Aan het begin van de vorige eeuw was Nederland nog de kolonisator van Nederlands-Indië, het land dat we nu als Indonesië kennen. Deze koloniale tijd heeft mijn vader nog meegemaakt. Hij kon tot op hoge leeftijd nog het rijtje Bali, Lombok, Soemba, Soembawa, Flores, Timor opdreunen, want zo was dat in zijn basisschoolleeftijd in z’n hoofd gestampt. Er waren natuurlijk ook goede communicatielijnen nodig om de circa 12.000 kilometer met ‘de Oost’ te overbruggen. Nadat in 1914 een kabelverbinding over vreemd grondgebied onklaar was geraakt vanwege oorlogshandelingen werd besloten dat een radioverbinding via de lange golf de beste oplossing zou zijn. Met kapotte kabels zouden we dan niet meer te maken hebben. Een rustige plek (met weinig storende invloeden) werd gezocht en gevonden in de buurt van Kootwijk op de Veluwe. Een kleine 500 hectare gebied werd aangekocht van Staatsbosbeheer en in 1918 werd met de bouw van het complex begonnen. Uitzendingen op de lange golf vereisten enorme hoeveelheden energie, de zender had een vermogen van meerdere honderden kilowatts. Er werd een eigen energiecentrale gebouwd en het Duitse Telefunken leverde de apparatuur voor de radiozender.

Oude luchtfoto van het complex van Radio Kootwijk. De gelijkenis met een sfinx zoals Julius Luthman (1890-1973) dat voor ogen had is treffend…

Het hoofdgebouw (gebouw A) heeft werkelijk spectaculaire afmetingen en lijkt op een kathedraal (het heeft ook ongeveer die afmetingen). Het is opgetrokken in beton en ontworpen door de architect Julius Luthman (1890-1973). Hout en/of ijzer mocht vanwege de storende invloeden niet gebruikt worden. Julius Luthman was vooral geïnspireerd door de Amsterdamse School en de toenmalige Duitse fabrieksarchitectuur. Vanuit de lucht lijkt het complex op een sfinx, en dat was ook de bedoeling van Luthman. Zes enorme masten van circa 200 meter hoog en onderling verbonden met zware koperen kabels stonden rondom de kathedraal, deze constructie fungeerde als zendmast. In 1923 werd begonnen met uitzendingen op de lange golf. De resultaten hiervan vielen behoorlijk tegen.

De streng gestileerde gevelsculpturen zijn van de hand van beeldhouwer Hendrik van den Eijnde. De beeldengroep boven de ingang symboliseert de functie van het gebouw. Een grote maskerkop stelt een verzonden radioboodschap voor en twee kleinere figuren verbeelden het Westen (Nederland) en het Oosten (Nederlands-Indië). Met hun handen aan hun oren vangen zij de radiogolven op, die aan weerszijden worden weergegeven door een motief van golvende lijnen. Bron: https://anno1900.nl/2019/05/18/hallo-bandoeng-hier-radio-kootwijk/

In 1925 werden experimenten gedaan de uitzendingen op de korte golf. De hiervoor benodigde apparatuur past in een klein onaanzienlijk gebouwtje en er was maar een fractie van de energie voor nodig die de lange golf installatie nodig had. De resultaten waren uitstekend. Vanaf 1928 kwam op de korte golf een stabiele radiotelefonische verbinding tot stand. Men moest daarvoor naar een zogeheten Indië-cel in een telegraafkantoor in een van de vier grootste steden van Nederland komen en kon dan voor 33 gulden, wat destijds een vermogen was, een gesprek van maximaal drie minuten voeren, en elf gulden voor iedere extra minuut. De lange golf installatie bleef bewaard en werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gebruikt om contact met hun onderzeeboten in de Atlantische Oceaan te onderhouden. Na de Tweede Wereldoorlog werd het belang van Radio Kootwijk steeds kleiner. In Nederlands-Indië werd gestreden voor de onafhankelijkheid en de technische ontwikkelingen maakten dat Radio Kootwijk steeds minder noodzakelijk werd. Lange tijd heeft Radio Kootwijk nog ondersteund bij met radio-contact met de Nederlandse koopvaardijvloot. Uiteindelijk verloor het complex in 1999 compleet zijn oorspronkelijke functie als communicatiestation.

