We don’t give refunds on credit cards…
Afgelegde route: Hay-on-Wye (niet gefietst vandaag).
Totaal afgelegde afstand: 745,5 kilometer
We hadden gisteren avond nog net met elkaar afgesproken dat diegene die het eerst na tien uur zijn ogen open zou doen de ander uit de tent zou rammelen. Ik was al ruim een uur eerder wakker en besloot eerst maar een poosje te gaan lezen. De eerste conclusie van de dag was wel dat mijn lies in één nacht vrijwel helemaal beter was geworden. Ik had er nagenoeg geen last van. Ik moest alleen nog even afwachten of dat na een dag door Hay-on-Wye wandelen nog hetzelfde zou zijn. Harry bleef ruim anderhalf uur langer liggen pitten en keer behoorlijk op zijn neus dat ik al een hele poos had liggen lezen. Ik besloot dat het langzamerhand tijd werd dat ik me aan ging kleden. Harry kwam niet verder dan de mededeling dat hij de ‘showering inferno’ op ging zoeken.
Het was, alweer, prachtig weer en ik ging, met mijn rug tegen een boom geleund, lekker verder met het lezen van mijn boek. Het duurde meer dan een half uur voordat de Vogel uit zijn stortbad tevoorschijn kwam. Helemaal opgefrist en vol goede moed. Ook hij was nieuwsgierig hoe het met mijn lies ging en was opgelucht dat ik hem goed nieuws kon melden. We kletsten samen wat over de afgelopen dag en kwamen tot de conclusie dat we toch wel heel erg gek gedaan hadden, op de dag van gisteren. Maar we waren wel trots op wat we gepresteerd hadden. Zo wordt het nooit wat met ons natuurlijk…

Navraag leerde dat we ons beiden nog behoorlijk afgemat voelden van de vorige dag. We maakten dan ook niet veel aanstalten om af te dalen, het dorp in. We lummelden nog geruime tijd wat aan en zo tegen de middag besloten we de benenwagen aan te wenden in een speurtocht naar een ‘ontbijt’. Het leek ons wel een goed idee om in ‘The Blue Boar’ te gaan ontbijten en het was ook daarheen dat onze schreden zich richtten. Nou konden wij ook niet veel anders want ‘The Blue Boar’ bevindt zich strategisch gelegen op een kruispunt zowat midden in het dorp.

In tegenstelling tot ons vorig bezoek aan Hay besloten we om deze keer maar wandelend het dorp in te trekken. We wisten wel dat we onze fietsen op het terrein van de ‘Cinema Bookshop’ zouden kunnen parkeren maar de afstand naar Hay-on-Wye zelf was zo klein dat we de benenwagen inschakelden. Daarnaast speelde de vermoeidheid onze benen danig parten en leek het ons verstandiger om de ‘fietsspieren’ een tijdje rust te gunnen. Zo gezegd, zo gedaan. Wij gingen welgemoed op pad.

