Denkend aan Dublin zie ik grote massa’s mensen…

Datum: maandag 16 augustus 1999.
Afgelegde route: Shankill → Carricmines → Killiney → Stillorgan → Dublin → Stillorgan → Killiney → Carricmines → Shankill (deze dag alleen met de bus gereisd en wat gewandeld).
Gefietste afstand: Vandaag niet gefietst.

Vandaag hebben we ons maar eens schandalig lang uitgeslapen. Wel tot kwart voor negen. En dat tijdens de vakantie. We troffen de nodige voorbereidingen om vandaag naar Dublin te gaan. Daar hoorde ook bij dat we ons eens fatsoenlijk moesten douchen. En zo geschiedde het. We wandelden op het gemakje naar de bushalte en binnen enkele minuten kwam er een bus voorrijden. Na het nodige gedoe met wisselgeld mochten we aan boord stappen.

Ik klom gelijk naar het bovenste bordes van de bus. Met Harry in mijn spoor. Hij bleek niet zo gelukkig te zijn met mijn keuze van de bovenste verdieping, want hij vond dit wel een beetje eng. Wel kregen we op deze manier de meest spectaculaire vergezichten voorgeschoteld. De bus slingerde zich met een behoorlijke vaart en souplesse door het overige verkeer. Het is verbazingwekkend hoe deze logge monsters toch overal hun weg weten te vinden. Wat Harry het meest opviel was de overbodige groei van yucca’s in de tuinen. Werkelijk overal zag je deze planten hier. Vooral buiten bij mensen in de tuin. En dan niet van die kleine exemplaren. Er stonden echt planten bij die tot boven de dakgoten van de huizen uitstaken. Dat was wel heel erg mooi.

Tegelijk was dit een mooie aanwijzing voor de veronderstelling dat het klimaat hier redelijk gematigd moet zijn. Waarschijnlijk iets met de Golfstroom? Gaandeweg bleek zelfs dat de N-11 ons nog wel eens de nodige problemen op zou kunnen opleveren voor wat betreft het vervolg van onze fietstocht. Het grootste deel van de rit naar het centrum van Dublin ging namelijk over deze weg. Het bleek dat zelfs Shankill tot het grootstedelijke ‘Dublin’ gebied behoorde. Ondanks het feit dat we dus vlak bij Dublin zaten duurde het ritje naar het centrum van deze stad bijna een uur. Dublin bleek dus iets groter te zijn dan we hadden aangenomen.

Ha’penny Bridge over de Liffey in het centrum van Dublin.

Het leek wel een verdoolde bus zoals deze zich, in onze ogen zonder enig doel, door de straten van Dublin slingerden. Tenslotte stopte de bus aan Eden Quay aan de oevers van de rivier de Liffey, die dwars door Dublin stroomt. Dit was tevens het eindstation van onze busreis. Het duurde even voordat dit tot de meeste passagiers was doorgedrongen. Langzaam, erg langzaam liep de bus leeg en ook wij begaven ons naar de uitgang. Buiten aangekomen kostte het ons de nodige moeite om te bepalen waarheen wij zouden wandelen. Tenslotte liepen wij maar gewoon met de rest van de buspassagiers mee. Zoals het er nu uitzag zaten we midden in Dublin en aangezien wij daar heg nog steg kenden maakte het in principe niet uit of wij nou linksom of rechtsom gingen.

De Liffey is een rivier in het oosten van Ierland. De Liffey stroomt vanuit de Wicklow Mountains naar het westen, dan noordoost door Dublin en mondt uit in de Baai van Dublin. De rivier heeft een lengte van 80 kilometer. De Liffey is een belangrijke rivier in Dublin, in vroeger dagen was de rivier dé manier om in de stad te komen. Tegenwoordig is de stad afgesloten voor het zware scheepvaartverkeer en kan men de bruggen van de Liffey bij nacht verlicht bewonderen. De beroemdste brug over de Liffey is de Ha’penny Bridge, de brug waarop tot 1919 een halve penny (vandaar de naam) tol betaald moest worden. Bron: Wikipedia.

