Je hebt van die songs die op de een of andere manier niet meer uit je hoofd willen en die je als het ware de rest van je leven met je mee neemt. ‘Far side banks of Jordan’ van Johnny Cash is bijvoorbeeld zo’n song. Vroeger heb ik die song meerdere keren gehoord bij optredens van A.G. & Kate en vervolgens verhuisde de song instantaan naar het vakje ‘ongelooflijk prachtig’. In mijn geval zitten er meer songs in dat specifieke vakje, en de song ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’ uiteraard ook.

Lang geleden luisterde ik naar een live-CD van John McCutcheon met daarop een mooie uitvoering van ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’. Dat was volgens mij een van de eerste keren dat ik de song hoorde. Ik werkte in die tijd in ploegendienst bij de kwaliteitsdienst van Avebe-Foxhol, en die CD van John McCutcheon, en met name de song ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’ heeft vaak over het laboratorium geklonken (en dan meestal iets luider dan overdag werd toegestaan).

Ik heb van deze CD geen audiotracks opgenomen, maar het is beslist de moeite waard om eens een keer naar dit materiaal te luisteren. Ik ben blij dat ik deze CD in mijn verzameling heb!

Eerder dan dat verzamelde ik de LP’s van The Dubliners en vond op de LP ‘Revolution’ uit 1970 een geweldig mooie uitvoering van ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’. Sowieso is ‘Revolution’ een erg mooie LP, maar deze versie waar Luke Kelley met een doorleefde stem deze song zing gaat mij nog steeds door merg en been!

In 1990 verscheen de CD ‘Don’t mourn – organize! Songs of labor songwriter Joe Hill’. Ik schafte de CD aan (uiteraard) en heb de CD destijds bijna grijs gedraaid. Het album brengt een eerbetoon aan Joe Hill, de legendarische Amerikaanse arbeidersliedschrijver en activist, en bevat uitvoeringen van zijn teksten van diverse artiesten. De muziek is vooral te plaatsen binnen het genre folk, met invloeden van Amerikaanse protestliederen en arbeidersmuziek. De selectie belicht de krachtige en vaak dramatische strijdliederen die Joe Hill schreef en songs van anderen waarvoor hij de inspiratie was, waarmee het album een historisch en cultureel document vormt over arbeid, solidariteit en sociale rechtvaardigheid.

Het materiaal van Joe Glazer is zondermeer prachtig! Ik had wel eens een keer van Joe Glazer gehoord, maar me nog niet echt verdiept in deze artiest. Wel ben ik er ondertussen achter dat hij veel materiaal zingt dat direct aan Joe Hill en de IWW te koppelen is. Ik moet binnenkort maar eens een dagje naar Joe Glazer op Spotify gaan luisteren…

Ik was in die tijd OR-lid en dus actief betrokken bij de medezeggenschap en was ook kaderlid van CNV Vakmensen. Ik had een reeks LP’s beluisterd van U. Utah Phillips en op die manier al een en ander gehoord en gelezen over de IWW (de Industrial Workers of the World’), een Amerikaanse vakbond. Dat er een brug bestond tussen het vakbondswerk waar ik me – naast mijn betaalde baan – als vrijwilliger mee bezig hield en de muziek die al sinds m’n 18e een vast gegeven voor me was vond ik een geweldige ontdekking waar ik behoorlijk enthousiast over was (en eerlijk gezegd nog steeds ben).

De Industrial Workers of the World (IWW) is een internationale, radicale vakbond die in 1905 werd opgericht in Chicago. De leden staan wereldwijd bekend onder de bijnaam ‘Wobblies’. De IWW wilde alle arbeiders verenigen in ‘One big union’ om samen te strijden voor betere werkomstandigheden en de afschaffing van het loonsysteem. De IWW heeft sterke wortels in het syndicalisme en het socialisme. Ze geloven in directe actie en stakingen in plaats van trage politieke onderhandelingen. Vanaf het begin mocht iedereen lid worden, ongeacht geslacht, ras of beroepsgroep. Ook studenten, werklozen en zzp’ers zijn welkom.

Naar aanleiding van het verschijnen van de CD ‘Don’t mourn – organize! Songs of labor songwriter Joe Hill’ heb ik indertijd een artikel geschreven voor A.G. & Kate’s blad Country And Gospel Music In That Old Tradition (destijds ook we de CAGMITOT genoemd). Ik weet nog dat ik destijds het artikel in concept aan Bert Nobbe voorgelegd heb en dat hij er destijds zijn goedkeuring aan had gegeven. Het is een beetje jammer, maar in de loop der jaren ben ik veel van de dingen die ik destijds voor de CAGMITOT geschreven heb kwijtgeraakt. Het artikel alsnog gebruiken op Birdeyes is dan ook niet aan de orde omdat ik het originele document niet meer heb – en ook de oude CAGMOTOT’s heb ik niet meer in mijn bezit. Deze post wordt dus een soort improvisatie op het artikel van destijds…

Een paar maanden later ontdekte ik een geweldig mooie uitvoering van Paul Robeson op zijn LP ‘Favorite songs’ uit 1959. Hij heeft de song verschillende keren opgenomen, waaronder ook op de LP ‘Live at Carnegie Hall’ (ook uit 1959 trouwens), maar die ben ik nog nooit ergens in de tweedehands-bakken tegengekomen. Nu, tijdens het schrijven van deze post, luister ik weer wat meer naar de muziek van Paul Robeson. Wat heeft die man mooie dingen opgenomen! Zeer de moeite waard om eens wat meer aandacht aan te besteden…

