Een week met A.G. & Kate in het Noorden (juli ’86)

Foto’s van optredens in: Hoogezand-Sappemeer (in De Reensche Compagnie); Harpel (in de tuin van Joke en Rienk Janssen); Lettelbert (in de NH-kerk); Losdorp (in de Johanneskerk); en Oudeschans (in de Garnizoenskerk).

Het was niet de eerste keer dat A.G. & Kate meerdere dagen achtereen door het Groninger land reden om daar verschillende optredens in kleine Groninger kerkjes te verzorgen. Ik fungeerde in zo’n week als organisator, als gids, als roadie/sjouwer en als gastheer. Daarnaast werkte in ik die periode als reserve voor de 5-ploegendienst op de kwaliteitsdienst van de Avebe-fabriek waar ik toen werkte. Al met al was het dus een gedoe om een en ander voor elkaar te krijgen. Toch heb ik in die periode ook veel plezier aan deze optredens beleefd. Samen probeerde je er succesvolle optredens van te maken. Soms lukte dat. Dat waren de momenten die je de energie gaven om er mee door te gaan. Veel vaker zaken de zaaltjes/kerkjes niet echt vol en moest er flink geld bijgelegd worden om überhaupt uit de gemaakte kosten te komen. Wat dat betreft was het veel voordeliger om in de zomer iets te organiseren ten opzichte van de winter (scheelt veel stookkosten). Ongeveer een maand voorafgaand aan deze week met A.G. & Kate werd – op mijn 28e verjaardag nota bene – mijn trouwe Mazda 323 total loss gereden door een onverlaat uit de buurt. Ik woonde toen op de 4e verdieping van een flatje en hoorde een behoorlijk lawaai van beneden. Ik was mijn verjaardag aan het vieren en kon niets anders constateren dan dat mijn Mazda niet meer op z’n plek stond en behoorlijk verfrommeld was. Tegen de tijd dat A.G. & Kate een paar weken later naar het noorden kwamen had ik net een andere auto aangeschaft. Gezien m’n niet zo ruime budget op dat moment deed ik een stap(je) terug naar een mooie beige Citroën Visa Club (2 cilinder; 652 cc). Ondanks het geringe vermogen van m’n Citroën heb ik er erg veel plezier aan beleefd. De foto’s in deze post geven aan dat we in de loop van de week dat A.G. & Kate bij mij te gast waren met z’n drieën nog een middag naar Joke en Rienk Janssen in Harpel geweest zijn.

In Hoogezand had ik een zaaltje in de Reensche Companie gehuurd. Dit was ook het gebouw waar de aquariumvereniging waarvan ik destijds de secretaris was (Aquaria HS) op gezette tijden bij elkaar kwam. Het was een soort verenigingsgebouw midden in de wijk Spoorstraat-Kieldiep in Hoogezand. Ik had grote verwachtingen van het optreden met A.G. & Kate, maar de opkomst was ronduit dramatisch. Het voordeel was dat het optreden op loopafstand was van de plek waar ik woonde. We waren na het opruimen van de spullen en de financiële afhandeling met de beheerder van het pand zo weer thuis om te teleurstelling te verwerken.

