en bovendien aan een strand. Om er te komen moet je dus naar beneden omdat het stadje als het ware onderin een ‘kommetje’ ligt, Om weer uit het ‘kommetje’ te komen moet er dus hard gewerkt worden…

Wij hadden het voornemen opgevat om ook bij het TIC aan te gaan. Dit pand bleek dusdanig moeilijk te vinden dat wij de poging staakten. Wij wandelden terug naar de fietsen en besloten richting Haverfordwest te fietsen. Wij reden St. David’s (de kleinste stad van Groot Brittannië; het heeft circa 1700 inwoners) uit en zagen op de grens van het dorp het TIC zitten. Even, heel even, overwogen we om alsnog in de remmen te knijpen maar zagen daar snel van af. Eastward Ho!

De weg naar het oosten was ook niet gemakkelijk. Wat heet ‘niet gemakkelijk’! Het werd een hele zware opgave. Na een half uurtje kwamen we in het plaatsje Solva aan. Dit zag ernaar uit dat het een zeer toeristisch plaatsje was maar wij voelden ons niet geroepen om hier te stoppen. Aan het oostelijke einde van Solva zagen we een wel heel erg gemene heuvel voor onze neusjes opdoemen. Langs de weg was een dame in haar tuintje bezig en zij vroeg ons: ‘You’re nog going to cycle up that one, are you?’ Nog een blik op de helling die ons nog stond te wachten deed ons constateren dat wij dit echt niet zouden fietsen.

Onze eerste vraag was: ‘Is it steep all the way?’ Het antwoord van de dame sloeg werkelijk alles: ‘No, only to the top’. Dit moesten wij toch wel even verwerken. Na een kort gesprekje zetten wij aan. Ik hield het al snel voor gezien en besloot verder te wandelen. Harry kwam een tiental meters verder tot dezelfde conclusie. Het was niet alleen een steile heuvel maar ook behoorlijk lang. Ik denk dat we al met al een half uur met de beklimming van deze draak bezig zijn geweest. We hadden van de dame in Solva gehoord dat we in ieder geval bij Newgale nog tegen zo’n heuvel aan zouden lopen.

Toen we eindelijk boven waren hebben we even fiks uit staan blazen. En als dank mochten we meteen weer fors naar beneden. De helling die op deze afdaling volgde was gelijk weer 12%! Ben je met veel moeite een heel eind geklommen dan verspeel je in een mum van tijd alle gewonnen hoogte weer. En vervolgens begint de hele exercitie van voor af aan. Het daarop volgende uur heb ik meer afgezien dan ik zelfs in mijn stoutste dromen voor mogelijk had gehouden. Als je de heuvel op moet zet men er geen bordje bij hoeveel procent de weg omhoog loopt. Boven op de heuvel staat dan wel weer een bordje met hoeveel procent je naar beneden dondert. De pauzes volgden elkaar sneller op dan de heuvels.

Op een gegeven moment werden we ingehaald door een inboorling, op een racefiets. Hij was zeer gecharmeerd door onze prestaties. Wij spraken een hele tijd met deze man en deze wist ook te vertellen dat we bij Newgale nog een fikse heuvel zouden krijgen. Naar beneden. Dat was het goede nieuws. Het slechte nieuws was dat er aan de andere kant van Newgale dan weer een beklimming volgde. Niet zo steil, maar toch.

Cycling UK is een handelsnaam van de Cyclists’ Touring Club (CTC), een liefdadigheidsinstelling die fietsers ondersteunt en het gebruik van de fiets promoot. Cycling UK staat bij de Britse kamer van koophandel (Companies House) geregistreerd als ‘Cyclists’ Touring Club’ en valt onder het ondernemingsrecht. De organisatie zet zich op zowel nationaal als lokaal niveau in om te lobbyen voor de behoeften en wensen van fietsers, verleent diensten aan leden en organiseert lokale groepen voor lokaal activisme en liefhebbers van recreatief fietsen. De oorspronkelijke ‘Cyclists’ Touring Club’ werd opgericht in de 19e eeuw met een focus op fietstoerisme, maar heeft tegenwoordig een veel breder interesseveld dat ook functioneel fietsen, woon-werkverkeer per fiets en vele vormen van recreatief fietsen omvat.

Inmiddels was voor ons wel vast komen te staan dat we vandaag in ieder geval tot voorbij Newgale zouden proberen te fietsen. Om ’s ochtends meteen aan zo’n draak van een helling te beginnen, zelfs al was het naar beneden zagen we niet zitten. Harry was hartstikke blij toen bleek dat de fietser waar we mee stonden te praten een mede lid van de CTC bleek te zijn. Zoveel Engelsen zijn geen lid van deze vereniging dus zoveel kans om een ander lid tegen te komen heb je niet. Na een kwartiertje zei hij ons gedag en liet ons meteen de achterkant van zijn zadeltje zien. Voor we het goed en wel doorhadden was hij uit het zicht verdwenen.

