Afgelopen vrijdag had één van onze jongens afspraak in Leek, ongeveer 15 kilometer fietsen vanaf ons huis. Tegen de middag kwam hij weer terug naar huis gefietst en vertelde me onder andere dat het heerlijk fietsweer was. Terug vanuit Leek naar Groningen had hij namelijk de wind mee. Die rugwind zorgde natuurlijk voor een heerlijk ritje. Sinds deze jongeman een nieuwe fiets gekocht heeft mijmeren we regelmatig even over fietsen en fietstochten. Het feit dat er 40 jaar verschil tussen zijn en mijn leeftijd zit maakt dan niet zo veel uit, want allebei vinden we het heerlijk om af en toe een mooie tocht te maken. Geïnspireerd door z’n enthousiasme bij thuiskomst bedacht ik dat ik na de lunch ook wel een stukje wilde fietsen; het liefst met flink veel rugwind natuurlijk…

’t Witte Lam is de kleinste poldermolen van de provincie Groningen en dateert van 1860. De molen wordt gebruikt voor de bemaling van de polder en loost z’n water op het Boterdiep. De huidige eigenaar is Stichting De Groninger Poldermolens.

Het plan was eenvoudig. Eerst maar eens een stukje richting Zuidwolde. Dan zou ik langs het poldermolentje ’t Witte Lam komen. Laatst waren P en ik daar langs gereden en ik vond het een mooi molentje. Ik zou ook door kunnen fietsen naar Bedum natuurlijk. Daar hadden P en ik tijdens diezelfde autorit foto’s gemaakt van de Walfriduskerk en naderhand had ik gelezen dat er in Bedum ook een beeldje van Walfridus te vinden moest zijn. Eenmaal in Bedum was het natuurlijk erg verleidelijk om door te fietsen naar Westerweitwerd; nog steeds met hoofdzakelijk wind in de rug natuurlijk. Als ik zo door zou fietsen zou ik naar Zandeweer door kunnen rijden, en vervolgens vanaf Uithuizen mét fiets en al op de trein kunnen stappen natuurlijk. Ik had al een aantal weken lopen ‘zeuren’ dat ik weer een keer op de fiets naar Zandeweer wilde, gewoon om te weten of ik het nog zou kunnen…

Schakelkast in Zuidwolde.

De Krimstermolen werd in 1977 verplaatst naar z’n huidige plek. Het is de grootste poldermolen van de provincie Groningen en is ten noorden van het dorp Zuidwolde te vinden. De molen werd oorspronkelijk gebouwd als vervanging van een molen die aan het Kardingermaar de Oostelijke Bedummerpolder bemaalde. In 1904 brandde die molen af. De Krimstermolen wordt ook wel ‘De Phoenix’ genoemd (naar de vogel Feniks, die uit zijn as herrees). Ook deze molen is in eigendom bij de Stichting De Groninger Poldermolens.

Walfridus van Bedum. Het beeld dateert van 1998 is ontworpen door de kunstenares Iris Le Rütte. Walfridus was een Bedumer boer en ontginner die tussen circa 950 en 1000 na Christus moet hebben geleefd. Hij wordt beschreven als een zeer vrome man die door het gebrek aan een kerk in het dorp dagelijks een voettocht naar Groningen maakte om daar in de kerk te bidden.

Gezicht op de Walfriduskerk in Bedum. In een komende post op deze site zal iets meer informatie over deze kerk te lezen zijn…

Westerwijtwerd ligt in een laaggelegen streek. De Palen de laatste van veel poldermolens uit deze streek. In 1876 is de molen gebouwd en zes jaar later een paar honderd meter verplaatst vanwege de aanleg van het spoor tussen Groningen en Delfzijl. Begin negentiger jaren is de molen geheel gerestaureerd.

Westerwijtwerd is een klein dorp direct ten zuiden van Middelstum in de gemeente Eemsdelta in de provincie Groningen. Het telde 85 inwoners in 2021. Langs het dorp stroomt het Westerwijtwerdermaar. Op 22 mei 2019 werd Westerwijtwerd ten gevolge van de aardgaswinning in Nederland opgeschrikt door een aardbeving met een magnitude van 3,4 op de schaal van Richter, waarmee het de tot dan toe twee na zwaarste beving in de provincie Groningen is. De foto bovenaan deze post is ook in Westerwijtwerd gemaakt.

