All’s well that ends well…
Afgelegde route: Camping near Roch → Simpson Cross → Keeston → Pelcomb Cross → Haverfordwest → Narberth → Robeston Wathen → Llanddewi → Lampeter Velfrey → Whatland → Pwll Trap → St. Clears → Carmarthen → Abergwili → Nantgaredig → Camping near Broad Oak.
Gefietste afstand: 84,2 kilometer ♦ gemiddelde snelheid: 18,3 kilometer per uur ♦ fietstijd: 4 uur, 36 minuten, 51 seconden ♦ totaal afgelegde afstand: 651,9 kilometer ♦ maximale snelheid: deze dag niet vastgelegd.

De volgende ochtend waren we zo rond onze ‘normale’ tijd weer op, dat wil zeggen zo rond 08:30 uur. Harry moest eigenlijk heel erg naar het toilet maar deze waren allemaal bezet. Het duurde, in zijn beleving, een eeuwigheid voordat hij eindelijk de gelegenheid kreeg zijn blaas te legen. We constateerden dat onze tentjes nog redelijk vochtig waren van de ochtenddauw en besloten deze eerst maar eens een kans te geven om op te drogen. In de tussentijd legden we beslag op de enige picknicktafel die de camping rijk was. Deze hoorde bij de woning van de camping beheerders maar wij hoopten maar dat ze geen bezwaar zouden maken. Hier verdween in de loop van het volgende half uur een half brood bij de twee aspirant fietsers. Alle overblijfselen van de maaltijd werden netjes in de daarvoor bestemde kliko’s gedeponeerd.
Hierna volgde het dagelijkse ritueel van de tenten afbreken weer. Binnen het uur waren we klaar om te vertrekken. Een laatste blik op onze camping en weg waren we weer, op weg naar Haverfordwest. Dit was ons eerste doel voor de dag. Deze plaats was ongeveer tien kilometer verwijderd van de stek waar wij de afgelopen nacht gekampeerd hadden. Tot Haverfordwest zouden wij ook op een relatief kleine weg blijven fietsen. En hoe kleiner de wegen hoe meer moeite je moet doen per af te leggen kilometer. Na Haverfordwest zouden we de A40 oppakken. Daar zouden wij minstens twee dagen op blijven fietsen en deze weg zou ons door de grootste bergketens voeren die Wales rijk is.
De eerste tien kilometers bleken dan ook allesbehalve gemakkelijk te zijn. Eigenlijk gewoon een vervolg van de dag van gisteren maar dan zonder die uitzonderlijke afdalingen. De klim net voor Pelcomb Cross was echt pittig. Toch bereikten we Haverfordwest vrij snel en daar pikten we de A40 op. Onze gids voor de komende dagen.

Ondanks het feit dat we ons nu op een behoorlijk grote weg bevonden begon het terrein ons nu meer in meer tegen te werken. Het bleef dus flink buffelen voor iedere kilometer die je wilde fietsen. Om Haverfordwest uit te komen moesten we al flink klimmen. Het goede nieuws was dat we beiden fietsend boven wisten te komen. Het ‘slechte’ nieuws was dat we in deze ene klim verschillende keren halt moesten houden om de benen rust te gunnen en de ademhaling weer normaal te laten worden. Ik merkte wel degelijk dat ik weer de beschikking had over al mijn versnellingen. Meestal was Harry nog wel ver voor mij aan boven maar ik hoefde in ieder geval niet meer te lopen. Daarnaast bleek dat Harry, zelfs nu ik mijn kleine versnellinkjes tot mijn beschikking had, nog veel kleiner kon schakelen dan dat ik dat kon. Wel kwam het weer een paar keer voor dat Harry in het begin van de klim vrij vlot van mij wegreed. Bleek het dan een vrij lange klim te zijn dan kwam ik geleidelijk aan toch weer vlak achter hem te rijden. Bij één van de vele afdalingen die we op zo’n dag voor de wielen kregen gebeurde er iets leuks. Voor mij dan.

