Ik ben de oudste van drie kinderen en heb twee zussen die beiden jonger zijn dan ik ben. De oudste van de beide zussen en ik zijn allebei in Zandeweer geboren in de ondertussen al jaren geleden in 1969 afgebroken woning bij de kwekerij van mijn ouders aan de Molenhorn 24, zo ongeveer tegenover de molen Windlust. De kwekerij bestaat nog steeds, de kassen en het ketelhuis staan er nog, maar volgens mij is er al meerdere tientallen jaren geen bedrijvigheid meer. Nadat de markt halverwege de zestiger jaren van de vorige eeuw voortdurend in toenemende mate verslechterde verkochten m’n ouders de kwekerij in de zomer van 1969 en verhuisden naar Zwolle. Nog voordat de verhuiswagen Zandeweer verlaten had was onze woning al gesloopt. Vooral voor m’n vader was het hele gebeuren een forse verandering. Hij ging van ‘eigen baas’ op de kwekerij naar een baan in ploegendienst op de papierfabriek van Van Gelder in Wapenveld (die ondertussen ook al niet meer bestaat). Maar ook voor m’n moeder was de overgang van Zandeweer naar Zwolle bijzonder groot. Van een vrijstaand huis in Zandeweer naar een woning op de 6e verdieping van een flatgebouw in een van de buitenwijken van Zwolle was immers ook een behoorlijke verandering.

Het dorp Zandeweer is een klein beetje boven het midden van deze afbeelding vanuit Google Maps (de satelliet weergave zonder labels) terug te vinden. De witte vlakken in/bij het dorp is de reflectie van zonlicht op de verschillende kassen van de nog werkzame kwekers in Zandeweer.

Ik werd geboren in juni 1958 en was net 11 jaar oud geworden toen de kwekerij verkocht werd en we naar Zwolle verhuisden. De in Zandeweer geboren zus is iets meer dan vier jaar jonger dan ik ben; wij hebben dus allebei bewust meegemaakt dat ons gezin in Zandeweer heeft gewoond, dat in tegenstelling tot m’n jongste zus. Zij werd een paar maanden na de verhuizing in Zwolle geboren en heeft de ‘Zandeweerster periode’ dus niet meegemaakt, omdat haar leven in Zwolle begon.

De laatste jaren kom ik af en toe weer terug in Zandeweer, vaak één of meerdere keren per jaar. Op de een of andere manier heeft het dorp nog steeds zijn aantrekkingskracht op me en ook een aardig prominent plekje in de herinneringen aan m’n jeugd. Op één jaar na bezocht ik de basisschool in Uithuizen (het laatste jaar van de basisschool volgde ik in Zwolle). Ik herinner me nog goed dat ik ’s ochtends op m’n kleine blauwe fietsje naar Uithuizen fietste en in de middag weer terug naar de kwekerij in Zandeweer moest fietsen. Grappig feit is dat m’n in Zandeweer geboren zus de basisschool in Zandeweer heeft bezocht, uiteraard totdat we verhuisden. Na de verhuizing naar Zwolle zaten m’n zus en ik een korte periode op dezelfde basisschool aan de Monteverdilaan in Zwolle.

In het archief van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed vond ik deze foto uit juli 1964. Ons huis is te vinden achter de meest linkse lantaarnpaal op de foto. Ik realiseer me nu pas dat we indertijd ook een bushalte voor de kwekerij hebben gehad… Ongeveer drie maanden later werd er een dochtertje geboren in het gezin…
Ik denk dat deze foto ergens in de zomer van 1965 is gemaakt. Achter ons huis hadden we een grasveld, maar m’n ouders noemden het een bleekveld. Samen met m’n zus in het gras. De foto is ingekleurd met behulp van de online software van MyHeritage.

Zandeweer ligt een paar kilometer ten zuiden van Uithuizen en ongeveer twintig kilometer ten noorden van de stad Groningen. Onder het dorp Zandeweer vallen ook de buurtschappen De Knijp, Doodstil, Zevenhuizen en Eppenhuizen. Zandeweer ligt in de gemeente Het Hogeland. Deze gemeente ontstond op 1 januari 2019 uit de voormalige gemeenten Bedum, De Marne, Winsum en de gemeente Eemsmond waar Zandeweer tot op dat moment toe behoorde. Tot 1990 hoorde Zandeweer echter de gemeente Kantens. In veertig jaar tijd (tussen 1979 en 2019) is Zandeweer dus twee keer opgegaan in een grotere gemeente.
Zandeweer staat niet op dit kaartje, maar zou moeten liggen tussen Kantens en Eppenhuizen (iets dichter bij Eppenhuizen dan bij Kantens). Het dorp Zandeweer ligt dus in de buurt van de plek waar indertijd de Fivel uitmondde in wat nu de Waddenzee is.

Al tijden ben ik historische foto’s en scans van ansichtkaartjes met Zandeweer als onderwerp aan het verzamelen. Het idee daarachter is mijn eigen herinneringen levend te houden en bovendien de periode van mijn kinderjaren vast te leggen, een beetje ’te borgen’ als het ware. Natuurlijk ook vanuit het oogmerk (minimaal) een deel daarvan een keer op deze site te gebruiken. Op een bepaalde manier was de ‘Zandeweer-periode’ van mijn leven een soort idyllische tijd. De dagen gingen een stuk trager voorbij dan dat ze tegenwoordig voorbij vliegen. Waarschijnlijk heeft dat te maken met [1] het ouder worden. De ‘Zandeweer-periode’ ligt in mijn geval al ruim 55 jaar achter me. Wat natuurlijk ook mogelijk is, is het gegeven [2] dat ons leven veel ‘jachtiger’ is geworden. Het tempo van leven is aanzienlijk sneller geworden in de afgelopen tientallen jaren. Het is natuurlijk ook eerlijk om te melden dat de ‘Zandeweer-periode’ voor mijn ouders wat minder idyllisch was, zeker nadat het met de kwekerij minder goed begon te gaan en ook minder goed bleef gaan.

