In het najaar van 1991 was ik met A.G. & Kate mee op hun tournee in het noorden van Engeland. Op een bepaald moment logeerde ik een paar nachten bij Stephen en Julie Taylor uit Hartlepool. Je hebt daar over kunnen lezen in een van de delen van het verhaal ‘Flimsey chorusses or Country & Wesleyan’. Stephen Taylor was een Anglicaans voorganger en op zijn werkkamer hing een mooie gedetailleerde kaart van de Scilly-eilanden. Ze gingen er als gezin al heel wat jaren achtereen op vakantie. Toen al nam ik me voor ‘als ik een keer de kans krijg om daar te komen, dan grijp ik die met beiden handen aan!’ Ik was in het voorjaar van 1990 voor de eerste keer met A.G. & Kate op tournee naar Engeland; toen schreef ik het feuilleton ‘See England in 70 bookshops’ (in 27 afzonderlijke delen). In het najaar van 1991 ging ik opnieuw, voor de tweede keer, met A.G. & Kate op tournee naar Engeland, daar kwam het feuilleton ‘Flimsey chorusses or Country & Wesleyan’ (in 32 afzonderlijke delen) uit voort. Beide feuilletons heb je ondertussen op deze site kunnen lezen. Circa een half jaar na de tweede tournee ging ik in maart 1992 voor de derde (en zoals wat later zou blijken de laatste) keer met A.G. & Kate op tournee naar Engeland, het verhaal van deze post gaat over die reis in het voorjaar van 1992.

Mijn aantekeningen uit 1992 zijn zoekgeraakt…
In 1992 was ik met A.G. & Kate mee naar Cornwall en The Scilly Isles. De Scilly Eilanden liggen ongeveer 30 mijl (circa 50 kilometer) ten zuidwesten van Land’s End in Cornwall (dat weer in het uiterste zuidwesten van het Verenigd Koninkrijk ligt). Je zult begrijpen dat ik de kans – toen die zich voordeed – met beide handen aangreep om die specifieke keer met A.G. & Kate mee te gaan. Vanuit Nederland zijn de Scilly Eilanden wel bereikbaar, maar het is wel een heel avontuur om er überhaupt te komen. A.G. & Kate zouden een aantal optredens in Devon en Cornwall doen en vervolgens de helikopter nemen naar St. Mary’s, het grootste eiland van de Scilly Eilanden om daar ook een aantal optredens te doen.

De positie van de Scilly-eilanden (rood gekleurd) ten opzichte van Cornwall (lichtgeel gekleurd) in het zuidwesten van Groot Brittannië. Devon ligt rechts van Cornwall en is in deze afbeelding lichtgrijs ingekleurd.

Het was destijds de bedoeling dat ik, net als een paar voorgaande keren, een uitgebreid reisverslag zou produceren voor de Country And Gospel Music In That Old Tradition, destijds het lijfblad van het duo. Ik schreef destijds vaak en veel voor de CAGMITOT zoals we het blad onderling vaak noemden. Ik zou hier nu graag een lang, uitgebreid en vooral zéér volledig reisverslag van onze avonturen van destijds willen plaatsen, maar dat zal helaas niet gaan. Doorgaans ben ik een redelijk goede archivaris, en ik put gedurende de afgelopen jaren dat Birdeyes ‘in de lucht’ is ook vaak uit mijn bewaarsels. Helaas moet ik melden dat mijn aantekeningen van destijds verloren zijn gegaan. Ze zijn er niet meer; ik kan ze tenminste niet meer vinden. En als ze er nog wel waren, dan zou het ook ondoenlijk zijn om het verhaal nu alsnog nog te plaatsen, want avonturen van ruim dertig jaar terug met een redelijke vorm van betrouwbaarheid alsnog uit gaan werken is eerlijk gezegd niet te doen wat mij betreft. De oorzaak van een en ander zit in het feit dat mijn samenwerking met A.G. & Kate tot een einde kwam na deze tournee en voordat ik begonnen was met het uitwerken van mijn aantekeningen van de tournee. Omdat ik op een bepaald moment stopte met schrijven voor de CAGMITOT was de druk er af en was het niet op korte termijn nodig om al die aantekeningen uit te gaan werken. Bovendien stond m’n hoofd er in die tijd niet naar. Ik probeer nu op basis van wat herinneringen en aan de hand van de foto’s min of meer een verhaal te reconstrueren, zonder daarin al te inhoudelijk of volledig te worden

Satellietfoto van de Scilly Eilanden, 2007 (NASA). De Scilly Eilanden zijn een eilandengroep voor de zuidwest kust van Groot Brittannië. De archipel bestaat uit ruim 140 eilanden, waarvan er 5 permanent bewoond worden door iets meer dan 2000 personen. Verreweg het grootste deel daarvan woont op St. Mary’s, het grootste eiland van de archipel (op de foto iets rechts van het midden, onderin).

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

Vanaf Devon reisde ik een paar weken mee…
Ik was voor deze reis met Transavia van Schiphol naar Engeland gevlogen en vanuit Londen had ik een trein naar het zuidwesten, naar ergens in Devon genomen. We hadden vooraf afgesproken dat ik op een bepaalde dag, op een bepaalde tijd, op een bepaald treinstation aan zou komen en dat A.G. & Kate me vervolgens op zouden komen halen. Ik kon natuurlijk terug rekenen en aan de hand van de bepaalde dag, tijd en treinstation uit gaan zoeken wanneer het handig en verstandig zou zijn om vanuit Hoogezand (waar ik destijds woonde) richting Schiphol te vertrekken. Op m’n werk was mijn leidinggevende er volledig mee akkoord mee dat ik vakantie opnam – geen wonder, het was immers in maart. Wie neemt er nou in maart een week of twee, drie vakantie op?

Ik was vergeten dat ik destijds met Transavia vloog, maar gelukkig heb ik een foto van het vliegtuig gemaakt kort voor we vertrokken.

Het plan voor deze reis werkte perfect en precies op het juiste moment zag ik de bekende blauwe Landrover met de beide rode kisten op het dak aan komen rijden. Mijn bagage werd weggeborgen en ik kroop naast Kate op de voorbank waarna we terug gingen naar hun caravan die als op de plek van het optreden van die avond was achtergelaten. Uitgebreid bijkletsen over het verloop van de tournee tot aan mijn komst en de verwachtingen voor het vervolg bepaalden in grote mate de gesprekken die we hadden.

Een gemakkelijke trui, jeans en sneakers. Ik was klaar voor een paar weken vakantie en ‘roadie’ zijn. Dat was, naast het schrijven van een gedetailleerd verslag mijn taak. Ik had er zin in, dat maakt deze foto wel duidelijk…

Volgens mij was het eerste optreden dat ik die tournee meemaakte gelijk diezelfde avond. Het is een beetje een wonderlijke ervaring. ’s Morgens kom je in je eigen huis in Hoogezand uit bed en vervolgens ga je met je bagage onder de arm met de trein naar Schiphol, met het vliegtuig naar Londen (Stansted), met de trein van Stansted terug naar Londen (duurt een half uurtje), dan met de trein naar ergens in Devon (duurt meerdere uren) en uiteindelijk met A.G. & Kate naar een van hun optredens in een klein Methodist kerkje ergens ‘in the middle of nowhere’ met een paar ‘locals’ en iemand uit Hoogezand als enige publiek. Ik zal naar alle waarschijnlijkheid ijverig met een potloodje aantekeningen hebben zitten maken in een schrijfblokje terwijl ik naar het optreden van A.G. & Kate aan het luisteren was. Na afloop van het optreden met een paar belangstellenden nog ‘a cup of tea’ drinken en vervolgens de installatie weer afbreken en netjes opbergen in een scala van kisten, koffers en tassen zodat we de volgende dag weer iets sneller van start zouden kunnen.

