You have to eat everything, or else…
Afgelegde route: Hay-on-Wye (niet gefietst vandaag).
Totaal afgelegde afstand: 745,5 kilometer
Weer waren we niet vroeg uit de veren. Harry dacht dat ik wel een seintje zou geven als ik zover was. En omgekeerd. Het was pas tegen 09:30 uur dat wij boven water kwamen. Nog eens anderhalf uur later waren wij beiden gepoedeld en ‘abfahrensbereit’. We vonden dat het de hoogste tijd was om achter een ontbijtje aan te gaan. Ook vandaag wandelden we weer Hay-on-Wye in met als doel om bij ‘The Blue Boar’ wat te eten te scoren. Tegenover ‘The Blue Boar’ zit een platenwinkeltje; ‘Tom’s Records’. Een buitenbeentje in dit door boekenwinkels overheerst dorp. Gisteren hadden we al nieuwsgierige blikken op de winkel geworpen en deze keer konden we de verleiding niet weerstaan en gingen kijken wat ze allemaal binnen hadden staan.

We snuffelden wat in de platenbakken. Al vrij snel zag ik een dubbel elpee van Hank Williams staan voor ‘maar’ £ 8,-. Harry vond een plaat van Cisco Houston, ook niet echt duur. Hierdoor aangemoedigd begonnen we de voorraad beter door te spitten. Mijn dag kon niet meer stuk toen ik een elpee van Alex Campbell vond. Volgens de man in de winkel was deze plaat van Alex de meest voorkomende maar ik had ‘um nog nooit gezien. Hiermee kwam mijn totaal aantal platen van deze man op drie stuks en begint het al aardig op een echte verzameling te lijken. Wij praatten wat met de verkoper en deze wist toch wel aardig van wanten. Hij had nog veel meer mooie dingen in de winkel staan maar al met al zou de rekening dan wel heel erg op gaan lopen. Wel wist hij ons te vertellen dat de meeste mensen beter bekend waren met de zoon van Alex Campbell. Verbaasd keek ik hem aan. Volgens mij kende ik deze zoon niet. Toen hij me wist te vertellen dat de zoon van Alex Campbell niemand minder was dan de (Ierse) zanger Bono, van U2 was ook dit tipje van de sluier opgelicht.

De elpee was niet al te duur en bovendien verkeerde deze in perfecte conditie. Een zeldzame combinatie. Verder vond ik nog een 78-toeren plaat van Hank Williams en van Tennessee Ernie Ford. Door deze vondsten was onze bezoekje aan Hay-on-Wye op slag al goed voor mij. Ik kon mijn geluk niet op. En ook mijn fietsmaatje kon een paar elpees aan zijn verzameling toevoegen. Natuurlijk vroegen wij ons wel af hoe we het spul heelhuids en veilig in Nederland zouden krijgen. De verkoper had wel een paar hele stevige enveloppen en we besloten dat het geen gek idee zou zijn om dit spul alvast naar Nederland te sturen.
Gewapend met platen en enveloppen stapten we naar buiten, de straat over en bij ‘The Blue Boar’ weer naar binnen. Door dit oponthoud was er aardig wat tijd verstreken en het was nu bijna 11:30 uur. Dit is het tijdstip dat ‘The Blue Boar’ ontbijt meer serveerde. Daar hadden wij dus absoluut niet meer bij stilgestaan en het was puur geluk dat we nog net op tijd waren. Wij bestelden een stevig Engels ontbijt en tevens wat te drinken. De kokkin die ons de vorige dag aangesproken had over de creditcards kwam even bij ons staan kletsen. Zij waarschuwde ons uitvoerig: ‘You’d better eat everything, or else…’. Wij waren zeer nieuwsgierig naar wat dit ‘or else’ inhield maar aten braaf onze bordjes leeg. Dat was niet zo moeilijk want het smaakte voortreffelijk. Het feit dat de bordjes mooi leeg waren ontlokte weer het nodige commentaar vanuit de richting van de keuken. Toen ik de kokkin vervolgens liet weten dat mijn fietsmaatje net had verteld dat hij nog wel zo´n ontbijtje zou lusten keek ze hem zeer ongelovig aan. Ik niet.
Onder het ontbijt hadden we de eerste aankopen van de dag nog eens uitgebreid bekeken en Harry was tot de conclusie gekomen dat hij ook wel voldoende zooi had verzameld om weer een envelop richting huis te sturen. Gewapend met voldoende brandstof voor het motortje togen we naar het postkantoor. Dit ligt ‘helemaal’ aan de andere kant van het dorp maar dat hadden wij snel gevonden. Vooral door mijn gevoel voor richting. Harry hoeft in Hay maar een bepaalde winkel te noemen en ik weet hem er feilloos heen te loodsen. Hetgeen hem regelmatig verbaast.