Over de kerk in Lettelbert:
Dat de kerk van Lettelbert klein is, hangt samen met de omvang van het buurtschap dat zijn eigenlijke naam ‘Lutjebuurt’ eer aandoet. De kerk werd gebouwd op een uitloper van de zandrug Vredewold en is opgetrokken op een fundering van veldkeien. Restanten van kleine, hoog geplaatste vensters in de noordmuur doen vermoeden dat het schip teruggaat tot het begin van de baksteenbouw in de vroege dertiende eeuw. Later, mogelijk in de veertiende eeuw, werden grotere spitsboogvensters in de schipwanden ingebroken en werd de noordmuur voorzien van een spitsboogportaal. De vrouweningang in de zuidwand, afgedekt door een stuk rode zandsteen, werd later gedicht. Aan beide zijden is een kleine dichtgezette hagioscoop te zien. Oorspronkelijk had de kerk waarschijnlijk een recht gesloten koor, maar na de Reformatie werd dit ingekort en vervangen door de tegenwoordige vijfzijdige sluiting, die met afbraaksteen werd gebouwd. De westwand werd in 1890 vernieuwd met machinaal gefabriceerde bakstenen en detoneert enigszins met de rest. Sinds 1977 is de kerk eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken. Tijdens de restauratie van 1985 werd in de muur een uitsparing gevonden waarin menselijke beenderen waren verborgen. Dergelijke vondsten werden ook gedaan in de kerken van Scheemda, Wagenborgen en Meedhuizen. Soms ging het om speciaal uitgespaarde ruimtes voor deze beenderen. Een mogelijke verklaring is dat de menselijke resten werden bijgezet na het ruimen van graven op het kerkhof. Een andere verklaring is dat men in de middeleeuwen dacht dat deze botten zouden helpen om de kerk ‘overeind te houden’. De botten zijn namelijk bovengemiddeld groot en lijken afkomstig van grote mensen. Men dacht misschien dat deze ‘reuzen’ letterlijk zouden helpen om de kerk te ondersteunen. De dakruiter aan de westzijde wordt bekroond door een windwijzer in de vorm van een leeuw die herinnert aan de collatoren van de kerk. Telgen uit het geslacht Van Inen Kniphuisen, de heren van Nienoord. Dat zij Lettelbert min of meer als hun achtertuin behandelden, bleek onder meer in 1675. In dat jaar kwam ds. Nathan Bollardt, predikant in Midwolde, in conflict met Georg Wilhelm van Inen Kniphuisen en Anna van Ewsum, heer en vrouwe van Nienoord. Volgens de edelen had Bollardt geweigerd de voorbeden voor hen te doen, en tijdens de bediening van het avondmaal zou hij hen zelfs hebben bespot. Daarop degradeerden zij hun ‘hofpredikant’ naar het nabijgelegen, veel bescheidener Lettelbert. Protest binnen de classis en bij Gedeputeerde Staten mocht niet baten. Nienoord had blijkbaar vrij spel inzake predikanten. De gave inrichting is typerend voor de negentiende eeuw, met een bankenopstelling gericht naar de preekstoel in het oosten en dwarsgeplaatste banken met hoge ruggenschotten in het koor. In het middenpad staat een potkachel. De gaaf bewaarde tegelvloer heeft een geometrisch patroon, omgeven door een sierlijke Griekse meanderrand. De preekstoel dateert van omstreeks 1650 en is rondom versierd met pilasters met gesneden plantmotieven en Ionische kapitelen. Om dit meubel te kunnen plaatsen en om hinderlijk tegenlicht tegen te gaan, werd het middelste koorvenster dichtgezet. Bij de restauratie in 1985 werd de houten zoldering weer zichtbaar gemaakt en in zijn oorspronkelijke blauwgroene kleur hersteld. Rechts naast de preekstoel bevindt zich een gedeelte van een altaarmensa van rode zandsteen die oorspronkelijk diende als dekplaat voor een van de middeleeuwse altaren in de kerk. Duidelijk zichtbaar zijn drie van de oorspronkelijk vijf wijdingskruisjes en in de rand bevindt zich een vierkante reliekholte. Tot aan de restauratie in 1985 lag deze steen als stoepsteen voor de deur, waardoor de protestanten dit relict uit de katholieke tijd eeuwenlang letterlijk ‘met voeten traden’. De kerk van Lettelbert is tegenwoordig een iconenatelier, in de sacristie wordt geschilderd en lesgegeven. Vóór de lessen wordt er gebeden bij de iconen. Ook al komt hier geen gemeente meer samen, er is wel degelijk nog sprake van devotie.

De NH-kerk in Lettelbert is al sinds 1977 één van de kerkjes van de Stichting Oude Groninger Kerken. Tegenover de kerk was het huis van mevrouw Steenbergen. Zij was degene die de sleutel van de kerk bewaarde, en dus ook de persoon waar je moest zijn als je plannen had met de kerk. Mevrouw Steenbergen vond m’n verhaal erg interessant en had veel belangstelling voor het initiatief om country gospelconcerten in dit soort kleine kerkjes te organiseren. Voor mij werd snel duidelijk dat ik – indien ik iets in Lettelbert wilde organiseren – niet om mevrouw Steenbergen heen kon. Ze bedoelde het goed hoor, ik werd ruimschoots voorzien van kopjes thee met een koekje maar ondertussen was zij weer op de hoogte van alle wel en wee. Jarenlang was het een traditie dat ik eens per jaar op de thee ging bij deze dame. Een paar keer is ze bij een optreden aanwezig geweest, maar uiteindelijk vond ze het allemaal prima. Voor A.G. & Kate was het kerkje in Lettelbert een prima plek om op te treden, de kerk was eenvoudig te bereiken, er was voldoende parkeerruimte en meestal hadden we voldoende publiek om min of meer uit de kosten te komen.