Een van de wat grotere investeringen van m’n ouder was het bouwen van de achterste kas (zichtbaar in de achtergrond op deze foto). Ook moest er een nieuwe sloot gegraven worden. Een foto van de graafmachine in actie…

Aan de andere kant heb ik in die periode ook duidelijk meegekregen dat de eerste periode dat mijn ouders de kwekerij aan de Molenhorn hadden, het ze financieel duidelijk voor de wind ging. Er werd door mijn ouders flink geïnvesteerd in  die periode met als oogmerk er een succesvolle onderneming van te maken. Later kantelden de economische omstandigheden dusdanig dat m’n ouder meer moeite begonnen te krijgen het hoofd boven water te houden. Dat mondde uiteindelijk uit in de verkoop van de kwekerij en een verhuizing naar een plek op een  flinke afstand van Zandeweer. Dat werd dus Zwolle…

Een paar weken terug trof ik tijdens een koffiepauze iemand uit Utrecht die naar Groningen was gereisd om familieonderzoek te doen. Hij vroeg m’n collega en mij wat wij in de Archieven deden en was verrast dat we vrijwilligers waren. Ik vertelde dat ik vroeger in Zandeweer had gewoond. Hij vertelde me dat hij er gewerkt had in het postagentschap. Waarop ik wist te melden dat dat te vinden was op het hoekje van de Noorderweg en de Molenhorn. Hij had meegeholpen postcodes toe te kennen aan adressen, waaronder ook Zandeweer. Hij deed dat destijds samen met Cor de Vos, een collega van hem. Ik vroeg hem vervolgens of hij ook wist dat Cor de Vos vlakbij het postagentschap woonde en in z’n vrije tijd bijverdiende als kapper. Dat bleek volkomen te kloppen. Op z’n volkomen onverwacht moment krijg je pas in de gaten hoe klein de wereld af en toe kan zijn…

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

In de Nieuwe Groninger Encyclopedie (uit 1999) is het volgende over Zandeweer te lezen: Zandeweer – Gron.: Zanneweer. Dorp in de gemeente Eemsmond ten Z. van Uithuizen. Het ligt op de zandrug in het nieuwe land dat in de Fivelboezem ontstond. De borg Scheltema werd in 1627 gekocht door Edzard Jacob Clant; hij herbouwde deze in 1633 en sindsdien heette de borg Scheltema-Nijenstein. In 1811 werd hij op afbraak verkocht en gesloopt. De borg Onnema werd in 1805 al afgebroken. Hervormde kerk (13de eeuw) met vrijstaande toren (15de eeuw), waarin twee klokken van Henric Kokenbacker (1469) hangen. De kerk heeft een gaaf interieur met twee herenbanken uit 1679, een preekstoel uit het derde kwart van de 18de eeuw, een orgel door A. Hinsz (1731) met snijwerk door C. Struiwig, een avondmaaltafel (1758), en een rouwbord voor Josina Petronella Clant (1743). In de kerkvloer bevinden zich verschillende grafzerken; de oudste dateert van 1540. De koren- en pelmolen ‘Windlust’ dateert van 1818. Te Zandeweer werd in 1787 een ‘excercitiegenootschap’ opgericht door dominee Dekens. Boerenjongens veroorzaakten een oploop. De genootschappen van Eenrum, Baflo en Warfhuizen kwamen te hulp. Het liep af zonder bloedvergieten, maar de hoofdmannenkamer verbood het zelfstandig optreden van de vrijcorpsen. Zij zouden alleen mogen optreden met goedvinden van de wettelijke rechter. Dominee Dekens en zijn ambtgenoot dominee Jac. Janssonius van Oosternieland en alle andere patriottische predikanten moesten dit besluit vanaf de kansel voorlezen; zij voelden dit als een grote vernedering. De genootschappen protesteerden in hun Echt en Authenticq Verhaal (1789). Weldra echter kwamen de Pruisen (inval 1787). Dekens en Janssonius werden, evenals Bacot van Eenrum, afgezet en verbannen. In de Middeleeuwen yn Sondwere, to Sontwere. In de 16de eeuw Zandtweer en in de 19de eeuw Zandweer. Betekenis: were (= bezit, land) op sond (= zand; eigenlijk zavel = mengsel van zand en klei). Schimpnamen voor de inwoners: Eerappelreuders, Eerappelruders.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

Zandeweer ontstond in de voege Middeleeuwen, circa 1000 jaar geleden, op een kwelderwal of zandwal in het stroomgebied van de Fivel (een voormalige rivier door de huidige provincie Groningen, uitmondend in de Fivelboezem een aan aan de monding van de toenmalige Westereems).  Al in de 14e eeuw komt Zandeweer voor het eerst in schriftelijke bronnen voor als ‘Sondwere’, dat wil zeggen: land op het zand.

Een uitsnede van de hoogtekaart van Nederland. Zandeweer is te vinden ongeveer in het midden van deze afbeelding. Het dorp en de iets wijdere omgeving zijn rood gekleurd om aan te geven dat het gebied net is hoger ligt dan het omringende landschap. De blauwe gebieden op deze afbeelding zijn hedendaagse waterlopen.
Een kwelder is een begroeide landaanwas die bij hoogwater niet meer onderloopt. Een kwelderwal is een hoger gelegen deel van een kwelder, waar bij overstromingen vaak iets grover materiaal werd afgezet. Het gegeven dat Zanderweer op een hoger gelegen gebied ontstond dan de nabije omgeving is voor Noord-Groningen een betrekkelijk uniek gegeven. Vaak werd een wierde aangelegd waarop nederzettingen ontstonden – Zandeweer ontstond op een ‘natuurlijke’ hoogte. Het gegeven dat Zandeweer ontstond op een ‘natuurlijke’ hoogte te nog steeds terug te zien in het stratenplan van het dorp. De bebouwing was tot het midden van de 19de eeuw vooral geconcentreerd langs de Hoofdstraat en de loodrecht daarop staande Poelweg, daarna raakten de Molenhorn en de Veilingstraat bebouwd. Het stratenplan van Zandeweer is min of meer lintvormig, dit in tegenstelling tot een dorp dat z’n oorsprong op een wierde (een door mensen aangelegde hoogte in het landschap om bij een overstroming of hoog water een droge plek te hebben) heeft. Bij een dergelijk dorp meer sprake van een stratenplan dat min of meer oogt als de spaken van een wiel.