In 1857 werd de steenfabriek Ceres opgericht ten zuiden van Rottum, ten noorden van het Boterdiep nabij Eelswerd (bij de Eelswerdertil). In dit complex werden gedurende meer dan 100 jaar bakstenen en draineerbuizen gemaakt. In 1968 werd de fabriek gesloten en in 1974 werd een groot deel van de bedrijfsgebouwen afgebroken. Het restant met twee schoorstenen vormt echter nog altijd een baken in het landschap. Nabij de steenfabriek stonden vroeger ook de bedrijfsleiderswoning (staat er nog) en een tolhuis. Het buurtje waar de steenfabriek stond, heette vroeger Aizingedam. Begin 20e eeuw werd het ook wel Halfweg genoemd, misschien omdat het in de richting van Kantens lag.

Het Boterdiep loopt over een afstand van 25 kilometer vanaf het haventje van Uithuizen tot aan het Van Starkenborghkanaal bij Noorderhoogebrug. Als klein ventje fietste ik dagelijks vanaf Doodstil tot aan Uithuizen langs het ‘Bodderdaip’ om naar school te gaan. Men veronderstelt dat het kanaal z’n naam te danken heeft aan het vervoer van zuivelproducten. Het kanaal is in de 17e eeuw aangelegd op basis van toen al bestaande waterlopen. Het stuk tussen Bedum en Groningen is het oudste (uit 1625) en wordt op oude kaarten als ‘Cleisloot’ aangeduid. Het gedeelte tussen Bedum en Kantens werd 1660 aangelegd. Vervolgens werd in 1664 het laatste stuk tot aan het haventje van Uithuizen gegraven.

De Windlust in Zandeweer werd oorspronkelijk in 1818 als grondzeiler gebouwd en werd in 1886 tot stellingmolen verhoogd. De molen bezit een complete pellerij, alleen zijn de pelstenen verwijderd. Deze liggen thans op de begane grond. De molen is verscheidene malen gerestaureerd en is thans eigendom van de gemeente Het Hogeland. De molen wordt één keer in de week op vrijwillige basis in bedrijf gesteld.

De Zandeweerster kerk dateert uit het begin van de 13e-eeuw. De vrijstaande toren is gebouwd in de 15e-eeuw eeuw en bevat twee klokken uit 1467. De kerk werd mogelijk gebouwd door monniken van de Abdij van Aduard, maar waarschijnlijker door monniken van het Klooster Bloemhof te Wittewierum. In de toren hangen twee klokken uit 1467. De grootste klok, Maria genaamd, is gegoten door Henrik Kokenbacker met het opschrift: ‘Maria bin ick gheheten, dat kerspel tot Santwer let mi gheten anno Dmi MCCCLXVII’. De kleinere klok is waarschijnlijk ook gegoten door Henrik Kokenbacker en heeft ook twee randschriften. Een daarvan luidt: ‘Katharina bin ick gheheten, dat kerspel tot Santwer leten ni gheten anno Dmi MCCCCLXVII’.

In Zandeweer zijn relatief veel kwekerijen te vinden. Dat is al generaties zo. Toen ik een klein ventje was, was dat al zo. Iets bijgesneden foto van Wikipedia.

Tijdens de rit naar Zandeweer bedacht ik me dat het misschien wel meer de rit naar Zandeweer dan de bestemming is die me boeit. Het is dus niet de bestemming, maar de reis op zich… Ik was 11 jaar oud toen ik van Zandeweer naar Zwolle verhuisde (dat is ondertussen 52 jaar geleden), het was dus ook geen probleem voor mij om nog een klein stukje verder te fietsen en de fiets op de trein te zetten om terug naar Groningen te gaan. Over een jaartje of zo zal het wel weer gaan kriebelen, dan ga ik hetzelfde tochtje opnieuw doen denk ik…