Not torrential, just plain wet…
Afgelegde route: Riverside Campsite in Hay-on-Wye → Cusop → Merbach → Bredwardine → Moccas → Blakemere → Tyberton → Madley → Clehonger → Hereford → Trein → Londen Waterloo Station → Fiets → Londen Liverpool Street Station → Trein → Harwich.
Gefietste afstand: 53,2 kilometer ♦ gemiddelde snelheid: 16,0 kilometer per uur ♦ fietstijd: 3 uur, 19 minuten, 59 seconden ♦ totaal afgelegde afstand: 798,7 kilometer ♦ maximale snelheid: 49,4 km/uur.


Zo rond 08:00 uur waren we beiden alweer wakker. We hadden de afgelopen dagen niet gefietst en het was dan ook niet zo gek dat we niet zoveel slaap nodig hadden. Daarnaast waren we er allebei op gebrand om weer te gaan fietsen. De afgelopen nacht had het verschrikkelijk geregend. Er waren zelfs momenten geweest dat we ervoor gevreesd hadden dat onze tentjes de watermassa’s niet het hoofd zouden hebben kunnen bieden. Het was werkelijk een wolkbreuk. Hoewel je dat ’s nachts niet zo goed kunt zien en het in een tent altijd veel erger lijkt te regenen als dat het in werkelijkheid doet. Gelukkig zijn we wel droog gebleven, op een enkel plekje na.
Ik haastte mij naar de douches en kwam een klein half uurtje later weer heerlijk opgefrist terug. De Vogel was zelfs al eerder terug bij zijn tentje. We begonnen rustig aan onze spullen in te pakken en de tassen die we niet meer nodig hadden werden meteen, met de regenhoes erover, aan de fiets gehangen. Al snel begonnen onze plekjes aardig leeg te raken omdat we inmiddels weer behoorlijk bedreven zijn in het opbouwen en afbreken van onze tijdelijke onderkomens. Tegen de tijd dat we alles hadden ingepakt en aan de fiets hadden hangen begon het weer te plenzen. We verplaatsten onszelf naar de doucheruimte zodat we in ieder geval droog stonden.

De bui was behoorlijk hevig maar duurde gelukkig niet al te lang. Tegen de tijd dat er niet meer dan een miezerig buitje was overgebleven keerden we terug naar de fietsen. Daar werden natuurlijk meteen de regenjassen opgezocht en aangetrokken. Harry had een gloednieuwe poncho gekocht en had deze tot nu toe nog niet nodig gehad. Hij stond er verschrikkelijk mee te klooien. Omdat dit nogal wat tijd in beslag nam vroeg ik hem, plagend, of hij nog van plan was om vandaag te vertrekken. Harry had zich verschrikkelijk op staan naaien omdat de poncho niet wilde wat hij ervan verlangde. Mijn opmerking deed hem dan ook prompt ontploffen: ‘Nou, ga dan maar, als je zo’n haast hebt’, schreeuwde hij me met overslaande stem toe. Een ogenblik was ik verbluft want ik had dit in de verste verte niet zien aankomen.
Het gezicht van mijn fietsmaatje worstelend met zijn regen poncho won het uiteindelijk van mijn verontwaardiging en ik barstte in een onbedaarlijk lachen uit. Hetgeen ogenblikkelijk koren was op de molen van Harry’s woede. Gelukkig duurde zijn driftbui maar kort en zag hij zelf ook het komische in van de hele geschiedenis. Ten lange leste durfde hij het aan om te gaan fietsen.
Met een soort van halve tent fladderend achter hem aan doken we weer de vallei in. Bij de platenzaak wilden we nog een stevige doos kopen om mijn kalender in te versturen. Deze winkel was dicht en dus probeerden wij ons geluk bij het postkantoortje. Hier kochten we een envelop en stuurden we de, toch nog redelijk nat geworden, kalender naar huis. Evenals de tekening die we van ons beiden hadden laten maken. Weer buiten bij de fietsen aangekomen konden we niet anders dan constateren dat het nog steeds regende. Daarop besloten we om eerst nog maar eens bij ‘The Blue Boar’ een ontbijtje te gaan scoren en er maar op te hopen dat het daarna droog zou zijn.