Zandeweer, en ook het dichtbijgelegen Startenhuizen en Eppenhuizen, zijn indertijd waarschijnlijk ontstaan als ‘dochternederzettingen’ van de iets  oudere wierdekernen zoals Warffum, Usquert, Kantens en Rottum. Door toenemende bevolkingsdruk en opslibbing breidde de bevolking zich daar zo snel uit, dat die bevolking naar andere drooggelegen delen trok. De oorsprong van het dorp Zandeweer is te vinden daar waar de Hoofdstraat en de Veilingweg elkaar kruisen – het zwaartepunt van het dorp is nog steeds rond deze plek te vinden. Zandeweer is tegenwoordig een dorp met circa 500 inwoners.

Kaart van het Waterschap Hunsingo uit 1856. Bron: Groninger Archieven, toegang 817-1819. Het dorp Zandeweer is terug te vinden in de rechterbovenhoek van deze afbeelding. 

In de loop van de eeuwen nam het aantal overstromingen in het gebied in sterke mate af omdat het gebied steeds verder werd ingepolderd. Het gevolg van al deze inpolderingen waren betere dijken en een verbeterde afwatering. Er kwam dus ook meer ruimte om te wonen. Zandeweer ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot tuinbouwdorp, iets wat tegenwoordig nog steeds is terug te zien in de kassencomplexen aan de zuid en westkant van het dorp. De mentaliteit uit de tuinbouw (hard werken, ondernemend) kenmerkt ook nu nog de gemiddelde Zandeweerster: veel mensen werken als zelfstandige of in de (tuin)bouw. Tot 1850 groeide de lintbebouwing langs de weg (nu Hoofdstraat en Poelweg), tussen 1850 en 1940 breidde de lintbebouwing zich uit ten noorden van de kern (Veilingweg, Molenhorn, en de Noorderweg). In een eerdere post (link opent op een nieuw tabblad) wist ik te melden dat het woonhuis bij de kwekerij op Molenhorn 24 dateerde van 1880. Het betroffen voornamelijk arbeidswoningen, eenvoudige burgerwoningen en enkele winkelpanden. Pas in de periode na de Tweede Wereldoorlog vond een verdere uitbreiding plaats aan nieuw aangelegde straten langs of rondom de bestaande oude bebouwing.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

In de omgeving van Zandeweer hebben vroeger twee belangrijke borgen gestaan: Onnema en Scheltkema-Nijenstein. Hoewel beide borgen in het begin van de 19e-eeuw zijn gesloopt, hebben de families die er woonden een blijvende invloed gehad op de kerk en het dorp. De borg Scheltkema-Nijenstein stond aan de noordwestzijde van het dorp en was de meest invloedrijke van de twee. De geschiedenis van de borg Scheltkema-Nijenstein gaat terug tot minstens 1482, toen een zekere Hillebrant Scheltkema werd vermeld. In 1633 liet Edzard Jacob Clant de oude, vervallen borg afbreken en vlakbij een nieuw, imposant gebouw optrekken. De familie Clant was een van de belangrijkste adellijke geslachten in de regio; hun wapens en de herenbanken in de kerk herinneren nog aan hun status. De borg werd in 1811 op afbraak verkocht en gesloopt. Op de plek waar het schathuis eens stond, bevindt zich nu de boerderij Scheltkema. Het oude terrein van de borg (aan de huidige Noorderweg) is tegenwoordig in gebruik als akker.

Een krantenknipsel uit januari 1930 over de restanten van de borg Onnema. De foto van het knipsel in ingekleurd met behulp van de online software van MyHeritage.

De borg Onnema lag ongeveer een kilometer ten zuidwesten van Zandeweer, aan de huidige Onnemaweg. Voordat de eigenlijke borg in 1548 werd gebouwd, stond er al een steenhuis op deze plek. Een bekende bewoner uit die tijd was Peter (vermeld in 1531). In de 17e-eeuw werd de borg Onnema bewoond door de familie Writzers. Net als de bewoners van Scheltkema hadden zij hun eigen grafkelder en herenbanken in de kerk van Zandeweer. De borg Onnema werd iets eerder afgebroken dan Scheltkema-Nijenstein, namelijk in 1805.

Een nog ouder knipsel (uit augustus 1801) over de verkoop van de borg Onnema in Zandeweer. Ik vond het opmerkelijk om in dit knipsel te lezen over de ALTOOS DURENDE BEKLEMMINGE. Opmerkelijk omdat het perceel waarop de kwekerij van m’n ouders was gevestigd ook onder het beklemrecht viel.
Echt tastbare zaken zijn er niet meer van de Zandeweerster borg Onnema, met uitzondering van de palen van het toegangshek naar de voormalige borg. De palen staan tegenwoordig in Middelstum, op nieuw vanwege een toegangshek maar nu naar de plaatselijke Hervormde Kerk.

Ondanks dat de beide borgen zelf verdwenen zijn, zijn er nog volop zichtbare sporen van beide families aanwezig in de kerk: [1] De rijk versierde herenbanken uit 1679 bevatten de familiewapens van de borgbewoners. [2] In het koor van de kerk ligt een 24-delige grafzerk die de toegang markeert tot de Onnema-grafkelder. [3] In 1731 werd het Hinsz-orgel in de kerk van Zandeweer gebouwd. De bouw van dit beroemde orgel werd waarschijnlijk gefinancierd door de heer van Scheltkema-Nijenstein.

