Fietsrondje Gaaikemadijk; achtergronden…

Nadat P en ik een paar keer ons nieuwe fietsrondje hadden gereden viel ons op dat we eerst een stukje over de Gaaikemadijk fietsten en een paar kilometer verderop langs de Gaaikemahoeve reden. Dat maakte mij nieuwsgierig, ’t was me iets te veel toeval zullen we maar zeggen. Voor mij is dat meestal de aanleiding om een beetje op onderzoek uit te gaan. Meestal fietsen we ons rondje richting Dorkwerderbrug en vervolgens richting Friesestraatweg. Een van de dingen die me nieuwsgierig maakte is het feit dat tegenover de plek waar de Gaaikemadijk afbuigt richting Friesestraatweg aan de andere kant van het Van Starkenborghkanaal de weg naar Oostum in het verlengde van de Gaaikemadijk ligt. Nu het kanaal er al tientallen jaren ligt is het feit dat dit ooit een doorgaande weg was uit het collectieve geheugen verdwenen. De bebouwing langs de Gaaikemadijk bestaat vrijwel uitsluitend uit wat oudere boerderijen. Het streekje bestaat uit maar één enkele weg, die ter hoogte van de Gaaikemahoeve wordt onderbroken door een recent aangelegde oversteekplaats voor melkvee. Behalve bestemmingsverkeer is het er een rustige bedoening.

De Gaaikemaheerd heeft een redelijke kudde Jersey koeien. De eigenaar van de boerderij vertelde ons dat hij ze heeft omdat de melk van deze koeien een hoger vet- en eiwitgehalte heeft dan de meeste andere koeien. De melkopbrengst is wel iets lager, maar dat wordt weer goed gemaakt door het hogere vet- en eiwitgehalte.

In de witte cirkel is te zien dat de Gaaikemadijk vroeger doorliep naar Oostum. Pas toen het Van Starkenborghkanaal gegraven werd is deze doorgaande verbinding onderbroken. Deze afbeelding bestaat uit een luchtfoto uit 1967 en een kaart uit 1903. Beide afbeeldingen zijn over elkaar heen geplaatst.

Lees meer over de Gaaikemadijk:
Gaaikemadijk is een streekje in de gemeente Westerkwartier in de Nederlandse provincie Groningen. Het bestaat uit een aantal boerderijen die langs de gelijknamige dijk liggen. De naam komt van een voormalige edele heerd die hier heeft gestaan, de Gaykingaheerd. Ter plaatse staat nu de boerderij Gaaikemaheerd. De dijk loopt tegenwoordig langs het Van Starkenborghkanaal en maakt even ten oosten van het Aduarderdiep een haakse bocht naar het zuiden. De dijk slingert vervolgens door het landschap om iets ten westen van Slaperstil bij de Friesestraatweg uit te komen. Het laatste deel van de dijk ligt in de gemeente Groningen. De dijk zal ooit aangelegd zijn toen een stuk land ten westen van Dorkwerd werd ingepolderd in de 12e-eeuw. De Gaaikemadijk was de westelijke begrenzing van die polder en liep oorspronkelijk vanaf Leegkerk (via Gaaikemadijk) naar Oostum.

Ondanks deze betrekkelijke rustigheid is er van alles te melden over dit landschap. De Gaaikemadijk is genoemd naar de Gaaikemaheerd. Deze boerderij is ongeveer halverwege de Gaaikemadijk te vinden. Deze Gaaikemaheerd heeft een geschiedenis die teruggaat naar de 14e eeuw. Frederik, een van de leden van de bewoners van de oorspronkelijke Gaykingaheerd, was tussen 1329 en 1350 abt van het klooster in Aduard en had daarmee aan aanzienlijke positie in de toenmalige maatschappij.