We wandelden vanaf de Riverside Camping de heuvel af, de brug over de rivier de Wye over en stonden meteen al voor een moeilijke keuze. Wij hadden onze zinnen gezet op een ontbijt maar helaas kwamen wij eerder bij een boekenwinkel aan dan bij een ontbijtboer. We konden geen weerstand bieden aan de verleiding en doken een boekenwinkel binnen. Deze winkel was gespecialiseerd in audio boeken. Dat wil zeggen dat hij een hele hoop boeken had maar dan op cassettes. Daarnaast had hij een hele hoop boeken over muziek. Geen wonder dat we een tijdje binnen bleven. De winkel stond stampvol en in ieder hoekje en gaatje vonden we wel iets leuks. Niet dat we meteen onze slag geslagen hebben want we kwamen beiden met lege handen naar buiten.
Nou deze behoefte redelijk vervuld was konden wij ons weer concentreren op onze oorspronkelijke doelstelling en een tiental minuten later stapten wij de drempel van ‘The Blue Boar’ over. Wij vonden snel een plaatsje en bestelden wat te eten. We voelden er ons meteen weer op het gemak en hadden alle tijd. Ik stortte me op het reisverslag en Harry begon een krant danig te ontleden. Het feit dat onze tafel ergens in de tussentijd vol gezet werd met eten kon ons niet van onze bezigheden afhouden. Tenslotte komt aan alles een eind en na verloop van tijd vonden wij het ook wel welletjes en besloten wij af te gaan rekenen.
Terwijl één van ons stond af te rekenen kwam de kokkin de pub binnen en vertelde ons dat ze geen geld terug kon geven op credit cards. Verbluft keken wij elkaar aan. Wij hadden geen flauw idee waar dat mens het over had. Door onze reactie kon zij natuurlijk ook wel opmaken dat ze de verkeerde gasten aangesproken had en met een rood hoofd, gierend van het lachen, dook zij terug haar domein in. Wij schoten eveneens onbedaarlijk in de lach. Vanuit de catacomben van ‘The Blue Boar’ volgde binnen luttele seconden een onbeschrijfelijk lachsalvo. Ook haar collegae konden de vergissing wel op zijn merites appreciëren.
Nog grinnikend verlieten wij het pand. Wij hadden ons, al een keer of wat, voorgenomen om het de rest van de dag heel rustig aan te doen. In eerste instantie richtten onze schreden zich naar het ambachtspleintje aan de buitenrand van het dorp. Men moet niet vergeten dat Hay-on-Wye echt maar een heel klein dorp is waar je in tien minuten van noord naar zuid kunt wandelen. En dan hoef je je niet eens te haasten. Op dat ambachtsplein zat ook een souvenir winkeltje. Uiteraard, zou ik bijna zeggen. Ook hier hebben we even gezocht naar beschilderde leisteen platen. Ook nu weer vergeefs. Gelaten berustten we in ons lot. In ons achterhoofd hadden we dat Hereford misschien, heel misschien meer succes zou bieden. Maar dat zouden we pas over een dag of wat kunnen verifiëren.
Op dit pleintje zaten dus verschillende winkeltjes. Eén van de winkeltjes werd geëxploiteerd door de karikatuur tekenaar die ons vier jaar geleden ook had getekend. We richtten onze schreden daarheen want we hadden ons voorgenomen om ook nu weer een tekening te laten maken. Daar aangekomen bleek de goede man druk bezet te zijn. Omdat wij toch meerdere dagen in Hay-on-Wye wilden verblijven tilden wij hier niet zwaar aan en wandelden, nog steeds op ons dooie akkertje, verder. We brachten ook verschillende andere winkeltjes op het pleintje een bezoekje. In ons achterhoofd speelde nog altijd mee dat we toch nog een souvenir op de kop wilden tikken. In een van de winkels zag Harry een aantal hele mooie glazen presse-papiers. Ze waren inderdaad prachtig. Mar ook schreeuwend duur. Harry heeft nog wel een tijdje in dubio gestaan maar werd gelukkig toch nog verstandig. Hierna overlegden we wat onze volgende ‘move’ zou moeten zijn. Misschien was het geen gek idee om eerst maar eens wat boekenwinkels te gaan doorspitten. Daar hebben we dus het grootste deel van de middag mee doorgebracht.

We waren geen van beiden van zins om meteen al een hele stapel boeken in te slaan. We wilden gewoon zoeken en op een later tijdstip eventueel een keuze maken uit datgene wat we gezien hadden. Dit in tegenstelling tot een stel dat vlak naast ons op de camping stond. Deze man, vrouw en een heel aantal kinderen (ik heb ze niet geteld) hadden een caravan met daaraan een voortent en de hele zaak stond volgebouwd met boeken. Deze mensen zouden zich de komende winter absoluut niet vervelen. Het was trouwens toch een prachtig gezicht om te zien hoe het hele stel, met militaire precisie, iedere ochtend naar het dorp afdaalde. En ’s avonds kwamen ze in ganzenpas weer terug naar de tent. Maar dat even terzijde. Ik zag een paar hardcovers van boeken die ik al in pocket uitvoering had maar de prijs die ze ervoor wilden hebben had ik er absoluut niet voor over.

