Vanmiddag ging ik even naar de bakker in de Stad om brood te halen. Ik had bedacht om – net als altijd – via het Noorderplantsoen te fietsen, wat dat vind ik één van de mooiere plekken van de stad (en het ligt op de route naar de bakker). Bij de rand van het plantsoen zag ik een paar elfenbankjes in het gras. Vlakbij stonden een paar mooie oude beuken, waarschijnlijk zitter er daar onder het gras nog een paar dode boomstronken of zoiets… Thuis ben ik maar eens aan het google’en geweest of het hoe en wat van elfenbankjes. Best interessant…

Het elfenbankje is een soort die alleen op dood hout groeit. Het liefst loofhout, al kun je hem soms ook wel op een dode spar tegenkomen. Het is een eenjarige soort, dat wil zeggen dat het vruchtlichaam maar één seizoen te vinden is. Het elfenbankje groeit vaak in kleine of grotere groepen op een stronk of tak, meestal dicht bij de grond. In het latijn heet het elfenbankje Trametes versicolor. ‘Versicolor’ betekent: met variabele kleuren. Dat is heel toepasselijk, want de zwam is vaak levendig gekleurd. Het halfronde vruchtlichaam is opgebouwd uit bonte ringen, die van wit tot bruin tot bijna blauwpaars gekleurd kunnen zijn. Kenmerkend is dat de buitenrand van het elfenbankje altijd wit is. In het Engels heet het elfenbankje ‘Turkeytail’, de staart van een kalkoen. Warempel… Het is een saprofyt, dat wil zeggen dat hij geen levend hout aantast, maar alleen kan leven van dood materiaal. Geen gevaar dus voor de levende houtopstand, zoals sommige andere houtzwammen wel zijn. De naam is afkomstig van de Griekse woorden ‘sapros’ (verrot) en ‘phutton’ (plant). Het is een verwijzing naar de manier waarop deze paddenstoelen zich voeden, namelijk met dood organisch materiaal. Zonder deze zwammen zou een bos al snel ten onder gaan aan het eigen afvalmateriaal. De saprofyten onttrekken de voedingsstoffen van het dode afvalhout van bomen, maar ook stro uit graslanden of afgevallen bladeren. Zo werken ze mee aan de kringloop van stikstof, koolstof, fosfaten en mineralen.