Lees meer over de Gaaikemaheersd:
De Gaykingaheerd was een heerd met steenhuis aan de Gaaikemadijk ten westen van de Nederlandse stad Groningen binnen het toenmalige kerspel Wierum. Het was het oude stamhuis van de familie Gaykinga of Gaykema, waarnaar ook de dijk genoemd is. Van deze familie was ene Frederik tussen 1329 en 1350 abt van het klooster van Aduard. In 1407 werd Aldert Gaykinck met zijn landerijen opgenomen in het Aduarderzijlvest. In 1449 komt de Gaykingaheerd voor het eerst voor wanneer Alderts zonen Focko en Emo het eigendom van de heerd behouden in een overeenkomst met het klooster. Er wordt ook gesproken over een kapel bij de heerd, die beide broers in onderhoud kregen. In 1503 komt ene Allart Gaykema voor, die waarschijnlijk een zoon van Focko of Emo was. Hij was toen hoofdeling van Gaykingadijk en bewaarder van het zegel van het landschap Middag. In 1520 werden Allarts zonen Hendrik Gaykinga (die op Gaykingaheerd woonde) en Frederik Gaykinga (die op de Zuidhorner Jellemaborg woonde) vermoord in het klooster van Aduard. Frederiks dochters(!) Joost en Frederik(a) erfden de heerd. Toen dochter Joost in 1538 trouwde met Derk Coenders had de heerd een omvang van ongeveer 100 grazen land. Enkele jaren later (vóór 1542) overleed Joost. Haar zoons Evert en Frederik verhuurden hun deel van de borg daarop. Beide broers waren reformatiegezind en de Spaansgezinde regering liet daarop rond 1570 hun goederen confisqueren, waartoe ook de helft van de heerd behoorde, die toen 77 grazen omvatte. De andere helft was eigendom van de man van de inmiddels overleden Frederik(a); Rempt Jensema. De familie Gaykinga betrok de heerd niet opnieuw. In een scheidbrief uit 1619 wordt een stuk land op Gaaikemadijk genoemd, dat de ‘junckeren heeminge’ (huis van de jonker) werd genoemd en vrij van behuizing was, wat betekent dat de heerd toen reeds gesloopt was. Op 17e-eeuwse kaarten staat namelijk ‘olim (=voormalig) Gaykinga’ vermeld. Van de heerd resteert alleen nog een deel van de gracht. Naast de vroegere borgstee staat nu boerderij Gaaikemaheerd. Bron: W.J. Formsma et al., Wierum: Gaykinga. De Ommelander Borgen en Steenhuizen pp. 477-478.

Als je voorbij de Gaaikemahoeve fietst richting de Friesestraatweg staat er iets verderop aan de linkerkant van de weg een klein bordje in de berm met daarop de mededeling dat op die plek tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog drie mannen – alle drie lid van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten – gesneuveld zijn. Door met je smartphone een QR-code te scannen wordt je naar een website met meer informatie geleid. Eerder had ik al eens gezien dat op het kerkhofje bij de kerk van Dorkwerd een oorlogsgraf is waar drie jongemannen begraven liggen. Tijdens één van onze ritjes langs deze route kwamen we er achter dat het over dezelfde drie mannen gaat. Al weer een stukje geschiedenis, maar veel recenter deze keer. Ik vind het echter minstens zo indrukwekkend als de meer Middeleeuwse informatie. Als je vervolgens een klein beetje onderzoek gaat doen naar deze drie mannen komt de geschiedenis nog dichterbij. Voor mij krijgt het landschap waar wij voor onze ontspanning een rondje gaan fietsen hierdoor een diepere lading. Het landschap krijgt veel meer betekenis als het ware.

De graven van de drie mannen op het kerkhofje achter de kerk van Dorkwerd.