Het was waarschijnlijk naar aanleiding van het gesprekje daar in Wales dat ik – toen we eenmaal weer terug in Nederland waren – lid van de CTC ben geworden. De veronderstelling was dat een lidmaatschap van deze vereniging een groot voordeel zou zijn bij volgende fietstochten in het Verenigd Koninkrijk. Deze veronderstelling was iets te naïef. Ze hadden weliswaar een mooi tijdschrift, maar na een aantal jaren heb ik het lidmaatschap laten vervallen…

Niet veel later stonden we dus voor de afdaling bij Newgale. Dat was wel even slikken. Boven aan de helling stond een bordje met 12%! Dat lijkt niet zo steil, maar toch mochten er al geen vrachtwagens en personen auto’s met caravans langs deze weg meer. Langzaam, zeer langzaam lieten we ons naar beneden rollen. Al vanaf de top van de heuvel zagen we de zee beneden ons en we wisten dat we tot op dat niveau af zouden moeten dalen. We zagen dus wel onze eindbestemming maar niet welke route de weg volgde om daar te komen.

Zo af en toe heb ik het gevoel dat ik graag wil dat er een aantal posts in concept klaar staan. Ik had bij de dag na deze fietsdag bedacht dat een afbeelding van het hoogteprofiel van de rit iets zou toevoegen. Toen ik dat eenmaal uitgedokterd had vond ik het natuurlijk ook interessant om van deze (dus de voorgaande) dag een dergelijke afbeelding te maken. De Y-as geeft een hoogteverschil van 140 meter. Dat lukte me!

Deze helling viel in drie stukken uiteen. Zoals al gezegd, het eerste deel was 12%. De volgende twee delen waren zelfs 16%! We waren bovenaan al begonnen met remmen. Bij het tweede stuk besloot ik al snel te gaan lopen. Ondanks alle pogingen die ik deed dreigde de snelheid steeds verder op te lopen. Met behulp van de rem en beide voeten heb ik mijn fiets tot stilstand gebracht en ben ik een stuk gaan lopen. Pas toen ik kon zien hoe de weg verder liep ben ik weer gaan fietsen. Zo hadden we in een paar uur tijd één helling van 11%, 4 hellingen van 12% en twee hellingen van 16% voor onze kiezen gehad. Eigenlijk vonden wij dat wel voldoende…

Beneden aangekomen reden we zo ongeveer op het strand. We kwamen op een brede weg met aan de rechterkant het strand en de zee en aan de linkerkant een kleine promenade. Harry was op zijn fiets blijven zitten en was dus als eerste beneden aangekomen. Daar zocht hij alvast een terrasje op en wachtte hij tot ik er ook was. Nadat ik me bij hem gevoegd had liepen we het cafeetje binnen en dronken daar wat. We hadden echt even tijd nodig om onze knikkende knieën weer in bedwang te krijgen.

Een twintigtal minuten later hervatten we ons fietstochtje weer. De boulevard langs de kust was niet meer dan één kilometer lang. Daarna mochten we weer terug naar het plateau waar we vandaan gekomen waren. De weg liep hier niet zo steil omhoog maar het scheelde niet veel. Het grootste voordeel was dat we niet helemaal zo hoog hoefden te klimmen als het plateau voor Newgale. Toch werd het een vrij lange wandeling want het aantal stopjes nam schrikbarend grote vormen aan.

Wat waren wij blij dat we boven waren. En dat we dit niet voor de volgende dag bewaard hadden. We konden nu gelukkig weer wel fietsen en bereikten al vrij snel het plaatsje Roch. We fietsten er doorheen en zagen een vijfhonderd meter buiten het dorp een camping. Kwam dat even mooi uit. Ook nu waren alle formaliteiten snel geregeld en konden we onze tenten opbouwen. Deze keer viel er niet veel te kiezen. De ‘camping’ was letterlijk niet meer dan een heel groot grasveld, zonder beschutting eromheen. Het maakte dus niet veel uit waar we gingen staan.

Onder een nog steeds behoorlijk warme zon bouwden wij onze tenten op. Daarna was het de hoogste tijd om onze voorraden aan te vullen. We fietsten terug naar Roch en kochten daar wat brood en beleg. Dit was voor de volgende ochtend bedoeld want nadat we deze boodschappen gedaan hadden togen we naar het meest dichtbij zijnde restaurant. Dit was nou geen typisch Engels restaurantje. Bij binnenkomst bleek het meer op een chinees restaurant. Wat het uiteindelijk ook bleek te zijn. Alleen hadden zij zich danig aangepast aan de plaatselijke cultuur. We bestelden een kop soep en friet met een hamburger. Voor het eerst tijdens deze fietstocht genoot Harry van een ‘pint’ bier. Ikzelf stelde me tevreden met een ‘pint’ cola light.

De maaltijd smaakte ons goed en terwijl we zo zaten te eten werd er ook weer naarstig in het reisverslag gewerkt. Het eten beviel ons beiden zeer goed en zeer verguld over de keuze die we gemaakt hadden fietsten we anderhalf uur later terug naar onze camping. Eenmaal terug in de tent stortte ik mij met volle overgave op mijn leesboek. Al snel werd het te donker om nog goed te kunnen lezen en dus draaide ik mij om op mijn andere zijde. Niet veel later sliep ik in…

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.

Vorige post Volgende post