You have to eat everything, or else…

Datum: maandag 23 augustus 1999.
Afgelegde route: Hay-on-Wye (niet gefietst vandaag).
Totaal afgelegde afstand: 745,5 kilometer

Weer waren we niet vroeg uit de veren. Harry dacht dat ik wel een seintje zou geven als ik zover was. En omgekeerd. Het was pas tegen 09:30 uur dat wij boven water kwamen. Nog eens anderhalf uur later waren wij beiden gepoedeld en ‘abfahrensbereit’. We vonden dat het de hoogste tijd was om achter een ontbijtje aan te gaan. Ook vandaag wandelden we weer Hay-on-Wye in met als doel om bij ‘The Blue Boar’ wat te eten te scoren. Tegenover ‘The Blue Boar’ zit een platenwinkeltje; ‘Tom’s Records’. Een buitenbeentje in dit door boekenwinkels overheerst dorp. Gisteren hadden we al nieuwsgierige blikken op de winkel geworpen en deze keer konden we de verleiding niet weerstaan en gingen kijken wat ze allemaal binnen hadden staan.

We snuffelden wat in de platenbakken. Al vrij snel zag ik een dubbel elpee van Hank Williams staan voor ‘maar’ £ 8,-. Harry vond een plaat van Cisco Houston, ook niet echt duur. Hierdoor aangemoedigd begonnen we de voorraad beter door te spitten. Mijn dag kon niet meer stuk toen ik een elpee van Alex Campbell vond. Volgens de man in de winkel was deze plaat van Alex de meest voorkomende maar ik had ‘um nog nooit  gezien. Hiermee kwam mijn totaal aantal platen van deze man op drie stuks en begint het al aardig op een echte verzameling te lijken. Wij praatten wat met de verkoper en deze wist toch wel aardig van wanten. Hij had nog veel meer mooie dingen in de winkel staan maar al met al zou de rekening dan wel heel erg op gaan lopen. Wel wist hij ons te vertellen dat de meeste mensen beter bekend waren met de zoon van Alex Campbell. Verbaasd keek ik hem aan. Volgens mij kende ik deze zoon niet. Toen hij me wist te vertellen dat de zoon van Alex Campbell niemand minder was dan de (Ierse) zanger Bono, van U2 was ook dit tipje van de sluier opgelicht.

Ik heb wat speurwerk op het Internet gedaan, maar verschillende bronnen geven aan dat de bewering dat Alex Campbell de vader van Bono is niet klopt. Waarom we dan wel deze mededeling kregen ontgaat me even. In 1999 hadden we natuurlijk geen Internet om een en ander vlot te verifiëren. Bono’s vader was Brendan Robert ‘Bob’ Hewson (1925–2001). Hij was een gepensioneerde postbeambte uit Dublin met een passie voor muziek. Hij was rooms-katholiek en getrouwd met Iris Rankin, die protestants (Church of Ireland) was. Deze ‘gemengde’ achtergrond was destijds ongebruikelijk in Ierland.
Alex Campbell: 1965 – Transatlantic XTRA 1014 LP (UK)

De elpee was niet al te duur en bovendien verkeerde deze in perfecte conditie. Een zeldzame combinatie. Verder vond ik nog een 78-toeren plaat van Hank Williams en van Tennessee Ernie Ford. Door deze vondsten was onze bezoekje aan Hay-on-Wye op slag al goed voor mij. Ik kon mijn geluk niet op. En ook mijn fietsmaatje kon een paar elpees aan zijn verzameling toevoegen. Natuurlijk vroegen wij ons wel af hoe we het spul heelhuids en veilig in Nederland zouden krijgen. De verkoper had wel een paar hele stevige enveloppen en we besloten dat het geen gek idee zou zijn om dit spul alvast naar Nederland te sturen.

