Bol: Een nieuwe en vooral onervaren rekruut, vanwege de nog vormloze baret. Ouwe stomp: (Bijna) afgezwaaide dienstplichtige. De uitdrukking wordt vanwege de afgeschafte dienstplicht echter nauwelijks nog gebruikt.

◊♦◊♦◊♦◊♦◊♦◊♦◊♦◊♦◊♦◊♦◊♦◊

Het is inmiddels bijna 46 jaar geleden dat ik opgeroepen werd vanwege de toen nog aanwezige militaire dienstplicht. Ik was een paar maanden daarvoor net twintig jaar oud geworden. Allereerst was er natuurlijk de keuring of ik überhaupt wel geschikt was om opgeroepen te worden. De keuring vond plaats op de Rabenhauptkazerne in Groningen. De uitslag daarvan was positief.

ABOHZIS was de gezondheidsclassificatie voor dienstplichtige militairen in Nederland. Alle onderdelen van ABOHZIS werden gekeurd op een schaal van 1 tot 5. Een 1 betekende niets aan de hand, een 5 was het slechtst. Als er op een van de onderdelen een 5 werd gescoord, was de dienstplichtige ongeschikt voor dienst. De letters staan voor: Algemeen; Bovenste ledematen (armen en handen); Onderste ledematen (benen en voeten); Horen; Zien; Intelligentie; en Stabiliteit. Vooral de S5 was bekend bij te keuren dienstplichtigen. S5 wilde zeggen dat er voor (geestelijke) stabiliteit een 5 was gescoord. Bij veel dienstplichtigen was dit populair. De keurende artsen zagen in dat een volstrekt ongemotiveerd persoon in het leger geen nut had en keurden veel mensen op grond van S5 af, al is nooit bewezen dat het zo werkte.

Ik kreeg vervolgens te horen dat ik me op een bepaalde datum en tijd moest melden in de Frederik Hendrik kazerne in Venlo-Blerick. Het zou het begin van een bijzonder avontuur worden… De kazerne bestaat tegenwoordig niet meer heb ik onlangs geleerd. Mijn herinneringen aan deze toch wel bijzondere tijd zijn er echter nog steeds. En ik kan melden dat het vrijwel allemaal goede (en soms héél goede) herinneringen zijn…

Inleiding. Eerder al heb ik geschreven over de periode dat ik in militaire dienst ben geweest. Ik heb hier destijds foto’s geplaatst van een bivak toen ik gelegerd was op de Isabella kazerne in ’s Hertogenbosch. Hier heb ik vervolgens een ingekort verhaal geplaatst over de verschillende plekken waar ik gelegerd ben geweest. En tenslotte heb ik een paar weken terug een post geplaatst waarin de zes korte programma’s die RTV Drenthe heeft gemaakt onder de titel ‘Het mysterie van Darp’ terugkwamen. Al jaren heb ik een plakboek liggen met allerlei handgeschreven verhalen over deze periode. De beide ringbanden bevatten niet alleen verhalen, maar ook talloze foto’s en allerlei andere dingen die ik destijds relevant vond en belangrijk genoeg om te bewaren. Onlangs heb ik bedacht om alles maar eens netjes te (laten) scannen zodat ik in meerdere posts de volledige 14 maanden die ik in militaire dienst zat kan verwerken tot (een nog onbekend aantal) leesbare verhalen.
Met het openbaar vervoer van Stadskanaal naar Venlo-Blerick. Je was een halve dag onderweg om op de plaats van bestemming te komen. Weliswaar op kosten van Defensie, maar toch…

Vanwege het feit dat de dienstplicht nog steeds bestond, begon op 5 september 1978 de 14 maanden dat ik in militaire dienst zat. Een korte tijd later ben ik begonnen mijn gedachten op te schrijven en heb ik een (foto)plakboek bijgehouden van de periode dat ik in militaire dienst zat. De militaire dienst kwam wat mij betreft op een compleet verkeerd moment. We woonden toentertijd in Stadskanaal en ik had net een campagne (= tijdelijk) contract gekregen bij Avebe Oostermoer (in Gasselternijveen). Van Avebe Oostermoer kreeg ik echter de verzekering dat ik, nadat ik mijn dienstplicht had vervuld, weer terug mocht komen. Dat kwam dus wel goed. Ik werk nu in 2024 nog steeds bij Avebe, weliswaar op een andere locatie, maar nog steeds bij hetzelfde bedrijf. Ik was van lichting 78/5 en kwam dus in september ’78 op. De startplek voor het avontuur dat mij te wachten stond was de ondertussen verdwenen Frederik Hendrikkazerne in Venlo-Blerick. Slechts vier weken later (op 16 oktober 1978) ging ik naar de Isabellakazerne in ‘s Hertogenbosch. Weer een paar weken later (op 6 november 1978) verhuisde ik naar de Elias Beeckmankazerne in Ede. Nadat ik daar mijn telefonistenopleiding had voltooid werd de Johannes Postkazerne in Havelterberg (vanaf 4 december 1978) mijn standplaats; van daaruit werd ik de rest van mijn tijd als dienstplichtig militair uitbesteed aan de Amerikaanse basis in Darp (amper een paar kilometer verderop). Daar heb ik in de rol van telefonist een geweldige tijd gehad.