A.G. & Kate tijdens één van de optredens in Devon. De (kop)foto bovenaan deze post is er eentje van hetzelfde optreden.

Net als bij de voorgaande twee tournees het geval was kreeg ik onderdak bij mensen die nauw betrokken waren geweest bij het organiseren van de verschillende optredens van A.G. & Kate. Dat betekende in de praktijk een paar nachten hier, en vervolgens een één of meerdere nachten op een andere plek. Dat wist ik vooraf, dat was dus geen probleem. Ik gaf de mensen waar ik overnachtte meestal een LP van A.G. & Kate als blijk van waardering voor de overnachting. Er ging meestal een aardige voorraad LP’s mee op tournee, en zo minderde de stapel die weer mee terug moest naar Nederland ook een beetje. Volgens A.G. sneed het mes op die manier aan twee kanten… Ik had dit scenario niet zelf bedacht, maar constateerde dat – in de meeste gevallen – de mensen wel blij waren met hun LP.

Sommige kerkjes waren in kleine gehuchten, een ‘streekje’ zouden we hier in Groningen zeggen. En sommige waren zo mooi gelegen dat ik er beslist een foto van moest maken…
En af en toe vind je dan in één van de kerkjes een mooie uitstalling van allerlei Wesley memorabilia in een schitterend klein vitrinekastje. Mooi toch?

Het viel me op, en zeker nu ik de foto’s weer aan het bekijken ben, dat sommige van de kerkjes waar A.G. & Kate hun optredens deden in een bijzonder slechte staat van onderhoud verkeerden. Zo herinner ik me een buitentoilet bij één van de kerkjes. Vanaf je ’troon’ had je een prachtig uitzicht over de omliggende velden, maar met het vertrekje zelf was het behoorlijk armzalig gesteld. Het maakte zoveel indruk op me dat ik de foto hiernaast gemaakt heb. Net als in Nederland  nam ook in Engeland nam in die tijd het kerkbezoek gestaag af, en vaak zagen we dat het publiek bij de verschillende optredens de leeftijd had die ik nu heb (of iets ouder nog). Als er jongere mensen in het publiek zaten was dat dusdanig bijzonder dat dat fenomeen in het ‘nagesprek’ dat we meestal de volgende middag in de Landrover op weg naar de volgende bestemming hadden besproken werd. Minder bezoekers betekent uiteraard minder financiën en middelen om een kerkgebouw netjes te onderhouden.

Ik schreef al over de staat van onderhoud van sommige kerkjes. Maar de mensen waren vaak enthousiast dat er iets gebeurde in ‘hun’ kerk. Vrijwel overal vonden we de affiches van A.G. & Kate weer terug. Sommige ophangplekken hadden echter, net als de kerkjes, betere tijden gekend…
Devon ligt tussen twee indrukwekkende kustlijnen en bevat twee nationale parken. Een streek waar je makkelijk een dag verliest aan wandelpaden, havenstadjes, musea en een tearoom of twee. Het landschap is afwisselend, de sfeer ontspannen. En belangrijk om te weten: in Devon gaat de clotted cream op de scone vóór de jam. Geen discussie mogelijk, maar daarna is het gewoon genieten. Devon ligt in het zuidwesten van Engeland, ingeklemd tussen Cornwall, Somerset en Dorset. Het graafschap heeft een dubbele kustlijn: in het noorden grenst het aan de Ierse Zee, in het zuiden aan het Engelse Kanaal. Dit zorgt voor een gevarieerd kustlandschap met zowel ruige kliffen als uitgestrekte zandstranden. Het binnenland wordt gekenmerkt door glooiende heuvels, heidevelden en oude bossen. Dankzij het milde klimaat is Devon het hele jaar door een aantrekkelijke bestemming. Bron: Deze website (link opent op een nieuw tabblad.

Ik vond het landschap van Devon mooi, lieflijk bijna, en herinner me dat we met ons drieën op een ‘vrije dag’ op weg gingen naar het dorpje Clovelly en vervolgens naar het stadje Westward Ho! Dit is de enige plaatsnaam in Groot Brittannië met een uitroepteken in de naam. Dat zijn de kleine details van een dergelijke reis die je jarenlang bij blijven (blijkbaar).

De uitzonderlijk steile hoofdstraat van Clovelly. Ik heb er gelopen, en geloof me maar, die straat is echt steil! Bron: Wikipedia
Clovelly is een civil parish in het bestuurlijke gebied Torridge, in het Engelse graafschap Devon met 443 inwoners. Clovelly is een van de belangrijkste toeristische trekpleisters langs de kust van Noord-Devon. Het dorp is bekend geworden door de bijzondere ligging met uitzicht over het Kanaal van Bristol en de zeer steile autovrije hoofdstraat geplaveid met gladgelopen kinderkopjes. Vanwege de ontoegankelijkheid van de steile hoofdstraat voor motorvoertuigen wordt voor het afleveren van goederen gebruikgemaakt van sleden. De meeste huizen staan op de monumentenlijst. Het dorp is particulier bezit en sinds het midden van de 13e eeuw aan slechts drie families verbonden geweest. Bron: Wikipedia.
Westward Ho! is een kustplaats, dus aan het water. Water, strand en bootjes. Altijd mooi om naar te kijken…
Westward Ho! is een plaats in het bestuurlijke gebied Torridge, aan de noordwestkust van het Engelse graafschap Devon. Het dorp werd gesticht rond 1865 en genoemd naar de gelijknamige roman van Charles Kingsley die in 1855 was gepubliceerd. ‘Westward Ho!’ betekent zoveel als ‘Naar het westen!’. Het is de enige plaatsnaam in de Britse eilanden die een uitroepteken bevat. De rotskust van Westward Ho! is geologisch interessant; zij kreeg vorm tijdens de Hercynische orogenese (circa 320 miljoen jaar geleden). In het dorp staat een groot standbeeld van Charles Kingsley. Bij Westward Ho! ligt de oudste golfbaan van Engeland, aangelegd rond 1864: de Royal North Devon Golf Club. Bron: Wikipedia.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

Op naar Cornwall…
Van Devon gingen we verder naar het zuidwesten, naar Cornwall dus. Ik werkte in die tijd nog bij de Kwaliteitsdienst van Avebe Foxhol. Een van mijn taken was de ingangscontrole van grondstoffen en een andere was de eindcontrole van het gereed product. Voor een aantal producten was China Clay een belangrijk ingrediënt. Deze klein komt niet – zoals de naam wellicht suggereert uit China. Nee, de China Clay die destijds in Foxhol werd gebruikt was een soort hele fijne wittige klei die in Groot Brittannië voornamelijk gebruikt werd om ‘China’ (= serviesgoed) van te maken (denk bijvoorbeeld aan Wedgewood). Cornwall is één van de belangrijkste vindplaatsen van deze grondstof. Dat soort toevallige bijkomstigheden heb ik altijd al heel interessant gevonden. Dat was in het voorjaar van 1992 niet anders.

