The heart of Wales…
Afgelegde route: Camping near Broad Oak → Pont-y-Bas → Llandeilo → Llanwrda → Llandovery → Cynghordy → Halfway → Llywel → Trecastle → Sennybridge → Defynog → Aberyscir → Llanspyddid → Brecon → Llandew → Felinfach → Bronllys → Three Cocks → Glasbury → Riverside Camping in Hay-on-Wye.
Gefietste afstand: 93,6 kilometer ♦ gemiddelde snelheid: 17,5 kilometer per uur ♦ fietstijd: 5 uur, 20 minuten, 19 seconden ♦ totaal afgelegde afstand: 745,5 kilometer ♦ maximale snelheid: deze dag niet vastgelegd.

Om 07:30 uur liep dus prompt de wekker af. En wij werden dus mooi op tijd wakker. Harry vond dat het tijd was om echt op te staan. Terwijl hij zijn persoonlijke hygiëne verzorgde besloot ik dat het goed zou zijn als ik me ook uit bed hees. Ik had nog steeds last van mijn lies en smeerde er wat vaseline op alvorens mijn fietsbroek aan te trekken. Al met al waren we toch wel een tijdje bezig alvorens we goed op gang kwamen. We pakten na verloop van tijd onze tassen en hingen ze weer aan de fiets. Hierna werd het de hoogste tijd voor ons ontbijt.
Ook nu hadden wij geen gebrek aan gesprekstof. Zo rond 10:00 uur hadden we ons ontbijt naar binnen gewerkt en was ook onze conversatie met onze B&B gastvrouw ook op een eind gelopen. We namen dan ook afscheid van onze gastheer en zijn vrouw en stapten daarna weer op de fietsen. Tot aan de Brecon Beacons zouden we de A40 kunnen blijven volgen.

Na een mijl of drie gefietst te hebben zagen we de afslag naar Llandeilo in beeld verschijnen. Ook deze dag was het weer geweldig en we hadden pas drie kwartier gefietst voordat we besloten bij een ‘Little Chef’ aan te leggen. Hier kochten we ons een grote cola de man en begonnen op ons gemakje een stuk van de krant te lezen. Bij het verlaten van het restaurant bleek dat we £ 3,30 moesten afrekenen. Omgerekend was dat zo’n ƒ 11,50. Dat vonden wij dusdanig belachelijk dat we ter plekke besloten om deze trip geen enkele keer meer bij zo’n tent aan zouden leggen.

Vanaf het begin van de dag had de weg ons gestaag naar een grotere hoogte gevoerd. Langzamerhand begonnen wij dat ook goed te merken. Bij Llandovery besloten we eerst een kopje soep te eten en dan pas verder te gaan. Het bleek een goede beslissing te zijn. Ten eerste smaakte de soep ons hartstikke goed en ten tweede begon de weg vlak na deze plaats pas echt goed te klimmen. Ook nu reden we op een weg die door de Romeinen was aangelegd. Gelukkig, mag ik wel zeggen. Zonder mankeren bleef de weg zo’n 6% tot 8% omhoog lopen. Dit was een percentage dat ons redelijk vlot afging. Althans, in het begin. We reden vlot door maar begonnen langzaam aan te merken dat naarmate we verder reden de kilometers toch wel begonnen te tellen. Bij iedere geschikte gelegenheid stopten we even om op adem te komen, onze benen rust te gunnen en van het uitzicht te genieten. We reden tussen de Black Mountains en de Bannau Brycheiniog (Brecon Beacons) in. In het begin staken de bergtoppen torenhoog boven de zwoegende fietsers uit. Langzamerhand staken de pieken een stuk minder hoog boven ons uit. Of wij reden minder laag. Aan de hand van de verschillende afslagen die we tegenkwamen volgden we onze vorderingen op de kaart. We kwamen trouwens in een uitgestrekt niemandsland terecht. Bij Trecastle stopten we maar weer eens een keertje om wat te drinken.
![]()
Zoals al eerder gezegd was het vandaag weer een stralende dag. En om dan de hele dag te moeten klimmen viel niet mee. We hadden wat te drinken gekocht in het plaatselijke winkeltje. De jongedame die ons hielp wist ons te vertellen dat we 100 meter verderop het hoogste punt van de A40 zouden bereiken. Gelukkig. Gewapend met deze wetenschap gingen we buiten op een bankje onze drankjes naar binnen zitten werken. Nadat we dit karweitje hadden voltooid stapten we weer op de fietsen. Er volgde nog een kort venijnig klimmetje en daarna begon er een verschrikkelijk lange, geleidelijke afdaling.
De combinatie van het warme weer, de koude cola en de redelijk zware inspanning viel slecht bij Harry en binnen enkele kilometers werd hij er letterlijk misselijk van en kwam het hele zaakje naar boven. Ik was mij hier aanvankelijk niet van bewust omdat ik voor de afwisseling eens een keer voorop reed. Toen wij weer een keertje op elkaar wachtten wist mijn fietsmaatje mij op de hoogte te brengen. Het ergste was gelukkig achter de rug en de afdaling verliep redelijk rustig. Wel moesten we toch bij blijven trappen. Zo af en toe liep de weg een beetje omhoog! Met een toch alleszins behoorlijke snelheid koersten we op Brecon aan.