De families die op de borgen rond Zandeweer woonden, waren niet alleen lokale grootgrondbezitters, maar vervulden ook cruciale politieke en religieuze rollen in de regio. Hun invloed is nog steeds letterlijk in de kerk gebeiteld via hun familiewapens. [1] De wapens op de herenbanken en het zilverwerk fungeren als een soort visueel archief van de adellijke netwerken in de Ommelanden: [2] Familie Clant (Scheltkema-Nijenstein): Het wapen van de familie Clant is prominent aanwezig op de herenbanken uit 1679 en op een zilveren avondmaalsbeker uit 1694. Dit wapen is vaak gevierendeeld met de wapens van aangetrouwde families zoals Lewe. [3] Op de opzetstukken van de banken ziet u ook de wapens van families als Coenders en Ompteda. Dit toont aan hoe de borgbewoners via huwelijken (allianties) verbonden waren met de machtigste geslachten van Groningen. [4] Familie Writzers (Onnema): Hoewel hun borg eerder verdween, herinnert de grote 24-delige grafzerk op het koor aan hun aanwezigheid. Deze zerk bevat talrijke familiewapens die de stamboom en de status van de bewoners van Onnema markeren.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

Het interieur van de hervormde kerk van Zandeweer doet voornaam aan. Adellijke families, bewoners van de verdwenen borgen Onnema en Nijenstein, hebben hun sporen achtergelaten in dit kerkgebouw. Als collatoren oefenden ze hun rechten uit in de benoeming van predikanten en kosters, die tevens vaak schoolmeester waren. Schitterend is de grafzerk met koperbeslag als sluitsteen op de grafkelder van de adellijke familie Clant-Lewe. Linksboven en rechtsonder de wapens van de familie Clant, rechtsboven en linksboeven die van de familie Lewe en in het midden die van de familie Scheltkema, De avondmaalstafel heeft een plek gekregen op deze grafzerk, waarschijnlijk om de toegang tot de grafkelder te beschermen.

De bewoners van de beide borgen waren de feitelijke bestuurders van het dagelijks leven: [1] Via het collatierecht. Dit was een van hun belangrijkste machten. Als collator hadden de borgheren het recht om de predikant van de kerk te benoemen. De heer van Scheltkema-Nijenstein gebruikte deze invloed waarschijnlijk ook om de bouw van het beroemde Hinsz-orgel in 1731 financieel mogelijk te maken. [2] Leden van de familie Clant, zoals Edzard Jacob Clant, waren niet alleen lokaal machtig, maar dienden ook als lid van de Staten-Generaal in Den Haag. Zij vertegenwoordigden de belangen van de Ommelanden op nationaal niveau. [3] De borgheren traden vaak op als hovingen (rechters) in lokale geschillen en als kerkvoogden, waarbij zij verantwoordelijk waren voor het beheer van de kerkelijke goederen en gebouwen. [4] Zij vervulden functies zoals ‘Gecommitteerde Raad der Ommelanden’ of ‘Schepper’ (een voor het waterbeheer verantwoordelijke functie), wat hen directe controle gaf over de veiligheid en infrastructuur van het gebied rond Zandeweer.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

Zandeweer ontstond in de middeleeuwen op een hoge zandwal in de Fivelboezem. De naam betekent bezit of land (‘were’) op zand of zavel (‘sond’). De omgeving is vanwege de vruchtbare kleigrond in trek bij boeren, maar het dorp zelf werd vanaf de 19e-eeuw een tuinbouwdorp. Daardoor groeide het dorp sterk. Bijna alle woningen aan de Hoofdstraat zijn 18e en 19e-eeuwse dwars geplaatste éénlaagswoningen. De Romanogothische kerk uit de 13e-eeuw maakt het historische gevoel compleet. De vrijstaande toren is in de 15e-eeuw gebouwd. In het godshuis is de invloed te zien van de adellijke families die in Zandeweer woonden op de in de 19e-eeuw verdwenen borgen Scheltkemaborg (later Nijenstein) en de Onnemaborg. Een andere blikvanger is de koren- en pelmolen uit 1818 met een van de weinige sarrieshutten die de provincie nog telt. Hierin woonde de toezichthouder op de belastingafdracht over gemalen graan. Bron: Informatiebord bij Fietsknooppunt 11.

Eén van de vele zerken in de kerk van Zandeweer is die van dominee Hildebrandt Janssonius, die op 4 september 1750 overleed op 74-jarige leeftijd. Zijn vrouw en zes kinderen gingen hem voor. Het grafdicht op zijn grafsteen luidt:

Een Man, vervult met wijsheit en beleit
Een Man van groten geest in nedrigheit
Een Man, getrou voor Godt en zijn gemeent
Een Man, van velen na zijn doot beweent
Een Man, van onbezweken Helde moet
Een Man, opregt en in Verkering zoet
Een Man, een Worstelaar voor Lant en Kerk
Legt hier, O Lezer! onder deze zerk