Daarna wilden we toch ‘The Cinema Bookshop’ met een bezoekje vereren. Zo gezegd, zo gedaan. Om hier te komen moesten we weer terug naar ‘The Blue Boar’, daar de straat oversteken en na zo’n 25 meter linksaf. Anders gezegd: we waren bijna weer terug op de plek waar we begonnen waren. Maar we waren wel blij om er te zijn. ‘The Cinema Bookshop’ is één van de grootste boekenwinkels die Hay-on-Wye telt. Daarnaast is het zonder twijfel de best gesorteerde boekenwinkel. Alles staat netjes gerubriceerd en voor in de winkel vind je een plattegrond waar alle afdelingen en rubrieken op terug te vinden zijn. Deze plattegrond klopt ook nog eens. Echt geweldig. Gewapend met deze kennis en ieder van ons vervuld van zijn eigen obsessies doken we de winkel in. Hier werd een zeer genoeglijke wijle de tijd doorgebracht. Zoals gezegd, we gingen ieder onze eigen weg en na een geruime tijd ging ik mijn maatje maar weer eens opzoeken. Deze baalde er verschrikkelijk van dat hij nog niet één boek gevonden had. Niet één boek in de ‘Highways & byways’ serie en niets van de hand van of over John Steinbeck. Hij werd er een beetje mistroostig van. Wij stapten na een paar uur beiden met lege handen naar buiten.

Hier lieten we ons niet ontmoedigen en richtten ons weer op de volgende boekenwinkel. Ik vond hier en daar wel een boekje. De vorige dag had ik in één van de vele boekenwinkeltjes, ergens boven op een kast, een kalender van Tolkien zien liggen. Ik keek nog eens goed en zag dat het de kalender uit 1974 was. Van vele bezoekjes aan de Tolkienwinkel op internet had ik al geleerd dat de oude kalenders (alle kalenders uit de zeventiger jaren) veel geld waard waren. Mijn hart klopte mij dan ook in de keel toen ik dat exemplaar zag liggen. En hoe ik ook zocht, ik zag er geen prijs op staan. Er bleef mij dus niets anders over dan naar beneden te lopen en te gaan informeren wat de kalender moest kosten. En dat is meestal niet in het voordeel van de koper. Op het moment dat je de moeite neemt om daarvoor helemaal, twee verdiepingen, naar beneden te lopen, weet men dat de belangstelling serieus is en dientengevolge is de prijs dan hoger.