Weer een paar jaar later hadden Kees Jansen en ik bedacht dat we in januari 2004 naar een optreden van Joan Baez in York (in het noorden van Engeland) wilden. Ik die tijd was Kees Jansen redelijk grondig in het verzamelen van allerlei opnamen van Joan Baez en vervolgens was hij het die voorstelde dat we voor het optreden naar York af zouden reizen. Zo gezegd, zo gedaan en wij gingen op pad naar York voor het optreden van 22 januari 2004. Ik hoopte dat Joan Baez voor die avond ook ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’ op haar programma had gezet – en inderdaad, ergens in de tweede set had ze de song op haar setlist staan. Toen ze de song inzette had ik kippenvel over m’n hele lijf… Joan Baez heeft ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’ verschillende keren opgenomen. Een mooie uitvoering is te vinden op de CD ‘Bowery songs’ uit 2006. Ik heb echter voor de live uitvoering gekozen die Joan Baez in 1969 op Woodstock zong…

Zoals je verderop in deze post kan lezen schreef Joe Hill een groot aantal songs die pasten bij zijn werk/roeping als vakbondsleider van de IWW. Beroemder dan de eigen songs van Joe Hill is echter een song die over hem werd geschreven. Tien jaar na zijn dood schreef Alfred Hayes een gedicht met de titel ‘I Dreamed I Saw Joe Hill Last Night’. Earl Robinson zette het ongeveer een decennium later op muziek, en het werd al snel een volkslied voor de arbeidersbeweging. Vanaf de jaren dertig was de Afro-Amerikaanse acteur en zanger Paul Robeson een van de meest gepassioneerde stemmen van dit land voor de buitenstaander. Hij leende zijn stem aan de strijd van Zwart Amerika, arbeiders en iedereen die moeite had om een eerlijke kans te krijgen. Paul Robeson zong ‘I Dreamed I Saw Joe Hill Last Night’ over de hele wereld, bij bijeenkomsten en protesten – en in concert.

Alfred Hayes (1911-1985) werd in 1911 geboren in Londen. Hij groeide op in New York en ging daar naar school. Hij werkte een tijdlang als journalist, tijdschriftenauteur en radioschrijver, allemaal in New York. In 1943 ging Alfred Hayes in militaire dienst, waarbij hij in Italië diende. Tijdens zijn verblijf in Rome ontmoette hij Roberto Rossellini en Luigi Zampa, en werkte hij met Rossellini aan de film ‘Paisà’. Hij keerde in 1945 terug naar de Verenigde Staten en vertrok naar Hollywood om voor Warner Brothers te werken, na het schrijven van ‘All thy conquests’, dat in 1945 verscheen. ‘Shadow of heaven’ werd gepubliceerd in 1946. Een eerder boek, ‘The big time’, een dichtbundel, verscheen in 1944. Alfred Hayes ontving enkele jaren geleden de Eunice Tietjens Poetry Award. ‘Welcome to the castle’, een dichtbundel, werd gepubliceerd in 1950. Hij heeft ook twee Broadway-stukken geschreven: ‘Journeyman’, een toneelbewerking van Erskine Caldwells boek, en ‘Tis of thee’, een musical. (Van de flaptekst op Hayes’ roman uit de jaren 40 ‘The girl on the Via Flaminia’, Penguin 1949). 

Kortom, het is wat mij betreft tijd geworden om me opnieuw te verdiepen in de IWW en vervolgens iets specifieker in de persoon Joel Emmanuel Hägglund die – toen hij eenmaal in de Verenigde Staten woonde – de naam Joe Hill aannam.