Via Delpher gevonden in de Groninger Oranjebode van 20 april 1945

Lees meer over deze drie slachtoffers:
Evert Harm Wolters kwam om het leven tussen Dorkwerd en Aduard, net als Klaas Roelf Wigboldus en Hilko Berrelkamp. Hun verzetsgroep liep in een Duitse hinderlaag. Op 14 april 1945 vorderde een groep landwachters in Dorkwerd een rijtuig om mee te vluchten. De landwachters wilden naar het Van Starkenborghkanaal, maar omdat de brug open stond, reden ze langs het kanaal naar de Gaaikemadijk. Een groep van vijf verzetsstrijders constateerde dit. Zij wilden de landwachters gevangennemen. Ze wisten dat er op een boerderij wapens verstopt waren en ze haalden die wapens op. Ze trokken dwars door het land om het rijtuig voor te zijn. De ontmoeting lukte en één schot in de lucht was voldoende om de landwachters zich over te laten geven. Wat de groep echter niet wist, was dat in de boerderij van boer Scheeringa ook vluchtende Duitsers zaten. Er ontstond vervolgens een vuurgevecht tussen de verzetsstrijders en de Duitsers. Klaas Roelf werd meteen geraakt en sneuvelde; de andere vier zochten dekking in de slootwal. Evert Harm hield zijn geweer gericht op de boerderij. Hij schoot in de richting van het kelderraam, waar hij een hoofd zag. Evert Harm werd even later misleid door een Duitser die zich met de handen omhoog over leek te willen geven. Evert Harm kwam uit zijn dekking en viel ineens neer. Een genadeschot maakte een eind aan zijn leven. Hilko, die de wacht had bij de wapens die op de boerderij verstopt waren, hoorde het schieten en dacht ‘ik moet er ook heen om te helpen’. Hij liep door het open veld en was zo een gemakkelijke prooi voor zijn vijanden. Ekke Wolters en Klaas Simon Dijkema hielden zich verborgen en gingen kruipend door de sloten in de richting van het Aduarderdiep. Daar wachtten zij tot het donker werd; zo wisten ze te ontkomen.

Aan het einde van de Gaaikemadijk nemen we linksaf een klein stukje van de Friesestraatweg richting de stad Groningen. Bij de afslag Zijlvesterweg slaan we af, weg van het drukke verkeer en zoeken we de rust weer op. Hier hebben schapen, koeien, paarden het iets meer voor het zeggen en fietsen we tussen het groen. Iets verderop, net voordat de kerk van Dorkwerd goed in zicht komt valt een wierde op aan de rechterkant van de weg. Dit is de wierde Kleiwerd. Deze wierde is aan het begin van onze jaartelling aangelegd.

De wierde Kleiwerd is duidelijk zichtbaar in het landschap.

Lees meer over de wierde Kleiwerd:
Kleiwerd (Gronings: Klaiwerd), vroeger ook wel Cleywert gespeld, is een wierde in de gemeente Groningen. De wierde ligt aan de Zijlvesterweg, tussen Slaperstil en Dorkwerd. Er staan twee boerderijen; een op de noordflank van de wierde (Zijlvesterweg 17) en een aan oostzijde (Zijlvesterweg 15). Het onbebouwde deel van de wierde wordt ook wel ‘veewierde’ genoemd. Ten oosten van de wierde is in de Groninger wijk Heemwerd/Reitdiep een straat naar de wierde genoemd. De naam betekent wierde van klei. De Friese tegenhanger is het gehucht Kleiterp nabij Wieuwerd. Een oudere naam voor de wierde zou ‘Liuvurd’ kunnen zijn geweest in de tijd dat het gebied waarin de wierde lag nog Lieuwerderwolde werd genoemd. De wierde werd opgeworpen op een oeverwal van de Hunsinge rond 50 v.Chr. tijdens de ijzertijd, de tijd dat veel wierden in het moerassige kweldergebied ten westen en noordwesten van de huidige stad Groningen werden opgeworpen. De Hunsinge liep ten westen van de wierde. De wierde heeft een hoogte van 1,95 meter boven NAP en was vroeger nagenoeg rond van vorm. Tussen 1932 en 1943 werd de zuidwestflank gedeeltelijk afgegraven, waarbij onder andere potscherven, een schedel en een waterput werden gevonden. Hierdoor heeft de wierde een vrij steile helling aan westzijde. De wierde bestond vroeger uit twee hoogten, verdeeld over twee percelen. In 1994 werd de laagte tussen deze beide hoogten zonder vergunning opgevuld met grond. De wierde is aangewezen als archeologisch rijksmonument.

Het monumentje zoals dat tegenwoordig te zien is.