Harry reed dus weer eens voor mij aan. Daarna begonnen we aan de afdaling. Normaal laat Harry zijn fiets gewoon naar beneden rollen. Als hij wat leuks ziet onderweg is hij zelfs in staat om voorzichtig in de remmen te knijpen. Omdat ik ten eerste minder wind vang en omdat ik meer massa naar beneden kan laten vallen haal ik hem regelmatig in. Deze keer zag Harry geen enkele aanleiding om rustig aan te doen. Als een meteoriet liet hij zich het dal in storten. Maar ik deed niet voor hem onder. Met een bloedstollende snelheid denderde ik achter hem aan. De afstand tussen ons beiden werd alras kleiner. Op een gegeven moment kwam ik Harry toch met behoorlijke snelheid voorbij vliegen. Een hartgrondige ‘shit!’ van de kant van mijn fietsmaat deed vermoeden dat hij er echt moeite voor had gedaan om niet door mij ingehaald te worden. Toen ik hem naderhand hiernaar vroeg bevestigde hij dat hij daar op dat moment flink van gebaald had. Maar het is tussen ons nooit echt een wedstrijd. Hoogstens delen we onderweg plaagstoten uit naar elkaar. En soms heeft de ene daar plezier aan en dan weer de ander.
Nadat we Haverfordwest verlaten hadden werd de weg toch niet echt veel gemakkelijker. Als je daarbij nog eens bedenkt dat het een prachtige zonovergoten dag was kun je je indenken dat we fiks afgezien hebben. En toch vonden we het niet erg. We zweetten beiden als otters. Harry ging op dit moment als een speer en langzamerhand verloor ik hem uit het oog. Bij bergop rijden is het erg belangrijk dat je gewoon je eigen tempo aanhoudt. Probeer je het tempo van iemand anders te volgen dan is de kans levensgroot dat je de benen ‘opblaast’ en na verloop van tijd helemaal niet meer vooruit komt.
Harry verdween dus langzaam, maar zeer zeker, uit beeld. Ik vond dat op zich niet erg want ik had zelf het idee dat ik best lekker fietste. Alleen wat minder snel dan mijn fietsmaatje. Ik zag hem wel een paar keer voor mij uit fietsen. Hij had het ook zwaar en moest ook regelmatig stoppen om het lichaam wat bij te laten komen. Daar putte ik hoop uit en zette extra aan om de kloof tussen ons te verkleinen. Als Harry mij dan zag aankomen besloot hij maar weer eens op de fiets te stappen zodat al mijn energie niks opleverde. Zeer frustrerend, dat moet ik zeggen.

Langzaam maar zeker naderden we Robeston Wathen, een van de zovele dorpjes op onze tocht. Harry was daar ver voor mij uit. Tegen de tijd dat ik bij hem aankwam had hij een terrasje gezocht en twee glazen cola light gekocht. Deze dronken we op het gemak op en gingen daarna gewoon weer verder. We lieten Robeston Wathen dus achter ons. Ik had last gekregen van mijn lies. Ik had door het voortdurend schuren van mijn fietsbroek een hele schrale plek in mijn lies gekregen die me behoorlijk veel ongemak bezorgde. In een van de vele winkeltjes die we onderweg passeerden kocht ik een potje vaseline. Niet veel verderop vond ik een rustig en afgelegen plekje waar ik mijn lies in kon smeren en zodoende wat verlichting brengen.
Zo langzamerhand leek het er ook op alsof we het zware deel van de tocht een beetje achter ons hadden gelaten. Dit had als nadeel dat het landschap niet meer zo spectaculair was. Het zwaarste landschap waar je doorheen fiets biedt ook meestal de meest fascinerende vergezichten. Het was inmiddels ook al ver in de middag en we naderden Carmarthen. Volgens onze kaart zat er daar een camping. We wilden bij het TIC gaan checken of er verderop, richting Llandeilo, nog meer campings zaten of dat we het beste hier halt konden houden. Alles liep eigenlijk volgens schema. We waren zelfs zo vroeg in Carmarthen dat we nog konden overwegen om een stukje door te fietsen. Onze lichamen waren wel moe maar toch nog niet doodop.