Iets meer informatie over de IWW...
De jaren voorafgaand aan de oprichting van de Industrial Workers of the World (IWW) waren vol onrust voor arbeiders die probeerden een eerlijk loon onder goede werkomstandigheden te verdienen. Beïnvloed door de populistische beweging en de Knights of Labor, werd in 1893 de Western Federation of Mines (WFM) opgericht, waarvan het lidmaatschap aanvankelijk alleen openstond voor in de VS geboren blanke mannen. De WFM, die veiligheidswetgeving en uitbetaling in geld in plaats van bedrijfsmunt eiste, was kortstondig aangesloten bij de American Federation of Labor (AFL). Ze brak echter met de AFL toen deze organisatie niet hielp bij de staking van de WFM in 1894 in Cripple Creek, Colorado. De staking in Cripple Creek brak uit toen de lonen van de mijnwerkers werden verlaagd. Mijneigenaren huurden gewapende mannen in en de gouverneur riep de militie van de staat op. Na de staking begon de WFM eigen mijnen op te zetten. Stakingen in 1903 en 1904 deden mijnwerkers in het Westen inzien dat ze de krachten moesten bundelen met arbeiders in het Oosten. De oosterse vleugel begon bij Eugene V. Debs, die spoorwegarbeiders had verenigd in de American Railway Union (ARU). De ARU was niet beperkt tot één specifiek beroep; de vakbond stond open voor bijna iedereen die voor spoorwegmaatschappijen werkte. De ARU geloofde in een broederschap die alle arbeiders omvatte, met uitzondering van Afro-Amerikanen. Als leider van de oosterse IWW probeerde Debs in 1902 tevergeefs de oosterse en westerse organisaties te combineren. Op 27 juni 1905 bundelden de WFM, de ARU, anti-AFL vakbondsleden, socialisten en anarchisten in Chicago hun krachten om samen de IWW te vormen. ‘Big Bill’ Haywood zat de bijeenkomst voor en riep op tot een arbeidersbeweging die de economische macht kon controleren. De IWW, die werd gezien als vertegenwoordiger van het revolutionaire industriële syndicalisme, combineerde een ideologie van marxistische, darwinistische en socialistische elementen in één grote vakbond die zowel mannen als vrouwen van alle rassen omvatte. Het was een alternatief voor de AFL, waarvan het kapitalisme en selectieve lidmaatschap lijnrecht ingingen tegen de doelstellingen van de IWW. De IWW werd beschouwd als een radicale beweging, een van gedurfde verbeeldingskracht. Leden wilden geen politieke partij voor de arbeidersklasse zijn; in plaats daarvan wilden ze dat de IWW een kracht was die via revolutionaire tactieken economische en politieke verandering teweeg kon brengen. Met lage contributies zette de vakbond zich in voor verarmde arbeiders en opereerde ze als dertien grote groepen die sit-ins hielden en straattheater opvoerden om leden en steun te werven. De IWW stond bekend om het grote aantal stakingen en werd niet vertrouwd door het grote publiek. Dit publiek dacht dat de leden van de groep ‘syndicalisten’ waren, oftewel mensen die in staat waren de regering omver te werpen. Een van de krachtigste tactieken van de IWW was het gebruik van directe actie, zelfs tot het punt van wetsovertreding. IWW-leden geloofden dat dergelijke acties de enige manier waren om publiciteit en steun voor de organisatie te krijgen. In het westen hielden ze ‘vrijheid van meningsuiting’-protesten, die verboden waren. Leden die uit waren op arrestatie protesteerden en werden opgesloten. Omdat ze een antireligieuze instelling hadden, kregen ze geen vergunning om bijeenkomsten te houden. In plaats daarvan verstoorde de IWW de bijeenkomsten van het Leger des Heils, dat wél een vergunning had. De IWW, die bekend stond om haar egalitaire systeem, verwelkomde vrouwen. Zij werden opgenomen in de door mannen gedomineerde industriële vakbonden, met uitzondering van bepaalde stakingsbijeenkomsten. Leden wilden geen politieke partij voor de arbeidersklasse zijn; in plaats daarvan wilden ze dat de IWW een kracht was die economische en politieke verandering teweeg kon brengen via revolutionaire tactieken. Door de contributie laag te houden, zette de vakbond zich in voor arme arbeiders. Ze opereerden als dertien grote groepen die sit-ins hielden en straatvoorstellingen gaven om leden en steun te werven. De IWW raakte bekend om haar grote aantal stakingen en werd niet vertrouwd door het algemene publiek. Men beschouwde de leden van de groep als ‘syndicalisten’, ofwel mensen die in staat waren om de regering omver te werpen. Een van de krachtigste tactieken van de IWW was het gebruik van directe actie, zelfs tot op het punt van wetsovertreding. IWW-leden geloofden dat dergelijke acties de enige manier waren om publiciteit en steun voor de organisatie te krijgen. In het westen hielden ze strijdacties voor de ‘vrijheid van meningsuiting’, die verboden waren. Leden die arrestatie zochten, protesteerden en werden gevangengezet. Vanwege hun antireligieuze benadering lukte het hen niet om vergunningen te krijgen voor het houden van bijeenkomsten. In plaats daarvan verstoorden ze bijeenkomsten van het Leger des Heils, dat wel over vergunningen beschikte. Bekend om haar egalitaire systeem verwelkomde de IWW vrouwen, die werden opgenomen in de mannelijke industriële vakbonden, behalve tijdens specifieke stakingsbijeenkomsten. Mary ‘Mother’ Jones, een immigrerende naaister en organisator van de United Mine Workers, en Elizabeth Gurley Flynn hielpen beiden bij het oprichten van de IWW. Hoewel vrouwen nooit de hoogste functies in de vakbond bekleedden, waren ze zeer actieve stakers. Geen enkele andere vakbond kon bogen op het aantal vrouwen dat actief sprak of geld inzamelde zoals de IWW dat deed. Het lidmaatschap omvatte geschoolden en ongeschoolden, mannen en vrouwen, Afro-Amerikanen, Mexicanen, Chinezen en Japanners. Het raciaal