Ede Staal zong in zijn song ’t Hogelaand’ al over ’t torentje van Spiek (waarvoor trouwens de toren van de Mariakerk in Uithuizermeeden model gestaan heeft). Voor ons is dit de derde zondagmiddag dat we op stap gaan aan de hand van ons boekje ‘Groningen off the beaten track’. De autoroute ‘Oost’ is circa 100 kilometer lang, ergens lazen we dat we daar ongeveer een namiddag mee bezig zouden zijn. Is er dan misschien te veel te zien in onze provincie? Zijn er misschien teveel dingen die wij interessant vinden? We hadden afgesproken deze etappe te beginnen in het dorpje Spijk. Voor mij een interessant startpunt omdat ik een paar jaar geleden een herdruk van Piet Keuning’s boek ‘Kinderen in verstand en boosheid’ uit 1917 heb gelezen. Naar verluidt spelen veel van de verhalen in dit boek zich in en om Spijk af. Destijds deed dat boek veel stof opwaaien, tot rechtszaken aan toe omdat inwoners van het dorp zich in de verhalen meenden te herkennen. Hoe dan ook, ik verheugde me weer als vanouds op dit uitstapje en was benieuwd waar we nu weer terecht zouden komen. Toen we vanuit Groningen naar het noorden reden was er een regenboog te zien…

Iets meer achtergrond over Piet(er) Keuning...
Pieter Keuning (Nieuwe Pekela, 29 november 1882 – Breda, 5 januari 1962) was een Nederlandse onderwijzer, schrijver en uitgever. Keuning was een zoon van de destijds veelbesproken onderwijzer Jan Keuning en Elisabeth Wormser. Hij was gehuwd met Eitina van der Veen, dochter van de huisschilder Hindrik van der Veen en Geertje Bergsma uit Groningen. Hij was een broer van dichter Willem de Mérode. Tussen 1914 en 1940 schreef hij een twintigtal boeken, deels jeugdboeken en boeken met kinderversjes, maar ook romans, waarvan enkele in Groningse streektaal. Keuning was aanvankelijk onderwijzer in Ulrum, Zwolle en Nijverdal. Hij schreef in 1917 als onderwijzer onder andere het geruchtmakende boek Kinderen in verstand en boosheid, een bundel verhalen in het Nederlands. Het boek deed nogal wat stof opwaaien. Keuning gaf blijk van een sterke sociale bewogenheid en stelde misstanden in de maatschappelijk verhoudingen – met name tussen boer en arbeider – op het Groninger platteland aan de kaak. Het boek was zo cynisch geschreven dat men in sommige gevallen zelfs bepaalde personen uit Spijk en omgeving, de streek waar hij opgroeide, meende te herkennen. Er werd zelfs een rechtszaak tegen hem aangespannen die in 1918 diende; zijn advocaat was toen mr. Tjitte de Jong (1889-1972). Keuning bezweek voor de heftige kritiek en protesten waarin werd verlangd dat één bepaald hoofdstuk, Ons Gymnasiast, bij een eventuele herdruk zou worden weggelaten. Dit verzoek werd aanvankelijk gehonoreerd, maar in de vijfde herdruk (1942) werd het toch weer opgenomen. Het boek geeft een beeld van de situatie van de Groninger arbeiders tijdens de vorige eeuw. Negentig jaar na het verschijnen van de eerste druk verscheen in 2007 opnieuw een herdruk van dit indertijd omstreden boek. Pieter Keuning was tevens dichter onder het pseudoniem van Peter van Alsingha, onder welke naam hij meest christelijke poëzie schreef. In 1919 zegde Keuning het onderwijs vaarwel om in dienst te treden bij uitgeverij E.J. Bosch Jbzn. te Baarn. In 1925 richtte hij samen met Bosch de nieuwe uitgeverij Bosch & Keuning op. Uitgeverij E.J. Bosch Jbzn. bleef nog enkele jaren bestaan.