We reden Carmarthen in en volgden de bordjes voor het TIC. Deze brachten ons alras in verwarring. Ze schenen namelijk rechtstreeks naar het meest dichtbij zijnde winkelcentrum te leiden. Navraag bij een parkeerwacht die zijn ronde aan het lopen was leerde dat het TIC aan de andere kant van het winkelcentrum moest zitten. De man was werkelijk allervriendelijkst en liep zelfs een heel eind met ons mee om ons de goede weg te wijzen.
In het TIC aangekomen wachtten we netjes op onze beurt. Het was er niet al te druk en we waren spoedig aan de beurt. We vroegen naar de snelste manier om bij de camping te komen die op onze kaart stond aangegeven. Men wist echter niet welke camping we bedoelden. Er waren twee medewerksters in dit TIC werkzaam, een jonge meid en een wat oudere dame. De oudere dame wist ons te vertellen dat er wel een camping zat op de weg naar Swansea. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat we op weg waren naar Llandeilo, met de fiets, en dat het dus geen verstandige keuze zou zijn om eerst een stuk richting Swansea te rijden. Een stuk dat we ook dezelfde dag terug zouden moeten rijden.
En het was ook een fiks eind de verkeerde kant uit. De dame in kwestie scheen werkelijk niet te begrijpen wat ik bedoelde. Wij wilden een camping en er lag er één op weg naar Swansea. Nou, wat wil je dan nog meer? Harry was ondertussen met het jongere meisje in gesprek geraakt. Ik gaf de moed op bij haar collega, die prompt de hele zaak vergat. Het ietwat jongere meisje haalde er wel een hele hoop informatie bij maar kwam er ook niet uit. Daar kwam nog bij dat haar collega haar verschillende keren in vloeiend Welsh iets zei. Ik kreeg het ongemakkelijke idee dat haar op niet mis te verstande wijze duidelijk werd gemaakt om niet teveel tijd aan ons te verspillen.
De jongedame kon ook niet op eigen inzicht vertrouwen want zij bleek zelf uit de buurt van Swansea te komen, zo’n 40 mijl verderop! Nou vraag ik je! Dat doe je toch niet, iemand in een VVV kantoor laten werken die zelf zestig kilometer verderop woont! Al met al duurde het een hele tijd voordat wij ons bij de onvermijdelijke nederlaag neerlegden. Na drie kwartier stapten we weer naar buiten. Zonder ook maar iets wijzer te zijn geworden. Ja, er zat een camping op weg naar Llandeilo. Ik was witheet! Echt woedend. Dat men in een VVV niet weet is nog tot daar aan toe. Dat men dan vervolgens maar van het standpunt uitgaat dat je klanten dus maar moeten afgaan op de informatie die je wel hebt is belachelijk.
Als ik in een dergelijke functie zou werken zou ik het niet kunnen verkroppen dat er een camping op de kaart stond aangegeven, hemelsbreed niet meer dan vijf kilometer vanaf de standplaats waar ik moest werken. Ik zou dan alles op alles zetten om uit te vinden waar deze camping precies zat en waarom ik niet wist dat deze daar zat. De taak van dergelijke mensen is toch immers om de toeristen ZO GOED MOGELIJK van informatie te voorzien.
Eenmaal buiten overlegden we over wat ons nu te doen stond. Volgens de informatie die we gekregen hadden zat er geen enkele camping meer op weg naar Llandeilo. Er zat er wel één vlak achter deze plaats, volgens onze kaart dan alweer, maar dat was ons eigenlijk toch iets te ver voor vandaag. Harry had een lijstje mee gekregen met een aantal BED & BREAKFAST adressen in de omgeving. We besloten dan ook om gewoon richting Llandeilo te fietsen en maar te kijken of we een BED & BREAKFAST konden vinden. Ik was nog steeds witheet.