Harry was naarstig op zoek naar materiaal van en over John Steinbeck en naar boeken uit de serie ‘Highways & Byways’, het liefst met een blauwe kaft. Daar had hij er al een hele hoop van maar er misten toch nog een paar delen in zijn verzameling. En daar baalde hij toch van. Hij had zich erop verheugd hier zijn verzameling mooi aan te kunnen vullen. Zo brachten we enkele aangename uren door. Hierna keerden we terug naar de portret tekenaar en lieten daar onze koppen weer op het papier vastleggen. Het leukste van deze exercitie is eigenlijk het meekijken terwijl de ander wordt getekend. Na afloop waren we beiden behoorlijk tevreden met hetgeen er aan het papier was terechtgekomen.
Naast deze tekenaar zat een cafeetje en daar confisqueerden we een paar stoelen en bestelden we ieder een cola-light. Deze werd bezorgd door een serveerster die we eerder op de dag al bij ‘The Blue Boar’ hadden gezien. Blijkbaar rouleren de dames over verschillende etablissementen in Hay-on-Wye. Ik vond het een goed moment om het reisverslag maar weer eens tevoorschijn te halen en er wat aan te gaan werken. Ook Harry had het nodige schrijfwerk. Zo vermaakten wij ons ook opperbest. Helaas sloot dit cafeetje aan het eind van de middag en werden wij vriendelijk doch dringend verzocht onze plaatsen op te geven.
Eenmaal buiten brachten we nog een bezoekje aan een paar boekenwinkels. De grootste, en meest veelbelovende, boekenwinkels bewaarden we echter tot de volgende dag. Daar kwam nog bij dat ons de echte inspiratie ontbrak om verwoed door hele stapels boeken te ploegen. Hierna werd het zo langzamerhand tijd om aan ons avondmaal te gaan denken. Omdat we al een paar keer een bezoek gebracht hadden aan ‘The Blue Boar’ besloten we dat we nu maar eens een ander plekje moesten zien te vinden. Op weg naar onze camping lag ‘The Granary’ en dat was dan ook onze volgende plaats van bestemming.

We stapten naar binnen en zagen dat er, ergens mooi achterin, nog een tafel vrij was. Tegen de tijd dat wij ons plekje hadden gevonden kwam er een oudere dame binnen die meteen op heel nare toon tegen een van de bedienende meisjes begon te snauwen. Deze was in een mum van tijd woest maar probeerde de ‘klant’ toch vriendelijk te woord te blijven staan. Al snel werd duidelijk dat de oudere dame hier geen onbekende was en dat dit ook niet de eerste keer was dat ze problemen veroorzaakte. Daarnaast was het overduidelijk dat de dame in kwestie al behoorlijk diep in het glaasje gekeken had. Zij had haar bestelling gedaan en verdween naar het terras aan de voorzijde van het café. Onderweg naar haar zitplaatsje, en nog geruime tijd nadat zij plaats genomen had, bleef zij maar kankeren en schelden op alles en iedereen in haar omgeving. Ook de serveerster die haar bestelling kwam brengen kreeg, voor de tweede keer, een portie kritiek over zich heen waar de honden geen brood van lusten. Deze was het gezeur inmiddels goed zat geworden en gaf de oudere dame een koekje van eigen deeg. Vol overtuiging gaf ze haar ‘a piece of her mind’, zoals de Engelsen dat zo fraai weten te verwoorden. Nadat ze haar zegje gedaan had verdween ze spoorslags terug de keuken in om een beetje te kalmeren. Ruim een half uur later zagen wij haar pas weer.
Dit alles speelde zich redelijk op de achtergrond af maar omdat onze aandacht al meteen op het hele schouwspel gevestigd was zagen wij het van begin tot eind aan. Niet geheel tot ons ongenoegen mag ik er wel bij zeggen. Wij bespraken het hele voorval ginnegappend met elkaar en kwamen al snel tot de conclusie dat die oudere dame niets anders dan de plaatselijke versie van ‘Dame Edna’ kon zijn. Ook dit droeg bij aan de amusementswaarde van het verhaal. Ondertussen hadden we, tussen de bedrijven door, ijverig in de krant zitten bladeren en ook nog wat zitten schrijven, en lezen. Onze maaltijd was gearriveerd en deze werd door beide fietsers met grote bekwaamheid naar binnen gewerkt.
Al met al hebben we toch enkele uren doorgebracht bij ‘The Granary’. Zeer aangename uren. Zo zoetjes aan werd het toch wel tijd om de tentjes weer op te gaan zoeken. Ik baalde er behoorlijk van dat we zo laat in het jaar op vakantie waren gegaan want de avonden begonnen al fiks korter te worden. Zo rond halfnegen was het al behoorlijk donker. Te donker in ieder geval om nog fatsoenlijk te kunnen lezen. En daar had ik nou net zo´n zin in. Op de camping aangekomen mocht ik het lampje van mijn fietsmaatje lenen en dankzij dit hoogstandje van de moderne techniek kon ik mijn tweede boek van Raymond E. Feist van deze vakantie uit lezen. Dat had echter wel als nadeel dat het behoorlijk laat was voordat in het tentje van de heer Jansen het licht uitging.

Facebook reacties