Aan het einde van dit kleipad bevind zich de uitkijktoren die in het verhaal genoemd wordt

Op 26 september ’18 was ik in de Groninger Archieven bij een lezing van Remi van Schaik over geïllustreerde middeleeuwse handschriften welke in Groninger klooster geschreven waren. Op mij maakte deze lezing een behoorlijke indruk, zodanig dat ik er een post op deze website aan heb gewijd. Een meerderheid van de in de lezing besproken handschriften is indertijd geschreven in het klooster Selwerd. Tegenwoordig is Selwerd een van de meer noordelijke stadswijken van de stad Groningen, maar ook leeft de naam Selwerd voort in het Selwerderhof; waarschijnlijk de grootste begraafplaats van de stad Groningen. Bij mij rees de vraag: wat weten we nog van het klooster Selwerd, dat ongetwijfeld bij ons in de buurt gevestigd moet zijn geweest (wij wonen in de wijk Paddepoel). Ik ben maar eens op onderzoek gegaan… gelukkig heeft de gemeente Groningen mooie informatiebordjes – met teksten van de Groninger historicus Beno Hofman – geplaatst bij veel plekken met een interessante historische context. Het werd dus een kwestie van een eindje fietsen op een mooie zonnige zondag en foto’s maken…

Sprikkenburg; een mooi fietslaantje

De tekst van dit stukje is een bewerking van de informatiebordjes bij de uitkijktoren van het voormalige kasteel Selwerd (op de fiets te bereiken via Sprikkenburg, een klein laantje langs het Van Starkenborghkanaal) en het informatiebordje aan de Zernikelaan op het Zernikecomplex (toevallig tegenover mijn nieuwe werkplek).

Kasteel en klooster Selwerd, Groningen

Dit standbeeld van Rudolf Agricola is te vinden in Baflo

De oudste vermelding van Selwerd dateert uit de twaalfde eeuw. Het Benedictijnerklooster van Ruinen verwierf toen een stuk grond op, of nabij de wierde. In 1207 was er sprake van een uithof van het Drentse klooster en acht jaar later was Selwerd al een zelfstandig klooster met de heilige Katharina als patrones. De bekendste abt van het monniken- en nonnenklooster (het klooster Selwerd was een zogenaamd dubbelklooster) was Hendrik de Vries die, voor hij 1444 naar Selwerd kwam als dorpspastoor in Baflo de bekende humanist Rudolf Agricola verwekte.

Galgenveld. Waar de dood mij wacht, daar ben ik werkelijk alleen. Ik zie mijzelf, ik loop, men duwt en schopt en drijft mij naar de paal. Omklemt mijn hoofd en trekt het in de strop en trekt en trekt…. totdat ik wegzink in een waas. Dit is waarvoor ik vrees, wat zich straks zondermeer voltrekt. Door Lammert Tiesinga

Het is goed te zien hoe het Van Starkenborghkanaal door het terrein van het voormalige klooster Selwerd gegraven is

Een burgeroorlog bracht het klooster eind 15e en begin 16e eeuw veel schade toe, maar nog heftiger werd het in de Tachtigjarige Oorlog. In juli 1568 gebruikten de Geuzen het klooster als uitvalsbasis voor aanvallen en strooptochten. Toen zij de aftocht bliezen staken ze het [klooster] in brand en namen een aantal jonge nonnen als ‘oorlogsbuit’ mee. De resterende kloosterlingen zochten in 1582 een veilig heenkomen in de stad. Het stadsbestuur liet het klooster afbreken om de stenen te gebruiken ter versterking van de vesting. In de jaren dertig van de 20e eeuw werd dwars door het voormalige kloosterterrein het Van Starkenborghkanaal gegraven. Het klooster werd rond het jaar 1200 ongeveer 300 meter ten noorden van het kasteel aangelegd op een oudere wierde. Het klooster was ook bekend onder de naam Siloe en was gewijd aan de heilige Catharina. Het Galgenveld lag ten westen van de begraafplaats Selwerderhof en ten zuiden van de Penningsdijk (en grenst tegenwoordig aan het Zernikecomplex). Het gebied was onderdeel van een bekende oude middeleeuwse route vanuit de stad richting noorden; de route liep langs het verlengde van de Hereweg, door de Boteringepoort via de Moesstraat naar de dorpen in Noord-Groningen. De huidige Paddepoelsterweg maakt deel van deze route uit.