Wij hadden al besloten om in deze plaats een pauze in te gelasten voor wat kaartjes, wat te eten en eventueel een souvenir. Bij het binnenrijden van Brecon viel deze plaats ons een beetje tegen. Op een enigszins geschikte plek parkeerden we de fietsen en besloten we de rest van het plaatsje te voet te verkennen. Wij kwamen aan bij de plek waar de rivieren de Usk en de Honddu samenkwamen. Dit was tevens de reden dat de plaats hier ooit gesticht was. Harry had een bepaald souvenir in gedachten en wilden een aantal winkels afstruinen. Hij had elders in Wales een aantal leistenen souvenirs gezien en vond deze bij nader inzien toch wel geschikt om te kopen.
Aanvankelijk vond hij deze toch te zwaar om mee te zeulen maar naarmate het einde van de vakantie naderde begon dit bezwaar steeds minder zwaar te wegen. We slenterden door het dorp en gingen winkel na winkel binnen. Telkens weer zonder succes. Langzamerhand begonnen we ons neer te leggen bij het feit dat we hier niet in zouden slagen. Al met al had ik met al dit geslenter nog behoorlijk veel last van mijn liezen. Ze brandden fors en het lopen viel mij moeilijk.

Ook onze magen vroegen om aandacht en wij hielden een oog open naar een geschikte gelegenheid om aan hun verlangens te voldoen. De eerste tenten die we tegenkwamen serveerden alleen maaltijden op tijden dat wij al lang weer weg zouden zijn of dat wij nog niet in Brecon waren. Tenslotte vonden we een tentje waar ze Donner Kebabs serveerden. Wij traden het etablissement binnen en bestelden wat te eten. De maaltijd viel ons redelijk tegen maar we hadden honger dus mopperden we niet al te hartgrondig. Een stief half uurtje later stonden we weer op de stoep, in de blakende zon.

We besloten Brecon te laten voor wat het wat en onze tocht te hervatten. We hadden Hay-on-Wye als einddoel voor de dag gesteld. Dit hield in dat we nog een 25 kilometer zouden moeten fietsen. Onderweg naar de fietsen kwamen we nog een Booth (de Engelse DA, een drogist dus) tegen en daar kocht ik een flesje met talkpoeder. Misschien dat mij dat wel zou helpen. Nog eens tien minuten later stonden we weer bij de fietsen. Na een laatste blik achterom hervatten we de tocht. Het is gek hoe de plaatsen waar je je het meest op verheugt vaak het meest tegenvallen. Misschien een kwestie van te hoge –verwachtingen. Hoe dan ook, we hadden er beiden geen spijt van dat we verder gingen.
Weldra stonden we weer op de rotonde die naar het dorp leidde en de eerstvolgende afslag bracht ons weer in westelijke richting, globaal. Het eerste deel van de rit voerde weer fors heuvelopwaarts. Dat was dus flink afzien. We waren vanuit de Brecon Beacons rechtstreeks het dal ingevlogen en moesten er nu weer uit zien te klimmen. De weg liep hier niet zo geleidelijk omhoog, helaas. Het was flink werken. Ook de Vogel had het er moeilijk mee. Gelukkig duurde deze klim niet al te lang en daarna ging het alras beter. De weg bleef wel op en neer gaan maar het waren geen hoge hellingen meer en bovendien waren ze niet zo lang. Daarnaast bleven we, in grote lijn, toch wel dalen.

We hadden er nog behoorlijk de moed in alhoewel we allebei moesten constateren dat het eerste deel van de dag ons fysiek behoorlijk uitgeput had. Ik was zelfs al zover gegaan dat ik de bandjes van mijn fietsbroek van mijn schouder gehaald had zodat deze niet meer zo ‘strak’ in mijn kruis zou zitten. Dit bood slechts in beperkte mate verlichting. Harry en ik vroegen ons beiden af vanuit welke richting we Hay-on-Wye binnen zouden komen rijden. Van ons vorige bezoek meenden we ons nog alle toegangswegen te kunnen herinneren en wij speculeerden hevig over waar Hay nou precies zou liggen.
Een mijl of vier voordat we onze plaats van bestemming zouden bereiken, in Glasbury, troffen we weer een benzine stationnetje en Harry kocht daar wat te drinken. Tevens sloeg hij nog iets te knabbelen in, voor later, op de camping. We dronken onze drankjes op het gemak op en zetten ons weer aan het fietsen. Harry rook duidelijk de stal en zette er een flink tempo in. Totdat ik hem vriendelijk doch dringend verzocht het tempo wat te laten zakken. Hetgeen hij bereidwillig deed. Vanuit een vrij onverwachte hoek dook ineens Hay-on-Wye in ons beeld op. Doordat wij uit een andere richting kwamen dan dat ik me voorgesteld had duurde het een poosje voordat ik me geheroriënteerd had.