Onze schreden voerden ons naar O’Connell Street. Nou zei ons dit niet zoveel maar al snel werd duidelijk dat dit ‘dead centre’ Dublin moest zijn. Het was volgens mij een van de grootste winkelstraten die Dublin telde. Wij wandelden langzaam door de straat, vastbesloten zoveel mogelijk van deze stad in ons op te nemen. Zoveel mogelijk van de sfeer van deze stad te proeven. We kwamen ogen en oren te kort. Overal om ons heen was wel wat te zien en te horen.

O’Connell Street (Iers-Gaelisch: Sráid Uí Chonaill). Een verdere uitleg over deze straat is in het gekleurde blokje hieronder te lezen. Het zal dan ook duidelijk worden dat in Ierland de politiek en de geschiedenis in vrijwel alle situaties steeds dichtbij zijn.
O’Connell Street is een verkeersader en winkelstraat in het centrum van de Ierse hoofdstad Dublin. De straat is, met een breedte tussen 46 en 49 meter, een van de breedste in Europa. Voorheen heette de straat Sackville Street, maar in 1924 werd hij omgedoopt, om daarmee de 19e-eeuwse Ierse nationalistische leider Daniel O’Connell te eren. Zijn standbeeld staat aan het begin van de straat, tegenover de eveneens naar hem genoemde brug over de rivier de Liffey. O’Connell Street is een drukke winkelstraat en wandelpromenade met veel allure en doet enigszins denken aan de Parijse Champs-Élysées, zij het, met een lengte van ongeveer 500 meter, op een kleinere schaal. Aan beide zijden bevindt zich een breed trottoir en in de middenberm is een wandelgebied gecreëerd. Hierop staan verschillende beelden van Ierse nationale figuren, van O’Connell zelf aan het begin tot een beeld van Charles Stewart Parnell aan het eind. Het meest opvallende beeld in de straat is The Spire, een 120 meter hoog kunstwerk dat in 2003 werd geplaatst op de plek waar zich voorheen Nelson’s Pillar bevond, een monument voor de Britse admiraal Horatio Nelson dat in 1966 door Republikeinse activisten werd opgeblazen. Ook het General Post Office (hoofdpostkantoor), het hoofdkwartier van An Post, maar tijdens de Paasopstand het hoofdkwartier van de opstandelingen, is een blikvanger in O’Connell Street. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw had de straat veel te lijden onder een slechte stadsplanning. Speculanten en projectontwikkelaars brachten veel schade toe aan de bestaande bebouwing en verschillende gebouwen uit de 19e en het begin van de 20e eeuw werden gesloopt om plaats te maken voor gokhallen, fastfoodrestaurants en goedkope winkels, waardoor de straat veel van zijn oude allure kwijtraakte. Aan het eind van de 20e en het begin van de 21e eeuw werd de stadsplanning van Dublin met vernieuwde energie ter hand genomen. Het aantal rijbanen werd teruggebracht van drie naar twee, de trottoirs werden verbreed, de standbeelden werden waar nodig gerestaureerd en de stijl van het straatmeubilair werd aangepast. Om een herhaling van in het verleden gemaakte fouten te voorkomen, zijn door de gemeenteraad beschermende maatregelen getroffen. Bron: Wikipedia.

Nadat we de eerste indrukken hadden opgedaan en verwerkt keken we elkaar eens aan. Wat we tot nu toe van Dublin gezien hadden was tot nu toe niet echt spectaculair. Het was een grote, misschien wel een zeer grote, stad. Dientengevolge was er ook van alles te zien. Wat ons een beetje tegenviel was dat de stad – wat ons betreft – weinig eigen sfeer uitstraalde. Wat ons betreft had het een grote winkelstraat in elke willekeurige stad kunnen zijn. Het was allemaal wel groots maar niet bijzonder.