Het grafgedicht verder besproken...
De loftuitingen zijn niet van de lucht. De gemeente heeft het met hem getroffen. De vier eerste versregels zijn duidelijk. Wat wordt echter bedoeld met heldenmoed in de vijfde versregel? Het waren onrustige tijden, rondom werden oorlogen gevoerd. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was geen grote mogendheid meer. De Gouden Eeuw was voorbij. Blijft duister wat die heldenmoed is geweest. Aan zijn oprechtheid en de prettige wijze, waarop hij verkeerde met de mensen om hem heen hoeft niet te worden getwijfeld, zoals de zesde versregel ons doet weten. Maar op welke wijze heeft hij zich een worstelaar betoond voor land en kerk? Afhankelijk van de collatoren was de predi-kant op velerlei wijze aan handen en voeten gebonden. Niet alles kon worden gezegd. Of durfde hij het wel opnemen tegen de collatoren en betoonde hij daarin heldenmoed? Heeft hij zich misschien gemengd in discussies en bewegingen, die in 1748 zouden leiden tot het vaststellen van de zogenaamde Regeringsreglementen van 1748. Deze reglementen hielden in dat de macht van regenten aan banden werd gelegd en kwam te liggen bij de erfstadhouder Willem V. En wat de kerk betreft, hoewel er in de tijd van dominee Janssonius verschillende opvattingen over kerk en geloof heersten, had er zich een zekere tolerantie ontwikkeld. Mogelijk heeft Janssonius desondanks in zijn gemeente wel iets ervaren van invloeden van een zich ontwikkelend piëtisme door de geschriften van Ds. Schortinghuis uit Midwolda, die in 1740 zijn boek Het Innige Christendom het licht liet zien en van Ds. Verschuir uit Zeerijp met zijn Waarheid of bevindelijke Godgeleerdheid, verschenen in 1737. Heeft Janssonius zich sterk gemaakt onrust in zijn gemeente te bestrijden om zo een scheiding der geesten te voorkomen?
De Zandeweerster kerk op een ansichtkaart uit 1953.

De kerk van Zandeweer werd in de eerste helft van de 13e-eeuw gebouwd. Toen heette het dorp Sondwerz. Schutspatroon was de heilige Nicolaas. De oorspronkelijke kerk telde vier wandvakken, zoals te zien is aan de uitgemetselde verticale stroken baksteen. Per wandvak was er een smal rondboogvenster. Een versiering van rondboogjes, deels nog aanwezig, sloot de muren af. De ronde sluiting telt zeven smalle delen met bovenin blinde rondboognissen. Aan de binnenkant waren er gewelven. In de eerste helft van de 16e-eeuw werd de kerk met één vak verlengd. De ingang aan de westzijde kreeg een sierlijke zandsteunboog. Het nieuwe deel kreeg evenals het aangrenzende vak van de bestaande kerk een nieuw kruisribgewelf. Verder werden er grotere spitsboogvensters aangebracht. De kerk bezat een hoofdaltaar en twee zijaltaren. Een bewaard gebleven laag venster in de noordmuur herinnert hier nog aan. Vroeger stonden er in Zandeweer twee borgen, namelijk Onnema en Scheltkema (Nijenstein). Hun bewoners hebben hier eeuwenlang een grote rol gespeeld. Na de reformatie werd de middeleeuwse kerk geschikt gemaakt voor de protestantse eredienst. De invloedrijke borgbewoners zorgden ervoor dat de kerk een nieuw interieur kreeg, waaronder de herenbanken uit 1679 die op de koorgang staan. Deze banken hebben fraai gesneden opzetstukken met familiewapens. Zeer bijzonder is de avondmaalstafel met marmeren tafelblad in rococostijl uit 1758. Vermoedelijk stamt de preekstoel ook uit die tijd. De tafel staat op een grafsteen uit 1702 met koperen smeedwerk. Het snijwerk van zowel de tafel als de preekstoel wordt toegeschreven aan Cornelis Kooyker. Op de preekstoel stond vroeger een zandloper, die aangaf hoe lang de dominee mocht preken. Boven de koorgang hangt een rouwbord uit 1746 ter herinnering aan een van de borgbewoners. Ooit had de kerk vijf rouwborden. Vermaard is deze kerk door het orgel uit 1731 van de bekende Albertus Anthoni Hinsz. Dit instrument was zijn eerste werkstuk, dat hij als orgelbouwer in de Nederlanden maakte. De collator van de kerk, de heer van Scheltkema-Nijenstein heeft waarschijnlijk financieel bijgedragen aan het orgel. Vandaar dat op de orgelbalustrade, behalve verschillende muziekinstrumenten, ook de familiewapens te zien zijn. Casper Struiwig was de beeldsnijwerker.

Een snaphaan zoals gebruikt werd om de kogel mee af te vuren die tot op de dag van vandaag in de koordeur van de kerk in Zandeweer is terug te vinden. Verderop in deze post is het uitgebreide verhaal hierover te lezen…

Tijdens de rellen in deze kerk tussen patriotten en prinsgezinden in 1787 is er een, nog steeds zichtbare, kogel in de koordeur beland. De borgbewoners bezaten een eigen grafkelder in de kerk. Bij de grote restauratie in 1932 is besloten om de toegang tot de grafkelders dicht te maken. De grafzerk op het koor, verdeeld in 24 ruiten met familiewapens, geeft de plaats aan waar zich de toegang tot de Onnema grafkelder bevond. De andere toegang was bij de overgang van het middenschip naar het koor. Buiten de kerk staat tegen de zuidwand een zandstenen zerk uit 1540, die eens in het gangpad voor de preekstoel heeft gelegen. De losstaande toren heeft een zadel (op het noord-zuid gerichte zadeldak staat een smalle dakruiter). Deze toren stamt uit het midden van de vijftiende eeuw. In de toren hangen twee klokken, een grote en een wat kleinere met diverse Bijbelse afbeeldingen. De klokken zijn speciaal voor Zandeweer gegoten, ANNO DNI MCCCCXLII (1467), door de klokkengieter Henric Kokenbacker uit de school van de beroemde Bremer klokkengieter Ghert Klinge. De klokken zijn zeer rijk gedecoreerd, zowel op de voor- als ook de achterzijde en zelfs in de tekstrand. De grote klok heet Maria en de kleine klok Katerina. Verder zijn de namen van de toenmalige collatoren, kerkvoogden en pastoor vermeld. Samen vormen de klokken waarschijnlijk het oudste ‘tweegelui’ van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de klokken gevorderd en op 5 maart 1942 uit de toren gehaald. Gelukkig werden ze na de oorlog in Giethoorn terug gevonden. Op 21 januari 1946 zijn de klokken tot grote vreugde van de Zandeweersters weer in de toren gehangen.