Over de Johanneskerk in Losdorp:
Doordat de kleine kerk van Losdorp in een streek vol kanjers ligt, is ze relatief onbekend gebleven. Toch maken de fraaie ligging op een omgrachte wierde en het gave 18eeeuwse interieur een bezoek ruimschoots de moeite waard. Alleen die gebrandschilderde ramen al. Tot 1850 behield Losdorp zijn radiale wierdestructuur met boerderijen rondom. Daarna volgde de afgraving van een groot deel van de wierde. Op de afgegraven plekken werd niet meer gebouwd en het dorp breidde zich verder uit met lintbebouwing. De wierde is in 2003 weer op oorspronkelijke hoogte teruggebracht. In 2014 is de kerk van Losdorp overgenomen door de Stichting Oude Groninger Kerken. Getuige de grote kloostermoppen in het muurwerk werd de rechthoekige zaalkerk waarschijnlijk gebouwd in de dertiende eeuw. De lage westtoren werd blijkens een gedenksteen in 1662 vernieuwd door ‘Bernhard Entens van Helpen, tot Loesdorp jonker hoevelink end unicus collator enz’. Deze toren stond oorspronkelijk los van de kerk, maar werd later met de kerk verbonden. In 1848 werd de toren verhoogd en voorzien van galmgaten met spitse bogen. Als bekroning dient een opengewerkte houten spits. Tijdens de begrafenis van de vrouw van de beroemde dominee Niclaas Westendorp in 1836, vloog de klepel tijdens het luiden uit de klok. Het verhaal gaat dat deze terechtkwam op een van de begrafenisgasten! Als door een wonder bleef de man ongedeerd: zijn hoge hoed was van dermate degelijke makelij dat die de bronzen klepel tegenhield… In de achttiende eeuw werd het uiterlijk van de kerk drastisch veranderd door een grootscheepse verbouwing. Een gedenksteen vermeldt dat ‘dese kerk na van buiten als binnen vernieuwd’ werd op last van ‘de hooghwelgebooren vrouwe Margareta Bauwina douairière Rengers Farmsum’, gevolgd door al haar overige titels waaronder ‘patrimoniële en geprivilegeerde collatrix Losdorp’. De steen meldt dat de vrouwe van Farmsum het redgerrecht bezat in onder meer ‘de vier buiren’. Dit was het gebied rondom Godlinze, Losdorp, Bierum en Spijk die op juridisch gebied, en waterstaatkundig een eenheid vormden. Het interieur wordt gedekt door een met bladwerk en cirkels versierd houten spitstongewelf boven een forse lijst. Wat bij binnenkomst meteen in het oog springt, is de aanwezigheid van gebrandschilderde vensters in expressionistische stijl. Ongewoon voor Groningen. Het venster in de oostwand toont een zaaier met de woorden ‘een zaaier ging uit om te zaaien’. De overige vensters tonen losse symbolen, waaronder een bijbel, een anker, een duif en een zandloper. De vensters werden in 1937 geplaatst en het is aan het geduld van de Losdorpers te danken dat ze er nog zijn. Door een bom werden de ramen tijdens de Tweede Wereldoorlog namelijk uit de kerk geblazen. De restanten werden zorgvuldig verzameld en de ramen weer in elkaar gepuzzeld. De gaaf bewaarde inrichting dateert bijna in zijn geheel uit de tweede helft van de achttiende eeuw en is een goed voorbeeld van de rococo oftewel ‘Louis Quinze’ stijl. Blikvanger aan de zuidwand is de preekstoel uit 1775 waarvan de gebogen kuipwanden zijn voorzien van sierlijk snijwerk in hoogreliëf. De voorkant toont een dubbel gekroond wapen tussen een springende leeuw en een adelaar met opgeheven vleugels als schildhouders. Oorspronkelijk zullen de emblemen de wapens Tjarda van Starkenborgh en Rengers hebben getoond, nu zijn ze leeg. De preekstoel wordt omgeven door een doophek met een gesneden lezenaar en is voorzien van een fors uitgevallen klankbord. Ook het overige meubilair dateert uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Dat de avondmaalstafel in het koor op zijn oorspronkelijke plaats staat, blijkt uit de eenvoudige bank die in het omlopende lage wandbeschot is verwerkt. Dergelijk permanent avondmaalsmeubilair was typisch voor Groningen. Alleen het orgel is van later datum. Dat werd in 1830 gebouwd door N.A. Lohman & Zn. uit Groningen. Op het koor ligt een fraaie hardstenen grafzerk ter nagedachtenis van Aefjen van Bierum geboren Alberda, vrouwe van Fraeylema en Losdorp (†1694). Het opschrift luidt vrij vertaald: ‘Nog maar kort geleden was ik een lichaam, nu ben ik stof zonder lichaam / tot nog toe is alles stof gebleven, maar uiteindelijk zal het weer tot een lichaam worden’.