Het was fijn dat er destijds ansichtkaartjes van de verschillende kazernes waren. Mobiele telefonie was natuurlijk nog niet uitgevonden, laat staan email en WhatApp (beide dingen die nu erg vanzelfsprekend zijn). Ik stuurde dus helemaal ‘old school’ steeds een ansichtkaartje naar mijn ouders in Stadskanaal om hen te laten weten dat ik veilig was aangekomen…
Op maandag 3 november 1913, even over twaalf stoomde een extra trein, komende uit ’s Hertogenbosch, het Blerickse station binnen. Deze trein bracht de bewoners van de nieuw gebouwde Frederik Hendrikkazerne. De Venlonaren bereidden de mannen van het bekende 2e Regiment Infanterie een groots ontvangst. Het kazernecomplex kreeg de naam van Frederik Hendrik, prins van Oranje, geboren te Delft op 29 januari 1584 en overleden te ’s Gravenhage op 14 maart 1647, zoon van prins Willem van Oranje en Louise de Coligny. Frederik Hendrik wordt kort voor de doos van zijn halfbroer Maurits, opperbevelhebber over het leger der Verenigde Provinciën en enige tijd later stadhouder. Frederik Hendrik was een succesvol militair in de strijd tegen de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog. Zijn indrukwekkende veroveringen van het sterke ’s Hertogenbosch en van de steden Venlo, Roermond, Straelen, Sittard en Maastricht op zijn bekend Maasveldtocht verschafte hem de naam ‘Stedendwinger’. Frederik Hendrik was niet alleen een goed soldaat, die vele ma-len blijk gaf van zijn onverschrokken moed, maar vooral van grote ingenieurstalenten. Hij was ook politicus, die er op gesteld was een belangrijke rol in de staatskunde te spelen, zowel in de binnenlandse als ook in de buitenlandse politiek, wat niet altijd naar de zin was van de Regenten, en vooral niet die van Amsterdam, de machtige koopmansstad. Als minnaar van pracht en praal heeft hij onder andere het Paleis op het Noordeinde laten bouwen. Op het Venlose stadhuis bewaart een schilderij de herinnering aan zijn mislukte aanslag op deze Maasvestiging in 1606. De Frederik Hendrikkazerne werd gebouwd op de plaats van het voormalig fort St. Michiel dat in 1872, na de opheffing van de vesting Venlo, in 1868 geslecht was. Het moderne kazerne-complex bestond onder andere uit een groot wachtgebouw, waarin onder andere waren ondergebracht de bureaus van de officieren, de officiersverblijven, de schoollokalen, arrestantenlokalen en aan de noordzijde de kantines. De kazerne bestond uit vier grote troepengebouwen of paviljoens, genaamd respectievelijk Wilhelmina, Helena, Pauline en Maria. Verder vond men op het kazerneterrein een keuken met moderne accommodatie, 12 kooktoestellen van elk 300 á 500 liter en enige reuze braadtoestellen. Men vond er ook exercitieloodsen (nu garages), gymnastieklokalen, een badinrichting, en stallen voor de paarden van de bereden Officieren. Met veel zorg en overleg was men bij de bouw van deze kazerne die bestemd was voor de opname van drie bataljons, te werk gegaan. De totale kosten bedroegen destijds 182.700 gulden. Het 2e Regiment Infanterie, op 9 januari 1814 opgericht uit het Regiment van PFAFF is Venlo tot in de Tweede Wereldoorlog trouw gebleven. Na deze oorlog wed op 1 juli 1950 het Regiment Limburgse Jagers opgericht, dat de traditie zou voortzetten van het toenmalige 2e, 6e, en 11e Regiment Infanterie. Twee instructiebataljons werden gevormd; één te Venlo en één te Roermond. Bij de grote reorganisatie van juli 1953 werden beiden opgeheven en werd het Regiment Limburgse Jagers als vredesonderdeel een opleidingseenheid als deel van het 2e Depot Infanterie te Venlo. Behalve door de Limburgse Jagers werd de – toen vijftigjarige – kazerne bevolkt door de Stoottroepen en door de chauffeursopleiding; in totaal meer dan 1000 militairen.
Ik kwam er ook vrij vlot achter dat er op verschillende plekken allerlei komische kaarten werden verkocht en ben ze (uiteraard) gaan verzamelen. Ik denk dat ik in de loop van die 14 maanden de meesten wel te pakken heb gekregen…