De destijds bekende volkszanger Willy Derby had in 1929 een enorme hit met het zeer sentimentele liedje ‘Hallo Bandoeng’. Toen het complex op 7 januari 1929 door koningin-moeder Emma werd geopend kwam de radio-telefoonverbinding met Nederlands-Indië officieel in gebruik. Dat gebeurde met de legendarische woorden: ‘Hallo Bandoeng, hallo Bandoeng hoort u mij?’ Van de opname van Willy Derby werden 50.000 exemplaren verkocht.

Heel wat jaren geleden fietste ik een keer met mijn goede vriend Kees Jansen (geheel per toeval) langs Radio Kootwijk. We fietsten toen de Tien provinciën route door Nederland volgens mij. Het beeld van het massieve betonnen kathedraal-achtige gebouw in een kale vlakte met hier en daar wat heide maakte destijds een behoorlijke indruk op mij. Toen ik in de gaten kreeg dat we onze zomervakantie in Putten door zouden brengen begon ik na te denken over een 2e bezoekje aan Radio Kootwijk. Het mooiste zou natuurlijk zijn als P en ik samen op de fiets naar Radio Kootwijk zouden gaan. We waren al bijna een week in ons huisje in Krachtighuizen toen we na een paar regenachtige dagen een mooie zonnige dag hadden – een mooi dagje om te gaan fietsen dus.

P had bedacht dat we via Stroe naar Radio Kootwijk zouden fietsen. Eigenlijk was de zandverstuiving daar onze bestemming, dat leek mij wel mooi. Maar eerst een stukje fietsen… Bij Stroe waren we even het overzicht kwijt. We vroegen de weg aan een toevallig passerend echtpaar. Die waren uiterst behulpzaam. De man gaf eigenlijk geen antwoord op onze vraag: ‘In Stroe heb je een Spar… een Spar… een Spar… Verder is er niet zo veel te doen’. Net buiten Stroe fietsten we langs een heideveld. Bij een van de bankjes naast de route hebben we even gepauzeerd. Het is heerlijk om over een dergelijke vlakte te kijken en te mijmeren. Gelukkig hadden we iets te drinken meegenomen en ook aan iets te eten hadden we gedacht. Net voor Kootwijk reden we het bos weer in. Radio Kootwijk stond nu al aangegeven op de bekende rood/witte paddenstoelen. Het moment dat je het bos uitfietst en even later het massieve betonnen gebouw A midden in een lege vlakte ziet staan maakt nog steeds indruk. P fietste een klein stukje terug om de foto te maken die bovenaan dit stukje staat. Ik fietste verder om het gebouw goed op me in te laten werken.

Onze mannen waren deze vakantie thuis gebleven. R gaf aan dat hij toch wat ‘Sovjet vibes’ kreeg van dit gebouw. Het schreeuwde ‘echt Stalinisme’ volgens hem. Ik denk dat ik ‘um wel begrijp. Mooi is het niet, wel imposant en intrigerend…

Samen hebben we een en ander toch maar eens goed bekeken. We ontdekten dat we aan de achterkant een soort binnenplaats op konden en stalden – net als veel ‘toevallige voorbijgangers’ – onze fietsen. Mijn aandacht werd getrokken de vijver die destijds waarschijnlijk koelwater bevatte. Nu was deze vijver het domein van een grote hoeveelheid waterjuffers, libellen en bloeiende waterlelies. Wat een contrast met deze enorme hoeveelheden beton…

Later dan we van plan waren, maar compleet onder de indruk van ons avontuur besloten we dat het tijd was geworden om rustig aan weer naar Krachtighuizen te fietsen. We waren het er over eens dat we via een andere route weer terug moesten (zodat we echt een rondje zouden fietsen). De route liep via Oud Millingen en Garderen. Boodschapjes voor het avondeten deden we net als eerder in Garderen. Moe en voldaan kwamen we na ruim 42 km fietsen weer ‘thuis’. En het Kootwijkerzand, die zandverstuiving, zouden we ook toch bekijken? Tja, die waren we compleet vergeten. Dat doen we een andere keer…

Dit is de vierde post over onze zomervakantie ’21 in Krachtighuizen. De derde post in deze serie vindt u hier, de tweede post hier, en de eerste post hier.