Onze eerste prioriteit gold een ontbijt. Nou was dat natuurlijk niet moeilijk te vinden. We vonden een restaurantje en vervolgens een tafeltje aan een raampje waar we de voorbij trekkende massa goed gade konden slaan. Daarnaast kreeg ik de gelegenheid om nog wat te schrijven. Nadat we het ontbijt hadden weggewerkt konden we er voorlopig wel een tijdje tegen. We gingen weer op pad en vervielen in onze rol van toerist. Onderweg deed Harry nog een aantal manmoedige pogingen om zijn gesneuvelde flesje Karl Lagerfeld eau de toilette te vervangen. En, geloof het of niet, ook hier had hij geen succes. Daar werd hij wel een beetje moedeloos van.

We wandelden langzaam richting de Temple Bar. Dit bleek de ‘artistieke’ wijk van het centrum van Dublin te zijn. Nou hadden wij daar niet speciaal iets te zoeken maar ik had, op een toeristisch plattegrondje dat we ergens opgeduikeld hadden, gezien dat vlak daarachter het Dublin Castle zat en het leek mij geen gek idee om daar toch een beetje meer de sfeer van de stad op te snuiven.

Zo rond de middag begon het ineens te plenzen. Wij zochten ergens beschutting. We hebben even onder de luifel van een kroeg gestaan maar na een paar minuten leek het ons beter om ergens binnen te gaan zitten. We staken de straat over en schoten daar een pub binnen. Hier dronken wij onze zoveelste cola light van de dag. Tevens kregen wij nu de kans om al dat overtollige vocht af te voeren. De bui was kort maar krachtig en al snel liepen we weer door de ‘streets of Dublin’.

Toen ik een flink aantal jaren jonger was, was ik een enorme fan van The Dubliners. In die tijd heb ik – als ze in Nederland waren – meerdere optredens van de band bezocht. Ik vond altijd dat Luke Kelly de meest karakteristieke stem van deze band had. Dat we nu in Dublin liepen was natuurlijk al geweldig, maar dat we liepen op de plek die in de songs van The Dubliners bezongen werd was natuurlijk het summum. Luke Kelly’s versie van ‘The foggy dew’ illusteert dit op een mooie manier.
En dit was slechts een klein gedeelte van datgene wat we aan konden schaffen. Allemaal met het logo van een bier dat ik niet echt een van de lekkerste vind…

We wandelden winkel na winkel binnen. Het aantal souvenirwinkels is hier echt gigantisch. En op het eerste oog lijkt het erop dat heel Ierland eigendom is van Guinness, het biermerk. Tachtig procent van alle souvenirs in de winkels draagt deze naam. En dat varieert van de onvermijdelijke T-shirts (minstens twintig verschillende), tot aan asbakken, bierpullen, petjes, sjaals en zelfs tin whistles en bodrans aan toe. Echt ongelofelijk. En vaak, in onze ogen dan, nog zeer smakeloos ook. Wij vroegen ons dan ook af of Ierland de buitenlandse bezoeker nog meer te bieden had dan alleen Guinness. De andere twintig procent van de souvenirs was ook niet veel soeps. Vooral veel kitsch. Uiteindelijk hebben we zelfs helemaal niets gekocht als aandenken aan Dublin. Terwijl Harry dat toch wel hoog op zijn lijstje had staan. En de fietsers, zij sjokten voort…