Net als bij de Zernikelaan werd ook hier op twee podia een kasteel gebouwd. Het verrees in de 13e eeuw ten zuiden van het kloosterterrein. Het is precies bekend waar dit kasteel heeft gestaan en wel ten noordwesten van de stad Groningen, naast de huidige begraafplaats Selwerderhof, tussen het Van Starkenborghkanaal en de Paddepoelsterweg. Daar ligt het glooiende grasland dat genoemd wordt ‘de Huppels’, de historische plaats van het kasteel Selwerd, welk terrein thans vanuit een geplaatste uitzichttoren geheel kan worden overzien. De bewoners – de heren van Selwerd – voerden als ‘prefecten’ namens de bisschop van Utrecht het bestuur over de stad. Na het overlijden van prefect Hendrik kwam het kasteel aan zijn dochter Ida. Bij haar huwelijk in 1360 met Herman van Coevorden bracht zij ‘het heuss, de heerschafft van Selwert unde dat gerichte van Gronningen’ in. Volgens het huwelijkscontract was ‘timmeringe’ noodzakelijk, maar het stadsbestuur voelde niets voor het herstel van het kasteel van de weinig geliefde prefectenfamilie. Zo werden de gebouwen een jaar later ‘te gemenen nutte gekocht en geslecht’. Na afbraak restten slechts twee zogenaamde ‘hubbels’. Op het westelijke podium stond het bijna vierkante hoofdgebouw, met mogelijk een traptoren. Op het oostelijke stonden waarschijnlijk een of twee stenen gebouwen. Het terrein is een beschermd archeologisch monument.

De situatie aan de Zernikelaan. Mijn nieuwe werkplek ligt links van de rode markering op het meest rechtse kaartje. De rode markering is de bestaande bushalte aan de Zernikelaan

Kastelen Zernikelaan, Groningen

In de 14e eeuw zwaaide de familie Van Selwerd de scepter over de stad Groningen. ‘Ze woonden aan het Martinikerkhof, maar de familie bezat ook kastelen. Het bekendste staat ten noorden van de huidige begraafplaats Selwerderhof. Je kunt aan hobbels en bobbels in het land nu nog zien dat het kasteel daar stond. Dat terrein is gelukkig onaangetast.’ Rudolf Prediker, minder prozaïsch Roelof de Roofridder genoemd, maakte zich in het midden van de 14e eeuw schuldig aan rivierroverij op het Reitdiep.

De eerder genoemde uitkijktoren. Foto van Internet gehaald. De toren is makkelijk bereikbaar via Sprikkenburg, maar goed te zien vanaf de Paddepoelsterweg

Aan een kleiweg en bij de benedenloop van de Drentse A werd in de 12e eeuw een kasteel gebouwd. De gebouwen stonden op twee door brede grachten omgeven, aan elkaar grenzende podia. Toen het noordelijke podium in westelijke richting iets werd uitgebreid, moest de kleiweg een beetje worden verlegd. In het begin van de 13e eeuw werd het geheel uitgebreid met en steenhuis op een derde, iets zuidelijker gelegen, podium. Ter verbetering van de scheepvaart werd waarschijnlijk in diezelfde tijd het Reitdiep gegraven. Later die eeuw werd ten noorden van het kasteel en de kleiweg nog een omgracht kasteelterrein aangelegd en bebouwd.

Over de bewoners van de kastelen is nauwelijks iets bekend, maar de ondergang lijkt samen te hangen met de activiteiten van ene Rudolf of Rolf. Hij was een familielid en ‘hoofdman’ van de Groninger prefecten, die vanaf de 13e eeuw een kasteel in Selwerd bewoonden. Zijn bijnaam was ‘Prediker’, maar vermoedelijk hanteerde hij meer het zwaard dan de bijbel. Op 21 december 1355 moest hij namelijk aan de stad beloven alle kooplieden ‘unbihindert’ van en naar Groningen te laten varen en door hem geroofde goederen terug te betalen.

Hoe vaak wordt niet onder het koel geboomt’ De kloosterhof tot hemeltuin verdroomd? Geen monnik is er meer waar nu Gods water Wel heel erg gul over Gods akker stroomt. Door Albertina Soepboer en Lammert Tiesinga

Groningen wilde in de 14e eeuw graag erkend worden als Hanzestad. Dat bleek behoorlijk lastig. ‘Bij een overleg van Hanzesteden in Lübeck in 1356 werd Groningen niet uitgenodigd. Het was een tijd van oorlog. Rivierroverij was slecht voor de handel en het Hanzeverbond. Dat een lid van een familie die werd geacht het goede voor te hebben met de stad, zich met roverij bezighield zette kwaad bloed’. Kennelijk beterde Rudolf zich niet, want het volgende jaar werd hij met ‘allen sijner gesellen’ door de stadjers gevangengenomen. Hoewel sommige bronnen spreken over de onthoofding van prefect Hendrik van Selwerd, lijkt het het meest waarschijnlijk dat Rudolf toen ‘mijt den swerde gericht’ werd en zijn hoofd verloor. In een oorkonde van 2 juni 1357 werd gemeld dat het kasteel ‘neder’ was. En in juli 1999 werd bij archeologisch onderzoek inderdaad van het meest zuidelijk gelegen steenhuis een omver getrokken muur teruggevonden.