Iets uit de route terug naar huis toe, vlakbij Joeswerd in een van de nieuwgebouwde wijken van de stad Groningen staat een monument dat herinnert aan het feit dat hier op 23 mei 1944 een zware viermotorige Engelse Avro Lancaster bommenwerper tijdens een nachtelijke missie naar Braunschweig in Duitsland aangevallen werd door een Duitse nachtjager. De Lancaster met slechts 7 vlieguren explodeerde en stortte neer in de weilanden tussen Dorkwerd en Groningen. Van de 7 bemanningsleden kwamen er 5 om het leven. Zij liggen begraven op de begraafplaats in Hoogkerk. De vijf slachtoffers waren tussen de 21 en 28 jaar oud. Jonge mannen nog die sneuvelden toen de oorlog al bijna voorbij was. Twee Canadese mannen, Norman Wharf en Paul Dalseg overleefden de crash. De omgekomen bemanningsleden zijn: Officer Abraham Gordon Lodge, Navigator, 28 jaar; Officer Francis Norman Henley, Pilot 24 jaar; Sergeant Arthur Meakin Armin, Flight Engineer, 24 jaar; Sergeant John Manson, Wireless Operator, 21 jaar; en Sergeant Sydney Morris, Air Bomber, leeftijd onbekend.

Via Delpher gevonden in het Nieuwsblad van het Noorden van zaterdag 9 juli 1988

De uitgewerkte tekst van dit artikel uit het Nieuwsblad van het Noorden van 9 juli 1988
Zaterdagbijlage Nieuwsblad van het Noorden 9 juli 1988 De man die bij Dorkwerd uit de hemel viel Een verhaal uit de oorlog. Die trekt zijn sporen tot in de huidige tijd. Een Canadees keerde vorige week terug naar Hoogkerk en Dorkwerd. Daar crashte hij bijna 45 jaar geleden met een bommenwerper. Hij zocht en vond de bewuste plaats terug. Het maakte nogal wat emoties bij hem los. Soms lijkt het leven van toevalligheden aan elkaar te hangen. Zoals in het geval van Norman Wharf. Eind mei 1944 kwam hij vlakbij Groningen letterlijk uit de lucht vallen. De Canadees was bemanningslid van een Britse bommenwerper. Een Duitse jager schoot het toestel boven bet Westerkwartier in brand, waarna het uiteindelijk explodeerde en in brokstukken neerstortte bij Dorkwerd. Van de zeven bemanningsleden overleefden twee de crash, de Canadezen Norman Wharf en Paul Dalseg. laren later probeerde dit tweetal het spoor terug te trekken. Zij stuitten daarbij op veel moeilijkheden. Toen zij in Hoogkerk de graven van hun omgekomen makkers bezochten, liepen zij toevallig Auke Noordhof tegen het lijf. Beter hadden ze het niet kunnen heffen, want hij hield zich al jaren bezig met het doen van naspeuringen naar de hij Dorkwerd neergekomen Lancaster, bezat zelfs voorwerpen daarvan die hij als relikwieën bewaarde. Langzaam maar zeker ontstond er een aardig compleet beeld van wat er in de nachtelijke mei-uren in 1944 gebeurde. Het is zaterdag 2 juli 1988. Norman Wharf is terug, letterlijk en figuurlijk. Op de plek waar delen van de Lancaster neerkwamen en nog altijd in de grond zitten. Het verleden komt dan opeens weer vlakbij hem, bekent hij in een onbewaakt ogenblik. Geconfronteerd met een stukje daarvan, doet hij de ontdekking dat de tijd soms toch lijkt stil te staan. Er liggen voor zijn gevoel geen ruim 44 jaar tussen toen en nu, maar alles lijkt opeens gisteren gebeurd te zijn. ‘En dat is een vreemde ervaring’, De regie van het gebeuren lijkt ook perfect: zelfs personen die destijds een rol speelden kunnen er weer worden bijgehaald. En zo komt het dat Norman Wharf boer Jan Faber, een van zijn redders van toen, en zijn vrouw de hand kan drukken. Het wordt dan zelfs gezellig: de koffie is snel bruin en de herinneringen zijn legio, Maar de reactie komt ook prompt: de nacht erop slaapt Wharf niet, vertelt zijn vrouw Hilda later. Urenlang ligt hij te woeien en te draaien. Hij herbeleeft de crash-nacht opnieuw, denkt aan dingen van toen die hij allang vergeten dacht te zijn. Norman