Op een gegeven ogenblik zagen we een paar platenzaken zitten. Dat trok meteen onze aandacht natuurlijk. Eenmaal binnen hebben we op het gemak een poosje staan snuffelen. Dit blijkt toch keer op keer een aangename bezigheid te zijn. Na een paar van deze winkels te hebben bezocht viel het ons wel op dat er hier op grote schaal, en blijkbaar zonder enig probleem, gehandeld werd in bootlegs. Dit zijn illegale (vaak live) opnames van (meestal grote) bands. Normaal gesproken gaat het als volgt in zijn werk: in het publiek staat iemand gewapend met een cassette recorder (een DCC of een DAT recorder tegenwoordig) en neemt het hele concert op. Het komt zelfs regelmatig voor dat ‘roadies’ hun geluid rechtstreeks uit de installatie halen. Op die manier krijg je natuurlijk kwalitatief behoorlijk goed geluid. Deze opnames worden daarna op bandjes gekopieerd en van een hoesje voorzien en vervolgens aan de man gebracht. In Dublin echter waren ze al een fikse stap verder en werden de opnames al op CD aangeboden. Dan blijft de kwaliteit van de opnames voor altijd bewaard. Verbaasd dat dit hier allemaal open en bloot te koop werd aangeboden bezochten wij de ene winkel na de andere.

Na zo een paar uur gewandeld te hebben zochten we even een terrasje op om te kunnen rusten. Men moet niet vergeten dat wij de hele dag op onze fietsschoentjes wandelden. In principe zijn het schoenen die bedoeld zijn om mee te fietsen en te wandelen maar dit laatste slechts in beperkte mate. We hadden een mooi plekje gevonden en konden precies zien wat er allemaal om ons heen gebeurde. We bestelden wat te drinken en een kop soep. Vooral de soep beviel ons zeer goed. Al met al hebben we wel een half uur hier op het terras  gezeten. Tijdens dit stopje merkten wij ineens op dat we tot dan toe nog geen echte boekenwinkels gezien hadden. Navraag bij een van de serveersters leerde ons dat een straat verderop Waterstones zou moeten zitten. Dat was nog eens goed nieuws.

Wij namen afscheid en wandelden in de aangeduide richting. Het kostte nog wel wat moeite maar al snel hadden we Waterstones gevonden. Nou zul je zeggen: ‘Wat Waterstones?’ In Engeland, en ook in Ierland, zijn dit zo ongeveer de beste boekenwinkels die je kunt vinden. Zij hebben een gigantisch assortiment en hebben steeds het nieuwste van het nieuwste in huis. Daarnaast zijn ze zeer goed gesorteerd zodat het ook niet moeilijk is om dingen terug te vinden en je niet eindeloos door zo’n winkel loopt te dwalen.

Al met al hadden ze hier ook weer veel te veel mooie dingen staan. Uiteindelijk kocht ik een viertal boeken van en over Tolkien. Harry wist zich iets meer in te houden en kocht slechts een tweetal boeken. Daarna gingen wij naar de overkant van de straat. Daar zat namelijk ook een hele grote boekenzaak. Al met al kwamen we vrij snel tot de conclusie dat deze boekenzaak bijna net zo goed was als Waterstones. Wij konden alleen niet goed indenken waarom twee van deze gigantische boekenwinkels recht tegenover elkaar zaten, in het hartje van Dublin. Zal wel aan ons liggen.

Hierna besloten we dat het tijd werd om langzamerhand terug te wandelen naar de bushalte. We waren gaandeweg toch een aardig eindje van ons beginpunt afgedwaald en moesten dat hele stuk toch weer terugwandelen. Met de plattegrond in de hand zetten we koers naar Eden Quay. Nog steeds bleef er voldoende te zien voor ons. Met name omdat we een andere route namen dan waarlangs we gekomen waren. Ik had het idee dat we bijna op de plaats waren waar we heen moesten toen we ineens een opvallende kroeg zagen.

Het was de pub van de ‘Judge Roy Bean’ keten. Het blijkt dat er een hele (internationale) keten is van pubs met dezelfde naam. Nou zou je die niet zomaar in het hartje van Dublin verwachten want deze ‘Judge Roy Bean’ was een vrij legendarisch figuur uit het wilde westen aan het einde van de vorige en begin van deze eeuw. Het was een, door zichzelf, benoemd rechter die de wet vooral gebruikte om er zelf beter van te worden. Daarnaast vergaarde hij bekendheid omdat hij een groot fan was van Lilly Langtrey. Die was destijds een filmdiva uit Engeland.