Gewapend met platen en enveloppen stapten we naar buiten, de straat over en bij ‘The Blue Boar’ weer naar binnen. Door dit oponthoud was er aardig wat tijd verstreken en het was nu bijna 11:30 uur. Dit is het tijdstip dat ‘The Blue Boar’ ontbijt meer serveerde. Daar hadden wij dus absoluut niet meer bij stilgestaan en het was puur geluk dat we nog net op tijd waren. Wij bestelden een stevig Engels ontbijt en tevens wat te drinken. De kokkin die ons de vorige dag aangesproken had over de creditcards kwam even bij ons staan kletsen. Zij waarschuwde ons uitvoerig: ‘You’d better eat everything, or else…’. Wij waren zeer nieuwsgierig naar wat dit ‘or else’ inhield maar aten braaf onze bordjes leeg. Dat was niet zo moeilijk want het smaakte voortreffelijk. Het feit dat de bordjes mooi leeg waren ontlokte weer het nodige commentaar vanuit de richting van de keuken. Toen ik de kokkin vervolgens liet weten dat mijn fietsmaatje net had verteld dat hij nog wel zo´n ontbijtje zou lusten keek ze hem zeer ongelovig aan. Ik niet.

Onder het ontbijt hadden we de eerste aankopen van de dag nog eens uitgebreid bekeken en Harry was tot de conclusie gekomen dat hij ook wel voldoende zooi had verzameld om weer een envelop richting huis te sturen. Gewapend met voldoende brandstof voor het motortje togen we naar het postkantoor. Dit ligt ‘helemaal’ aan de andere kant van het dorp maar dat hadden wij snel gevonden. Vooral door mijn gevoel voor richting. Harry hoeft in Hay maar een bepaalde winkel te noemen en ik weet hem er feilloos heen te loodsen. Hetgeen hem regelmatig verbaast.

Richard Booth (1938–2019) was de excentrieke Engelse boekhandelaar die het Welshe marktstadje Hay-on-Wye transformeerde tot de eerste ‘boekenstad’ ter wereld. In 1961 opende Booth zijn eerste tweedehands boekwinkel in een oude brandweerkazerne. Hij moedigde anderen aan hetzelfde te doen, wat leidde tot een bloeiende lokale economie gebaseerd op literair toerisme. Op 1 april 1977 verklaarde hij Hay-on-Wye tot onafhankelijk koninkrijk als publiciteitsstunt om aandacht te vragen voor de lokale handel. Hij kroonde zichzelf tot King Richard Cœur de Livre (Richard Boekenhart) en benoemde zijn paard tot premier. Booth kocht in 1964 het middeleeuwse Hay Castle, dat hij gebruikte als woning en als opslagplaats voor honderdduizenden boeken.

Daarna wilden we toch ‘The Cinema Bookshop’ met een bezoekje vereren. Zo gezegd, zo gedaan. Om hier te komen moesten we weer terug naar ‘The Blue Boar’, daar de straat oversteken en na zo’n 25 meter linksaf. Anders gezegd: we waren bijna weer terug op de plek waar we begonnen waren. Maar we waren wel blij om er te zijn. ‘The Cinema Bookshop’ is één van de grootste boekenwinkels die Hay-on-Wye telt. Daarnaast is het zonder twijfel de best gesorteerde boekenwinkel. Alles staat netjes gerubriceerd en voor in de winkel vind je een plattegrond waar alle afdelingen en rubrieken op terug te vinden zijn. Deze plattegrond klopt ook nog eens. Echt geweldig. Gewapend met deze kennis en ieder van ons vervuld van zijn eigen obsessies  doken we de winkel in. Hier werd een zeer genoeglijke wijle de tijd doorgebracht. Zoals gezegd, we gingen ieder onze eigen weg en na een geruime tijd ging ik mijn maatje maar weer eens opzoeken. Deze baalde er verschrikkelijk van dat hij nog niet één boek gevonden had. Niet één boek in de ‘Highways & byways’ serie en niets van de hand van of over John Steinbeck. Hij werd er een beetje mistroostig van. Wij stapten na een paar uur beiden met lege handen naar buiten.

Hier lieten we ons niet ontmoedigen en richtten ons weer op de volgende boekenwinkel. Ik vond hier en daar wel een boekje. De vorige dag had ik in één van de vele boekenwinkeltjes, ergens boven op een kast, een kalender van Tolkien zien liggen. Ik keek nog eens goed en zag dat het de kalender uit 1974 was. Van vele bezoekjes aan de Tolkienwinkel op internet had ik al geleerd dat de oude kalenders (alle kalenders uit de zeventiger jaren) veel geld waard waren. Mijn hart klopte mij dan ook in de keel toen ik dat exemplaar zag liggen. En hoe ik ook zocht, ik zag er geen prijs op staan. Er bleef mij dus niets anders over dan naar beneden te lopen en te gaan informeren wat de kalender moest kosten. En dat is meestal niet in het voordeel van de koper. Op het moment dat je de moeite neemt om daarvoor helemaal, twee verdiepingen, naar beneden te lopen, weet men dat de belangstelling serieus is en dientengevolge is de prijs dan hoger.