en etnisch diverse ledenbestand werd bekend als de Wobblies. De economische depressie van 1907-1908, factievorming, intimidatie door de overheid en het vertrek van de WFM uit de vakbond zorgden voor problemen voor de beginnende IWW. Vervolgens sloten geschoolde arbeiders zich in 1909 aan bij ongeschoolde stakende immigranten bij een staalwagenbedrijf in Pennsylvania, vanwege een bonussysteem. De fabriek werd gesloten en toen er een breuk ontstond tussen de groepen, namen de leiders van de IWW de leiding. Deze machtsvertoon resulteerde erin dat de eigenaren toegaven en een schikking troffen. In 1912 voerden honderd vrouwelijke arbeiders, die al onder een opvoering van het werktempo in de fabriek werkten, een massale textielstaking in Lawrence, Massachusetts, toen hun lonen werden verlaagd. De vrouwen waren voornamelijk immigranten jonger dan achttien jaar en leden aan ondervoeding. Slechts twee dagen later sloten nog eens twintigduizend arbeiders van veertig verschillende nationaliteiten zich bij hen aan. Leiders van de IWW, waaronder Flynn, haastten zich naar Massachusetts om de stakers te helpen. De arbeiders kregen de opdracht om massale stakingsposten te organiseren; een methode om arrestatie te voorkomen door een ononderbroken menselijke ketting te vormen. In Lawrence bestond de keten uit vijfduizend tot twintigduizend arbeiders die vierentwintig uur lang onafgebroken liepen in een geweldloze actie. De arbeiders waren georganiseerd op basis van nationaliteit en vertaalde literatuur hielp de staking in stand te houden. Toen een vrouwelijke stakingspost werd doodgeschoten, werden enkele IWW-functionarissen gearresteerd, hoewel ze op dat moment mijlenver weg waren. De staat van beleg werd afgekondigd, bijeenkomsten werden verboden en de politie werd ingezet. Toen een vijftienjarige Syrische jongen werd gedood door de staatsmilitie, stuurden de stakers hun kinderen weg uit Lawrence, wat veel publiciteit genereerde. Toen bedrijven probeerden deze actie te blokkeren, reageerde het land verontwaardigd en werden de fabriekseigenaren gedwongen om de staking te beëindigen, waarbij ze de arbeiders loonsverhogingen, overwerktoeslag en andere voordelen toekenden. De stakingen in Lawrence, hoewel ze met succes immigranten wisten te verenigen, hadden niet de impact van een wijdverspreide beweging. De loonsverhogingen werden tenietgedaan door een intensiever gebruik van fabrieksmachines. In Lawrence barstte publieke verontwaardiging los toen de Rooms-Katholieke Kerk campagne voerde tegen de ‘Wobblies’ (leden van de IWW) en de Citizens Association de IWW aanviel als atheïstische anarchisten. Een spionagenetwerk zorgde voor intimidatie van de zegevierende arbeiders. Een latere staking in New Jersey was niet succesvol, omdat arbeiders onderling de strijd aangingen. De depressie van 1913-1914 bracht de IWW-beweging nog meer schade toe. Er vond een heropleving plaats met de oprichting van de Agricultural Workers Organization (AWO), een tak van migrerende landarbeiders die streed voor directe eisen. Dit resulteerde in loonsverhogingen en betere arbeidsomstandigheden voor oogstarbeiders. In 1916 leverden houthakkers in het noordwesten een grote bijdrage aan de organisatie van de Wobblies toen de stakers standvastig standhielden tegen politiegeweld en beschietingen. In 1914 werd IWW-arbeidsagitator Joe Hill beschuldigd van de moord op twee mannen uit Salt Lake City. Zijn daaropvolgende veroordeling en executie maakten van hem een symbolische martelaar. Het martelaarschap kon de ‘Wobblies’ echter niet redden, aangezien wetshandhavers de leden van de IWW bleven vervolgen. Hoewel de IWW steun van arbeiders had gekregen, had de vakbond alle steunbetuigingen aan de AFL verloren. Ondanks pogingen om de kritiek tegen de oorlog te nuanceren nadat de Eerste Wereldoorlog begon, leidde de weigering van de IWW om de strijd te steunen tot felle aanvallen van de overheid. Dit gebeurde vooral toen de IWW jonge mannen begon aan te moedigen hun land niet te dienen. Voor Amerikaanse activisten zorgden de voornamelijk islamitische immigrantenleden van de IWW ervoor dat de vakbond gevaarlijk overkwam. Deze anti-IWW-gevoelens droegen bij aan de groei van de AFL. Uiteindelijk werden tijdens de ‘Red Scare’ van 1919-1920 veel Wobblies berecht vanwege communistische sympathieën. Hoewel de vakbond nagenoeg verdween, is de belangstelling voor de IWW in de loop der jaren gegroeid en weer gekrompen. Het ledental van de IWW schommelde terwijl de organisatie zich concentreerde op educatief werk. In de jaren 1960 herleefde het radicalisme toen zangeres Joan Baez ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’ populair maakte. In de jaren 1980 drukte de organisatie een nieuwsbrief voor drieduizend mensen; recenter is de nieuwsbrief uitgegeven voor een betalend ledental dat is teruggelopen tot slechts enkele honderden.
Joseph Hillstrom, bij de meesten bekend onder zijn pseudoniem van de Industrial Workers of the World, Joe Hill, werd gearresteerd en veroordeeld voor de moord op John G. Morrison. Aanklagers beweerden dat Hill en een medeplichtige, vermoedelijk Otto Appelquist, op 10 januari 1914 rond sluitingstijd de kruidenierszaak van de Morrisons in de binnenstad van Salt Lake City binnengingen. De oudere Morrison werd in zijn rug geschoten. Zijn tienerzoon Arling schoot Hill neer, zo bepleitte de staat. Arling werd driemaal door de medeplichtige neergeschoten en stierf ter plekke. John Morrison overleed in een nabijgelegen ziekenhuis. Joe Hill werd veroordeeld en uiteindelijk geëxecuteerd. Appelquist is nooit gevonden. Deze foto is gerepareerd, scherper gemaakt en ingekleurd met behulp van de online software van MyHeritage.