Nadat we dit op hadden werd het toch echt tijd om te gaan fietsen. Het geluk liet ons niet in de steek want het was inmiddels betrekkelijk droog geworden. Langs de B-weg die ons vier jaar geleden naar Hay-on-Wye had gevoerd keerden we nu terug naar Hereford. En we moesten er ook behoorlijk voor werken. Gelukkig bleef het nog altijd droog. Daar stond tegenover dat het absoluut niet koud was en de relatief hoge luchtvochtigheid speelde ons behoorlijk parten want we zweetten als otters. Met vrij veel onderbrekingen bereikten we Madley. Op zo’n 5 mijl van Hereford.
De hele ochtend hadden we naar herkenningspunten gezocht maar die waren angstvallig schaars. Op het moment dat we in Madley naar de kerk fietsten wisten we echter zeker dat we goed zaten. Dit was een van de plaatsen waar we een paar jaar terug ook al eens een pauze ingelast hadden. Vooral het kerkje en het daar tegenover gelegen winkeltje kwamen uitermate bekend voor. We kochten een Snickers en een blikje cola en gingen dit op het gemakje buiten op zitten eten. We hadden inmiddels een kleine veertig kilometer droog gefietst maar nauwelijks hadden we op het bankje plaats genomen of het begon weer te sputteren. We keerden terug naar het winkeltje en gingen binnen even staan schuilen. Tegen de tijd dat de bui verder was getrokken hadden wij onze hapje en drankje ook naar binnen gewerkt en hervatten wij het fietsen. We waren nu op ‘steenworp’ afstand van Hereford en hadden nog een beetje hoop om droog aan te kunnen komen. Vanuit Hereford wilden we de trein pakken naar Harwich maar daarbij proberen Londen te vermijden. In Londen zouden we onherroepelijk moeten overstappen. Als je met de fiets bent betekent dit dat je minimaal tien kilometer dwars door Londen moet fietsen. Meestal niet echt leuk.
In eerste instantie hadden we bepaald dat we in Hereford onze plannen zouden concretiseren. Als het weer het toeliet wilden we nog wel een paar dagen door de Midlands heen kachelen. Zo niet dan zouden we meteen de trein pakken richting Harwich. Gezien de weerberichten van de afgelopen paar dagen leek de keuze voor de trein onvermijdelijk. We reden Madley uit en moesten door een ‘ford’. Dit is een laag gedeelte in de weg, waar het regenwater zich verzamelt. Aangezien het net geregend had was er al een fikse hoeveelheid water naar beneden gestroomd en de weg stond behoorlijk blank. Er stond wel een centimeter of 30 water. De auto’s die er doorheen moesten reden stapvoets. Wij volgden braaf hun voorbeeld. Het is trouwens best eng om door een grote plas water te moeten fietsen als je geen idee hebt hoe de weg is die eronder ligt. Voor hetzelfde geld zitten er inmiddels enorme gaten in de weg die je dan mooi niet kunt zien. We fietsten hierna gestaag verder.
We hadden nauwelijks een kilometer afgelegd of het begon pas goed te regenen. Datgene wat we tot dan toe meegemaakt hadden was slechts kinderspel. Met bakken kwam het naar beneden gespoeld. En daar sta je dan. Je kunt geen kant uit. De enige optie die je dan nog hebt is om door te fietsen. En dat terwijl je weet dat je binnen vijf minuten volledig doorweekt zult zijn. We waren inmiddels vlak bij Hereford, reden in grote lijnen heuvelafwaarts en reden zo snel als onze beentjes ons konden voortstuwen. Ondertussen waren we inmiddels al tot de kloten aan toe nat geworden. En dat bedoel ik letterlijk. Na een paar bochten te hebben genomen draaiden we Hereford binnen. Enkele honderden meters verderop doemde een brug op in ons blikveld. We aarzelden niet en knepen meteen in de remmen. Op het trottoir hebben we, onder de brug, naar de neer gutsende regen staan kijken. Een beetje mismoedig, mag ik er wel aan toevoegen.