Dit keer trof ik een jong meisje aan bij de kassa. Ik vroeg haar dus wat de kalender moest kosten. Ook zij pluisde de hele kalender na op een eventuele gemarkeerde prijs maar ook zonder succes. Hierna keek ze hulpeloos rond of ze iemand zag die haar meer kon vertellen maar omdat er voor de rest niemand in de buurt was vroeg ze mij op schuchtere toon: ‘Would two pounds be too much?’ Of dat teveel was. Met in het achterhoofd dat dezelfde kalender bij de Tolkienwinkel tussen de ƒ 300,- en ƒ 400,- moest opbrengen wist ik niet hoe snel ik ja moest zeggen. Mijn trip was nu helemaal geslaagd. Bij thuiskomst bleek ik van zowel 1973 (het jaar van de eerste Tolkien kalender) als van 1974 een kalender te hebben. Alleen… dat waren beiden Amerikaanse uitvoeringen. De kalender die ik in Hay-on-Wye kocht was, uiteraard, de Engelse uitvoering. Jippie!
Waarom deze lange verhandeling op een plaats waar die, chronologisch gezien, niet hoort? Ten eerste omdat ik het hele voorval op een vorige dag niet genoteerd heb en ten tweede omdat Harry en ik hier op onze wandeling van vandaag weer terechtkwamen. Ik had inmiddels zoveel medelijden gekregen met mijn maatje dat ik besloten had om hem te helpen met het zoeken naar boeken. Dat kwam mij financieel ook niet slecht uit. In de winkel waar ik de dag ervoor mijn kalender gevonden had zag ik ineens ‘Highways & byways in London’. De blauwe uitgave. Dit was nou niet bepaald het boek dat het hoogste stond op zijn verlanglijstje (dat waren de twee exemplaren over Noord en Zuid Wales) maar hij was hij toch wel blij eindelijk een boek aan zijn verzameling toe te kunnen voegen. Wij zagen hier nog een hele rij blauwe bandjes uit dezelfde serie. Omdat het exemplaar over Londen maar liefst £ 17,50 moest kosten was Harry hier in zijn hart niet echt rouwig om.
We hadden inmiddels al weer uren boekenwinkels doorgeworsteld en ons aanvankelijk enthousiasme was danig getaand. Dat krijg je. ‘Overkill’ heet zoiets in goed Nederlands geloof ik. Daarbij vonden we dat het zo langzamerhand tijd was voor ons avondeten en dus keerden we terug naar ‘The Blue Boar’. Hier bestelden we eerst wat te drinken terwijl we het menu bestudeerden. Na een hele tijd kwamen we beiden tot de conclusie dat er nou niks opstond waar we zin in hadden. Ik had, op weg naar ‘The Blue Boar’, nog gauw een Times gekocht en daar hielden we ons geruime tijd mee bezig. Na nog een paar keer een blik geworpen te hebben op de menu kaart vonden we dat we, gezien het tijdstip, zo langzamerhand wel een keuze moesten maken.

Na een laatste blik op de kaart besloten we om ons geluk maar ergens anders te beproeven. We besloten naar ‘The Granary’ te gaan. Dit lag tenslotte toch op weg naar de Riverside Campsite. Daar gingen we onverdroten verder met het lezen van de krant. Harry mocht deze avond de keuze bepalen. Terwijl wij op onze bestelling zaten te wachten zagen we de serveerster weer die de vorige avond zo´n ruzie had gehad met ‘Dame Edna’. Zij zag ons ook en uitbundig zwaaiend verdween zij naar de keuken. We hebben haar de hele verdere avond niet meer gezien.

Harry had een kop soep en een chili con carne besteld. De soep beantwoordde geheel aan onze verwachtingen maar de chili hield niet over. De portie vonden wij wel heel erg aan de magere kant. Zeker gerelateerd aan wat ervoor betaald moest worden. Het smaakte overigens wel voortreffelijk. Zo rond 20:30 uur vonden wij het weer welletjes en stapten wij weer op. Rustig aan wandelden wij terug naar de tentjes. Het was inmiddels alweer bijna donker maar dat mocht de pret niet drukken. De volgende dag zouden we gaan fietsen, richting Hereford. We hadden besloten om minimaal tot deze plaats te fietsen. Omdat we eigenlijk nog wel een paar dagen over hadden wilden we het weer laten bepalen of we nog verder zouden fietsen of dat we meteen de trein naar Harwich zouden nemen. Tot nu toe was het weer fantastisch geweest de laatste paar dagen. Dat gaf de burger moed…


Facebook reacties