Die kogel in de koordeur… Hoe zat dat eigenlijk?
Dit verhaal is iets uitgebreider dan ik in eerste instantie aannam, daarom heb ik voor deze lay-out versie gekozen. We gaan, om beter te begrijpen wat er destijds gebeurd is, terug naar de nacht van dinsdag 25 september 1781. In die nacht wordt er door geblindeerde koetsen overal in de Republiek der Verenigde Nederlanden een anoniem pamflet verspreid. Pas 10 jaar later wordt vastgesteld dat Joan Derk van den Cappellen tot den Pol (een uit Overijssel afkomstige edelman) de auteur van het pamflet geweest moet zijn. Het pamflet is gericht ‘aan het volk van Nederland’ en roept de burgers in het land op om een revolutie te beginnen die gericht is tegen de corruptie en de vriendjespolitiek onder de toenmalige Nederlandse aristocratie. Het pamflet blijkt later het startsein te zijn geweest voor de Patriottentijd (1781-1787), een brede maatschappelijke beweging van ontevreden burgers die zich Patriotten noemden en zich verzetten tegen het corrupte politieke bestel dat werd gedomineerd door de Prinsgezinde stadhouders. Deze Patriotten wilden terug naar de ooit zo glorieuze Republiek (denk bijvoorbeeld aan de periode 1600-1700, de Gouden Eeuw) en wilden tegelijkertijd ook meet individuele vrijheden en meer burgerrechten. Geïnspireerd door wat vijf jaar daarvoor in de toenmalige Verenigde Staten gaande was wilden de Patriotten dat de macht moest toekomen aan de burgers van het land en niet meer aan de Stadhouders. De eerder anonieme Joan Derk van den Cappellen tot den Pol schreef in zijn pamflet ‘Vorst Willem, het is alles uw schuld’. Het bleef echter niet bij woorden alleen. De Patriotten verenigden zich in allerlei genootschappen. Sommige Patriotten pakken zelfs de wapens op en kwamen bijeen in schutterijen. Het gevolg was dat er een tweedeling in Nederland tot stand kwam: de Patriotten aan de ene kant, en de aanhangers van de prins (de prins- of Oranjegezinden) aan de andere kant. Deze verdeeldheid was nagenoeg overal in Nederland te merken. Zelfs in Groningen, dat ook toen al ver weg van het Haagse geruzie was. Verschillende daadwerkelijke conflicten waren het directe gevolg van deze tweedeling in het land. We gaan terug naar de kerk in Zandeweer ergens in 1787. Dominee Johannes Dekens heeft een stevige Patriottische overtuiging en houdt zijn overtuiging niet voor zichzelf. Zijn preekstoel is tegelijk zijn podium. Een paar jaar voorafgaand aan zijn benoeming in Zandeweer heeft hij met een paar vrienden een lokaal vrijcorps opgericht. Een vrijcorps is een spontaan vrijwilligersleger, bestaande uit leden van de schutterij of exercitiegenootschappen. Soms ontstaat een vrijcorps ook uit rondtrekkende eenheden van gedeserteerde huurlingen. De laatste van deze corpsen verdwenen pas in het begin van de 20e-eeuw. Dominee Johannes Dekens gebruikt zijn functie en zijn preekstoel om aan iedereen zijn overtuiging te verkondigen. Het maakt de dominee niet uit of de luisteraars Patriotten zijn of dat ze Oranje gezinde lieden zijn. Zelf in de preken van de dominee zijn duidelijk politiek gekleurd. Veel inwoners van Zandeweer zijn overtuigde Oranjegezinde dorpelingen. De politieke boodschappen en preken van de dominee vallen niet altijd in goede aarde en leiden tot veel ergernissen bij de Zandeweerster dorpelingen. Het wordt er niet beter op als het door de dominee opgerichte vrijcorps – bewapend met hun snaphanen – besluit te gaan patrouilleren. Kerkgangers die zich uitgedost hebben met bijvoorbeeld een oranje strik worden gesommeerd om deze ter plekke af te doen. Dit gaat de dorpelingen van Zandeweer duidelijk te ver. Op een mooie zondagochtend in juni 1781 barst de bom. Er worden hoofdtooien van koolzaadbloemen geknutseld en op deze manier uitgedost marcheren een aantal boerenknechten luidkeels scheldend naar de kerk van Zandeweer. Dominee Johannes Dekens is daar bezig met zijn preek. De Oranjegezinde boerenarbeiders hebben daar geen boodschap aan en stampen met groot kabaal de kerk binnen en verstoren daarmee de kerkdienst op deze mooie zondagochtend in juni 1781. Dominee Johannes Dekens vraagt de mannen de kerk te verlaten, maar dat wordt geweigerd; de maat is vol. De commandant van het vrijcorps (door dominee Johannes Dekens opgericht) laat vervolgens zijn bewapende troepen aanrukken. De met koolzaadbloemen uitgedoste boerenarbeiders krijgen in de gaten dat het menens wordt en verlaten de kerk via de koordeur. Een van de Patriottische leden van het vrijcorps haalt de trekker van zijn snaphaan net te laat over. De kogel treft gelukkig geen doel maar slaat in de dichtslaande koordeur. Tot op de dag van vandaag is die kogel daar nog steeds te vinden. Omdat de Oranjegezinde (en met koolzaadbloemen uitgedoste) boerenarbeiders hadden geroepen dat ze door het luiden van de kerkklokken van de kerk hun geestverwanten uit de omliggende dorpen wilden oproepen om ook naar Zandeweer te komen besloten de leden van het vrijcorps zowel de kerktoren en het touw om de klokken mee te luiden goed te bewaken. De Oranjegezinde boerenarbeiders komen behoorlijk dicht bij de losstaande kerktoren, maar ook de Patriottische leden van het door dominee Johannes Dekens opgerichte vrijcorps hadden versterkingen laten aanrukken. De kerktoren blijft in handen van de leden van het vrijcorps en de beide kerklokken (Katharina en Maria) blijven intact. Toch blijft het de hele zondag onrustig, ook in omliggende dorpen zoals Oldenzijl en Oosternieland. In Oosternieland wordt zelfs het huis van de eveneens patriottistische dominee met stenen bekogeld. ’s Avonds arriveren de heren van het gerechtshof. Zij stellen naar goed gebruik eerst een onderzoek in, laten verschillende arrestaties verrichten en zorgen op die manier ervoor dat de rust terugkeert. Het loopt in eerste instantie niet goed af voor dominee Johannes Dekens. Nadat de macht van de Oranjes weer hersteld wordt, krijgt de dominee te horen dat hij ontslagen en uit Zandeweer verbannen wordt. Maar, als de patriottistische beweging in 1795 weer een beetje opleeft, kan dominee Johannes Dekens weer terugkeren naar Zandeweer. De kogel zat nog in de koordeur en herinnerde hem elke keer weer aan die spannende zomerzondagochtend in 1787.
Dominee Johannes Dekens werd geboren op 2 augustus 1756 in Uithuizen en overleed in Zandeweer. Hij studeerde in Groningen, haalde zijn kandidaats in 1779, was dominee in de hervormde gemeente Oldenzijl in 1780, werd na vijf jaar beroepen in de hervormde gemeente Zandeweer in 1785, werd na vijf jaar Zandeweer hulppredikant in de hervormde gemeente Barneveld en de hervormde gemeente West-Terschelling in 1790, werd na vier jaar dominee in de hervormde gemeente Kolhorn in 1794, en twee jaar later opnieuw dominee in de hervormde gemeente in Zandeweer van 1796 tot 1830. Hij overleed op 5 december 1843 in Zandeweer.
Van links naar rechts: de pastorie, het verenigingsgebouw ‘Irene’ (daar was op zondagochtend de zondagsschool), de kerktoren en de kerk.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