Judge Roy Bean in betere tijden. De foto is ingekleurd en scherper gemaakt met behulp van de online software van MyHeritage.

De idolatrie van Bean ging zelfs zover dat hij het plaatsje in Texas waar hij resideerde ‘Langtrey’ noemde. Bovendien was de plaatselijke kroeg rijkelijk versierd met afbeeldingen van haar. Het was dus wel een beetje vreemd om een pub met die naam in Dublin tegen te komen. Wat verder onze aandacht trok waren een aantal posters van de Grand Ole Opry die in de etalage hingen.

Ik weet dat de online software van MyHeritage niet alleen de mogelijkheid biedt om foto’s in de kleuren (die mogelijk gebruik ik regelmatig, zoals hierboven met de foto van Judge Roy Bean), maar ook de mogelijkheid heeft om foto’s te laten bewegen met behulp van AI. In dit geval heb ik een zwart/wit foto van Lilly Langtry eerst ingekleurd en ik heb haar vervolgens laten glimlachen. Ik kan me wel een klein beetje voorstellen waarom de oude Judge droomde van deze dame…
Phantly Roy Bean (Mason County (Kentucky), ca. 1825 – Langtry (Texas), 16 maart 1903), bijgenaamd Hanging Judge Roy Bean of ook The Law West of the Pecos, was een roemruchte figuur uit de begintijd van het Amerikaanse Wilde Westen. Geboren in Mason County, Kentucky, volgde hij op 15-jarige leeftijd zijn oudere broers naar New Mexico en later Californië. Onder protectie van zijn broer Sam, de eerste burgemeester van San Diego begon hij een bar, maar hield zich vooral bezig met gokken en duelleren. Nadat hij een man had gedood en een ander verwond werd hij gearresteerd, maar hij wist te ontkomen en vluchtte terug naar New Mexico, waar zijn andere broer Joshua inmiddels sheriff was geworden. Vervolgens trok hij naar San Antonio, werd saloonhouder en stichtte een gezin. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog hield hij zich in leven met wapensmokkel, en na deze oorlog met zwendel, zoals het verkopen van met water aangelengde melk. Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, trok hij met de spoorweg mee naar het verre westen, dwars door de Chihuahuawoestijn en sloeg (letterlijk) zijn tenten op in een nederzetting ten noorden van de Rio Grande, die Langtry werd genoemd. Hij verkocht daar whisky, maar toen men iemand zocht om het recht te handhaven koos men hem tot ‘vrederechter’. Sindsdien sprak hij recht vanuit zijn saloon. Hij bouwde er een bizarre reputatie op als rechter die vonnissen uitsprak om zijn eigen zak te spekken. Treinreizigers waren een geliefd doelwit. Als zij in zijn saloon een consumptie namen om te wachten tot de trein weer vertrok, ‘vergat’ hij steevast hun wisselgeld. Probeerden zij te reclameren, dan zocht hij in zijn wetboek een onbekend artikel om hen een boete op te leggen gelijk aan het wisselgeld. Roy Bean staat bekend als de ‘Hangin’ Judge’ vanwege zijn vele veroordelingen tot de strop, maar dat schijnt eerder legende dan waarheid te zijn. Volgens sommige bronnen was die titel voorbehouden aan ene Isaac Parker uit Arkansas, die 172 doodvonnissen uitsprak en er daarvan 88 zelf uitvoerde. De auteur Jack Skiles zegt in zijn boek ‘Judge Roy Bean Country’ zelfs, dat er geen bewijs is dat Roy Bean ooit een doodvonnis ten uitvoer bracht. Ondanks zijn discutabele reputatie werd Roy Bean vele malen herkozen als rechter, ‘the Law West of the Pecos’. Toen Bean zich vestigde in het dorpje Langtry, vernoemd naar een Amerikaanse ingenieur van Southern Pacific Railroad, en er een saloon bouwde noemde hij deze de Jersey Lilly, naar de Engelse actrice Lillie Langtry. Hij beloofde de dorpelingen dat Langtry op bezoek zou komen en schreef haar veel brieven. Uit erkentelijkheid zou ze hem twee pistolen hebben gestuurd. Toen Langtry uiteindelijk besloot, onderweg van New Orleans naar San Francisco, om Bean op te zoeken, bleek hij tien maanden daarvoor te zijn overleden.
Lang geleden, in de nazomer van 1979, was ik op vakantie in onder andere Texas. Tijdens die reis ben ik ook het stadje van Judge Roy Bean geweest. Daar maakte ik deze foto die nog altijd ergens bij ons in huis aan de muur hangt…