Het was deze zondag wat regenachtig. Behoorlijk bewolkt was het met af en toe een korte felle bui en soms een moment met stralende zon. Ik verheugde me er op om de Andreaskerk in Spijk te bekijken. Bij ons bezoekje aan het dorpje Niehove aan het begin van dit jaar leerde ik dat Spijk dezelfde radiale opbouw heeft als Niehove, met het verschil dat in Spijk de oorspronkelijke gracht rondom de kerk nog intact is. Ook dat gegeven maakte een bezoekje aan Spijk interessant. We hadden er geen van beiden op gerekend dat de Andreaskerk in Spijk momenteel gerestaureerd wordt, volledig in de steigers staat en niet toegankelijk is. Dat was een kleine tegenvaller. Het blijkt dat de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK), de eigenaar van de kerk, een grondige restauratie gepland heeft. In eerste instantie dacht ik dat de restauratie met de gaswinningsproblematiek in onze provincie te maken had, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Maar er waren gelukkig – los van de kerk – nog genoeg andere dingen te bekijken voor ons…

Duidelijk is de gracht te zien die rondom de kerk loopt. Tijdens ons bezoekje aan Niehove hadden we geleerd dar het doel van de gracht was om de geesten van de overledenen op het kerkhof rondom de kerk te houden. Jammer dat de kerk vanwege de lopende restauratie niet toegankelijk was…

Foto van de Beeldbank Groningen. Mooi is te zien dat het torentje van de kerk sterk lijkt op de (veel grotere) toren van de Mariakerk in Uithuizermeeden.

De molen Ceres mooi in beeld. Net toen we in Spijk uit onze auto stapten begon het flink te regenen. Beetje jammer, maar het hoort wel een beetje bij de tijd van het jaar natuurlijk. Het centrum van Spijk is een beschermd dorpsgezicht.

Van de 272 molens met een pelsteen die vanaf het jaar 1680 ooit in de provincie Groningen hebben gestaan zijn er slechts 33 exemplaren behouden gebleven. De Ceres is op De Grote Geert te Kantens na de oudste nog bestaande koren-pelmolen binnen de provincie. Hij werd gebouwd in 1839 door de uit Holwierde afkomstige koopman-molenaar Tjark Pieters Houtman. Hij pelde gerst tot gort, destijds hét Groninger volksvoedsel. ’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds: altijd stond gortpap op tafel. De molen is een achtkantige bovenkruier zoals ze in die tijd veelvuldig werden opgericht. Het bijzondere aan de Ceres is de houten onderbouw, die geplaatst is op ‘stiepen’, terwijl de meeste molens in de provincie met een stenen onderlichaam gebouwd werden. De Spijkster koren-pelmolen kreeg pas in 1943 de naam van de Romeinse godin van de landbouw en is sinds 1986 eigendom van de Stichting ‘De Groninger Molen’. U kunt de Ceres bezoeken als de blauwe wimpel uithangt.

Historische kaart uit 1867 van de gemeente Uithuizermeeden. Het Aeilsgat vint u onder de ‘D’ van het Uithuizer Wad…

Van Spijk reden we via het Aeilsgat naar Hoogwatum. Het Aeilsgat is vermoedelijk ontstaan tijdens de kerstvloed van 1717, Een aantal jaren geleden deed ik mee aan een excursie van de vereniging Stad & Lande over sporen in het landschap die – meer dan drie eeuwen later – nog steeds aan deze kerstvloed herinneren. Piet H. Nienhuis (Emeritus Professor Environmental Sciences Radboud University Nijmegen en via mijn tante Aaf een ver verwijderd familielid) heeft  een prachtig boek geschreven over zijn ‘pelgrimstocht’ langs deze sporen in het landschap.

Het Aeilsgat is een kolk bij de slaperdijk bij het noordelijkste dorp Oudeschip in de provincie Groningen. Toen de dijk nog een zeedijk was, is de kolk ontstaan bij een dijkdoorbraak tijdens de Kerstvloed van 1717. Aan de niet meer begrepen geografische naam is later een sage gehecht, die de herkomst van de naam moet verklaren. Hierin wordt verhaald dat een boer, Eilt genaamd, met paard en wagen in het gat is verdronken. Voordat hij verdronk waren er ’s nachts lichtjes boven het water te zien, nadien zijn de lichtjes verdwenen. De kolk is ook bekend onder de naam Michieltjeskolk, want later zou nog iemand op dezelfde manier zijn verdronken. Verder wordt verteld dat op de bodem van het water een zeemeermin woont. Die is naar binnen gespoeld bij de dijkdoorbraak waarbij de kolk is ontstaan. Ze kan niet meer naar buiten omdat de dijk is hersteld. Het wapen van Uithuizermeeden zou een verwijzing zijn naar de zeemeermin. De kolk ligt in deze voormalige gemeente.