In Cornwall wordt de China Clay gewonnen in ‘open pit mines’. Dat is gewoon een enorm groot gat in het landschap van waaruit het materiaal gewonnen wordt…
Iets meer informatie over China clay uit Cornwall...
Elke bezoeker van St. Austell zal waarschijnlijk getroffen worden door de indrukwekkende scherpe pieken, bekend als de ‘Cornish Alps’, die het omringende landschap domineren. Ze vormen het meest zichtbare deel van een verhaal dat tweehonderdvijftig jaar teruggaat: het verhaal van China klei. China klei is, zoals de naam al doet vermoeden, een materiaal dat bekendstaat als kaolien, dat meer dan tienduizend jaar geleden voor het eerst in China werd gebruikt om fijn wit porselein te maken. Een deel hiervan vond uiteindelijk zijn weg naar Europa, waar de adel het nog moest doen met grove potten van aardewerk en porselein zeer gewild was. William Cookworthy, een apotheker uit Plymouth, merkte dit gat in de markt op en begon onderzoek te doen naar het proces van porselein maken. Hij zocht jarenlang naar een materiaal dat leek op het kaolien dat al zo lang in China werd gebruikt. In 1745 vond hij het uiteindelijk bij Tregonning Hill, nabij Germoe in Cornwall, waar een zeldzaam type ontbonden graniet – fijner dan de meeste talkpoeders – van nature voorkomt. Dit materiaal stond lokaal bekend als Moorstone, Growan en Growan Clay. Cookworthy vond een manier om het materiaal te scheiden door water te gebruiken om onzuiverheden te verwijderen, en besteedde vervolgens nog eens twintig jaar aan het ontwikkelen van zijn eigen recept voor het maken van porselein, waarop hij in 1768 met succes patent verkreeg. Cookworthy richtte onmiddellijk de Plymouth Porcelain Factory op en begon fijn porselein te maken om aan de adel te verkopen. Ook begon hij de grondstof aan andere Engelse pottenbakkerijen te verkopen. Tegen het begin van de negentiende eeuw was de industrie een serieuze zaak geworden. De afzettingen in St. Austell waren ontpopt tot de grootste ter wereld en er waren vele andere toepassingen voor de klei gevonden, zoals in papier, verf en rubberproducten. Gedurende de 19e eeuw waren duizenden mannen in loonstroom onder zware werkomstandigheden; ze bespoten de wanden van open groeves met hogedrukspuiten om de klei los te maken, of ze verwerkten en transporteerden het materiaal, dat naar alle uithoeken van de wereld werd geëxporteerd. Tegen het midden van de 19e eeuw werd er in het gebied rond St. Austell jaarlijks 65.000 ton China klei gewonnen door zevenduizend arbeiders. Voorheen piepkleine dorpjes werden snel ontwikkeld om de industrie te faciliteren. West Polmear bijvoorbeeld, dat vóór de China klei-industrie slechts negen inwoners had, werd volledig getransformeerd door de lokale landeigenaar en ondernemer Charles Rashleigh. Hij investeerde enorme bedragen in de bouw van een veilige haven voor schepen, en huizen en fabrieken voor arbeiders. Charlestown, zoals het bekend kwam te staan, telde al snel drieduizend inwoners, een kleine haven vol schepen en loodsen die bruisten van de botenbouwers, touwherstellers, steenbakkers, kalkbranders en haringrokers. De ‘Cornish Alps’ begonnen het landschap te domineren, aangezien elke ton bruikbare China klei die werd gewonnen, vijf ton afval met zich meebracht. Er werden spoorwegen en tramlijnen aangelegd om het materiaal naar de kust te vervoeren. Tegen 1910 produceerde Cornwall ongeveer vijftig procent van ’s werelds China klei, zo’n één miljoen ton per jaar, waarvan vijfenzeventig procent werd geëxporteerd. In 1919 fuseerden de drie belangrijkste producenten tot English China Clay, dat de markt bleef domineren tot-dat het in 1999 voor £756 miljoen werd gekocht door het Franse bedrijf Imerys. Tegenwoordig zijn de afzettingen in St. Austell, die in totaal zo’n 120 miljoen ton China klei hebben opgeleverd en nog goed zijn voor zeker vijftig jaar, grotendeels verlaten. Imerys verplaatste het grootste deel van de activitei-ten aan het begin van deze eeuw naar Brazilië, en er zijn nu minder dan tweeduizend werknemers over in Cornwall. De erfenis van de China klei bepaalt echter nog steeds de regio; zelfs het iconische Eden Project dankt zijn bestaan aan de industrie, aangezien het zich bevindt in een voormalige China kleigroeve. Het China Clay Country Park, dat bestaat uit zesentwintig hectare bos in de Ruddle-vallei nabij St. Austell, biedt onderdak aan het Wheal Martyn Heritage Museum, gelegen op het terrein van twee voormalige werkende kleigroeves. Het museum is in de zomer dagelijks geopend en vrijwilligers hebben een reeks ‘kleipaden’ ontwikkeld, waardoor dit fascinerende landschap toegankelijk is voor fietsers, wandelaars en ruiters.
En als je dan kijkt naar de schaal waarop dat gebeurt… De vrachtwagen is een enorm bakbeest, maar vergeleken bij het grote gat is het een miniatuurtje…
Cornwall, in het zuidwesten van Engeland, staat bekend om zijn kustlijn, ruige natuur en rijke geschiedenis. Het graafschap heeft een eigen identiteit en trekt bezoekers met zijn milde klimaat, landschappen, gezellige steden en archeologische vindplaatsen. Cornwall ligt in het uiterste zuidwesten van Engeland, omgeven door de Keltische Zee en het Kanaal. In het oosten grenst het aan Devon. De kustlijn strekt zich uit over ruim 400 kilometer en wordt gekenmerkt door kliffen, baaien en stranden. Door de ligging heeft Cornwall een mild klimaat en een eigen cultuur met Keltische invloeden. Cornwall heeft gevarieerde natuur, van het heuvelachtige Bodmin Moor tot de lange kustlijn. Bodmin Moor is een uitgestrekt heidegebied met wandelroutes langs rotsformaties en oude steencirkels. Bron: Deze website (link opent in een nieuw tabblad).
De blauwe Landrover met de rode kisten op het dak met daarachter de caravan waar A.G. & Kate tijdens het reizen in overnachten en woonden.

In Cornwall logeerde ik in eerste instantie bij vrienden van A.G. & Kate. Ik had het vermoeden dat hij een aantal van de optredens van dit stuk van hun tournee had georganiseerd. Hij was een ‘lay-preacher’ in de plaatselijke Methodisten gemeente en bovendien bezig met de verbouwing van zijn woning. Ik mocht daar een paar nachten slapen. Het toeval wilde dat de plek waar ik sliep een vertrek zonder vensters was, dus met de (slaapkamer)deur dicht was het er echt aardedonker. Zo donker dat je echt niets kon onderscheiden. Ik werkte in die periode als reserve op het laboratorium. Dat betekende [1] een ploegentoeslag van 35% en [2] behoud van vakantie- en ADV-dagen; kortom, voor een vrijgezelle vent zoals ik in die tijd was, was het een hele mooie constructie om aan een goed salaris te komen. Het eerste was mooi om m’n hobby (LP’s en CD’s verzamelen) van te bekostigen en de vele vrije dagen waren fijn om te gebruiken om af en toe een paar weken met A.G. & Kate op te trekken. Een bijkomstigheid van dat ongeregelde leven was dat je leerde te slapen op momenten dat dat handig was en je er ‘even’ tijd voor had. Dat talent om goed te slapen heb ik trouwens nog steeds, hoewel ik al tientallen jaren niet meer in ploegendienst gewerkt heb. Daar in Liskeard werkte dat aangeleerde talent tegen me. Ik sliep heerlijk in die aardedonkere kamer, werd even wakker en constateerde dat het nog steeds ‘nacht’ was. Immers, de kamer was nog steeds aardedonker. Die cyclus herhaalde zich meerdere keren totdat ik uiteindelijk maar eens op onderzoek uitging, het bleef immers wel lang donker, daar in Liskeard. De eerste ‘nacht’ bij onze ‘lay-preacher’ duurde tot 15:30 uur in de middag. Het mag duidelijk zijn dat ik toen niet meer verder ben gaan slapen…

Kate en de man (wiens naam ik niet meer weet) die volgens mij een hele serie optredens in Devon, Cornwall en de Scilly-eilanden had georganiseerd.

