Het was op een vrijdagmiddag halverwege mei dat we bedachten om even een bezoekje aan m’n moeder te brengen. Het was kort voor m’n moeders 96e verjaardag. M’n moeder  woont in een verzorgingstehuis in Leeuwarden, da’s reden genoeg om af en toe een kopje thee bij haar te halen toch? We bleven ongeveer 1½ uur en reden vervolgens naar Oranjewoud om daar bij Tjaarda asperges te gaan eten en vervolgens weer terug naar Groningen te rijden. Het bezoek bij mijn moeder was fijn, de asperges waren heerlijk en we besloten – omdat we in de afgelopen jaren al vaak in Skoatterwald (de aan Oranjewoud gelegen wijk van Heerenveen) in een Airbnb gelogeerd hebben – nog een klein rondje door de omgeving van Oranjewoud te rijden.

We reden in een erg rustig tempo in de buurt van Mildam toen we aan de rechterkant van de weg op een akkertje tussen de bomen een groepje reeën zagen. Leuk! Terwijl we elkaar op de reeën attendeerden kwam er vanuit het bos een ree die met een paar sierlijke sprongen vlak voor onze Peugeot overstak en pas op het stukje grasland aan de overkant van de weg halt hield. P reed en vroeg me of ik het overstekende wild ook voorbij had zien komen. Dat had ik, maar ik had nog nooit een ree zien oversteken terwijl ik zelf achter het stuur zat. P antwoordde dat het voor haar de tweede keer was dat ze op deze manier een ree over zag steken…

Reeën zijn hertachtige zoogdieren die in heel Europa voorkomen. De ree heeft een zandgele tot roodbruine zomervacht, ’s winters is deze meer grijsbruin tot zwart van kleur. Volwassen dieren hebben geen vlekken. Duidelijk zichtbaar is de witte tot gelige rompvlek. Bij mannetjes is deze vlek ’s zomers vrij onduidelijk. De neus is zwart en de kin is wit. De staart is vrij klein (twee tot vier centimeter lang) en enkel zichtbaar tijdens het ontlasten. ’s Winters steekt bij het vrouwtje, de reegeit, een bosje witte haren tussen de achterpoten naar achteren, het schortje. Dit lijkt wel op een staart, maar is het niet. Het volwassen mannetje, de reebok, heeft een eenvoudig gewei, bestaande uit meestal twee tot drie punten (enden). Reebokken met vier tot vijf punten zijn uitzonderingen. Het gewei is meestal ongeveer 25 centimeter lang. Elk jaar tussen oktober en januari groeit er weer een nieuw gewei en valt daarom het oude gewei af. De ree heeft een kop-romplengte van 95 tot 140 centimeter, een lichaamsgewicht van 16 tot 35 kilogram en een schofthoogte tussen de 60 en de 90 centimeter. De ree is geen grazer zoals een hert, maar een ‘knabbelaar’: het dier eet bramen, bessen (blauwe bosbes), twijgen, scheuten, knoppen en loten van struiken en bomen. Voorts ook van rozenstruiken en coniferen. En ook kruiden, grassen, bladeren, noten, paddenstoelen en landbouwgewassen als tulpen, granen en kropgewassen worden genuttigd. ’s Zomers voedt het ree zich bovendien met jonge bladeren en in de herfst met eikels. Het ree is vrij selectief en eet enkel de meest voedzame delen van een plant. Tussen eten en herkauwen zit meestal zo’n één (in de zomer) tot twee uur (in de winter). Bron: Wikipedia.

En de ree zelf? Die had waarschijnlijk in de gaten dat hij onze aandacht had en dat we de auto ondertussen aan de kant van de weg hadden geparkeerd. Als een volleerd model nam hij de juiste poses aan zodat we een paar mooie foto’s van hem/haar konden maken. En wij? Wij hadden de mooiste onderbreking van ons autoritje die we ons maar konden wensen…

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.