In februari en maart van dit jaar reden P en ik een autopuzzeltocht langs 6 verschillende Groninger borgen. Ik heb daar in die periode verschillende stukjes over gepost. Een paar dagen terug bedachten we dat we op sommige plekken nog wel een keer zouden kunnen kijken. Het was immers zomer geworden. We reden op een vrije dag naar de Piloersmaborg in den Ham om daar te constateren dat de afwezigheid van sneeuw en bladeren aan de bomen het enige verschil was. Het verschil was kleiner dan we verwacht hadden. Bij de Allersmaborg in Ezinge hadden we hetzelfde gevoel. Op beide plekken hebben we heerlijk gewandeld, maar ’t maakte allemaal net iets minder indruk dat we verwacht hadden. Tijdens de rit naar Middelstum (om even bij borg Ewsum te kijken) reden we langs Aduarderzijl. In februari/maart wilden we daar graag wat foto’s maken, maar er waren toen veel schaatsers en daardoor veel geparkeerde auto’s langs de weg. Nu waren we met z’n tweeën bij de sluizen van Aduarderzijl. Deze dag grepen we onze kans. Ik had eerder al eens gelezen dat Aduarderzijl in de Tachtigjarige Oorlog (1568 tot 1648) van groot strategisch belang was voor de stad Groningen. Nu hadden we rustig aan de tijd om ons iets meer in deze geschiedenis te verdiepen.

Kijkend richting Garnwerd over het Reitdiep.

Bij Aduarderzijl komt het Aduarder Diep met twee mondingen in het Reitdiep uit. Beiden mondingen zijn van sluizen voorzien. Dit is de Kokersluis (de oostelijke sluis), Deze sluis is de jongste van de twee sluizen.

Verovering van Aduarderzijl door het Staatse leger, 30 mei 1594. Detail van een gravure waarop de belegering van de stad Groningen is afgebeeld, de graveur heeft zich vergist bij het weergeven van de naam van de schans en ook de plaats ervan (ten oosten van de stad) is onjuist. Bron: Groninger Archieven.

De aanleiding van de Tachtigjarige Oorlog was de invloed van de reformatie. Een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking onttrok zich toen van de katholieke kerk en werd protestants. De Spaanse koning Filips II (1527-1598) was een toegewijd katholiek, hij was ook de machthebber in de Lage Landen. Hij onderdrukte de ‘ketterse’ beweging beweging in onze streken dan ook met harde hand. Waarschijnlijk voelde hij z’n macht afbrokkelen; het gevolg was dat een Spaanse bezettingsmacht optrok op naar de Nederlanden om het tij te keren. De Staten-Generaal stonden destijds onder leiding van Willem van Oranje en kwamen in opstand tegen de Spanjaarden. Deze opstandelingen werden ‘Staatsen’ genoemd. De stad Groningen was in die tijd een machtige stad en had zich na een tijdje Staats te zijn geweest (wellicht uit opportunisme) opnieuw bij de Spaanse troepen aangesloten. Francisco Verdugo werd aangesteld als Spaanse stadhouder. Hij was er natuurlijk op gebrand het omliggende gebied ook onder Spaans gezag te krijgen. Allerlei versterkingen werden aangelegd. De ‘Staatsen’ – onder aanvoering van Graaf Willem Lodewijk – deden natuurlijk precies hetzelfde. Versterkingen bij sluizen (ook wel zijlen genoemd) hadden vanwege hun strategisch belang bij beide partijen de voorkeur. Aduarderzijl is daar een goed voorbeeld van.