Joe Hill werd op 7 oktober 1879 als Joel Emmanuel Hägglund geboren in Gävle, een stad in Zweden. Hij was het 3e kind in een gezin met zeven kinderen, waarvan er drie op jonge leeftijd overleden. Olof, zijn vader, werkte als conducteur op de trein. Olof Hägglund (1846-1887) overleed op z’n 41e toen Joel Emmanuel Hägglund net acht jaar oud was. Het overlijden van Olof betekende een financiële ramp voor het gezin, maar Margareta Catharina Hägglund (1844-1902) slaagde er in om het gezin bijeen te houden tot ze zelf overleed toe Joel Emmanuel Hägglund ongeveer twintig jaar oud was geworden. Het huis waar de familie Hägglund woonde is nog steeds aan de Nedre Bergsgatan 28 in Gävle te vinden. Sinds 2011 is het een museum geworden en is er de ‘Joe Hill-gården’ te vinden waar culturele evenementen georganiseerd worden.

Dit portret toont het gezin van Joe Hill, geboren als Joel Hägglund, rond 1890. Zijn moeder, Catharina Hägglund, is omringd door haar kinderen. Joel staat helemaal links. Rechts van Joel staan zijn broers Ruben, Efraïm en Paul. Zijn zus Ester zit op de schoot van hun moeder, terwijl Judit naast Catharina zit. Deze foto is gerepareerd, scherper gemaakt en ingekleurd met behulp van de online software van MyHeritage. 
Deze foto toont Joe Hill, geboren als Joel Hägglund, tijdens zijn schooltijd in de jaren 1880 in Gävle, Zweden. Joel Hägglund zit linksvoor op de grond. Deze foto is gerepareerd en scherper gemaakt met behulp van de online software van MyHeritage.

In zijn late tienerjaren en vroege twintiger jaren werd Joel ernstig ziek met huid- en kliertuberculose, waarna hij een uitgebreide behandeling onderging in Stockholm. In oktober 1902 (kort na het overlijden van zijn moeder), toen hij bijna 23 was, emigreerde Joel met zijn broer Paul Elias Hägglund (1877–1955) naar de Verenigde Staten. Hill werd een rondtrekkende arbeider die van New York City naar Cleveland verhuisde, en uiteindelijk naar de westkust trok. Hij bevond zich in San Francisco ten tijde van de aardbeving in 1906.

Dit portret toont Joel Hägglund rond 1898. De foto is gemaakt net voordat hij huidtuberculose opliep. Deze foto is gerepareerd, scherper gemaakt en ingekleurd met behulp van de online software van MyHeritage. 

Rond deze tijd gebruikte hij de naam Joe of Joseph Hillström (mogelijk vanwege uitsluiting door anti-vakbondslijsten) en sloot hij zich rond 1910 aan bij de Industrial Workers of the World (IWW), ook wel de ‘Wobblies’ genoemd, toen hij op de dokken in San Pedro, Californië werkte. Eind 1910 schreef hij een brief naar de IWW-krant ‘Industrial Worker’, waarin hij zichzelf identificeerde als lid van de lokale IWW-afdeling in Portland, Oregon. Hill klom op binnen de IWW-organisatie en reisde veel rond om arbeiders te verenigen onder de vlag van de IWW. Hierbij schreef hij politieke liederen en satirische gedichten, en hield hij toespraken. Hij en Harry McClintock waren meeslepende sprekers voor de IWW en doken op verschillende plekken op, zoals bij de Tucker-staking op 14 juni 1913. Hij kortte zijn pseudoniem in tot ‘Joe Hill’, de schrijversnaam waaronder zijn liedjes, cartoons en andere publicaties verschenen. Zijn liederen maakten vaak gebruik van bekende melodieën uit populaire liedjes en hymnen van die tijd. Hij bedacht de uitdrukking ‘pie in the sky’ (luchtkastelen), die verscheen in zijn lied ‘The Preacher and the Slave’ (een parodie op de hymne ‘In the sweet by-and-by’).

You will eat, by and by
In that glorious land above the sky
Work and pray, live on hay
You’ll get pie in the sky when you die.

Andere door Joe Hill geschreven songs zijn ondermeer ‘The tramp’, ‘There is power in a union’, ‘The rebel girl’ en ‘Casey Jones – the union scab’. Allemaal songs waarin het zware en strijdlustige bestaan van rondtrekkende arbeiders wordt uitgedrukt, en die arbeiders oproepen om hun krachten te bundelen en de werkomstandigheden te verbeteren en die nog steeds een inspiratie zijn voor talloze arbeiders.

Op 10 januari 1914 werden John G. Morrison, een kruidenier uit de omgeving van Salt Lake City en voormalig politieman, en zijn zoon doodgeschoten door twee mannen. Diezelfde avond meldde Hill zich bij een arts met een schotwond, waarbij hij kort een ruzie om een vrouw vermeldde. Hij weigerde verdere uitleg te geven, zelfs nadat hij op basis van zijn verwonding werd beschuldigd van de moorden in de avondwinkel. Hill werd in een controversieel proces veroordeeld voor de beide moorden en ter dood veroordeeld. Na een mislukt hoger beroep, politieke debatten en internationale oproepen tot clementie van prominente figuren en arbeidersorganisaties, werd Hill in november 1915 geëxecuteerd. Na zijn dood werd hij herdacht met verschillende songs. Zijn leven en dood zijn een inspiratiebron geweest voor boeken en poëzie.