Wharf reisde van Victoria (Vancouver Island) doelbewust naar Hoogkerk. Voor de confrontatie met zijn verleden. Dat deed hij al eens eerder (in 1985), maar toen meer op goed geluk. Nu kan hij het spoor terug prima trekken en dat was precies zijn bedoeling, ‘Altijd al wilde ik er achter komen hoe het in 1944 precies is gegaan, welke mensen mij hebben geholpen. Dat was een must voor mij’, Het wordt langzamerhand tijd om Auke Noordhof (57) in beeld te brengen. Dat is dan zijns ondanks, want het gaat, zegt hij, niet om zijn persoontje. Toch heeft hij ervoor gezorgd dat Wharf op het goede spoor werd gezet dank zij een toevallige ontmoeting. En dus kun je niet om hem heen. Maar aan toeval, stelt hij vast, gelooft hij niet. Hij ziet het eerder – Op grond van zijn Calvinistische levensovertuiging – als een soort voorbestemming, Toeval of voorbestemming, in ieder geval parkeerde hij zijn auto op de parkeerplaats bij het kerkhof in Hoogkerk juist op het moment, dat de Canadezen er ook stonden. Zoekend, niet goed wetend wat te doen, Van hetzelfde moment af wisten ze het wel, want in Auke Noordhof hadden ze de man gevonden die allang bezig was de feiten rond de neergestorte Lancaster op een rij te krijgen. Snel komt van het een het ander. Allerlei documenten komen te voorschijn, het onderdeel van de Lancaster dat Noordhof in zijn bezit had en dat Wharf meekrijgt. Besloten wordt de zaak verder uit te zoeken. De twee Canadezen zullen thuis onderzoeken of daar nog iets is te achterhalen aan officiële documenten en vanuit Hoogkerk zal Auke Noordhof op onderzoek uitgaan. En op die manier raakt de legpuzzel hoe langer hoe meer compleet. Noordhof krijgt hulp uit min of meer deskundige hoek, van de heer M.E. Huizinga uit Groningen, Hij hield zich als auteur (onder meer van ‘Maple Leaf Up’ over de bevrijding van Groningen) uitvoerig met de oorlog bezig, Huizinga bereidt inmiddels – samen met de heer H. van Eekeren – een nieuw boek voor, over de luchtoorlog rond de stad Groningen. In dat verband stuitten zij ook op de neergeschoten Lancaster en ook genoemd tweetal wist daarover de nodige feiten boven water te tillen. Wat gebeurde er precies met de Lancaster van Norman Wharf en Paul Dalseg? De feiten, zoals die door genoemde betrokkenen werden opgeduikeld. Mei 1944: de Tweede Wereldoorlog woedt op zijn hevigst. Nacht op nacht bombarderen Engelse toestellen Duitse steden. Ze worden in de regel onderweg veelvuldig bestookt door afweergeschut en jachtvliegtuigen. Met de regelmaat van de klok worden dan ook vliegtuigen neergehaald. In de nacht van 22 op 23 mei wordt een aanval voorbereid op de Duitse stad Braunschweig. Zware, viermotorige Lancasters stijgen met een tussentijd van enkele minuten op en vliegen (zonder escorte, maar voor een deel in konvooi) richting Duitsland. Ongestoord aangekomen boven het Westerkwartier wordt de Lancaster DX-J NE 127 van het 57e squadron aangevallen en fataal geraakt door een Duitse jager van waarschijnlijk de vliegbasis Leeuwarden. Het toestel vliegt brandend verder. Binnen korte tijd heeft het vuur zulke vormen aangenomen, dat het voor de cockpitbemanning onmogelijk is het toestel te verlaten. Midbovenschutter Paul Dalseg wordt uit zijn stoel geslingerd, opent de nooddeur en snelt achterste schutter Norman harkte hulp. Die beveelt op zijn beurt Dalseg zich in veiligheid te stellen. Dat doet hij per parachute. Wharf probeert met een brandblusser de cockpit te bereiken, maar hij slaagt daarin niet. Hij is te zwaar gewond en verliest hij tijd en wijle het bewustzijn. Het wordt duidelijk, dat neerstorten onvermijdelijk is. Een explosie velt de Lancaster. De brokstukken komen in een omvangrijk gebied neer tussen Dorkwerd en de