De oude bebouwing van de Poelweg is, met uitzondering van een paar panden bij de hoek, vervangen door nieuwbouw. Het is wel een sfeervol straatje gebleven. De oudere bebouwing is vooral te vinden aan de Hoofdstraat. Het zijn voornamelijk dwarsgeplaatste panden uit de 18de en 19de eeuw die ondanks hun eenvoud aan weerszijden van de straat een fraai ensemble vormen. Aan het noordelijke gedeelte staan de oude school (nu dorpshuis) en een gebouw dat herinnert aan de in 1919 opgerichte veiling. In Zandeweer zijn er nog steeds veel (glas)tuinbouw bedrijven, de ligging van het dorp is daarin nog steeds een belangrijke factor.

Tegenwoordig loopt er een ‘ringweg’ rond het dorp Zandeweer. Als ik vanaf Groningen naar Zandeweer neem ik de N46 en vervolgens de afslag Eppenhuizen. Als ik de afslag Zandeweer voorbij zou rijden laat ik het dorp letterlijk links liggen en volg een goed berijdbare weg naar Uithuizen. Zou ik echter de afslag naar Zandeweer nemen, dan kom ik via de Molenhorn het dorp binnenrijden. Daar waar de weg naar rechts buigt is de ‘sarrieshut’ te vinden, tegenwoordig een monument.

Deze foto en de foto hieronder komen van een site met monumentale gebouwen, en die zijn er ook in Zandeweer te vinden. Ik heb de foto’s ingekleurd met de online software van MyHeritage. Op deze foto is nog een héél klein hoekje van ons huis te zien. Wonderlijk is het dat de ‘sarrieshut’ op deze en de volgende foto een compleet ander uiterlijk heeft dan ik me kan herinneren…

Een sarrieshut was de woning van een ambtenaar, aangesteld door de Staten van de provincie Groningen (Stad en Lande). Officieel werd deze woning omschreven als cherchershuis of cherchershut en de ambtenaar had de titel van chercher. Het woord chercher is afgeleid van het Oudfranse woord sarchier, dat belasten betekent. In het Gronings werd de naam al snel verbasterd tot sarries en de cherchershut tot sarrieshut. De sarrieshutten werden vanaf 1628 gebouwd in de onmiddellijke nabijheid van korenmolens. De chercher was belast met de controle op de belasting op het gemaal. Deze belasting was een recht dat geheven werd op het graan dat de boeren bij de molenaars brachten om het te laten malen. Deze zogenaamde belasting op het gemaal werd in het begin van de Tachtigjarige Oorlog ingevoerd en diende met name ter financiering van de strijd tegen Spanje. Na deze oorlog bleef de belasting gehandhaafd en werd uiteindelijk pas afgeschaft in 1855.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

Aan de Molenhorn, net als de Veilingstraat bebouwd met jongere woonhuizen, rijst molen Windlust op, een korenmolen uit 1818 die in 1886 door middel van een opgemetselde rand werd verhoogd. Ons woonhuis stond schuin tegenover de molen Windlust. De foto bovenaan deze post – de ‘kopfoto’ – is gemaakt vanaf de omloop van de molen. Er bestaat een tekening van mijn oom Jan waarbij hij de foto vanaf de molen als voorbeeld had genomen. Toen ik nog een klein kereltje was moest ik af en toe meehelpen in de kas met anjers. Ik had daar meestal geen zin aan en vond het veel leuker om buiten te spelen met de veilingkisten van mijn vader, en zelfs in de drooggevallen gracht naast het molenterrein liggen in het gras vond ik fijner dan overbodige zijschuiten uit de anjers halen (zodat we grotere bloemen kregen in plaats van trosanjers). De molen was voor mij een vast gegeven en hoorde bij mijn beeld van de wereld. Langere tijd was er bij de molen Windlust een Esso benzinepomp. Ik had al een beetje leren lezen op school en ik vond het dan ook héél knap van mijzelf dat ik ontcijferd had dat het benzinemerk ‘Driesso’ was. De hoofdletter ‘E’ van Esso leek verdacht veel op een ‘3’ volgens mij. Later werd het ‘OK’. Dat was weer een ander (ondertussen verdwenen) merk. Van dat laatste heb ik nog een foto waar ik samen met mijn opa Ploegman op sta.