Aduarderzijl heeft circa 50 inwoners. Ik vond op de Beeldbank Groningen deze oude en romantische kaart met ‘Groeten uit Aduarderzijl’. Toch wel een contrast met de bloederige gevechten die hier in de Tachtigjare Oorlog uitgevochten zijn…

Bij de sluizen staat bij een mooie bloemenakker een informatiebord met een tekst die (uiteraard) meer op Aduarderzijl is toegesneden: De schans lag op de plaats waar het Aduarderdiep in het Reitdiep uitkomt. Hij is in 1580 door Graaf Willem Lodewijk (Staatse aanvoerder) aangelegd in opdracht van de Ommelander gedeputeerden. De schans was van belang voor controle van de scheepvaart en het waterpeil. Het Reitdiep moest immers zo dicht mogelijk bij de stad beheerst worden. De schans werd al na drie maanden ingenomen in augustus 1580. In 1581 heroverde Wigbold van Ewsum de schans op de Spanjaarden. Kort daarop werd Aduarderzijl weer Spaans. De Spanjaarden verbeterden de schans in 1590. Verdugo trok zich echter terug in de stad en zo werd de schans weer Staats. Luitenant Herman Ophof verdedigde in 1593 met slechts 35 manschappen de schans tegen een enorme overmacht van Verdugo. De derde bestorming werd de bezetters fataal; alle overlevenden, ook vrouwen en kinderen, werden omgebracht. In mei 1594 stond Graaf Willem Lodewijk weer voor Aduarderzijl. Zonder zijn bevel af te wachten vielen de woedende Staatse soldaten aan. Ze waren de behandeling van Ophof en zijn soldaten niet vergeten. Slechts 8 soldaten en wat vrouwen en kinderen overleefden de aanval. In de ongeordende aanval sneuvelden ook 50 Staatse soldaten. De schans was onbruikbaar, het kruitmagazijn was geraakt en ontploft. Door het verlies van Aduarderzijl ontmoedigd gaf Groningen zich kort daarna bij verdrag aan Prins Maurits over op 23 juli 1594.

Eenmaal weer thuis was het natuurlijk interessant om even mijn boekenkast in te duiken. Ik vond een mooie uitgave van ‘Het geheime dagboek van de Groninger stadssecretaris Johan Julsing 1589-1594’. Meerdere keren schreef Johan Julsing over Aduarderzijl. Een paar aantekeningen van hem heb ik overgenomen en daarbij ook de bijbehorende context.

Zaterdag 18 septembris 1593: Slochteren is weer opgegeven. Winschoten en Rengershuis zijn door de geuzen verlaten; Reide is bestormd. Een vrouw heeft 25 verschillende ruiterafdelingen geteld. Een dag of twee geleden is Aduarderzijl met geweld ingenomen; alle soldaten, niet veel meer dan 30 naar algemeen wordt gezegd, zijn omgebracht.

De bredere context van wat er op 18 september 1593 gebeurde...
Na de verovering van Aduarderzijl hadden de koninklijke troepen zich naar de oostelijke kwartieren van Groningerland begeven. Een maand tevoren waren de Staatsen erin geslaagd de laatste toevoerweg van Groningen, de pasweg door het Bourtanger Moor af te sluiten. Het was voor het behoud van Groningen van het grootste belang dat deze passage weer geopend werd. Verdugo veroverde zonder al te veel moeite Slochteren, Winschoten, het Veerhuis en ook Wedde. Op 26 september 1593 was hij zo ver dat hij de beslissende stap kon gaan zetten: het verdrijven van de Staatsen uit de nog niet geheel voltooide schans te Bourtange. Uit angst voor een weersomslag en het gevaar afgesneden te worden trok Verdugo zich echter – zeer tegen de zin van de Groningers – terug in Zuidlaren. Hij had ondertussen vanuit Groningen het bericht ontvangen dat Willem Lodewijk zich met zijn troepen in de buurt van Tolbert ophield. De Spaanse stadhouder besloot nu te proberen Willem Lodewijk tot een veldslag te verlokken. Indien hij erin slaagde de Staatse hoofdmacht uit te schakelen zou hij tijd genoeg hebben om vervolgens de schansen van de vijand één voor één aan te pakken. Over het onderhoud van zijn eigen leger hoefde hij dan ook geen zorgen te hebben, hij kon zijn mannen dan op de bevolking van het vijandelijke Friesland laten teren. Om te voorkomen dat Willem Lodewijk zou kunnen ontsnappen maakte Verdugo een omtrekkende beweging om vanuit het westen aan te kunnen vallen.