Op zich klopte de schatting van Kees wel. Ik vond een afbeelding van de kalender en zag dat ie voor 150 euro van eigenaar mag wisselen…

Dit keer trof ik een jong meisje aan bij de kassa. Ik vroeg haar dus wat de kalender moest kosten. Ook zij pluisde de hele kalender na op een eventuele gemarkeerde prijs maar ook zonder succes. Hierna keek ze hulpeloos rond of ze iemand zag die haar meer kon vertellen maar omdat er voor de rest niemand in de buurt was vroeg ze mij op schuchtere toon: ‘Would two pounds be too much?’ Of dat teveel was. Met in het achterhoofd dat dezelfde kalender bij de Tolkienwinkel tussen de ƒ 300,- en ƒ 400,- moest opbrengen wist ik niet hoe snel ik ja moest zeggen. Mijn trip was nu helemaal geslaagd. Bij thuiskomst bleek ik van zowel 1973 (het jaar van de eerste Tolkien kalender) als van 1974 een kalender te hebben. Alleen… dat waren beiden Amerikaanse uitvoeringen. De kalender die ik in Hay-on-Wye kocht was, uiteraard, de Engelse uitvoering. Jippie!

Waarom deze lange verhandeling op een plaats waar die, chronologisch gezien, niet hoort? Ten eerste omdat ik het hele voorval op een vorige dag niet genoteerd heb en ten tweede omdat Harry en ik hier op onze wandeling van vandaag weer terechtkwamen. Ik had inmiddels zoveel medelijden gekregen met mijn maatje dat ik besloten had om hem te helpen met het zoeken naar boeken. Dat kwam mij financieel ook niet slecht uit. In de winkel waar ik de dag ervoor mijn kalender gevonden had zag ik ineens ‘Highways & byways in London’. De blauwe uitgave. Dit was nou niet bepaald het boek dat het hoogste stond op zijn verlanglijstje (dat waren de twee exemplaren over Noord en Zuid Wales) maar hij was hij toch wel blij eindelijk een boek aan zijn verzameling toe te kunnen voegen. Wij zagen hier nog een hele rij blauwe bandjes uit dezelfde serie. Omdat het exemplaar over Londen maar liefst £ 17,50 moest kosten was Harry hier in zijn hart niet echt rouwig om.

We hadden inmiddels al weer uren boekenwinkels doorgeworsteld en ons aanvankelijk enthousiasme was danig getaand. Dat krijg je. ‘Overkill’ heet zoiets in goed Nederlands geloof ik. Daarbij vonden we dat het zo langzamerhand tijd was voor ons avondeten en dus keerden we terug naar ‘The Blue Boar’. Hier bestelden we eerst wat te drinken terwijl we het menu bestudeerden. Na een hele tijd kwamen we beiden tot de conclusie dat er nou niks opstond waar we zin in hadden. Ik had, op weg naar ‘The Blue Boar’, nog gauw een Times gekocht en daar hielden we ons geruime tijd mee bezig. Na nog een paar keer een blik geworpen te hebben op de menu kaart vonden we dat we, gezien het tijdstip, zo langzamerhand wel een keuze moesten maken.

Dame Edna Everage was het wereldberoemde alter ego van de Australische komiek en satiricus Barry Humphries. Het personage begon in de jaren vijftig als een eenvoudige huisvrouw uit Melbourne, maar groeide uit tot een zelfbenoemde ‘giga-star’. Ze was onafscheidelijk van haar lila haar en haar extravagante, met strassteentjes versierde kattenbril. Ze stond bekend om haar liefde voor gladiolen, die ze vaak aan het einde van haar optredens naar het publiek wierp. Met haar scherpe tong (‘acid-tongued’) nam ze beroemdheden en het publiek op komische wijze in de maling, waarbij ze haar fans steevast begroette met de kreet ‘Hello Possums!’. Ze werd decennialang vergezeld door haar stille, lijdende bruidsmeisje Madge Allsop (gespeeld door Emily Perry). Haar geestelijke vader, Barry Humphries, overleed in april 2023 op 89-jarige leeftijd.