Terug bij de fietsen keerden we onze stuurtjes terug naar de rotonde die we gepasseerd hadden bij het binnenrijden van Carmarthen. Daar aangekomen vervolgden we onze weg over de A-40. Het was een hele toer om Carmarthen uit te komen. Ten eerste was het tegen vijf uur geworden, net spitsuur. Het verkeer zat hier, net als in Nederland, met grote regelmaat vast. Daarnaast moesten we weer fiks klimmen. Wij reden steevast in oostelijke richting. Aan de rand van de stad zat een tankstation en ik stuurde daar de inrit op. Harry vroeg me of ik al gekalmeerd was. Nee, dus. We liepen naar binnen en vroegen of iemand van het aanwezige personeel wist waar de dichtstbij zijnde camping lag.
Ook nu kregen we geen bevestigend antwoord. Toen we daarop zeiden dat er op onze kaart wel een camping vermeld stond keek men aanvankelijk heel erg verbaasd. Ik haalde de kaart tevoorschijn. Daar kon men niet veel mee en binnen een mum van tijd had de beheerder van het tankstation een berg kaarten tevoorschijn gehaald. Allemaal op veel grotere schaal. Daaruit bleek dat er wel degelijk een camping moest zitten. Zoals zij zelf zeiden: ‘in de oude loodmijnen’. Op een drietal andere kaarten stond namelijk deze camping ook aangegeven.
Om daar te komen zouden wij weer terug moeten naar het centrum van Carmarthen, waar wij net met redelijk veel moeite uitgeklommen waren. Dan de brug over. Vervolgens was het nog een mijl of drie tot vier. Verderop aan de A-40 zat geen enkele camping meer. Voor Llandeilo althans. Eén van de andere werknemers, iemand uit Abergwilli, werd erbij gehaald vanwege zijn kennis van de omgeving maar ook hij moest ons teleurstellen. Wel wist men ons te vertellen dat de weg naar Llandeilo zeer goed te fietsen was. Volgens de heren was de weg hartstikke vlak. In Groot Brittannië altijd een zeer rekbaar begrip. Omdat wij geen enkele behoefte hadden om weer door het centrum van Carmarthen te fietsen besloten we om ons aan het oorspronkelijke plan te houden en maar te zien waar we een BED & BREAKFAST zouden kunnen vinden. We hielden deze optie in gedachten als laatste mogelijkheid. Daarnaast was Llandeilo niet meer dan vijftien mijl verderop langs de weg. En daar vlakbij lag ook weer een camping…
We pakten de fietsen weer en begonnen weer te trappen. Het was inmiddels al wel ruim na halfzes. En we wisten dat we niet meer dan een mijl of tien per uur zouden fietsen. Dat had het verleden ruimschoots aangetoond. Indien we door zouden moeten fietsen zouden we al snel anderhalf tot twee uur nodig hebben om Llandeilo te bereiken. Als de weg een beetje tegenzat nog wel meer. En zo rond acht uur, halfnegen, begint het hier donker te worden. Daar baalde ik nog het meeste van.
Wij hadden zelf al geconstateerd dat de streek niet al te dik bezaaid was met campings. We hadden onze planning erop aangepast. Ruimschoots op tijd waren we aangekomen in Carmarthen, waar volgens onze informatie een camping zou moeten zitten. Eigenlijk verliep alles perfect. Alleen het feit dat men bij het TIC zijn zaakjes niet voor elkaar had leidde ertoe dat we tot diep in de avond zouden moeten fietsen. Terwijl ik van mening ben dat het juist zaak is dat men bij het TIC dit soort informatie tot zijn beschikking heeft.