Vaste gasten bij al deze optredens waren Karst & Janny Scheeringa uit Hoogezand (samen op de foto in de deuropening van de kerk in Lettelbert in het blokje hierboven). Op een bepaald moment waren ze er ineens. Buitengewoon vriendelijk en behulpzaam, maar af en toe ook een beetje bijzonder. Maar loyaal dat ze waren… Daar kon bijna niemand tegenop! Het was altijd een behoorlijk gedoe om A.G. & Kate’s geluidsinstallatie in de Johanneskerk van Losdorp te krijgen. De kerk staat aan de Fraeilemaweg midden in het dorp. Ter hoogte van de kerk is de Fraeilemaweg niet met een Landrover met aanhanger bereikbaar. Je moest via een smal paadje een behoorlijk eind lopen met zware spullen – niet altijd even leuk dus. Ondanks dit ongemak was het een plezierige plek om iets te organiseren en doorgaans kwamen er ook een redelijk aantal mensen op af. De sleutelbewaarders van de SOGK deden niet bijzonder moeilijk als ik iets in ‘hun’ kerk wilde organiseren. Meerdere keren zijn we dan ook terug in Losdorp geweest.

Over de Garnizoenskerk in Oudeschans:
Bij de dijk van 1545, waar de Westerwoldse Aa uitmondde in de Dollard, werd in 1593 de Bellingwolder schans gebouwd; nu bekend onder de naam Oude Schans. De opdracht kwam van Graaf Willem Lodewijk van Nassau, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De vesting verloor zijn strategische waarde met het terugdringen van de zee: daarom werd in 1629 een eind ten noorden van de Oude Schans de Nieuwe Schans aangelegd. Toch bleef er tot in het begin van de 19e eeuw een detachement gelegerd. Vanaf 1815 werden de Oudeschansker bolwerken geslecht. Binnen het uitgebreide wallenstelsel was weinig ruimte voor bebouwing: dicht op elkaar geplaatste straten geven het een stedelijk karakter, goed zichtbaar bij de kerk; zij staat met twee zijden pal aan de straat vlakbij het haventje, terwijl de begraafplaats zich elders bevindt. De vesting kreeg deze kerk, compleet met dakruiter in 1626. Net als in de beide andere grensvestingen, Nieuwe Schans en Bourtange is het een eenvoudige zaalkerk. In 1772 werd de dakruiter van het midden naar het zuiden verplaatst, waarbij de topgevel plaats maakte voor een wolfseind. Op een geschilderd memoriebord wordt een gift van 800 gulden van koning Willem I, bestemd voor het herstel van het gebouw, vermeld. Daartoe zullen ook de sloop en herbouw met Friese klinkers in 1828 van de zuidgevel behoren (de kerk is in de lengte min of meer noord-zuid gericht). Een volgende verbouwing vond plaats in 1858, waarbij de zuidgevel tot op een halve meter boven het maaiveld werd afgebroken en nieuw werd opgetrokken. In 1859 werd het torentje vernieuwd. In de dakruiter hangt een luidklokje uit 1835. We vinden de ingangen van de kerk in de beide lange wanden. In de sluitsteen van de ingang dicht bij de weg staat het jaartal 1858. Deze ingang wordt afgesloten met een rondboog, de andere heeft een classicistische omlijsting. Eenvoudige rondboogramen zorgen voor licht in de kerk. De pastorie werd in 1772 tegen de kerk gebouwd, in één lijn met de westgevel, met een duidelijk zichtbare voeg, maar aan de oostzijde uitstekend. Het achterhuis is waarschijnlijk in 1828 gebouwd. Daarvoor moest een kerkraam grotendeels worden gedicht. De nu tot garage dienende schuur komt uit de tweede helft van die eeuw. Het interieur van de kerk is ingetogen. Er is een balustrade die op de onderste lijst het jaartal 1639 samen met een tekst uit Ezechiël 34 vermeld. Misschien slaat dit op de aanschaf van een Statenbijbel in dat jaar. Dan zou de balustrade oorspronkelijk vóór de preekstoel een lezenaar gedragen kunnen hebben. Maar dat is een beetje gissen. Het gewelf, hier en daar rustend op forse consoles, is bij de verbouwing in 1772 aangebracht; de vormgeving past bij deze periode. De groen en grijze banken zullen, evenals de kansel, in dezelfde tijd zijn gemaakt. De banken bezitten nog de originele kandelaars. Op de stijlen tussen de panelen van de kansel zitten mooi gesneden guirlandes. De beschildering in imitatiemahonie en goudverf op het lofwerk komt uit de 19e eeuw. Boven de preekstoel is een vrij zeldzaam geschilderd orgelfront compleet met registerknoppen, muziekboek en speeltafel, waarschijnlijk uit 1772. De vormgeving is typerend voor de 18e eeuw. Toen de balkenzoldering werd verwijderd ten behoeve van het huidige gewelf, moesten de balken boven de preekstoel blijven zitten, omdat die de dakruiter dragen. Het orgel is waarschijnlijk geschilderd om deze constructie te verbergen. De schildering is enkele jaren geleden door Helmer Hut gerestaureerd. In de dakruiter bevindt zich een uurwerk uit de 17e eeuw. J.H. Koster uit Blijham kreeg dit uurwerk in 1983 weer aan het lopen met behulp van een wasmachinemotor en een fietsketting. De versleten en vervangen onderdelen zijn, zoals het hoort bij een goede restauratie, op een paneel bewaard bleven.