Friesestraatweg. Daartussen ook Norman Wharf. Hij komt letterlijk uit de nachtelijke hemel gevallen in het afgebroken staartstuk van het getal. Vlak boven de grond valt hij eruit en komt, geluk bij een ongeluk, neer in een brede sloot vol water. Dat breekt de val en Wharf overleeft de duikeling, zij het dat hij ernstige brandwonden heeft opgelopen, Dokter Polman uit Hoogkerk (een ‘goede’) verleent in de boerderij van Faber eerste hulp, maar acht. het onverantwoord, gezien de verwondingen, de piloot te verbergen en op een vluchtlijn te zetten. Een Duitse patrouille pikt hem dan op en brengt hem naar het RKZ aan de Verlengde Hereweg. Na enkele weken van herstel wordt hij via Leeuwarden afgevoerd naar Duitsland, waar hij in een krijgsgevangenkamp wordt gezet. Na de capitulatie keert hij naar Canada terug. Dalseg komt veilig neer en vervoegt zich bij een boerderij onder de rook van Zuidhorn. Een plaatselijke politieman levert hem over aan een van de Duitsers. Ook Dalseg keert na de oorlog naar Canada terug. De vijf overige bemanningsleden storten met een groot deel van het toestel neer bij de boerderij van de familie Wolters bij Dorkwerd. Zij komen allen om er worden in Hoogkerk begraven. Norman Wharf, terugkijkend op de crash en wat daaraan voorafging. ‘Je denkt niet op zo’n moment, je doet wat je invalt. Je makkers helpen, zorgen dat je samen in veiligheid komt. Dat doe je automatisch. Wat ik later wel dacht: die man wil ik weer ontmoeten. al moet ik de halve wereld ervoor bereizen’. Hij spreekt dan over Jan Faber, de Groninger boer, die de bewuste nacht hulpgeroep hoorde, erop af ging en samen met andere omwonenden ervoor zorgde dat Norman Wharf een eerste verzorging kon krijgen. ‘Ik geloofde eerst stellig, dat we in Duitsland waren neergekomen. Daarom rekende je ook niet op hulp. Gelukkig liep dat anders. Nee, echt mishandeld hebben de Duitsers mij niet, wel hard aangepakt, maar ik kan ze dat moeilijk kwalijk nemen. Ik hoorde immers hij de vijand’. Het was min of meer toeval dat Norman Wharf bij Dorkwerd uit de hemel kwam vallen. In Canada kreeg hij een opleiding bij de infanterie, maar hij stapte over naar de luchtmacht toen zijn superieuren vonden dat hij maar een officiersopleiding moest gaan volgen. ‘Maar wilde ik niet, daarvoor voelde ik mij niet geschikt. Ik wilde niet boven jongens staan, waar ik altijd mee was omgegaan en waartussen ik mij prima op mijn gemak voelde’. Bij de luchtmacht maakte Norman, schat hij, een stuk of zeven raids op Duitsland. De laatste – in een spiksplinternieuw toestel, dat slechts zeven vlieguren had – dus in de ‘Lancaster van Dorkwerd’. Nog steeds is aan Wharf te zien, dat hij in de oorlog nare brandwonden opliep. Zijn handen zijn er voor zijn leven door misvormd, maar verder heeft hij aan de crash geen blijvende gevolgen overgehouden. Dat mag een wonder heten, want hij kwam, zegt hij, van aanzienlijke hoogte naar beneden gevallen. Ook geestelijk raakte hij nauwelijks van streek door het neerstorten. al was er pijn over het verlies van vijf kameraden. ‘Het enige wat ik de eerste tijd wilde was alleen worden gelaten. Ik wilde slapen. Dat was in de meeste gevallen anders. De meesten praatten juist veel of werden agressief,’ Het toeval wil dat auteur Huizinga de bewuste meinacht wakker werd van het vliegtuiglawaai en de explosies, waarmee het neerstorten gepaard ging. ‘En wat doe je dan als kind als je al dat lawaai hoort en het geflikker van de schietende vliegtuigen op de wand van je kamer ziet? Je kruipt van je bed en je vlucht naar de slaapkamer van je ouders. Gewoon omdat je bang bent. En dat was ik dus’. Het oorgetuige zijn van het luchtgevecht en het vervolg daarop heeft in ieder geval één gevolg. Huizinga: ‘Het