4e Strictly Country Festival, Openluchttheater, Diever (juli ’85)

Programma (op alfabetische volgorde): A.G. & Kate (NL); Alabama Country Boys (NL); Boston City Limits (USA); Brian Golbey (UK); Dan Mazer (USA); Liz Meijer (USA); Mac & Addie Odell (USA); Nicole & Sandra Reijmer (NL); Smoketown Strut (B); Theo Lissenberg (NL).

Een van de jaarlijkse hoogtepunten vond ik altijd het Strictly Country Festival in het Openluchttheater in Diever (georganiseerd door Rienk Janssen) en het Grand Ole Opry Festival in Noord-Brabant (georganiseerd door A.G. & Kate). Toen ik naar de foto’s van de 4e editie in juli ’85 aan het kijken was bedacht ik dat er misschien wel een stukje in het Dagblad van het Noorden gestaan zou hebben naar aanleiding van deze editie van het Strictly Country Festival. Even zoeken op Delpher leverde het onderstaande resultaat op. Hoewel ik het niet altijd volledig eens ben met de conclusies van Eddy Determeyer geeft zijn stukje in het DvhN van maandag 22 juli 1985 toch een aardig sfeerbeeld van het festival. Mijn conclusies met betrekking tot Mac Odell zijn bijvoorbeeld een stuk positiever dan uit het krantenbericht blijkt. Ik heb de tekst van het artikel onder de afbeelding verder uitgewerkt.

Japanner steelt de show bij Strictly Country
Vergane glorie en verse verrassingen

De festivals van Strictly Country in Diever hebben iets gemoedelijke dat on-Noordelijk aandoet. De helft van de bezoeken kent elkaar en de organisatoren. De beheerder van de platenstand (‘nee, Western Swing, daar wordt weinig naar gevraagd, hè’) kan platen en kassa rustig tien minuten onbeheerd achterlaten als hij aan de telefoon wordt geroepen. Junkies zijn hier even schaars als op de tabaksjaarmarkt in Durham, Noord-Carolina. Van zo’n jaarmarkt zou het vierde Strictly Country Festival nog meer hebben gehad, wanneer het gekoppeld was geweest aan de show van walmende oude trekkers, vierhonderd meter verderop. Dochters van de organisatoren lopen met lootjes rond waarmee je kans maakt op een van de winkeldochters van de platenstalletjes. De organisatie (‘Tweehonderdvierenzestig, heeft echt niemand nummer tweehonderdvierenzestig?’) heeft de opbrengst van de verloting hard nodig. Er was gehoopt op honderd man meer dan de vierhonderdvijftig die er nu zit. Het wisselvallige weer heeft kennelijk nogal wat mensen afgeschrikt. Al meteen aan het begin moest het programma een half uur worden onderbroken om artiesten, instrumenten en apparatuur met behulp van landbouwplastic op ’n droogje te zetten. Maar met twee buitjes tussen één en half elf hadden bezoekers, artiesten en organisatie het beroerder kunnen treffen.

Worst
Gelukkig steekt in menige picknickmand naast de thermoskan koffie, de zak broodjes en de servetten een royale paraplu. Niet minder royaal snijdt een in rossige krulbaard en ruwe schapenwollen trui gehulde vader plakken worst voor zijn kroost af. Het kroost is hier niet slecht af. Waar anders dan in het openluchttheater van Diever kun je op zo’n spannend muurtje zitten of levensgevaarlijk aan een boomtak slingeren? Een andere vader leert zijn zoontje fotograferen. In de zoeker schokt de bescheiden gestalte van Mac Odell. Hij is eerlijk gezegd niet meer zo bij stem, deze oudgediende van de country and westermuziek van dertig jaar geleden. En erg tekst vast is hij ook niet meer. De combinatie met zijn kennelijk niet erg geïnteresseerde vrouw Addie, met wie hij destijds ook al optrad, ie helemaal rampzalig. De Odells zingen voornamelijk steile gospelsongs, maar in het repertoire is ook ruimte voor de ‘St. Louis Blues’, ‘Uber die Wellen’ en het charmante ‘I want a Buddy, not a Sweetheart’. De tijd tussen de songs vult Old Mac met verhandelingen, waarbij hij breedsprakigheid op wonderlijke wijze aan luchthartigheid paart. De verhalen kunnen over de song in kwestie gaan of over zijn favoriete voedsel, maar hij draait zijn hand evenmin om voor een gedegen ontologische beschouwing betreffende het werkwoord ‘to write’. Tot zijn Addie hem met een bits ‘now first sing it’ tot de orde roept. Addie en Mac Odell zijn de oldtimers die dit jaar door A.G. en Kate van de Grand Ole Opry in Rijen naar ons land waren gehaald. Elk jaar probeert dit duo country-legendes naar Nederland te laten overkomen, maar de kennelijk lange afwezigheid van de muziekscene had de Odells geen goed gedaan.