Ik wees Harry de weg waar, volgens mij, de camping lag. In eerste instantie vergistte ik me. In tweede instantie bleek dat we wel de goede weg gekozen hadden maar dat de weg naar de camping nog een keertje linksaf was. Harry was al snel overtuigd van het feit dat we de tweede keer goed reden. Hij herkende namelijk de brug over de Wye. Aan de oever van deze rivier hadden we de vorige keer dat we in Hay-on-Wye geweest waren ons afscheidsontbijt genoten. Ik wist me nog te herinneren dat er vlak voor de camping een fikse klim lag. En ja hoor. Genadeloos dook hij vanuit de horizon op. Mijn liezen deden inmiddels zoveel pijn dat ik nauwelijks nog kracht kon zetten en al na een paar pedaalslagen voelde ik mij genoodzaakt het laatste stuk te lopen.
Harry was zich van dit alles niet bewust en fietste, met de nodige moeite, naar boven. Hier zocht hij de beheerder van de camping op. Deze vertelde hem dat hij maar een plaatsje voor de nacht moest zien te vinden en dat ze morgen dan wel kwam afrekenen. Ondertussen duurde mijn strijd met de heuvel voort. Hoe weet ik niet, maar ik kwam boven. Vanaf een bepaald punt werd de weg een stukje beter begaanbaar en durfde ik het aan om weer te gaan fietsen. Tegen de tijd dat Harry zijn zaakjes geregeld had met de beheerder van de camping was ik daar ook aangekomen. Harry moest even zoeken naar de ingang van het camping terrein. Mijn geheugen bleek, ondanks de vermoeienissen, nog goed te werken en ik loodste hem door het poortje.

Eenmaal op het grasveld aangekomen gooiden wij de fietsen aan de kant en lieten ons helemaal afgepeigerd op het gras neervallen. Nog nooit ben ik na een dag fietsen zo moe geweest. Zelfs niet na de dag op Yell, op Shetland in 1996. En toen hadden we de hele dag tegen windkracht zes of zo op moeten boksen. Ook de Vogel verging het niet veel beter. We waren echter beiden wel apetrots dat we in één dag zo’n geweldig stuk gefietst hadden. Dwars door het hart van Wales heen. De vermoeienissen werden dan ook gedeeltelijk veroorzaakt door de veelvoud aan indrukken die wij deze dag hadden opgedaan. Harry en ik dronken nog wat en begonnen toen heel langzaam aan onze tentjes op te bouwen.

Ook nu deden alle bewegingen mij verschrikkelijk veel pijn in mijn liezen en een nadere inspectie leerde mij dat ik de huid in mijn lies helemaal doorgeschuurd had en wel tot bloedens toe. Na een voor mij ongebruikelijk lange tijd stond mijn tentje ‘fier in de wind’. Ik besloot om zo snel mogelijk te gaan douchen en vooral mij van mijn fietsbroek te ontdoen. Harry leende mij een ruim zittende onderbroek en zijn korte broek, zodat de kleding niet in mijn liezen zou knellen. Na ruim een half uur kwam ik behoorlijk opgefrist en afgeknapt terug. Bij de tent aangekomen had Harry, onvermijdelijk zoals altijd, weer een gesprek met iemand aangeknoopt. Dit keer was het een jongen uit Zuid Afrika. Heel even mengde ik mij in het gesprek maar binnen vijf minuten hield ik het voor gezien en dook ik voorover de tent in.
Daar aangekomen deed ik de voorkant van mijn tent dicht en bestrooide ik mijn liezen in ruime mate met talkpoeder. Dit voelde al meteen verkoelend aan. Als gevolg van het gevecht met de talkpoeder was de binnenkant van mijn tent ook meteen grotendeels besmet met wit poeder. Harry had zich erover verbaasd dat ik zo snel afnokte maar ook hij hield het niet lang vol. Volgens mij heeft hij zich niet eens gedoucht. Ik heb nog een paar bladzijden gelezen maar merkte niet eens dat het boek uit mijn handen gleed. Daar kwam ik pas de volgende ochtend achter.

Facebook reacties