Ik had me van tevoren al op Cornwall verheugd en dan niet alleen vanwege de China Clay en de tinmijnen. Ik had voorafgaand aan deze reis al gelezen dat de zuidkust van Cornwall lieflijk en glooiend is en de noordelijke kust vele malen ruiger is. Ik had bedacht dat ik daar graag een kijkje zou willen nemen. Vanuit Liskeard was dat allemaal wat ingewikkelder en verder rijden. Een paar dagen later trokken we verder naar het westen en kreeg ik onderdak bij een gezin dat op het schiereiland The Lizzard woonde. Wat een mooie plek was dat! Het was ruig en niet al te druk. Een van de dingen die mij, daar op The Lizzard, enorm verbaasde waren de enorm hoge ‘hedgerows’ aan weerszijden van niet al te brede wegen. Het was tijdens deze reis dat ik leerde hoe je de leeftijd van een dergelijke ‘hedgerow’ kan schatten volgens ‘Hooper’s rule’. Je telt het aantal soorten houtige gewassen in een stuk van circa 30 meter. Kom je in een dergelijke lengte bijvoorbeeld tot 13 soorten houtige gewassen, dan is de ‘hedgerow’ bij benadering 1300 jaar oud. Je mag van me aannemen dat veel van de ‘hedgerows’ die ik in die periode gezien heb ook min of meer een dergelijke leeftijd hadden…

The Lizzard is het donkere deel onderaan Cornwall. De meest zuidelijke gelegen dorpjes van Engeland zijn hier te vinden. Het landschap is er prachtig, zie de foto hieronder...
Wanneer je er dan toch bent, bezoek dan zeker ook The Lizard. Dat is een beetje zoals Lands’ end, maar een stuk minder toeristisch. De rit ernaartoe is fantastisch en het landschap verandert volledig. De vreemde geologie van het gebied creëert een haven voor exceptionele planten en bloemen. Rond de kustlijn vind je vishavens met grote, granieten muren als bescherming tegen de soms woeste Atlantische oceaan. De met rieten huisjes versierde dorpjes zijn prachtig, op zee passeren vissersbootjes die net krab en kreeft gevangen hebben en in de pubs spelen ze folkmuziek en hoor je traditionele Cornische gezangen.

The Lizard (Cornisch: an Lysardh) is een schiereiland in Cornwall National Landscape het zuiden van Cornwall, Engeland. Het zuidelijkste punt van het Britse vasteland ligt nabij Lizard Point. The Lizard, ook bekend als Lizard Village, is het meest zuidelijke gebied op het Britse vasteland en ligt in de civil parish Landewednack. De valleien van de Helford River en het meer dat bekend staat als Loe Pool vormen de noordelijke grens, terwijl de rest van het schiereiland omgeven is door zee. Het gebied is ongeveer 23 km × 23 km groot. The Lizard is een natuurgebied en is door Natural England aangewezen als National Character Area 157. Het schiereiland staat bekend om zijn geologie en zeldzame planten en ligt in het Cornwall National Landscape. De kust van Lizard is bijzonder gevaarlijk voor de scheepvaart en de zeewegen rond het schiereiland stonden van oudsher bekend als het ‘Graveyard of Ships’. De Lizard Lighthouse werd in 1752 gebouwd op Lizard Point en de RNLI exploiteert het The Lizard reddings-bootstation. Bron: Wikipedia.
A.G. is totaal in zijn element. Hij heeft toestemming gekregen om even te kijken of er in het kastje met ‘chapelware’ iets van zijn gading staat. Ik heb aan die periode een paar artikelen overgehouden, maar ‘k weet me te herinneren dat hij een behoorlijk uitgebreide verzameling had….

Tussendoor waren er natuurlijk de optredens van A.G. & Kate. Maanden van tevoren georganiseerd door (meestal) mensen van de plaatselijke kerk of op afstand vanuit Nederland door Kate. Die optredens volgden in grote lijnen min of meer hetzelfde stramien alhoewel twee opeenvolgende optredens nooit compleet identiek waren. Soms leverde de collecte iets meer op en soms iets minder. Er waren dagen bij dat er iemand was die een exemplaar wilde van alle verschillende LP’s die A.G. & Kate bij zich hadden, maar dat gebeurde niet al te vaak. Ik vond het opmerkelijk dat A.G. in die periode de ‘chapelware’ had ontdekt (en was begonnen te verzamelen). In de meeste kerkjes waar ze optraden vroeg Kate of er ook specifieke ‘chapelware’ van die kerk was en soms was dat zo. Af en toe mochten we zelf even kijken of er iets van onze gading bij was… Samen bezochten we Gwennap Pit, een mooi openluchttheater met een geschiedenis die teruggaat naar de tijd van John Wesley. Hoewel het een groot gat in de grond was (met overigens een erg mooie structuur) was het erg bijzonder om op een plek te staan waar John Wesley ooit z’n preken uitsprak voor grote groepen toehoorders.

A.G. & Kate waren al eens eerder bij Gwennap Pit geweest en vonden het de moeite waard om mij deze plek ook te laten zien. Heel bijzonder om in een bewoonde omgeving een dergelijke plek te vinden…
Gwennap Pit is een historisch openluchttheater en bovendien een belangrijke gedenkplaats voor het Methodisme, gelegen in de buurt van Redruth in Cornwall. Het staat vooral bekend als de plek waar John Wesley, de grondlegger van het Methodisme, tussen 1762 en 1789 maar liefst 18 keer preekte. John Wesley omschreef Gwennap Pit as ‘the most magnificent spectacle this side of heaven’. John Wesley omschreef Gwennap Pit als ongeveer 50 voet diep en circa 200 bij 300 voet op het maaiveld. De akoestiek is er nog steeds ontzettend goed. Gwennap Pit is waarschijnlijk ontstaan door bodemverzakking boven een oude mijnschacht in het midden van de 18e eeuw. Het feit dat totaal geen afwateringsproblemen zijn in Gwennap Pit ondersteunt deze veronderstelling. Tussen 1803 en 1806 werd de plek door lokale mijnwerkers omgevormd tot een terrasvormig amfitheater als eerbetoon aan John Wesley. Het heeft 12 cirkelvormige grasringen die als zitplaats dienen. Hoewel John Wesley beweerde dat er in 1773 ongeveer 32.000 mensen naar zijn preek kwamen luisteren, kunnen er tegenwoordig ongeveer 1.500 tot 2.000 mensen comfortabel zitten. Het dagboek van John Wesley heeft de volgende aantekening bij 6 september 1762, de eerste keer dat hij preekte op deze bijzondere plek: ‘The wind was so high that I could not stand at the usual place at [the village of] Gwennap; but a small distance was a hollow capable of containing many thousands of people. I stood on one side of this amphitheater towards the top and with people beneath on all sides, I enlarged on those words in the gospel for the day – Blessed are the eyes which see the things that ye see… hear the things that ye hear’. Tot op de dag van vandaag wordt Gwennap Pit af en toe door de Methodisten gemeenschap gebruikt.