In dit knipsel uit de Salt Lake Tribune van 21 juni 1914 praat Joe HIll met een journalist over de songs die hij geschreven had en waar hij op dat moment nog aan werkte. Destijds was het proces een enorm mediaspektakel.

De identiteit van de vrouw en de rivaal die de verwonding van Joe Hill zouden hebben veroorzaakt – hoewel er vaak over werd gespeculeerd – bleef bijna een eeuw lang grotendeels giswerk. William M. Adler’s biografie van Joe Hill uit 2011 presenteert informatie over een mogelijk alibi, dat nooit tijdens het proces is ingebracht. Volgens William M. Adler waren Joe Hill en zijn vriend en landgenoot Otto Appelquist rivalen om de aandacht van de 20-jarige Hilda Erickson, een lid van het gezin waar de twee mannen bij inwoonden. In een recent ontdekte brief bevestigde Hilda Erickson haar relatie met de twee mannen en de rivaliteit tussen hen. De brief geeft aan dat toen ze erachter kwam dat Joe Hill gewond was, hij haar uitlegde dat Otto Appelquist hem had neergeschoten, ogenschijnlijk uit jaloezie.

Als rondtrekkende arbeider reisde Hill door het westen, waarbij hij op goederentreinen sprong en van de ene naar de andere baan ging. Eind 1913 werkte hij als arbeider in de Silver King Mine in Park City, Utah, niet ver van Salt Lake City.

Op 10 januari 1914 werden John G. Morrison en zijn zoon Arling in hun kruidenierswinkel in Salt Lake City gedood door twee gewapende indringers die gemaskerd waren met rode bandana’s. De politie dacht aanvankelijk aan een wraakactie, omdat er niets was gestolen en de oudere John G. Morrison politieagent was geweest, waardoor hij mogelijk veel vijanden had gemaakt.

Op diezelfde avond verscheen Joe Hill op de stoep van een lokale arts met een kogelwond door zijn linkerlong. Joe Hill zei dat hij was neergeschoten tijdens een ruzie over een vrouw, wier naam hij weigerde te noemen. De arts verklaarde dat Hill bewapend was met een pistool. Gezien John G. Morrisons verleden als politieagent werden verschillende mannen die hij had gearresteerd in eerste instantie als verdachten beschouwd; er werden 12 mensen in de zaak gearresteerd voordat Hill werd opgepakt en beschuldigd van de moord. In Joe Hills kamer werd een rode bandana gevonden. Het pistool dat Joe Hill volgens de arts die avond bij zich had in de dokterspraktijk, werd niet aangetroffen. Joe Hill ontkende resoluut dat hij betrokken was bij de overval en de moord op John G. Morrison. Hij verklaarde dat toen hij werd neergeschoten, zijn handen boven zijn hoofd hield en het kogelgat in zijn jas – tien centimeter onder de uitgangswond in zijn rug – leek deze bewering te ondersteunen. Joe Hill getuigde niet tijdens zijn rechtszaak, maar zijn advocaten wezen erop dat diezelfde nacht nog vier andere mensen in Salt Lake City werden behandeld voor kogelwonden, en dat het ontbreken van roof en Joe Hills onbekendheid met John G. Morrison hem zonder motief lieten.

De aanklager van zijn kant voerde een tiental ooggetuigen aan die verklaarden dat de moordenaar op Joe Hill leek, waaronder de 13-jarige Merlin Morrison, de zoon van de slachtoffers, en een broer, die toen hij Joe Hill voor het eerst zag en zei: ‘dat is hem absoluut niet’, maar hem later toch als de moordenaar identificeerde. De jury had slechts een paar uur nodig om hem schuldig te bevinden aan moord. Een beroep bij het Hooggerechtshof van Utah bleef zonder succes. Orrin N. Hilton, de advocaat die Joe Hill tijdens het beroep vertegenwoordigde, verklaarde: ‘Het belangrijkste dat de staat tegen Joe Hill had, was dat hij een ‘Wobbly’ [lid van de vakbond IWW] was en daarom wel schuldig móést zijn. Hill probeerde de IWW buiten [het proces] te houden… maar de pers bond het aan hem vast’.

In een brief aan de rechtbank bleef Joe Hill ontkennen dat de staat het recht had om naar de oorsprong van zijn wond te informeren, waardoor er weinig twijfel over bestond dat de rechters de veroordeling zouden bevestigen. Opperrechter Daniel Straup schreef dat zijn onverklaarde wond ‘een onderscheidend kenmerk’ was, en dat ‘de beklaagde de natuurlijke en redelijke conclusies van het zwijgen niet mag ontwijken’. In een artikel voor de socialistische krant Appeal to Reason schreef Joe Hill: ‘Vanwege de bekendheid van de heer Morrison moest er een ‘zondebok’ komen en ondergetekende, die volgens hen een vriendloze zwerver was, een Zweed, en het ergste van alles, een IWW-lid, had sowieso geen recht om te leven, en werd daarom naar behoren geselecteerd om ‘de zondebok’ te zijn’. De rechtszaak veranderde in een groot media-evenement. President Woodrow Wilson, Helen Keller (de blinde en dove auteur en mede-IWW-lid), de Zweedse ambassadeur en het Zweedse publiek raakten allemaal betrokken bij een verzoek om gratie. Het trok de aandacht van internationale vakbonden, en critici stelden dat het proces en de veroordeling oneerlijk waren. Ondanks de verschillende petities bleef de toenmalige gouverneur William Spry vasthouden aan Joe Hill’s schuld. In 2005 beschouwde volkszanger Utah Phillips Joe Hill als een politieke gevangene die was geëxecuteerd vanwege zijn politieke agitatie door middel van het schrijven van liedjes.