verhaal van de Lancaster zal ais een rode draad door ons nieuwe boek gaan lopen. Ik vind het zeer de moeite waard’. De auteur wil in het op stapel staande boek alle vliegtuigen behandelen die in een straal van tien mijl rond Groningen neerstortten. ‘Ja, dat is inderdaad een hele klus, Daarom hebben wij ons beperkt tot een straal van tien mijl. Anders zou het allemaal veel teveel worden’. En de auteur maakt meteen van de gelegenheid gebruik om mensen die data weten te vragen dat aan hem te laten weten. Terug naar Auke Noordhof, die in zijn woonkamer in Hoogkerk onrustig zit te wezen, bang dat het verhaal dat hij heeft aangedragen niet goed overkomt bij de buitenstaander. Steeds weer staat hij op, beent weg en komt dan terug met weer een of ander document, weer een nieuwe foto. Hij voelde het als een soort verplichting aan de beide Canadezen (die inmiddels zijn vrienden zijn geworden) om hen in staat te stellen het spoor terug te volgen naar mei 1944. Dat is hem – op een paar kleine hiaten na – gelukt. In de hele zaak heeft hij nogal wat tijd gestoken. Dat deert hem niet, maar hij mag er wel het recht aan ontlenen, vindt hij, om de gemeente te vragen in Hoogkerk een gebaar te maken in de richting van onze bevrijden, waarvan er velen het leven lieten. ‘Voor die mensen heb ik diep, heel diep respect. Niemand kon hen dwingen ons te helpen. En toch kwamen ze, met alle risico’s die ze daarbij liepen. Daarom durf ik wel in overleg treden met de gemeente om hen te vragen hier op het kerkhof – waar zeven mensen, de vijf bemanningsleden en twee infanteristen, begraven liggen die omkwamen voor onze vrijheid – een monument te maken. Daar zouden wij elk jaar, op vijf mei bijvoorbeeld, een soort. herdenking kunnen houden. En ik weet zeker, dat ik in ons dorp niet de enige ben die er zo over denkt. Want, bezweert hij zijn gehoor denk er eens goed over na. Mensen die van verre landen kwamen om ons uit de puree te halen. Mat is wat. Ik zie ons dat niet zomaar een, twee, drie doen’. Tenslotte Norman Wharf de man die inderdaad op een wonderbaarlijke wijze een crash overleefde. Hij probeert van zijn kant het plaatje bij te kleuren. Het waren echt niet alleen, constateert hij, idealistische motieven die de bevrijden; van toen naar de slagvelden deed verdwijnen, ‘Om bij Canada te blijven, waar ik de situatie kende: er was in die jaren voor jonge jongens niet veel werk, het was moeilijk aan de slag te komen. We hadden net de crisisjaren gehad en die hadden wel een schrikbeeld doen ontstaan voor wat er kon gebeuren ais je zonder werk zat. Dat wikten de meesten hoe dan ook proberen te voorkomen. En dus meldde je je als vrijwilliger aan. Je verdiende in ieder geval goed als je naar Europa vertrok en de oorlog inging. Dat was ook een motief. Een prettige bijkomstigheid was, dat je daarbij ook voor een goede zaak dacht te vechten. Ik heb er dan ook geen spijt van. De meesten van de oorlogsveteranen die ik ken trouwens niet. Waarom zouden we ook?’ Harry Wubs.

Het is heel veel informatie over een klein fietsrondje, maar het toont aan dat over de meeste plekken veel interessante informatie te verzamelen is.

Delen:

Comments

comments

Harry Vogel

Ik ben voornamelijk geïnteresseerd in traditionele folk- en countrymuziek, Groninger (cultuur)geschiedenis, en allerlei buitengebeuren. Vroeger trok ik er vaak op uit om meerdaagse fietstochten te maken, tegenwoordig fiets ik meer in de omgeving van de stad Groningen. In de jaren 80 van de vorige eeuw begon ik foto's te maken van de (huis)concerten die ik bezocht. Recent heb ik al mijn oude negatieven gedigitaliseerd. Deze website kwam tot stand vanuit de wens iets met de recent gedigitaliseerde negatieven te doen...

Geef een reactie