Een dergelijke plek bekijken gaf me wel het gevoel meer betrokken te worden bij datgene waar A.G. & Kate mee bezig waren en het gaf me ook een wat beter inzicht in datgene wat hen voortdreef. Ik twijfelde in die periode wel een beetje tussen [1] bij de optredens van A.G. & Kate aanwezig te zijn en [2] mooie en interessante plekken te bekijken. Langzaam aan begon ik in m’n hoofd een soort lijstje te maken van de plekken waar ik samen met A.G. & Kate geweest was en waar ik in de toekomst graag een keertje opnieuw naar toe zou willen. Op de een of andere manier stonden/staan er vrij weinig Methodistenkerkjes in Devon en Cornwall op mijn lijstje… Dat neemt niet weg dat ik tijdens de verschillende optredens waar ik destijds bij geweest ben het echt wel naar m’n zin gehad heb.

Een van de meer bijzondere momenten was de dag dat A.G. & Kate een afspraak hadden bij BBC Radio Cornwall in Truro, de hoofdstad van Cornwall. Het was een wat regenachtige dag en naast het feit dat ik me tijdens de uitzending zo stil mogelijk moest houden heb ik er een mooie koffiemok (met het hiernaast afgebeelde logo) aan overgehouden. We zijn nu enige tientallen jaren verder. De koffiemok is gesneuveld, maar de herinnering aan deze mok is er nog steeds. In een piezelregentje hebben we nog wat verder rondgewandeld in de hoofdstad van dit graafschap, maar verder heb ik niet zo veel herinneringen aan die wat nattige dag in Truro…

Al die tijd samen optrekken zorgde er natuurlijk ook voor dat ik een groot aantal (tweedehands)boekenzaken heb bezocht met A.G. & Kate. Het maakte niet zo gek veel uit waar we waren, maar A.G. had meestal een exemplaar van Skoob (‘Books’ achterstevoren) bij de hand en wist – waar we ook waren – wel een interessante boekenzaak te vinden. Mijn belangstelling ging destijds uit naar de Canadese dichter Robert W. Service en de Amerikaanse schrijver John Steinbeck. De drie keer dat ik met A.G. Kate op tournee geweest ben hebben er zeker aan toe bijgedragen dat mijn verzameling van/over beide schrijvers redelijk compleet is. Ook heb ik destijds de nodige boeken over Methodisme aangeschaft (die ik ondertussen weer van de hand gedaan heb trouwens). Ik weet nog goed hoe we in Penzance (op het uiterste puntje van Cornwall) een boekenwinkeltje bezochten en A.G.’s ‘oogst’ nog net in een bananendoos paste. Hij was helemaal blij en liep huppelend met de bananendoos vol boeken weer terug naar de Landrover…

Een bezoekje aan Saint Ives herinner ik me ook nog goed. Een prachtig klein stadje dat deels aan drie kanten omgeven is door de zee omdat het deels op een landtong ligt. Ik heb er gewandeld en rondgekeken en voornamelijk genoten van het mooie weer. Erg toeristisch allemaal, maar op een bepaalde manier ook weer de moeite waard om even rondgekeken te hebben.

Een ietswat zomerse (en hedendaagse) luchtfoto van Saint Ives. Duidelijk te zien is dat een gedeelte van het stadje aan driekanten omringd is door water.
Saint Ives is een mooie en populaire vakantiebestemming in het verre zuidwesten van Cornwall. Het is een mix van een kleine badplaats en schilderachtig kuststadje, tevens kunstenaarskolonie. De faam van deze plaats komt mis-schien nog wel meer – en dat is ook een reden waarom kunstenaars hierheen trokken – vanwege het prachtige licht dat u hier ziet. Die speciale kwaliteit licht komt naar verluid doordat de (zee)lucht schoon is en gereflecteerd wordt door de stranden en de zee die Saint Ives aan drie kanten omringen. Dit kan resulteren in extra warm licht maar ook in koud licht, afhankelijk van de weersomstandigheden en tijdstip. Naast genieten van het mooie licht kan dat hier ook van de zon, zee en strand. Dat kan aan het beschutte strand Porthminster Beach en aan het fraaie Porthmeor Beach dat uitkijkt over de Atlantisch Oceaan. In het stadje kunt u ook enkele bezienswaardigheden bezoeken waaron-der het lokale museum, het Tate Saint Ives en het Barbara Hepworth Museum. Het is een levendige en populaire plaats dus uiteraard kun u hier ook winkelen. De prominente winkelstraat in Saint Ives is Fore Street waar grotere merken zitten maar ook zelfstandige zaken. Daaromheen vindt u ook enkele andere straatjes en locaties met winkels waaronder de Market Place.
De afbeelding hierboven is een ‘image carrousel’, een reeks van afbeeldingen dus. Er zijn twee manier om door deze afbeeldingen te navigeren. Door [1] de pijltjes link en/of rechts te gebruiken, of [2] door op de grijs gekleurde stippen in het midden van de foto die in beeld is te klikken – bij de ‘zichtbare’ foto zie je een zwarte ring in de stip. Door willekeurig in de foto te klikken vergrootje ze op je beeldscherm. Met de ‘ESC’ toets ga je vervolgens weer terug naar deze post. Verderop in deze post ga je een dergelijke ‘image carrousel’ nog vaker tegenkomen.

De noordkust van Cornwall is – in tegenstelling tot de zuidkust – behoorlijk ruig en wild. In het zuiden heb je plaatsen zoals bijvoorbeeld Looe. Prachtig om te zien met een kustlijn die heel geleidelijk ophoogt en waar de haven bij eb vrijwel volledig droog komt te liggen. Alle bootjes liggen dan droog… Mooi om te zien hoe een dergelijke plaats leeft met het ritme van de getijden. Als de haven is drooggevallen is het lastig om met je bootje weg te varen… Datzelfde effect van eb en vloed heb je aan de noordelijke kust van Cornwall ook, maar op een heel andere manier. Ik was behoorlijk onder de indruk van de ruigte van het landschap dat ik daar te zien kreeg.

⊗⊕⊗⊕⊗⊕⊗⊕

En toen kwam de dag dag dat we op weg gingen naar de Scilly-eilanden. Ik had me daar al de nodige tijd op verheugd, maar nu was het dan zo ver. Er waren destijds twee manieren om van het vaste land van Engeland naar de Scilly-eilanden te komen; [1] met de Scillonian, een mooie veerboot, en [2] met de helikopter. Achteraf denk ik dat de veerboot goedkopen was geweest, maar A.G. & Kate hadden voor de helikopter gekozen. Ik zou m’n eigen ticket betalen. ‘k Heb geen idee meer hoe veel ik A.G. & Kate terug moest betalen, maar ik weet nog wel dat ik het niet heel goedkoop vond. Ik heb het even nagezocht; op het Internet vond ik prijzen van circa £ 130,- tot £ 162,- voor een enkele reis, dat is globaal tussen € 200,- en € 250,- best pittig voor een vlucht van circa 20 minuten. We zouden vliegen vanaf een vliegveld in de buurt van Penzance. Dat was ook de plek waar A.G. & Kate de Landrover en de caravan zouden parkeren voor de periode dat wij op de Scilly-eilanden zouden zijn. De helikopter waar we mee zouden vliegen was een Sikorsky 61N, een middelgrote helikopter (las ik een paar dagen geleden op Wikipedia). Ik vond het een enorm bakbeest. Vooraf moesten we de hoeveelheid bagage die we mee wilden nemen zoveel als mogelijk was zien te beperken. Er zouden circa 30 betalende passagiers mee vliegen want zelfs een dergelijke helikopter heeft natuurlijk ook z’n grenzen voor wat betreft het gewicht dat meegenomen kan worden.

