Excursie Kerstvloed 1717 (december 2017)

Het boek dat Piet H. Nienhuis schreef over de kerstvloed van 1717. Ik heb het inmiddels gelezen. Interessant!

Nadat Jan-Albert Bleeker en ik eerder al een lezing van Piet H. Nienhuis in de Groninger Archieven hadden bijgewoond leek het ons een goed idee om ook met deze bus-excursie van Stad & Lande mee te gaan. Met een bus reisden we langs verschillende plekken die 300 jaar geleden door de kerstvloed werden getroffen. Tijdens de rit werden we door Albert Buursma voortdurend op de hoogte gehouden over de nog zichtbare sporen in het landschap en de gevolgen van de ramp op de toenmalige bevolking. Je leert van alles tijdens een dergelijke excursie. Zo wist ik nooit dat de ‘vijver’ waarvan ik wist dat die in de buurt was waar tante Aaf woonde in Uithuizermeeden, een overblijfsel van de Kerstvloed was…

In 2017 was het driehonderd jaar geleden, dat zich in Groningen en de aangrenzende Waddenkust een ramp voltrok. Op kerstavond 1717 werd het noordelijk kustgebied getroffen door de grootste natuurramp die Nederland in de afgelopen vier eeuwen heeft gekend. Grote delen van Groningen (zie kaartje bovenaan dit stukje), maar ook van Friesland, midden- en zuidwest-Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken overstroomden, nadat de dijken onder het stormgeweld waren bezweken. De schade van de Kerstvloed, zoals deze later werd genoemd, was immens. De ramp eiste duizenden mensenlevens; alleen al in Nederland al 2426 slachtoffers (in totaal kwamen circa 13.000 mensen om). Tienduizenden stuks vee verdronken en de ook de materiële schade was enorm. Het slachtofferaantal en de materiële schade was niet alleen ongekend hoog, de Kerstvloed van 1717 had ook een grote invloed op het landschap. Oude dijken werden compleet weggespoeld. Daarom moest er een nieuwe zeewering gebouwd worden. Het herstel van de dijken zou nog jaren duren, maar leidde wel tot een revolutie in de kustverdediging. Het zeewater reikte na de dijkbreuken tot de stad Groningen. Thomas Van Seeratt werd belast met de reddingsoperaties, die hij zeer kundig uitvoerde. Direct in januari 1718 werd begonnen met het herstel en de verbetering van de Groninger dijken (de tegenwoordige Middendijk).

Van Seeratt ontwierp zwaardere dijkprofielen, maar voor de uitvoering van het werk was men afhankelijk van de bereidheid en de draagkracht van de dijkplichtigen. De afgevaardigden van de Ommelanden wilden de kosten ten laste van de centrale provinciekas brengen, maar de stad Groningen verzette zich daartegen. In deze kwestie werd door de Staten van Friesland bemiddeld. Besloten werd ook dat ook de bewoners van landstreken die niet aan de zee grensden moesten meehelpen bij het herstel en de versterking van de dijken. Hiertegen ontstond echter verzet dat culmineerde in de Boerenopstand van 1718, waarbij duizenden boeren en burgers op 4 oktober 1718 het Huis te Aduard van jonker Evert Joost Lewe aanvielen. Soldaten wisten de opstandelingen uiteen te jagen met enkele doden tot gevolg. De leiders van de opstand werden terechtgesteld. Van Seeratt slaagde er evenwel niet in het gehele dijkwezen onder centraal provinciaal gezag te brengen. Zijn ervaringen legde hij neer in een ‘Journael en Dyckagie’. Van dit Journaal zijn exemplaren aanwezig in de Provinciale Bibliotheek van Friesland en in het Rijksarchief in Groningen. Vanwege dit alles is de Kerstvloed een gebeurtenis om te herdenken, zeker in een tijd dat de zeespiegel stijgt en de natuur zich recentelijk grilliger lijkt te gedragen. Wat was er toen aan de hand en kan een dergelijke ramp zich nog eens voordoen?

Oorzaken

Hoewel de Ommelanders in de loop van 1717 nog steeds werkten aan het herstel van de schade van de Sint Maartensvloed (1686), had de grote schade van de Kerstvloed, behalve misschien met achterstallig onderhoud en uitblijvend herstel sindsdien, ook te maken met de specifieke, extreme weersomstandigheden. Het ging om een ramp die een ‘meteorologische tsunami’ genoemd kan worden. Dat wil zeggen dat de stormvloed de kenmerken had van een tsunami, met water dat zich volgens ooggetuigen eerst terugtrok, om daarna in alle hevigheid weer te keren. In plaats van de normale getijdenwerking van eb en vloed circa 6 uur opkomend en circa 6 uur afgaand water, zagen mensen min of meer een periode van tweemaal ebtij, gevolgd door tweemaal vloedtij. Het was echter geen echte tsunami, omdat een duidelijk aanwijsbare oorzaak als een aardbeving ontbrak. De voornaamste oorzaak was opstuwing van het water door de stormwind.

Een in 1719 in Groningen verschenen boekwerkje over de Kerstvloed

De grote schade in Groningen was dus aan meer dan alleen aan achterstallig dijkonderhoud en – herstel te wijten. De uitzonderlijke weersomstandigheden speelden een zeer belangrijke rol. Eerst zorgde een stormwind vanuit zuidelijke richting voor het opstuwen van een grote watermassa op de hoge noordelijke Noordzee. Daarna draaide de wind vrijwel 180°. Vervolgens verplaatste een hevige storm de watermassa in zuidelijke richting. Dat leidde ertoe dat in de nauwere gedeelten, zoals het Kanaal, het zeewater sterk steeg. Eenzelfde gebeurde in de riviermondingen in de Republiek, zoals die van de IJssel, Lauwers en Eems. In die tijd was het IJssel-estuarium, toen nog de Zuiderzee geheten, relatief groot, waardoor de waterdruk op Friesland meeviel. Bij de Lauwers en de Eems was dat veel minder het geval. Hierdoor werd het water door de noord-noordwestenwestenwind hoger opgestuwd in ‘hoeken’ aan de kust, zoals bij De Marne, het Hogeland en het Oldambt. Voorts waren bijna alle omstandigheden voor een stormvloed ‘optimaal’ voor het bereiken van een hoge waterstand. Het was alleen geen volledig springtij. Daarom is het de vraag, of wanneer zich soortgelijke omstandigheden weer voor zouden doen, het water niet opnieuw zou binnenstromen, al was het – ook wanneer de dijken het houden over de toppen van de zeeweringen…

 

 

Deze diashow vereist JavaScript.

Delen:

Comments

comments

Related posts

Geef een reactie