Het grote voordeel was wel dat wij niet verder nat werden en dat we het water van ons af konden laten druipen. Er stond nog een jonge dame onder de brug en met z’n drieën hebben we ruim een half uur staan wachten totdat de bui voorbij trok. Even waren we zelfs bang dat onder de brug, die redelijk laag in het landschap lag, het water zelfs het trottoir zou overspoelen. Dan waren we pas echt de klos geweest. Nadat de bui ons met rust gelaten had stapten wij weer op de fietsen en gingen op zoek naar het station. Ons besluit stond vast: we zouden de trein naar Harwich nemen en de volgende dag de boot naar Nederland pakken.

Het vinden van het station van Hereford bleek nog een hele opgave op zich. Blijkbaar is de trein geen populair vervoermiddel in Engeland. Gezien de prijzen die je moet betalen voor een vervoerbewijs en de onoverzichtelijke routebepaling is dit ook geen wonder. De meeste mensen aan wie wij de weg vroegen hadden geen flauw idee waar het station was. We reden globaal steeds verder naar het centrum en hoopten er maar op dat we op die manier ook dichter bij het station zouden komen. Op een gegeven moment zagen we een aantal spoorbanen liggen en dit deed vermoeden dat het station niet ver uit de buurt kon zijn.
Toch was het vinden van dit station niet echt gemakkelijk. Op een gegeven moment staken we een viaduct over en kwamen er toen achter dat het station aan de andere zijde van het viaduct lag. Dus konden we weer terug. En dat terwijl we allebei doorweekt waren en niet in al te best humeur verkeerden. Aangekomen aan de afslag die we hadden moeten hebben kwamen we tot de ontdekking dat de bowlingbaan en de plaatselijke Gamma goed voorzien waren van richtingbordjes. En ja, er hing ook nog een bordje voor het station. Deze was zo klein en zo goed verstopt dat Arendsoog nog moeite gehad zou hebben om het te vinden.
Eenmaal op de goede weg viel het zelfs nog niet mee om bij het station te komen. Uiteindelijk stonden we toch, met fietsen en al, in de hal van het station. Hier wisten we inmiddels zeker dat we met de trein naar Harwich zouden karren. En nog wel vandaag. In Madley hadden we nog een krant gekocht en daaruit was ons duidelijk geworden dat het de komende dagen gewoon slecht weer zou blijven. Over heel Engeland heen. Het duurde een poosje voordat we geholpen werden en wij ‘bestelden’ twee kaartjes voor een enkele reis naar Harwich. We hadden bedacht dat we beslist wilden vermijden dat we weer eens dwars door Londen moesten fietsen.
De beambte vertrok geen spier en zei ons: ‘one moment, please’. Hij kwam terug met een reisschema dat leek op de planning voor een zeventiende-eeuwse zeereis naar de West. Nadere bestudering leerde ons dat we een keer of vier zouden moeten overstappen en dat we pas na middernacht in Harwich zouden arriveren. Daar baalden we van. Wij trokken ons terug om ons strijdplan te bepalen. Hoe we de zaak ook bekeken het leek erop alsof we de strijd niet zouden kunnen winnen. Want de consequentie van een alternatieve route hield in dat je in Harwich nauwelijks nog een overnachtingsmogelijkheid zouden kunnen vinden. De andere optie was dus via Londen reizen. Dat zou slechts één keer overstappen inhouden. Echter we zouden van het ene station naar het andere moeten zien te fietsen. Een rit van tien tot vijftien kilometer over de ‘inner ring road’ van Londen. Zoals ons tijdschema uitwees zouden we precies in de spits in Londen aankomen. En zo rond 20:00 uur in Harwich kunnen zijn.
In arren moede kozen we toch maar voor de tweede optie. In vredesnaam… We kochten kaartjes, het was weer alsof we beroofd waren, en we zochten een plekje op om op de trein te kunnen wachten. Deze verscheen binnen niet al te lange tijd en wij laadden onze fietsen in waarna we zelf ook een plekje zochten. We hadden wel onze boekjes meegenomen, benevens een paar kranten, en stortten ons op de literatuur. Zo´n treinreis in Engeland verloopt meestal zonder avonturen. Voornamelijk omdat je geen donder ziet. De meeste rails liggen tussen twee hoge wallen. Slechts hier en daar krijg je zicht op het omliggende landschap. Wel werd ons duidelijk dat het regenfront een enorme omvang had. Zo af en toe reden we door een zonovergoten landschap maar meestal flitsten we door fikse buien door.