De Sikorsky 61N is de civiele versie van de Sikorsky Sea King. De ontwikkeling van deze helikopter begon in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw. De helikopter wordt gezien als een degelijk en betrouwbaar vliegtuig en veel exemplaren vlieg nog steeds, zelfs na tientallen jaren van actieve dienst. Dit is de helikopter waarmee wij destijds gevlogen hebben. De helikopter maakte 11 retourtjes naar de Scilly-eilanden per dag.
Een blik in de cockpit van de helikopter waarmee we naar de Scilly-eilanden (en later weer terug naar Penzance) vlogen. Indrukwekkend hoor!
Opnieuw een ‘image carrousel’. Hoe het werkt heb je eerder in deze post kunnen lezen…
Hoewel ik me héél erg op de reis met de helikopter had verheugd is aan m’n gezicht te zien dat ik het allemaal ook een beetje spannend was gaan vinden toen ik in de gaten kreeg hoe groot die machine was…

Oorverdovend was het lawaai van de helikoper! Terwijl je oren het bijna begaven had je werkelijk een fantastisch uitzicht over akkers, landerijen en dergelijke. Dus voor wat betreft de ervaring was het z’n geld zeker wel waard! Ik vond het spannend om mee te vliegen en heb destijds verschillende foto’s van dit avontuur gemaakt. Ik vond het werkelijk verbluffend mooi om het ‘patchwork’ van kleine akkertjes te zien in/op het laatste stukje van Cornwall waar we op betrekkelijk lage hoogte overheen vlogen. Dat had ik me niet voorgesteld bij een helikoptervlucht…

Opnieuw een ‘image carrousel’. Hoe het werkt heb je eerder in deze post kunnen lezen…

Toen we op het vliegveldje van St. Mary’s – het grootste eiland van de Scilly-eilanden – aankwamen stond het ontvangstcomité ons al op te wachten. De ontvangst was allervriendelijkst en ons werd gevraagd of de vlucht ons een beetje bevallen was. Onze hoofden zaten echter helemaal vol met allerlei nieuwe indrukken. Zelf naar de klaarstaande helikopter wandelen en met een trappetje naar binnen klimmen. En dan het lawaai en de uitzichten… Maar ja, we waren veilig aangekomen en hadden – daar waren we volledig van overtuigd – een groot avontuur meegemaakt.

De eerste indruk is surreëel: het eiland is fantastisch mooi en vooral onwezenlijk vredig. Zeker in contrast met het ‘drukke’ vasteland, zo vinden de Scillonians toch. Voor de lokale bewoners is de landelijke uithoek van Cornwall al druk genoeg, en zij noemen plaatsen als Penzance in één adem met Londen. Dat laatste is nogal lichtjes overdreven, maar de Scillies zijn dan ook een ‘area of outstanding natural beauty’, waar het enige geluid dat je hoort ronkende boten of overvliegende vogels zijn. Deze laatste zijn hier trouwens in overvloed. Niet onlogisch, want het is dan ook de eerste eilandengroep die vogels tegenkomen wanneer ze uit het zuiden komen aangevlogen. Ornithologen en birdwatchers kom je hier dan ook frequent tegen. Op St. Mary’s zie je veel kleuren en contrasten. Het eiland vormt daarnaast de toegangspoort tot de andere eilanden en het vasteland. We merkten al snel dat je op de-ze eilanden geen snelheidsbeperking hebt. Misschien niet zo heel gek, want veel auto’s vind je hier niet. Verkeerslichten en rotondes zijn hier dan ook niet. Alles op de Scillies gebeurt in een andere dimensie: tijd is hier blijven stilstaan, en dat schrijf ik zonder disrespect voor de bewoners. De rust en het eilandgevoel overvielen ons meteen. De Scillies gaven ons rust zoals nooit eerder ervaren. We lieten ons werkelijk leiden door de getijden. Niet alleen omdat dat fijn is, maar omdat het gewoon móét. Ze trakteerden ons eveneens op non-stop vertier voor de ogen, heerlijke ales en machtige monkfishes, waanzinnige wandelroutes en een ongelofelijk vriendelijke bevolking! Lieve Scillies, de dolfijnen en de zeehonden hield je nog voor ons verborgen, maar deze lagen hopelijk ergens anders rustig te dobberen, met zicht op jouw wondermooie archipel. Bron: deze website.

We werden op het vliegveldje opgevangen door een klein groepje leden van de plaatselijke Methodistenkerk in Hugh Town, de ‘hoofdstad’ van St. Mary’s. A.G. & Kate zouden daar die avond optreden. Net als voor mij was het ook voor A.G. & Kate de eerste keer dat ze op de Scilly-eilanden waren. Het vliegveldje stelde niet zo gek veel voor en vrij vlot waren we vertrokken naar Hugh Town en werden we geïnstalleerd met kopjes thee en wat sandwiches. De instrumenten werden in de kerk achtergelaten en vervolgens konden we een beetje op verkenning. We waren aangekomen op het grootste eiland van deze archipel en verbleven op dit moment in de grootste stad op het eiland. Ik meen me te herinneren dat er destijds ongeveer 2000 mensen in Hugh Town woonden, het was dus meer een dorp dan een stad…

De Scilly-eilanden zijn echt een soort lappendeken van grotere en kleinere eilanden en eilandjes. St. Mary’s heeft nog min of meer een eigen wegennet, maar verder is er niet zo veel verkeer. Wij zijn alleen op St. Mary’s (meerdere dagen) en St. Martin’s (een korte excursie) geweest. St. Martin’s is iets noordoostelijk van St. Mary’s te vinden.
De Scilly-eilanden bestaan uit een grotere archipel van circa 140 eilandjes, waarvan er 5 bewoond zijn (van groot naar klein zijn dat St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, Bryher en St. Agnes met Gugh. Gugh is het onbewoonde buureiland van St. Agnes en is bij laagwater te voet bereikbaar. St. Agnes en Gugh worden als één eiland beschouwd. Toen A.G. & Kate en ik de eilanden bezochten woonden er circa 2000 mensen. Bij de volkstelling van 2018 woonden er op de Scilly-eilanden 2242 mensen. St. Mary’s is met 6,3 km² het grootste eiland; 75% van de bevolking woont op dit eiland. Het grootste deel van die 75% woont in Hugh Town, de ‘hoofdstad’ van deze archipel. De eilanden liggen in de Golfstroom, waardoor het er zelden vriest of sneeuwt, maar het kan er hard waaien. Ondanks de geringe afmetingen van de archipel zijn er grote klimatologische verschillen. Op het beschutte zuiden van Tresco liggen bijvoorbeeld de subtropische Abbey Gardens, terwijl het noorden van het eiland uit heide en kale rotsen bestaat. De Isles of Scilly zijn al eeuwenlang een beroemde locatie voor bloementeelt en in die tijd is de tuinbouwflora een steunpilaar van de Scilly-economie geworden. Door het oceaanklimaat op de Scilly-eilanden hebben de eilanden de unieke mogelijkheid om een groot aantal planten van over de hele wereld te kweken. De meest bekende bloem op de eilanden is misschien wel de geurende narcissen. Er zijn bloemenkwekerijen op de eilanden St. Agnes, St. Mary’s, St. Martin’s en Bryher. De geurende narcissen worden van oktober tot april gekweekt, de geurende anjer is de op één na meest gekweekte bloem op de eilanden die van mei tot september in volle bloei staat. Ik heb op St. Mary’s enorm veel heggen gezien. Deze heggen werden een eeuw geleden geplant als windbrekers om de akkers te beschermen en om stormen en zeesproei te overleven. Om hier goed te gedijen, moeten planten stevige wortels hebben en bestand zijn tegen zout en rukwinden. De archipel is al sinds de steentijd bewoond. Vroeger bestond de economie uit zelfvoorzienende landbouw en visserij, nu vormen toeristen de belangrijkste bron van inkomsten, die vooral afkomen op de stranden, maar er komen ook veel vogelaars, aangezien de eilanden door hun ligging de eerst mogelijke landingsplaats vormen voor trekvogels die de Atlantische Oceaan oversteken. Het klimaat is gunstig voor de teelt van (snij)bloemen (vooral narcissen) die tevens het belangrijkste exportproduct vormen. De Scilly-eilanden waren tot november 2012 bereikbaar per boot of per helikopter via Penzance. Deze helikopterdienst, begonnen in 1964, was de oudste regelmatige heli-dienst ter wereld. De veerboot Scillonian III vaart van maart tot november vanuit Penzance naar St. Mary’s.
Het plaatselijke ontvangstcomité heeft in de gaten dat we geland zijn….
De borden verklappen dat je in de buurt van een vliegveld(je) bent. Heel apart om dit zo te zien…