Na een laatste blik op de kaart besloten we om ons geluk maar ergens anders te beproeven. We besloten naar ‘The Granary’ te gaan. Dit lag tenslotte toch op weg naar de Riverside Campsite. Daar gingen we onverdroten verder met het lezen van de krant. Harry mocht deze avond de keuze bepalen. Terwijl wij op onze bestelling zaten te wachten zagen we de serveerster weer die de vorige avond zo´n ruzie had gehad met ‘Dame Edna’. Zij zag ons ook en uitbundig zwaaiend verdween zij naar de keuken. We hebben haar de hele verdere avond niet meer gezien.

Het probleem met de chili con carne was niet zozeer de kwaliteit, maar meer de kwantiteit van het gerecht. De porties waren gewoon te klein…

Harry had een kop soep en een chili con carne besteld. De soep beantwoordde geheel aan onze verwachtingen maar de chili hield niet over. De portie vonden wij wel heel erg aan de magere kant. Zeker gerelateerd aan wat ervoor betaald moest worden. Het smaakte overigens wel voortreffelijk. Zo rond 20:30 uur vonden wij het weer welletjes en stapten wij weer op. Rustig aan wandelden wij terug naar de tentjes. Het was inmiddels alweer bijna donker maar dat mocht de pret niet drukken. De volgende dag zouden we gaan fietsen, richting Hereford. We hadden besloten om minimaal tot deze plaats te fietsen. Omdat we eigenlijk nog wel een paar dagen over hadden wilden we het weer laten bepalen of we nog verder zouden fietsen of dat we meteen de trein naar Harwich zouden nemen. Tot nu toe was het weer fantastisch geweest de laatste paar dagen. Dat gaf de burger moed…