Met de gebruikelijke vertraging kwamen we op Waterloo Station aan. We vochten ons een weg door de forensen naar buiten. Daar vroegen we aan een Bobby de weg en begonnen onze fietstocht naar Liverpool Street Station. Wat alsmaar rechtdoor heette te zijn was niet helemaal zo. We verdwaalden slechts één keer en reden al snel weer langs een aantal bekende herkenningspunten. Zo kwamen we, voor de derde keer in twee jaar, langs Madame Tussaud gefietst. We fietsten redelijk vlot door. We hebben inmiddels wel geleerd dat je geen al te gekke capriolen moet uithalen in deze stad en je een beetje aan de regels moet houden. Om ons heen zagen we wel enkele ‘natives’ als gekken tussen het overige keer door slalommen, zich niets aantrekkend van abstracte fenomenen als rode stoplichten en dergelijke. Af en toe durfden wij nauwelijks toe te kijken.

Na ruim een uur kwamen we bij Liverpool Street Station aan. Net iets te laat om de eerste geplande trein te kunnen pakken. We daalden de trappen af en kwamen aan in de immense vertrekhal van dit station. Omdat de trein richting Harwich net vertrokken was stond er geen enkele informatie over die trein op de informatie borden. Dankzij het feit dat de loketbeambte in Hereford zijn werk goed gedaan had wisten wij hoe laat de trein zou vertrekken. We zouden zo ongeveer een uur moeten wachten. Harry moest naar het toilet en liet mij alleen achter met twee volledig bepakte fietsen. Ook de Vogel had zijn huiswerk goed gedaan want toen hij terugkwam had hij een paar broodjes bij zich. En daar waren we beiden goed aan toe. Ze smaakten ons dan ook voortreffelijk.
We raakten niet uitgekeken op de enorme drommen mensen die door de gigantische stationshal zwierven. Voor het merendeel waren dit allemaal forensen wiens werkdag er tegen de klok van vijven op zat. Zij wachtten nu allemaal op hun trein naar de omliggende dorpen en steden. Je kon wel merken dat er in de Londense ‘City’ bepaalde kledingvoorschriften golden want het leken wel allemaal klonen van elkaar te zijn. Grijs was de overheersende kleur. Het leek wel een eeuwigheid te duren voordat de trein die wij moesten hebben op de informatieborden verscheen. Wij begaven ons naar het vermelde perron en zochten naar het treinstel waarin wij onze fietsen kwijt zouden kunnen. De Engelse treinen zijn, in vergelijking met die in Nederland, werkelijk ellenlang en we waren de hele trein als langsgelopen en hadden nog steeds geen plek gevonden om de fietsen op te kunnen bergen. Ook was er niemand te zien die ons de weg zou kunnen wijzen. Balen dus. Bij onze tweede rondgang langs de trein zagen we wel een geschikte wagon.

Ook dit keer hadden we de fietsen snel op hun plaats staan en in de eerstvolgende wagon ploften wij zelf neer. Keurig op tijd verliet de trein Liverpool Street Station en begon aan zijn tocht naar het oosten. We hadden stiekem gehoopt nog een blik op te kunnen vangen van ‘The Millennium Dome’ maar de trein koos een route die ons geen blik gunde op het stukje Londen van de 21e eeuw. Trouwens, de trein bleek toch een vreemde route te kiezen want geen van de plaatsen die wij passeerden kwam ons bekend voor. En dat terwijl wij toch al een flink aantal keren het traject Harwich – Londen met de trein hebben afgelegd. Wij hadden het plan opgevat om voor Harwich, in Mistley of Wrabness, de trein te verlaten en daar op zoek te gaan naar een goede Bed & Breakfast. In Wrabness voegden we de daad bij het woord en laadden onszelf, en onze fietsen, uit. Het stationsgebouw zat natuurlijk precies aan de andere kant van het spoor en we moesten met de hele zooi door de tunnel, onder het spoor. Dit viel ons beiden niet gemakkelijk.