Hoogwatum is een buurtje in de tegenwoordige gemeente Eemsdelta. We zijn hier iets ten noorden van Bierum en direct achter de zeedijk langs de Eems beland. Op deze plek maakt de zeedijk een bocht, die geheel terecht de ‘Bocht van Watum’ heet. Er staat tegenwoordig één boerderij in Hoogwatum, die overigens dezelfde naam als het buurtje heeft. Over deze boerderij en de dingen zich daar in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog hebben afgespeeld is een stukje gepost op de site ‘Verhalen van Groningen’. Zo kijk je ineens heel anders naar een totaal verlaten plek ‘in the middle of nowhere’. Een vroegere wierde met dezelfde naam als het buurtje is onder de huidige zeedijk verdwenen. Op die wierde lag het oude dorpje Watum met zelfs een eigen kapel. In 1969 zijn bij (archeologisch) onderzoek restanten van een kerkhofje gevonden…

De boerderij Hoogwatum bleek een achter allerlei geboomte verscholen boerderij bij een driesprong te zijn. We zagen ondertussen de zeedijk liggen en bedachten dat we nog graag even op de dijk wilden kijken voordat het donker zou worden. We parkeerden de auto in Nieuwstad, wat een streekje van een paar huizen aan de dijk bleek te zijn en klommen naar boven. Ik had ondertussen het gevoel dat we in het meest verlaten deel van onze provincie terecht waren gekomen. Ik houd erg van het Groninger landschap, maar de combinatie van een leeg en uitgestrekt landschap met héél veel windmolens, hier en daar een paar huisjes, en een verlaten regenachtige zondagmiddag was voor mij toch iets te veel van het goede. Terwijl we door dit landschap reden begreep ik dat P er net zo over dacht…

P betrapte mij toen ik me aan het verbazen was over de plek waar we terecht waren gekomen. Van lieverlee begonnen mijn foto’s steeds blauwer te worden. Helemaal links is een stukje van de industrie rondom de Eemshaven zichtbaar. Rechts daarvan is in 2017-’18 het circa 2 hectare grote vogeleiland Stern aangelegd. Veel broed- en trekvogels vlogen zich te pletter tegen de windmolens rond de Eemshaven, het aangelegde eiland biedt een alternatieve broedplek ten opzichte van het  (voor broedvogels gevaarlijke) gebied rond de Eemshaven. De sterfte onder broed- en trekvogels in deze hoek van de provincie is dan ook teruggelopenTerwijl we naar de dijk liepen passeerden we een bord met een gedicht over deze (verlaten) plek.

Kom, we gaan naar de overkant.
Allereerst om het gebak en daarna

om van die dijk daar te kijken naar
deze hier. Op zo’n afstand zie je meer.

Dan ligt daar Delfzijl en bij dat cruiseschip,
recht voor de boeg, zie je Nieuwstad.

Een kattensprong, meer is het niet, maar
ver genoeg. Daarginder is ons dorp.

Je ziet het? Ja? Ons huis, ons bed. Dan
zie je, dat ik je ken, omdat deze dijk er is.

Deze dijk door Rik Andreae

Het viel me op dat m’n foto’s een blauwe zweem begonnen te krijgen. Zou dat het ‘blauwe uurtje’ zijn? Thuis maar eens even naar kijken… Het blauwe uurtje is een korte periode van circa 10 minuten in het uur na zonsondergang en voor zonsopgang. Tijdens die korte periode wordt een blauwe gloed over de te maken foto aanzienlijk meer zichtbaar.

Gezicht over Nieuwstad (net achter de dijk iets ten noorden van Bierum). Je hebt op deze plek bijna het idee aan het einde van de bewoonde wereld te zijn…