Opa en oma Ploegman woonden aan de Havenweg in Uithuizermeeden. Opa Ploegman kwam zelfs toen hij al rond de tachtig was nog regelmatig op de fiets van Uithuizermeeden naar Zandeweer gefietst om een kop thee te halen en even iets te doen te hebben. Op deze foto ben ik met opa Ploegman boontjes aan het plukken volgens mij. Ik had op een goede dag beredeneerd dat we regelmatig kip aten als opa Ploegman geweest was. Niet alleen dat, er zat dan ook één kip minder in het kippenhok. Deze ontdekking heeft er voor gezorgd dat ik een groot gedeelte van m’n leven geen kip heb (willen) eten. Deze foto werd met behulp van de online software van MyHeritage ingekleurd. 
Over de molen Windlust in Zandeweer...
Deze molen werd in 1818 gebouwd als grondzeiler en in 1886 verhoogd tot stellingmolen. Evert Klaassens Elema kocht deze molen in juli 1844 van Klaas Jochems de Haan. Een jaar later trouwde hij met Wemeltje Derks Meijer, maar overleed reeds in 1849. Zijn weduwe hertrouwde in 1851 met de muldersknecht Wijbe Klaassens van Dingen (die bij haar werkzaam was?). Ook hem was slechts een kort leven beschoren; hij overleed op 8 april 1873, slechts 55 jaar oud. Wemeltje Derks Meijer zelf overleed veel later, 17 januari 1900. In maart van datzelfde jaar werd op verzoek van haar vijf kinderen, geboren uit twee huwelijken, de molen publiekelijk verkocht. Eén van die kinderen was Klaas van Dingen, gehuwd met Ida Holstein, was toen molenaar op de Windlust. Nieuwe eigenaar van molen met behuizing en 8½ are grond werd Kornelis Boersma; gehuwd met Jantje Til. Kornelis overleed op 10 januari 1914, waarna het bedrijf overging op zijn ongehuwde zoon Hendrik. Deze zou pas later trouwen met Diewerke Jantina Nienhuis. In ‘De Molenaar’ van 4 juli 1956 bood Hendrik Boersma zijn ‘goed onderhouden windkorenmolen, met woonhuis en grote tuin’ te koop aan. In datzelfde jaar werd het complex door de toenmalige gemeente Kantens aangekocht voor ƒ 8.000,–. De officiële overdracht vond plaats op 14 februari 1957. In 1961-‘62 volgde een restauratie, waarbij de molen onder meer nieuwe roeden kreeg. Bijzonder: het waren de eerste metalen roeden voor deze molen. De toen vervangen houten roeden waren in 1946 gestoken en afkomstig van zaagmolen Nooitgedacht van Ten Post. Een algehele restauratie volgde in de jaren 1975-’76, waarmee een bedrag van ƒ 130.000,- was gemoeid. De firma Bremer vernieuwde vrijwel de gehele kap, waartoe de molen enige tijd onttakeld stond. Vervolgens werd die nieuwe kap, compleet met de reeds gestoken en opgehekte buitenroede, geplaatst. De officiële ingebruikname volgde op 14 augustus 1976. Opmerkelijk is de situatie van het pelwerk: rond 1945 zijn de twee pelstenen verwijderd, dat wil zeggen: zij bevinden zich thans los op de begane grond, dus zonder functie. Voor het overige is de pellerij helemaal compleet met twee schijflopen, pelkuipen met blik en schuiven, schootemmers, pelrompen, schudzeef en waaierij. Als de molen draait draaien de pelspillen mee: molenaar Herman Wubbolts heeft zelf indertijd rijnen gemaakt waardoor de pelspillen gewoon mee kunnen draaien. Op de spillen zitten riemen waarmee de waaierkast inwerking wordt gesteld. Voor de hand ligt de vraag: ‘Waarom zijn die stenen (nog) niet teruggeplaatst?’ Dunning Molenbouw voerde eind 2012 groot onderhoud uit: zo werden korte spruit, een lange schoor en de windpeluw met voorkeuvelens vervangen. In april 2025 besloot men, deze molen voorlopig stil te zetten vanwege problemen met de roeden.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

Een paar huizen verderop naar het dorp toe woonde oma Vogel. De kwekerij was eerder van haar en opa Vogel. In 1956 nam m’n vader de kwekerij over nadat opa Vogel was overleden – ik heb daar hier (link opent op een nieuw tabblad) over gepost. Pa noemde oma altijd ‘moe’. Vanzelfsprekend natuurlijk. Het gevolg daarvan was dat ik haar altijd ‘oma moe’ noemde. Dat vond oma Vogel niet erg. Tot op het einde van haar leven heb ik haar steeds ‘oma moe’ genoemd. Dezelfde redenatie had ik voor opa en oma Ploegman bedacht. Die woonden in Uithuizermeeden; ‘Mij’ in het Gronings. Opa en oma Ploegman werden dus – volgens mijn logica – opa en oma Mij genoemd. Dat dat altijd mooi rijmde heb ik de laatste paar jaar pas in de gaten…
Oma Moe zoals ik me haar herinner.

Voorlopig laat ik het bij deze mijmeringen en overdenksels. Over Zandeweer is wellicht nog het nodige te melden. Ik ga gewoon verder met verzamelen en wellicht volgt er later nog eens een vervolg op deze post…

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.