Kortom, ik had er goed de smoor in. En dat werd er al fietsend niet echt beter op. Onze weg voerde ons met regelmaat langs, en soms door, grotere en minder grote plaatsen. We keken beiden gespannen of we ergens een bordje voor een BED & BREAKFAST zagen. Maar hoe we ook keken, geen BED & BREAKFAST! En dat terwijl je overal doodgegooid wordt met dat soort bordjes. Behalve als je ernaar op zoek bent.
De stemming was nog verre van ideaal, bij mij althans. Ondanks dat reden we door een hartstikke mooi landschap. Vooral Harry had hiervoor nog oog. Ik allang niet meer. Ik keek vooral uit naar bordjes met daarop de mededeling BED & BREAKFAST. Wel zagen we op een gegeven moment een bordje voor een makelaarskantoor. Vanaf een afstandje leek dit heel erg veelbelovend maar naarmate we dichterbij kwamen vervaagde onze hoop al snel. Zo fietsten we kilometer na kilometer verder. Op een gegeven moment wees Harry mij weer eens, met een weids gebaar, op het fraaie landschap waar wij doorheen fietsten. ‘Niet kijken. Fietsen!’, beet ik hem niet al te vriendelijk toe. Ook Harry was inmiddels redelijk kort van stof en hij kneep ogenblikkelijk in de remmen. Deze werkten voortreffelijk en ik moest de grootste moeite doen om hem te ontwijken. Je kan normaliter veel tegen de Vogel zeggen, maar dit pikte hij niet van mij (en terecht moet ik wel zeggen, hij kon ook geen bal doen aan de situatie waarin wij verkeerden. Op dat moment was ik allesbehalve redelijk en wilde ik dat niet inzien.) Een paar minuten hebben we fiks op elkaar staan schelden en vlogen de verwensingen over en weer.

Ik kreeg genoeg van deze scheldkanonnade en stapte weer op de fiets. Verwoed begon ik mijn pedalen rond te draaien, zonder me erom te bekommeren of Harry ook weer op de fiets stapte. Gelukkig was dat wel het geval. Geïnspireerd door mijn kwaadheid ontwikkelde ik een tempo dat ik de hele vakantie nog niet had weten te halen. Harry zal zich wel verwonderd afgevraagd hebben wat mij bezielde en volgde een stukje bedachtzamer in mijn spoor. Eén ding hadden we wel met elkaar gemeen: een hele poos hebben we allebei met allerlei doemscenario’s in ons hoofd rondgereden. We twijfelden er allebei aan of we nog door wilden gaan met de vakantie, op deze manier.
Ik hield dit wel een kilometer of vijf vol. De weg was, tot onze beider verbazing, inderdaad redelijk vlak dus veel moeite kostte het mij niet om zo door te stampen. Later op de dag zagen we dat deze weg vroeger nog een ‘Roman road’ is geweest. En je kunt zeggen van die oude Romeinen wat je wilt maar ze wisten wel hoe ze een weg vlak door het landschap moesten leggen. Dit hadden we enkele jaren geleden ook al geconstateerd toen we een hele dag de ‘Foss Way’ gefietst hebben. De prestatie van de Romeinse wegenbouwers was in dit geval nog veel groter omdat het landschap hier allesbehalve vlak was.
Op een gegeven ogenblik zag ik de oprit van een benzinestation naderen en ik besloot daar maar op mijn fietsmaatje te gaan wachten. Het benzine station was inmiddels al lang en breed verlaten en ik wachtte, in eenzaamheid, gelaten de komst van mijn fietsmaatje af. Harry liet behoorlijk lang op zich wachten. Blijkbaar had ik veel harder getrapt en had Harry voldoende stof tot nadenken gehad om het tempo bij hem er behoorlijk uit te halen. Het duurde zelfs zo lang dat ik al half en half van plan was om een stukje terug te fietsen toen ik tot mijn opluchting Harry, op zijn gemakje, de bocht om zag komen. Hij voegde zich bij me en we hebben een hele tijd staan discussiëren. Ik begon met hem mijn excuses aan te bieden want hij had absoluut niks verkeerd gedaan.