Iets meer informatie over Hay-on-Wye...
Het kleine grensstadje Hay-on-Wye vormt het meest noordelijke punt van het Brecon Beacons National Park en ligt aan de zuidoever van de rivier de Wye. Aan de overkant van de rivier, in het noorden, liggen de groene heuvels van Radnorshire; in het zuiden en westen strekt zich de prachtige keten van de Black Mountains uit, en in het oosten ligt de Golden Valley, onderdeel van de gecultiveerde landbouwgronden van Herefordshire. Hay bevindt zich in een van de meest gevarieerde en prachtige landschappen die de Britse eilanden te bieden hebben. Lokaal stond de stad bekend als ‘The Hay’, een naam van Normandische oorsprong (Hay of Haie), wat een omheind of met hagen afgezet gebied betekent. ‘Y-Gelli’, de Welshe vorm, betekent ‘Bosje’. In de Normandische tijd was de stad voor administratieve doeleinden verdeeld in Engels Hay en Welsh Hay. De stad zelf was Engels Hay, terwijl het landelijke gebied in het zuiden en westen Welsh Hay was. Tegenwoordig staat Hay wereldwijd bekend als ‘De Boekenstad’. Wie door de stad wandelt, kan de poort van het Normandische kasteel niet missen, dat uittorent boven de smalle straatjes die aan de voet van de muren liggen. Dit kasteel vervangt een eerder en veel kleiner kasteel dat gebouwd was op een kunstmatige heuvel (motte) nabij de parochiekerk van Hay aan St Mary’s Road. Deze oude heuvel is nog steeds zichtbaar. De geschiedenis van de stad en het kasteel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden sinds William de Breos II, een van de meest beruchte en verraderlijke Normandische grenisheren (Marcher Lords), het huidige kasteel rond 1200 bouwde. Volgens de legende werd het kasteel in één nacht herbouwd door de vrouw van William de Breos, Maud de St Valery (ook bekend als Moll Wallbee), die de stenen in haar schort droeg. William en zijn vrouw hadden het ongeluk in ongenade te vallen bij koning Jan (King John), die wraak nam door Maud en haar oudste zoon gevangen te zetten. Er wordt gemeld dat zij in 1211 de hongerdood stierven nadat ze levend werden ingemetseld, waarschijnlijk in Windsor, maar mogelijk in Corfe. William vluchtte naar Frankrijk, waar hij in 1213 in armoede stierf in Normandië. Zijn lichaam werd naar Parijs gebracht en begraven in de abdij van St. Victor. In de loop van bijna achthonderd jaar hebben het kasteel en de stad evenzeer geleden onder Welshe patriotten, Engelse heren als regerende vorsten. In 1231 werd het kasteel platgebrand door prins Llewelyn ap Ioweth en vervolgens rond 1233 herbouwd door Hendrik III, voordat het werd teruggegeven aan de familie de Breos. Simon de Montfort, graaf van Leicester, nam het kasteel in 1265 in tijdens de opstand van de baronnen tegen de koning. In 1322 werd het kasteel ingenomen door de troepen van Edward II en geconfisqueerd van de familie de Bohum, de toenmalige heren van de heerlijkheid. In 1353 werden de stad en het kasteel opnieuw door brand verwoest tijdens de opstand van Owain Glyndŵr, waarna het kasteel tot ‘ruïne’ werd verklaard. Tussen 1600 en 1650 werd het jacobeaanse landhuis binnen de Normandische muren gebouwd onder het eigendom van de familie Gwynn van Trecastle, maar ook dit raakte in verval. In de 18e en 19e eeuw werd het kasteel door diverse huurders gebruikt. In de victoriaanse tijd werd het de residentie van de predikanten van Hay, en Francis Kilvert, hulpprediker van Clyro en victoriaans dagboekschrijver, was er een regelmatige bezoeker. In 1971 werd het kasteel eigendom van de heer Richard Booth, een boekhandelaar. In die periode werd het kasteel in 1977 opnieuw door brand getroffen (iets wat ook in 1939 al was gebeurd). Vanaf Castle Square, in het centrum van de stad, heb je een duidelijk zicht op de 13e/14e-eeuwse deuropening en de trap waar de juryleden van de manoriale rechtbanken werden beëdigd. De middeleeuwse stadsmuren werden in 1236 opgetrokken nadat er een subsidie was ontvangen om de stad te versterken. Er is weinig over van de muren, de drie stadspoorten of de achterpoort voor voetgangers. Resten van de oude muur zijn nog te zien bij het naderen van de stad via de B4350 (Clifford Road), op de hoge richel links van Newport Street. Newport is een verbastering van Nyporth, wat ‘Waterpoort’ betekent, zo genoemd vanwege de positie van de oostelijke poort die naar de rivier leidde. De muren lijken in westelijke richting langs de hoge oever van de rivier de Wye te hebben gelopen en vervolgens oostwaarts richting Castle Street en de westelijke poort. Het is waarschijnlijk dat de derde poort zich bevond nabij de Old Black Lion in Lion Street. Veel gebouwen zijn voorzien van een pleisterlaag (rendered), waardoor hun ooit zichtbare vakwerk van hout en gips nu verborgen is. Het is bekend dat er ooit minstens vierendertig pubs in de stad waren. The Three Tuns in Broad Street is de oudste; na een recente brand en een daaropvolgende volledige renovatie is deze nog steeds in gebruik. Dit 16e-eeuwse gebouw heeft buiten nog steeds zijn opstapblok voor paarden. De Buttermarket met zijn zuilengalerij werd in 1833 opgericht op de plek van het Old Market House. Er was ook een kaasmarkt en een porseleinmarkt (hoewel die laatste slechts een open ruimte was), evenals de gebruikelijke veemarkten. De tramweg was de voorloper van de spoorlijn die van Brecon naar Hay liep en verder naar Clifford en Kington. Deze tramweg werd in de 18e eeuw aangelegd als een middel om steenkool goedkoper te vervoeren vanaf het kanaal van Abergavenny en Brecon. De tram was beperkt tot zes wagons en werd volledig door paarden getrokken. Passagiers waren toegestaan en betaalden 6 pence (2,5p) voor zes mijl. Twee aannemers leverden de paarden: William Bridgewater in Glasbury en Benjamin Trusted in Eardisley. De paarden werden waarschijnlijk gewisseld in Glasbury, waar de stallen van Llywnaubach Lodge inmiddels zijn opgenomen in het hotelcomplex. Een voorbeeld van het ijzeren wiel en een deel van het spoor is te zien in de bibliotheek van Hay.
Dit plaatje van het graafschap Hereford laat zien wat we de volgende dag van plan waren. Fietsen vanuit Hay-on-Wye naar de stad Hereford (gelijknamig aan het graafschap) langs de Wye. Dat de hoofdstad van een graafschap (of provincie) gelijk is aan het omliggende gebied is niet zo bijzonder. Denk maar aan de provincie Groningen of de provincie Utrecht…
Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.

Vorige post Volgende post