Eeuwenlang gingen de resten van de kastelen schuil onder weiland. Bij de aanleg van het universiteitscomplex in de jaren zestig van de 20e eeuw werd een van de podia aangezien voor een wierde. De uitbreiding van het later naar Nobelprijswinnar Zernike genoemde complex bracht rond 2000 de ontdekking van het voormalige kastelenterrein. Het terrein wordt gemarkeerd door vier kunstwerken met gedichten.

De boerderij ‘Groot Klooster’ aan de Tjardaweg staat al tientallen jaren op het terrein van het voormalige klooster Selwerd.

In de nazomer van 2021 las ik het hiernaast afgebeelde boek. Henricus Lontzenius was de laatste abt van het klooster Selwerd. Henricus heeft ons een mooi overzicht nagelaten van de inkomsten en uitgaven van het klooster dat hij onder zijn beheer had, Hoewel de periode zoals die beschreven wordt slecht 3 jaar lang is (van 1560 tot 1563) heeft het een prachtig inkijkje in de manier waarop een klooster functioneerde. Zowel de inkomsten als de uitgaven worden netjes beschreven en bijgehouden. Het boek geeft een prachtige inleiding in de geschiedenis van het klooster, een mooi overzicht van het op dat moment gangbare muntgeld (dat was heel divers) en gaat verder met een mooi geannoteerd overzicht van de betreffende inkomsten en uitgaven. Henricus Lontzenius heeft een en ander zo nauwkeurig bijgehouden dat je zelfs een indruk krijgt van de dagelijkse maaltijden van de bewoners van het klooster.

Hemelsbreed ligt het voormalige kloosterterrein maar een paar kilometer af van ons huis. Mijn dagelijkse fietsroute naar mijn werk voert me langs deze historische plek. Ik vind het fijn om meer te weten over de achtergrond van dit soort plekken. Plekken waar de geschiedenis van het landschap bijna tastbaar is. Als je nuchter naar dit laatste gegeven kijkt is het natuurlijk logisch om te stellen dat vrijwel alle plekken (waar dan ook) vol met geschiedenis zitten, maar op de een of andere manier vind ik dit wel een bijzondere plek…

Update oktober ’21: Onlangs vond ik op Linkedin-pagina van Koos Boertjens een prachtige foto waarop aan de hand van grondverstoringen zichtbaar wordt gemaakt waar zich het klooster- en het kasteel Selwerd precies hebben bevonden. Dank aan Koos dat ik deze foto van hem mag gebruiken, ’t vormt een mooie aanvulling op deze post…

Het klooster Selwerd, ook bekend als Siloe, was een Benedictijner dubbelklooster dat in de middeleeuwen ten noorden van de stad Groningen heeft gestaan (zie foto). Het werd waarschijnlijk gesticht aan het einde van de 12e-eeuw en werd in 1584 verlaten. Het klooster was gewijd aan de heilige Catharina. Ter plaatse staat tegenwoordig een boerderij genaamd Grootklooster. De naam van het klooster leeft voort in de naam van de Groninger stadswijk Selwerd. In 1934 heeft men het tracé van het Van Starkenborghkanaal dwars door het terrein van het klooster gegraven (geheel linksonder op de foto nog te zien). De noordelijke is nog te herkennen links van de van de weg van Groningen naar Adorp, waar de weg van het kanaal afbuigt. De zuidelijke punt ligt aan de andere kant van het kanaal bij de begraafplaats Selwerderhof en is een archeologisch rijksmonument. Naast het klooster lag vroeger ook het kasteel Selwerd. Volgens een Gronings volksverhaal moet bij het klooster Selwerd een enorme schat verborgen zijn, zo groot dat geen zes paarden hem kunnen trekken. Iemand zou daar aan het graven zijn geweest en een pot met een perkamenten brief gevonden hebben. Daarin stond dat er een enorme schat ligt midden in het Zuderven, het is niet bekend waar zich [deze plek] bevindt. De vermeende schat is nooit gevonden.

Bij dit stukje heb ik (flink) gebruik gemaakt van de informatieborden zoals die rondom dit gebied geplaatst zijn…