Glitterrok
A.G. & Kate functioneerden zaterdag overigens niet slechts als impresariaat. Het duo had ook voor de uitstekende geluidsversterking in het theater gezorgd en trad bovendien zelf op. Om de een of andere mysterieuze reden staat het tweetal, getuige de uitslagen van de jaarlijkse populariteitspoll in het blad Strictly Country, in hoog aanzien: aan de zang kan ik niets uitzonderlijks ontdekken. Opmerkelijk is wellicht, dat dit duo uit het paapse Brabant zoveel gereformeerde teksten in zijn optredens gaapt. Merkwaardig is in ieder geval, dat A.G. (niemand weet zijn werkelijke naam) de songs consequent in een koddig soort southern drawl cockney aankondigt. Een eenpersoons taaltje. Schilderachtig is het woord voor hun verschijning. Zij, rank en blond, met heur witte blouse met frutsels en heur lange glitterrok en hij, twee koppen groter, met zijn raffia Stetson hoed en zijn uitbundige donkergrijze baard, konden za uit een stomme film gestapt zijn. Voor de vocale verrassing zorgden de zusjes Nicole en Sandra Reijmer, die met Gerard Huisman een triootje vormden. Een aantrekkelijke combinatie, deze twee heldere sopranen met de diepe tenor van Huisman en de zon die van achter de boomtoppen zijn laatste stralen op het podium werpt, ‘Leavin’ Louisiana in the brood daylight’ zingt het trio en het daylight verdwijnt met een spectaculair glissando. Nicole zingt eerste stem en doet dat met veel flair. Sandra staat nog wat onwennig onder het landbouwplastic, maar wat een stem heeft die meid!

Sensationeel
De instrumentale verrassing kwam van het gelegenheidsgroepje Boston City Limits, die het festival anderhalf uur later dan gepland was afsloot. Er werd met vaart en verve gemusiceerd en Hiro Arita bleek een duivel op de banjo. Zijn spel was weinig minder dan sensationeel. In de countrymuziek hoor je zelden een dergelijk technisch raffinement. In zijn solo in ‘Summertime’ trok de Japanner alle registers open. Daarbij bleek hij het geluid van de nederige banjo volledig naar zijn hand te kunnen zetten, waardoor het leek alsof dat door een complete batterij elektronische vervormingsapparatuur werd gestuurd.

Boston City Limits is een van de groepen die op 7 augustus te gast is In Steenwijk, waar de Country Club Het Posthuis het muzikale gedeelte van de Mid-weekfeesten voor haar rekening neemt. Ook Mac Odell, A.G. & Kate en de zusjes Reijmer zijn daar van de partij. Naast Groundspeed, Les Chevaux, de Mercury Skiffle Group, Centerpoint, het duo Klaas & Nanda Weiland en het Merida Formation Dance Team. In Diever mogen Romeo en Julia vanaf 3 augustus weer bewijzen, dat ze echt onsterfelijk zijn.

Deze diashow vereist JavaScript.

Delen:

Comments

comments

Harry Vogel

Ik ben voornamelijk geïnteresseerd in traditionele folk- en countrymuziek, Groninger (cultuur)geschiedenis, en allerlei buitengebeuren. Vroeger trok ik er vaak op uit om meerdaagse fietstochten te maken, tegenwoordig fiets ik meer in de omgeving van de stad Groningen. In de jaren 80 van de vorige eeuw begon ik foto's te maken van de (huis)concerten die ik bezocht. Recent heb ik al mijn oude negatieven gedigitaliseerd. Deze website kwam tot stand vanuit de wens iets met de recent gedigitaliseerde negatieven te doen...

2 Comments

  1. AvatarBert Nobbe Reply

    MOI HARRY. MISSCHIEN KINST MIE NOG. IK VOLG REGELMOATIG DIEN PAGINA EN GENIET VAN DE FOTO,S. HET WAS EEN MOOIE TIED. BLIEF DIT DOUN. GROETJES BERT NOBBE

    1. Harry VogelHarry Vogel Post author Reply

      Moi Bert, natuurlijk ken ik je nog en weet ik dat jij een groot liefhebber van preitaart was (bent). Jazeker, het was een mooie tijd waar ik veel goede herinneringen aan heb. Jij hebt een mooi aandeel in die mooie tijd gehad, en ook dat zijn goede herinneringen!

Geef een reactie