In dit telegram aan Elizabeth Gurley-Flynn op de avond voor de executie van Joe Hill, schrijft Joe Hill: ‘I have lived like a rebel and I shall die like a rebel’. Gurley-Flynn was de inspiratiebron voor Joe Hill’s song ‘Rebel Girl’.

In een biografie die in 2011 verscheen, concludeert William M. Adler dat Joe Hill waarschijnlijk onschuldig was aan moord. Wel suggereert hij dat Joe Hill zichzelf is gaan zien als iemand die dood meer waard was voor de arbeidersbeweging dan levend. Dit inzicht heeft mogelijk zijn besluit beïnvloed om niet te getuigen tijdens de rechtszaak en om vervolgens alle kansen op gratie af te wijzen. William M. Adler meldt dat het bewijsmateriaal wees in de richting van Frank Z. Wilson, een vroege verdachte van de politie. Ook citeert hij de brief van Hilda Erickson, waarin staat dat Hill haar had verteld dat hij was neergeschoten door haar voormalige verloofde.

Joe Hill werd op 19 november 1915 door een vuurpeloton geëxecuteerd in de Sugar House-gevangenis in Utah. Toen adjunct Shettler, die het vuurpeloton leidde, de reeks bevelen ter voorbereiding op het vuren riep – ‘Ready, aim’– schreeuwde Joe Hill: ‘Fire – go on and fire!’ Diezelfde dag werd er een dynamietbom ontdekt op het landgoed in Tarrytown van John D. Archbold, de president van de Standard Oil Company. De politie vermoedde dat de bom was geplaatst door anarchisten en radicalen van de IWW als protest tegen de executie van Hill. De bom werd ontdekt door een tuinman. Hij vond vier staven dynamiet van elk een pond, half verborgen in een karrenspoor op een oprijlaan, op vijftien meter van de hoofdingang van de woning. De dynamietstaven waren aan elkaar gebonden met een stuk draad, voorzien van slaghoedjes en omwikkeld met een stuk papier dat dezelfde kleur had als de oprijlaan; een pad dat Archbold met de auto gebruikte om van of naar zijn huis te gaan. De bom werd later door de politie ontmanteld.

Dit is de voorpagina van The Salt Lake Herald-Republican op de ochtend dat Joe Hill werd geëxecuteerd. De kop vermeldt dat Hill, zelfs met zijn ophanden zijnde executie, weigerde de naam te onthullen van de vrouw over wie hij zei te vechten met een vriend toen hij in januari 1914 werd neergeschoten.

Vlak voor zijn executie schreef Joe Hill aan Bill Haywood, een IWW-leider: ‘Goodbye Bill. I die like a true blue rebel. Don’t waste any time in mourning. Organize… Could you arrange to have my body hauled to the state line to be buried? I don’t want to be found dead in Utah’. Zijn testament, waarin hij vroeg gecremeerd te worden, werd later op muziek gezet door Ethel Raim. Zijn was de oprichtster van The Pennywhistlers.

My will is easy to decide
For there is nothing to divide
My kin don’t need to fuss and moan
‘Moss does not cling to rolling stone’

My body? Oh, if I could choose
I would to ashes it reduce
And let the merry breezes blow
My dust to where some flowers grow

Perhaps some fading flower then
Would come to life and bloom again.
This is my Last and final Will.
Good Luck to All of you, Joe Hill

Deze handgeschreven beschrijving van de executie van Joe Hill maakt deel uit van zijn gevangenisdossier in de staatsgevangenis van Utah. De voornamen van John en Arling Morrison zijn onjuist. Er staat: geëxecuteerd op 19 november 1915 om 07:22 uur – doodgeschoten weeswege de moord op winkelier Jack Morrison, moord in verband met een overval. Orlin Morrison werd gedood door een geweerschot.

Joe Hills lichaam werd naar Chicago gestuurd, waar het werd gecremeerd; in overeenstemming met zijn wensen werden zijn assen in 600 kleine enveloppen geplaatst en de wereld rondgestuurd om aan de winden te worden prijsgegeven. Afgevaardigden die de Tiende Conventie van de IWW in Chicago bijwoonden, ontvingen op 19 november 1916 de enveloppen, exact één jaar na Joe Hills executie (en niet op 1 mei 1916 zoals de Wobbly-overlevering beweert). De rest van de 600 enveloppen werd op 3 januari 1917 naar IWW-afdelingen, Wobblies en sympathisanten over de hele wereld gestuurd.

De voorkant, achterkant en bijlage van één van de pakketjes met de as van Joe Hill die werden uitgedeeld aan verschillende afgevaardigden van de Industrial Workers of the World. Foto met dank aan de University of Michigan Library, Special Collection Library, Joseph A. Labadie Collection.