Wij konden de verleiding niet weerstaan en gingen even naar binnen. Daar bestelden wij wat te drinken en vroegen maar meteen hoe dat zat met Judge Roy Bean. Bleek de eigenaar van de kroeg ooit op bezoek geweest te zijn in Texas en had hij daar de voormalige kroeg van Judge Roy Bean gezien. Hij vond het blijkbaar wel leuk om zijn pub, in Ierland, die naam te geven. Aan de wanden hingen allerlei foto’s die de man in Amerika gemaakt had. Vooral van Indianen. Al met al was dit een leuk stopje.

Hierna ging het onvermijdelijk weer richting bushalte. Hier hadden we een beetje geluk. Vlak nadat we de kroeg van Judge Roy Bean verlaten hadden zagen we een bushalte. We waren nog lang niet aan Eden Quay maar een blik op de route leerde ons dat deze bus ook naar Shankill ging. Het was trouwens lijn 44, dezelfde als die waarmee we gekomen waren. Daarnaast stopten er aan deze halte nog een aantal andere bussen. De bus die we moesten hebben reed net voor onze neus weg.

Er zat dus niets anders op dan te wachten. Maar, het is vakantie dus wie kan het wat schelen. De halte bevond zich vlakbij de grote winkelstraten en traag kwamen hele drommen mensen voorbij geschuifeld. Dit schouwspel kon ons urenlang blijven boeien. Je ziet allerlei mensen voorbij komen. Vooral als ze denken dat niemand ze ziet vertonen ze allerlei eigenaardigheden. Fascinerend.

Tegen de tijd dat lijn 44 weer aan de halte verscheen was het aantal passagiers zo groot geworden dat we nog maar net een plaatsje aan boord konden bemachtigen. Deze keer hadden we weinig problemen meer met het wisselgeld. De bus nam dezelfde weg terug die deze ook gekomen was. Vanzelfsprekend. Er valt dan niet veel meer te melden over deze rit. Een dik uur later waren we weer terug in Shankill.

We stapten uit bij de winkeltjes, een halve kilometer voor de camping, en liepen een supermarktje binnen voor ons avondeten. Gewapend met een half brood, wat beleg en twee halve liters cola keerden we terug op de camping. Hier eigenden we onszelf een picknick tafel toe en parkeerden die tussen onze twee tentjes in. We aten op ons gemak het brood en bijbehorende beleg op en gingen daarna wat zitten lezen.

We waren allebei voornemens om de volgende dag op tijd op te breken en verder te trekken. Daarom leek het ons verstandig om vandaag nog te gaan douchen. Ik ging als eerste en daarna volgde Harry mijn voorbeeld. Om te kunnen douchen had je een munt nodig. Toen Harry terugkwam van zijn stortbad had hij het muntje nog bij zich. Er lag op één van de meters nog een muntje en dit had hij gauw gebruikt. Zo had hij mooi gratis gedoucht. Wat hij daarbij natuurlijk uit het oog verloor was dat hij toch £ 0,50 betaald had voor het douche-muntje die hij nu nog in zijn broekzak had. Zolang hij die niet inleverde kostte hem deze munt nog altijd geld…

We hadden echt zin om te gaan proberen in Ierland te gaan fietsen. We wilden de volgende dag dan ook op tijd op. Daarom was het dan ook niet verwonderlijk dat we ook op tijd onze tentjes indoken.

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.

Vorige post Volgende post