De ellende bij het TIC in Carmarthen had mijn humeur danig verziekt en ik had het mezelf alleen maar moeilijker gemaakt door daarover te blijven mokken. Harry had het enige juiste gedaan: hij had er zich overheen gezet en had gelaten de verandering in de planning aanvaard. Zoals gezegd hebben we echt een hele tijd staan praten. Geen van beiden wilden we dat de vakantie ter plekke op zou houden en eigenlijk was ik allesbehalve boos op de Vogel zelf. Gelukkig is hij niet haatdragend en kon hij zich zelfs nog wel voorstellen wat de oorzaak van mijn uitbarsting was geweest.
Al met al ging hier weer behoorlijk veel tijd mee verloren. En ondanks het feit dat we op vakantie waren was tijd een kostbare factor aan het worden. Inmiddels begon de dag al aardig te vorderen en het begon aan de einder zelfs al een beetje te schemeren. Opgelucht dat we de zaak uitgepraat hadden begonnen we weer te fietsen. We hadden een aardige afstand afgelegd vanaf Carmarthen en bevonden ons niet al te ver meer van Llandeilo. Als de nood aan de man kwam zouden we in deze plaats wel een BED & BREAKFAST vinden. We rekenden erop nog wel voor die tijd onderdak te scoren.

Normaal kom je in Groot Brittanië zo om de kilometer of mijl wel een bordje tegen met daarop BED & BREAKFAST. Nu wij echter naarstig op zoek waren naar zo´n uithangbord waren ze volstrekt onvindbaar. Pas op een kilometer of vijf voor Llandeilo zagen we het eerste bordje. Tot onze grote opluchting. Het was een vrijstaand huis, dicht aan de rand van de weg. Wij gingen op onderzoek uit en wij kregen van de ‘lady of the house’ een volledige ’tour du maison’. De prijs voor een overnachting lag ruim binnen ons budget en we besloten niet meer verder te fietsen op deze dag.
Wij werden meteen uitgenodigd om een kopje thee mee te gaan drinken. Eenmaal in de keuken aangekomen werden wij aan alle andere aanwezigen voorgesteld en achter een grote mok dampende thee gezet. Al snel raakten we in druk gesprek verwikkeld met onze gastheer en gastvrouw. Pas een vol uur later kregen we de kans om te zeggen dat wij onze spullen graag naar de kamer wilden brengen en dat we de fietsen achterom wilden rijden.
Nadat dit gedaan was werden alle tassen naar binnen gesjouwd en konden wij ons successievelijk douchen. Pas dan besef je hou luxe zo’n BED & BREAKFAST eigenlijk is. Zeker als we dat vergelijken met de situatie op veel van de campings die we tot dan toe gehad hebben. Ik ging als eerste onder de ‘showering inferno’ terwijl Harry even de inspanningen van de afgelopen dag van zich af liet glijden. Hierna stortte de Vogel zich onder het water terwijl ik me onledig hield met ons reisverslag. Dat is nog een groot voordeel van zo´n BED & BREAKFAST: je bent niet afhankelijk van het licht buiten. Ik heb zo´n half uurtje liggen pennen maar toen had ik ook hier genoeg van. Ik pakte mijn boek van Feist en begon verwoed te lezen. Harry was teruggekeerd en bezag vol verwondering waar ik me allemaal mee bezighield. Hij had nergens veel zin in, geloof ik. Hij keek het tenminste een tijdje aan, vouwde zijn handen devoot voor zijn buik en was bijna meteen vertrokken. Een kwartiertje lang bleef zijn zaagmachine de stilte verscheuren maar daarna werd het zeer rustig in de kamer. Alleen het geluid van de omslaande bladeren verstoorde de stilte. Tegen middernacht moest ik mezelf dwingen om mijn boek neer te leggen en zelf ook te gaan slapen. Om halfacht zou de wekker aflopen. Nog eens een uurtje later zou het ontbijt op ons staan wachten.

Facebook reacties