In 1988 werd ontdekt dat de United States Post Office Department in 1917 een envelop in beslag had genomen vanwege het ‘subversieve potentieel’ ervan. De envelop, waar een foto op was geplakt met het bijschrift ‘Joe Hill murdered by the capitalist class, Nov. 19, 1915’ (Joe Hill vermoord door de kapitalistische klasse, 19 november 1915), werd samen met de inhoud ervan overgedragen aan de National Archives. Er verscheen een artikel in het tijdschrift Solidarity van de United Auto Workers, waarna een klein stukje volgde in het blad The New Yorker. Leden van de IWW (Industrial Workers of the World) in Chicago eisten de inhoud van de envelop al snel op. Na enkele onderhandelingen werd het laatste deel van Joe Hill’s as (maar niet de envelop waar het in zat) in 1988 overgedragen aan de IWW. Het weekblad ‘In these times’ maakte melding van de as en nodigde lezers uit om suggesties te doen over wat ermee moest gebeuren. De suggesties varieerden van het bijzetten in een schrijn op het hoofdkantoor van de AFL–CIO in Washington, D.C., tot Abbie Hoffmans suggestie dat de as opgegeten zou moeten worden door hedendaagse ‘Joe Hills’, zoals (bijvoorbeeld) Billy Bragg en Michelle Shocked. Billy Bragg slikte daadwerkelijk een klein beetje van de as in, weggespoeld met wat vakantiebier, en droeg Michelle Shocked’s deel een tijdje met zich mee om Hoffmans laatste practical joke ooit te kunnen voltooien. Billy  Bragg heeft het deel van Michelle Shocked inmiddels aan Otis Gibbs gegeven. Het grootste deel van de as werd verstrooid in de Verenigde Staten, Canada, Zweden, Australië en Nicaragua. De as die naar Zweden werd gestuurd, is slechts gedeeltelijk verstrooid. Het grootste deel werd ingemetseld in de muur van een vakbondsgebouw in Landskrona, een kleine stad in het zuiden van het land, voorzien van een plaquette ter nagedachtenis aan Joe Hill. Die ruimte is tegenwoordig de leeskamer van de lokale stadsbibliotheek.

Een klein pakketje as werd uitgestrooid tijdens een ceremonie in 1989, waarbij een monument werd onthuld voor zes ongewapende IWW-mijnwerkers die begraven liggen in Lafayette, Colorado. Zij waren in 1927 door de staatspolitie van Colorado onder vuur genomen met machinegeweren tijdens het bloedbad in de Columbine-mijn. Tot 1989 waren de graven van vijf van deze mannen naamloos. Een andere ‘Wobbly’, Carlos Cortez, strooide tijdens de herdenking de as van Joe Hill uit over de graven.

Ik heb indertijd een exemplaar van ‘The little red songbook’ van de IWW aangeschaft. het bevat uitsluitend teksten van Joe Hill. Hoewel hier en daar een klein beetje verkleurd, ziet mijn ‘little red songbook’ er nog steeds prima uit.

Op de avond van 18 november 1990 organiseerde de IWW General Membership Branch van Southeast Michigan een bijeenkomst van ‘Wobbly’s’ in een afgelegen bosrijk gebied. Tijdens deze bijeenkomst werd er gegeten, gevolgd door een kampvuur waar Hills laatste wil werd voorgelezen: ‘and then his ashes were released into the flames and carried up above the trees… The next day… One Wobbly collected a bowl full of ashes from the smoldering fire pit’.  Tijdens dat evenement consumeerden verschillende IWW-leden een deel van Joe Hill’s as voordat de rest aan het vuur werd toevertrouwd.

Ter herdenking van de 50e sterfdag van Joe Hill’s executie publiceerde Philip S. Foner een boek, ‘The Case of Joe Hill’, over het proces en de daaropvolgende gebeurtenissen. Hij concludeert hierin dat de zaak een gerechtelijke dwaling was. Hills handgeschreven laatste wil en testament werd in het eerste decennium van de 21e eeuw ontdekt door archivaris Michael Nash van de Tamiment Library en de Robert F. Wagner Archives van de New York University. Het document werd gevonden in een doos onder een bureau op het hoofdkantoor van de Communist Party USA in New York City tijdens de overdracht van archiefmateriaal van de CPUSA aan de NYU. Het document begon met een couplet: ‘My will is easy to decide / For I have nothing to divide’. Aanvullend archiefmateriaal werd in 1976 door Carl XVI Gustaf van Zweden geschonken aan de Walter P. Reuther Library.

In 1980 gaf Postverket, de Zweedse postdienst, een Joe Hill-postzegel uit. Rood op een witte achtergrond met de Engelstalige songtekst: ‘We’ll have freedom, love and health/When the grand red flag is flying, In the Workers’ Commonwealth’.  De postzegel kostte SKr 1,70, wat ironisch genoeg precies het tarief was voor luchtpost naar de Verenigde Staten.

Naschrift: Zo af en toe overleg ik met Bert Nobbe over mijn schrijfsels en tijdens een van de voorgaande gesprekjes met Bert kwamen we tot de conclusie dat Bruce Springsteen waarschijnlijk ook wel een opname van ‘I dreamed I saw Joe Hill last night’ zou hebben gemaakt. Dat blijkt te kloppen. Ik heb van één van die opnamen een MP3 gemaakt om in deze post op te kunnen nemen. Vervolgens kwam Bert met de aanvulling dat er op YouTube een complete speelfilm is te vinden over Joe Hill. Ik heb daarvan ook de link maar even opgezocht. Veel plezier met kijken en/of luisteren…

Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie. Het is ook mogelijk je te abonneren op Birdeyes. Kijk daarvoor op de homepagina van deze site en laat je mailadres achter. Je krijgt dan een berichtje als er een nieuwe post is geplaatst.