Optredens in de kerk van Oudeschans hebben we niet zo vaak georganiseerd. De kerk van Oudeschans was gemakkelijk bereikbaar, maar vanaf mijn huis in Hoogezand was het ruim 30 kilometer rijden naar deze kerk. Gevoelsmatig was het uit de buurt zullen we maar zeggen. De Garnizoenskerk in Oudeschans heeft al jarenlang een grote functie in het sociale leven in het dorp. Talloze evenementen zijn in de loop der jaren in de kerk georganiseerd. Dat brengt een publiek met zich mee die meer verwachten dan in een kerk waar nooit iets wordt georganiseerd. Oudeschans is een prachtige plek met veel historie en telt een groot aantal kunstenaars onder de inwoners van het dorp. Ik had de indruk dat A.G. & Kate behoorlijk moesten werken om een connectie met het aanwezige publiek te krijgen. Toen we later nog eens terug naar Oudeschans gingen was het niet anders. Uiteindelijk zijn we – denk ik – drie of vier keer naar de Garnizoenskerk in Oudeschans geweest.

’s Avonds na afloop van de optredens reden we dan weer terug naar Hoogezand. Voor mij was het dan zaak om een balans te vinden tussen ‘gezellig’ en de volgende dag weer aan het werk. Meestal ging dat goed. Het is maar een paar keer gebeurt dat ik de volgende ochtend (veel) te laat op mijn werk kwam. Joop en Max (m’n beide rode katers) vonden het dan weer fijn als we midden in de nacht weer thuis waren, dan kregen ze weer aandacht…

Delen:

Comments

comments

Harry Vogel

Ik ben voornamelijk geïnteresseerd in traditionele folk- en countrymuziek, Groninger (cultuur)geschiedenis, en allerlei buitengebeuren. Vroeger trok ik er vaak op uit om meerdaagse fietstochten te maken, tegenwoordig fiets ik meer in de omgeving van de stad Groningen. In de jaren 80 van de vorige eeuw begon ik foto's te maken van de (huis)concerten die ik bezocht. Recent heb ik al mijn oude negatieven gedigitaliseerd. Deze website kwam tot stand vanuit de wens iets met de recent gedigitaliseerde negatieven te doen...

Geef een reactie