Volgens mij traden A.G. & Kate die avond op in de Methodistenkerk van Hugh Town. Het stramien van dit optreden van A.G. & Kate was niet echt anders dan in de voorgaande optredens op het vaste land. Ik werd voorafgaand aan het optreden gevraagd of ik, net als A.G. & Kate, ook ‘from The Netherlands’ was. Daar antwoorde ik uiteraard bevestigend op waarna ik de opmerking kreeg of ik er van op de hoogte was dat The Netherlands tot voor kort in een staat van oorlog met de Scilly-eilanden verkeerden. Dat was compleet nieuwe informatie voor me! Na het optreden ging in mee met m’n gastheer en -dame naar hun woning een stukje buiten Hugh Town. Een kennismakingsgesprek was natuurlijk een vast onderdeel van ‘het programma’. We stelden ons netjes aan elkaar voor, dronken een paar koppen thee en aten een paar sandwiches. zo ging dat vaak. Tegelijk werd je natuurlijk uitgevraagd over wie je was, wat voor werk je deed, of je ‘in a relationship’ was en nog veel meer… Opvallend was dat tijdens dit gesprek ook weer naar voren kwam dat Nederland gedurende honderden jaren achtereen in oorlog was geweest met de Scilly-eilanden. Merkwaardig…

De oorlog van 335 jaar… Op 30 maart 1651 – amper een paar jaar na het einde van de Tachtigjarige Oorlog – verklaarde de admiraal van de Nederlandse vloot Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653) namens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de oorlog aan de Scilly-eilanden. In 1651 periode woedde in Engeland een burgeroorlog, waarbij koningsgezinde troepen zich onder meer op de Scilly-eilanden hadden teruggetrokken en van daaruit ook allerlei Nederlandse schepen aanvielen. Deze aanvallen vormden een belemmering voor de Nederlandse handel op zee. De Nederlandse vloot werd daarop naar de eilanden gestuurd om een schadevergoeding te eisen, maar toen dit niets opleverde, verklaarde admiraal Tromp de oorlog. Overigens is niet helemaal duidelijk of de admiraal daar formeel wel toe bevoegd was en wellicht liep hij nogal vooruit op eventuele goedkeuring van de Staten-Generaal. In dezelfde periode volgde nog de Act of Navigation of de Akte van Navigatie, die bepaalde dat goederen naar Engeland en zijn koloniën voortaan alleen nog vervoerd mochten worden op Engelse schepen of op schepen uit het land van herkomst. Dit maakte het Nederlandse handelaren nog moeilijker. Tijdens de 335 jaar die volgden na de Nederlandse oorlogsverklaring, werd er bij de Scilly-eilanden geen enkel schot gelost. Hiermee is de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog, of de Scilly War, de langste oorlog uit de geschiedenis geworden zonder dodelijke slachtoffers. Op 17 april 1986 tekende de Nederlandse ambassadeur in Londen, Jan Louis Reinier Huydecoper (1922-2005), een papieren verdrag met het bestuur van de Scilly-eilanden, waarmee een formeel einde kwam aan een 335 jaar oude papieren oorlog tussen Engeland en Nederland – de langste oorlog ooit. Het initiatief voor het nogal late vredesverdrag was in 1985 afkomstig van de Britse historicus Roy Duncan. Hij woonde zelf op de Scilly-eilanden en hoorde regelmatig geruchten dat men nog in oorlog was met Nederland. Hierop toog Duncan naar de Nederlandse ambassade in Londen, die na onderzoek kon bevestigden dat de bewering klopte en dus geen broodje-aapverhaal was. Er bleek inderdaad nooit een vredesverdrag getekend te zijn. Vervolgens stelde men deze alsnog op en ondertekende Huydecoper het verdrag namens Nederland. Op de eilanden zelf werd overigens al langer vooral gelachen om de ‘S(c)illy war’. Niemand nam het nog écht serieus… Bron: deze website.

Ik nam met voor dit eens goed uit te gaan zoeken. Daar kwam het vervolgens nooit van totdat ik het in m’n hoofd kreeg om deze post te gaan schrijven. Bovenstaand blauw blokje tekst en het krantenknipsel hieronder zijn het resultaat van een paar minuten zoeken op het Internet.

Een knipsel uit de Trouw van 4 april 1986. Ook in Nederland was het ‘groot’ nieuws dat de oorlog met de Scilly-eilanden nu eindelijk voorbij was. Bron: Delpher.

De ochtend na het nachtelijk kennismakingsgesprek met mijn gastgezin spraken we elkaar weer aan het ontbijt. Toen pas kreeg ik goed in de gaten waar ik terechtgekomen was. Het eiland St. Mary’s is zo klein dat je een rondje rond het eiland kan wandelen. Bij eb is het rondje wat groter omdat het water dan lager staat en bij vloed is het precies andersom. Ik besloot om een wandeling te gaan maken om te zien of ik aan het einde van mijn wandeling weer op dezelfde plek zou komen als waar ik begonnen was… Die wandeling herinner ik me na al die jaren nog steeds. Ik nam m’n camera mee en wandelde rustig aan naar de kust (het huis waar ik logeerde was een eindje wandelen van de kust verwijderd). Vervolgens was de vraag of ik linksom of rechtsom zou gaan. Welke van die twee opties ik uiteindelijk gekozen heb weet ik niet meer, maar wat ik nog wel weet is dat ik het een indrukwekkende wandeling vond. Ik zag akkertjes die afgeschermd waren met stenen muurtjes en vol narcissen stonden die bijna in bloei waren gekomen, ik zag prachtige rotsformaties in de branding en viel van de ene verbazing in de andere. De eerste verbazing was een plek met twee stenen grafkelders uit het begin van onze jaartelling of misschien nog eerder. Ik heb wat naspeuringen gedaan en vond de volgende informatie.