In het gebouwtje zat een kroegje en het leek ons verstandig om ons daar te oriënteren op de overnachtingsmogelijkheden. Wij voegden de daad bij het woord en bestelden een cola light voor ieder van ons. Wij vroegen de waardin om advies maar deze wist ons te vertellen dat we veel beter naar Harwich door konden reizen. De prijzen van overnachtingen in Wrabness waren veel hoger dan dat die in Harwich zouden zijn. Daar was het aanbod namelijk veel groter. Enigszins verbaasd hoorden wij het verhaal aan en besloten maar gehoor te geven aan het verstrekte advies. De eerstvolgende trein zou met een paar minuten aankomen. Op het perron dat we net verlaten hadden. Met de smoor in sjouwden we de hele zooi weer naar de overkant van de spoorbaan.
We hoefden niet lang te wachten en na een paar minuten stonden onze fietsen weer aan boord van een trein. Dit was duidelijk het plaatselijke boemeltje en de trein was ook niet zo lang. Bovendien hadden we de trein fietsend bij kunnen houden. Als we daar nog de puf voor hadden gehad. In Harwich aangekomen bestudeerden we eerst het informatie bord zodat we wisten hoe laat we de volgende ochtend de trein naar Parkeston Quay zouden moeten nemen. We wilden voldoende tijd hebben omdat we ook onze tickets nog om moesten boeken. Hierna gingen we op zoek naar een Bed & Breakfast. Een eindje voor ons uit zagen we een deel van het dorp dat behoorlijk verlicht was en we besloten daar ons geluk maar te proberen.
De verlichting concentreerde zich rond een van de plaatselijke kroegen en voor de rest viel er niet zoveel te beleven. De weg liep bovendien een eindje verderop dood in de haven. Dat bood ook geen soelaas. We keerden onze fietsen om en reden de andere kant het dorp in. We kwamen langs een vrij verlaten stukje weg en hadden alweer een aantal minuten gefietst zonder ook maar enig teken van een Bed & Breakfast te ontdekken. En dan te bedenken dat de kans op het vinden van een Bed & Breakfast in Wrabness nog kleiner geweest zou zijn. Het was natuurlijk al lang donker geworden en wij reden alles behalve op ons gemak. Op een gegeven ogenblik zagen we een aantal jonge mannen bij elkaar staan en wij vroegen daar om informatie.
Zij wezen ons naar de hoek van de straat. Daar zou een B&B moeten zitten. Dat gaf de burger weer moed. Bleken zij ook nog eens gelijk gehad te hebben. Wij hadden vooraf bepaald dat we niet meer dan £ 20,- per man per nacht uit wilden geven en dus deden we eerst navraag of we voor die prijs konden overnachten. Bleek dat we ‘slechts’ £ 15,- zouden hoeven betalen. De kamer zag er zeer behoorlijk uit en al met al was de keuze snel gemaakt. De dame in kwestie was gewend om logees te krijgen die de volgende ochtend met de boot mee wilden en het plannen van het ontbijt leverde geen enkel probleem op. Daar komt nog bij dat de boot uit Engeland op een christelijker tijdstip vertrekt als vanaf de andere zijde van het kanaal. In Nederland vertrekt de boot al om 07:00 uur. Hier verlaat de boot om 10:00 uur pas het dok. Dat maakt het voor de fietsers een stuk gemakkelijker.
Ook was er een veilig plekje voorhanden om onze fietsen weg te zetten. Naast de waakhond. Wat wil een fietser nog meer. Nadat dit alles geregeld was togen wij weer naar buiten. Daar werd alles van de fietsen geladen en vervolgens in etappes, langs een heel steil en smal trapje, naar boven gesjouwd. We gingen nog een laatste keer naar beneden om onze fietsen weg te zetten en hielden het toen voor gezien. Boven aangekomen zetten we alle tassen aan de kant en maakten gretig gebruik van de douche. Het was inmiddels al behoorlijk laat en we hadden er weer een vrij zware dag opzitten. We hadden niet veel gefietst maar waren wel de hele dag onderweg geweest. Als je op zo’n dag terugkijkt kan je je nauwelijks voorstellen dat je ‘s ochtends op de camping staat in Hay-on-Wye en dat je dezelfde avond al in een B&B zit in Harwich. Nog een korte tijd hebben we liggen lezen alvorens het licht uit te doen. Morgen zouden we weer thuis zijn…

Weer een vermakelijk verhaal.
Dankjewel Jac. Nog één deeltje te gaan…