Dinsdag 11 mei 1594: De vijanden hebben de vesting Aduarderzijl veroverd en kapitein Prenger gedood, zijn luitenant en alle soldaten, nadat zij tevoren vele kanonschoten hadden gelost.

De bredere context van wat er op 11 mei 1594 gebeurde...
Vrijwel alle leden van de 100 man tellende bezetting van Aduarderzijl vonden de dood. Slechts vijf personen overleefden de slachting en zijn op een wagen naar de stad gebracht. Drie van hen waren gewond, de twee anderen ongedeerd. Daarna doken er nog drie of vier man op die zich verborgen hadden gehouden (W.B.S. Boeles, ‘Een dagverhaal van het beleg van Groningen in 1594’, in: BGOG i 97-128, hier 101). De overlevenden waren met het lijk van hopman Prenger en een Staatse trompetter naar Groningen gestuurd om de bevolking en soldaten daar schrik aan te jagen (Bor xxxi 25). Het meedogenloze optreden van de Staatsen werd uitgelegd als een wraakactie voor de manier waarop in het jaar tevoren de koningsgezinde troepen met hun vijanden hadden afgerekend die toen de vesting bezet hielden. De Italiaanse soldaten hadden toen de Staatse bezetting van weinig meer dan 30 koppen toto de laatste man afgemaakt (17 september 1593; zie Julsings aantekeningen bij 18 september 1593 op pagina 77).

Het meest iconische gebouw van Aduarderzijl is Het Waarhuis. Pal naast de sluis staat een witgepleisterd waarhuis, de voormalige sluiswachterswoning (waren = bewaren, bewaken), waarvan het oudste deel uit 1680 en het voorhuis uit 1706 dateert. Rond 1880 stonden er vier tapperijen in het gehucht (een op elke 5 huizen), waaronder het waarhuis, waar de sluiswachter ook borrels schonk. Dit grote aantal hield verband met het feit dat schippers een scheepsjagers hier vaak een tijd moesten wachten alvorens ze door de sluis konden varen, omdat het water binnen en buiten de sluizen even hoog moest staan. In tussentijd konden ze dan de tijd doden in een van de uitspanningen. Bron: Wikipedia

Plekken zoals Aduarderzijl hadden natuurlijk ook een aantrekkingskracht op leden van De Ploeg (de Groninger kunstenaarsvereniging). Hendrik Nicolaas Werkman word genoemd op een informatiebord. Op 10 augustus 1944 schrijft Hendrik Nicolaas Werkman: ‘Zondag maakten wij een fietstocht van 80 km door het Noorden langs de rand van de provincie… Op zoo’n dag doe ik weer heel wat indrukken op die te gelegener tijd omgewerkt weer tevoorschijn komen’. Het Aduarderdiep is blijkbaar zo’n plek.  Uit bewaard gebleven brieven blijkt hoeveel Werkman van het Groninger land houdt. Regelmatig trekt hij vanuit de stad met de fiets ‘het onvolprezen Noorden’ in. Soms alleen, vaak samen met zijn vrouw Greet. ‘Toertjes’ die hem inspireren tot het maken van nieuw werk. Of in z’n eigen woorden: ‘Zoo’n tocht naar buiten werkt in den regel erg stimuleerend voor drukken en schilderen’. Op de dag af 8 maanden na zijn aantekeningen over de mooie fietstocht werd Werkman door de bezetter gefusilleerd.

Links de schets die H.N. Werkman destijds maakte bij Aduarderzijl en rechts het voltooide werk. De schets vond ik op de site van het Groninger Museum. Het uiteindelijke werk is afgebeeld op het informatiebord en fotografeerde ik ter plekke.

Over Aduarderzijl en het Aduarderdiep is nog veel meer te lezen. Hieronder heb ik een interessant artikel van Jan van den Broek geplaatst. Hij gaat dieper in op de geschiedenis van de zijlen (sluizen). Wij hebben genoten van ons tussenstopje op de weg naar Middelstum om nog eens bij Ewsum te kijken.