Innisidgen Lower and Upper Burial Chambers. Twee ingangsgraven uit het late neolithicum of de vroege bronstijd bevinden zich vlak bij het kustpad rondom St. Mary’s. Beide graven worden tegenwoordig beheerd door English Heritage, die er ook informatieborden heeft geplaatst. Helaas zijn er op beide locaties geen archeologische vondsten gedaan, waardoor de datering alleen gebaseerd is op de algemene ouderdom voor dit type monument. Het bovenste graf is het best bewaard gebleven, terwijl het onderste weliswaar herkenbaar is, maar veel meer in verval is geraakt. De ligging van de monumenten biedt een prachtig uitzicht op St. Martin’s, en het zou gemakkelijk zijn om aan te nemen dat dit mede de reden was waarom ze hier geplaatst zijn. Het is echter zeer waarschijnlijk dat wat nu een ondiepe zee is, in werkelijkheid droog land was toen ze in de bronstijd (circa 2500 voor Christus – circa 700 voor Christus) werden gebouwd. Voor wie het historische wil combineren met meer traditionele vakantieactiviteiten, is het prachtige strand van Bar Point op korte loopafstand van de locatie zeker een bezoek waard.
Opnieuw een ‘image carrousel’. Hoe het werkt heb je eerder in deze post kunnen lezen…
Old Town (Churchyard) is een schilderachtig kustdorp op St. Mary’s, het grootste eiland van de Scilly-eilanden in Engeland. Het staat algemeen bekend als de oudste nederzetting op het eiland. In de middeleeuwen diende het als het belangrijkste bevolkingscentrum van het eiland, waarna de inwoners geleidelijk verhuisden naar het nabijgelegen Hugh Town na de bouw van Star Castle in 1593. Tegenwoordig functioneert het als een vredig, schilderachtig toeristisch gebied en een rustige woongemeenschap, gelegen op slechts een korte wandeling ten zuidoosten van Hugh Town. De begraafplaats bij St. Mary’s Old Church (vaak Old Town Churchyard genoemd) op het eiland St. Mary’s in de Scilly-eilanden wordt algemeen beschouwd als een van de mooiste en historisch meest fascinerende begraafplaatsen van het Verenigd Koninkrijk. Gelegen aan Church Road met uitzicht op het rustige water van Old Town Bay, combineert het de sfeer van een tropische, subtropische tuin met eeuwenoude lokale maritieme geschiedenis.
Deze en de volgende foto vond ik op de site van de Tourist Information van St. Mary’s. Ik vind beide foto’s erg mooi en kon het niet nalaten ze te gebruiken.

Ik was vooral erg onder de indruk van de Old Town Churchyard en heb een hele tijd gedacht dat ik daar later wel begraven zou willen worden. Ik vond het een van de mooiste begraafplaatsen die ik tot op dat moment had gezien, en eerlijk gezegd vind ik dat nog steeds. Achteraf ben ik heel blij dat ik destijds ben gaan wandelen, ik denk dat het een goede manier is om een plek waar je terecht bent gekomen beter te leren kennen.

Volgens mij hadden A.G. & Kate diezelfde dag een optreden in een plaatselijk bejaardentehuis. Hoewel dergelijke optredens doorgaans heel dankbaar waren leverden ze vaak niet zo gek veel op (de bewoners hadden meestal niet al te veel mogelijkheden voor ontspanning, en de financiële middelen waar meestal schaars).

Opnieuw een ‘image carrousel’. Hoe het werkt heb je eerder in deze post kunnen lezen…

Een of twee dagen later gaven A.G. & Kate aan dat ze van plan waren om met een klein bootje naar St. Martin’s te gaan. De verdere agenda was zeer beperkt. Ongeveer 3 kilometer varen naar St. Martin’s, van de aanlegplek naar het enige hotel op het eiland wandelen. Onderweg wat foto’s maken natuurlijk en bij het hotel een kop koffie drinken. Vervolgens weer ongeveer 3 kilometer weer terug varen naar St. Mary’s. Het leek mij geweldig, weer een nieuw eiland verkennen…

Opnieuw een ‘image carrousel’. Hoe het werkt heb je eerder in deze post kunnen lezen…
St. Martin’s vanuit de lucht gezien. Het hotel waar we destijds koffie hebben gedronken ligt op het meest links gelegen stukje van dit eiland.
St. Martin’s is het op twee na grootste eiland (222 hectare) en het eerste land dat je ziet wanneer je vanaf het vaste-land de oversteek maakt. Het ligt ongeveer 3 km ten noorden van het hoofdeiland St. Mary’s. Het hoogste punt van St. Martin’s is Chapel Down, een 47 meter hoge heuvel nabij St. Martin’s Head, de noordoostpunt van het eiland. Een groot deel van de kust van het eiland bestaat uit zandstranden. In 2001 woonden er in totaal 142 mensen. Het is een eiland van contrasten, waar kleine, ommuurde bloemenvelden overgaan in beschutte zandstranden met kristalhelder water. Wild en prachtig heidelandschap met paarse heide en gouden brem reikt tot aan de ruige kliffen, en granieten huisjes verschuilen zich tegen de heuvelrug met uitzicht op de kleine bootjes in de baai. De langgerekte vorm van het eiland – dat ongeveer twee mijl lang is en een granieten rug van oost naar west heeft – heeft geleid tot het ontstaan van drie woonkernen: Higher Town, Middle Town en Lower Town. In het noordoosten strekt de met heide bedekte granieten landtong van Chapel Down zich uit in de zee, gedomineerd door het rood-wit gestreepte baken van St. Martin’s (een maritiem navigatiemiddel). Het patroon, de vorm en de ordening van de bloembollenvelden en de ommuurde heuveltoppen vervagen geleidelijk naarmate grond niet meer wordt bewerkt. Rondom Middle Town en Higher Town loopt de teelt van grasland en bloembollenvelden echter door. Tussen Pasen en oktober verbindt een lijndienst per boot St. Martin’s met de andere hoofdeilanden. Ook zijn er regelmatig tochten naar de Eastern Isles met hun zeehonden- en vogelkolonies, en naar de andere onbewoonde eilanden. Er zijn vistochten beschikbaar, en de traditionele roeiboten (gigs) van het eiland, de ‘Dolphin’ en ‘Galatea’, zijn elke woensdag en vrijdag te zien tijdens de wedstrijden tussen de eilanden.
Opnieuw een ‘image carrousel’. Hoe het werkt heb je eerder in deze post kunnen lezen…

Het hoogtepunt van ons bezoek aan St. Martin’s. Een kopje koffie met uitzicht over de Atlantische Oceaan. En daarna weer terug naar St. Mary’s natuurlijk.

Eenmaal weer terug op St. Mary’s zat ons verblijf op de Scilly-eilanden er vlot op. Ik denk dat we uiteindelijk ongeveer een week op de eilanden aanwezig geweest zijn. Waarschijnlijk hebben A.G. & Kate na ons vertrek naar Penzance nog een paar optredens gedaan in Cornwall voordat het voor mij weer tijd werd om terug naar Nederland te reizen. Destijds nam ik me voor om vlot een reisverslag te gaan tikken, maar daar is het nooit van gekomen. Dat is nu met deze post een klein beetje rechtgezet. Ik heb een paar dingen van deze reis onthouden. Bijvoorbeeld [1] dat je nooit ‘Scilly’ moet zeggen omdat je dat op dezelfde manier uitspreekt als ‘silly’ (= een beetje gek). Ook [2] het verhaal dat Nederland nota bene 335 jaar in oorlog geweest is met de Scilly-eilanden (de langste oorlog ooit), en dat zonder één schot te lossen. En [3] niet te vergeten; de Scilly-eilanden zijn heel erg mooi, de Scilly-eilanden zijn heel erg mooi, hebben een dankzij de Golfstroom een mooi en mild klimaat, en [4] er wonen erg aardige mensen. Ik maakte deze reis in 1992 en het is nu 2026 (dus 34 jaar verder). Ik ben niet weer terug naar de Scilly-eilanden geweest. Wel vind ik het heel erg bijzonder dat ik zowel in het uiterste zuidwesten van het Verenigd Koninkrijk geweest ben (de Scilly-elanden dus) en ook in het uiterste noordoosten van het Verenigd Koninkrijk (de Shetland Eilanden). En bij beide reizen waren A.G. & Kate de oorzaak of de reden van de betreffende reis.

Ik was destijds zo slim om gelijk maar wat boeken over de Scilly-eilanden te kopen op het moment dat ik op de eilanden was. Tegenwoordig koop je deze boeken gewoon via het Internet, maar dat bestond toen nog niet. Dit is mijn Scilly boeken verzameling…
Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.