Nadat het ministerie van Defensie mij het alom bekende oproeppapiertje toe deed komen, was er mijns inziens geen ontkomen meer aan. Daarom ging ik – nadat ik in Groningen de medische keuring had doorstaan – maar een totaal onbekende toekomst op de Frederik Hendrikkazerne in Venlo-Blerick (ook wel bekend als de RSV) tegemoet, een andere keuze was er eigenlijk niet. Ja, ik had misschien nog uitstel kunnen vragen, maar of dat handig zou zijn… Gebouw B, kamer # 119 zou vooralsnog het nieuwe onderkomen zijn van deze totaal onwennige soldaat. De dagindeling (zie afbeelding) lag de eerste paar weken (langer ben ik ook niet op de Frederik Hendrikkazerne geweest) behoorlijk vast. Je wist gelijk waar je aan toe was. En gedurende die eerste vier weken was er van uitslapen überhaupt geen sprake!

Gelijk op de eerste dag waren we allemaal in het groen, er was geen verschil in kleding meer te zien. Het beste middel om je door dit leed heen te slaan is (was volgens mij) maar mee te huilen met de wolven in het bos; dat wil zeggen je snel bij zich wijzigende situatie aan te passen en tegelijk zo weinig als mogelijk was proberen op te vallen. Op de een of andere mysterieuze wijze was besloten mij een rijopleiding te geven op kosten van Defensie.

In mijn geval heeft dat vrij weinig geholpen, want zoals mijn rijinstructeur me steeds al flink scheldend en stevig vloekend meedeelde: ‘Al krijg jij ook zestig lessen en al doe je ook tien keer examen, je rijbewijs zal je hier niet krijgen. Word jij maar zandhaas. Ik doe er niets meer aan!’ En inderdaad, hij deed er niets meer aan. Mijn antwoord op het rumoer van deze iets te luidruchtige man was steevast: ‘Als het niet zo kan als het moet, moet het maar zoals het kan’. Tegen deze noordelijke nuchterheid was de man blijkbaar niet opgewassen, hij wond zich altijd behoorlijk op over mijn in zijn ogen bar slechte prestaties. Na vier weken moest Vogel, H. # 58.06.13.656 dan ook inderdaad opstappen, als eerste van kamer # 119 nota bene (er zouden er een paar dagen later nog drie volgen).

Het is niet zo moeilijk om te bedenken waar kamer # 119 was…
Onze pelotonscommandant, oftewel duizendpoot. Hij gaf ons rijlessen, exercitie, theorie rijden, theorie UZI, onze algemene militaire vorming (wat was dat ook alweer?), en was bovendien een enorm aardige man die echt wel hart voor zijn jongens had. Kortom, het was volgens ons een man die bij vriend en vijand geliefd en gerespecteerd was.
Zie hier dan een foto van één van de figuren waaraan ik, tijdens mijn diensttijd, de grootste hekel had. Welke van de twee Kreuze’s het is, dat weet ik niet meer. Het was namelijk zo dat het de beide broers Kreuze op elkaar leken als een ééneiige tweeling. Welke van de twee ik op de foto gezet heb, weet ik niet meer, wel weet ik dat een foto van één Kreuze al bijna meer dan genoeg is. Ik heb ze trouwens een mooie poets ge-bakken. Ik ben samen met Gerrit Nieboer (een maat uit de opleiding centralist die ook in Venlo-Blerick zat) weer een dag terug geweest naar Venlo-Blerick. De twee Kreuze’s wisten niet dat we kwamen en toen ze ons ’s middags aantroffen in de korporaalsmess, toen vielen hen de ogen bijna uit de kassen van verbazing. Ze waren er heilig van overtuigd dat we ‘beroeps’ geworden waren (vanwege het feit dat zowel Gerrit als ik korporaal geworden waren). Zij tweeën waren – ondanks hun toch veel hogere leeftijd – nog steeds maar net korporaal I. We hebben toen allebei geantwoord dat we het vertikten om beroeps te worden, maar die streep… Ach, dat vonden we wel leuk. Kortom, we hebben ze een poepje laten ruiken, die twee maffe instructeurs die steeds dachten dat he rijbewijs alles was. Het is misschien wel heel wat, maar lang niet alles. Dus… En zo is dat meneer Kreuze (zowel G. als H.).

Vogel, H. werd afgewezen op grond van zijn lichaamslengte, welke inderdaad ook een beetje te veel van het goede was (1,90 meter) om goed in de cabine te passen en te leren rijden in een vrij compacte 1-tonner DAF YA-126 (bouwjaar 1957; het voertuig was een jaar ouder dan ik was). We kregen les op een vliegveld dat volgens mij dateerde uit de Tweede Wereldoorlog. Ruimte zat en van de weg raken was vrijwel onmogelijk. Maar bij de kleinste hobbel in het asfalt had ik blauwe plekken op mijn hoofd omdat het dak van de cabine wat mij betreft iets te dichtbij was. Dankzij mijn iets te grote lengte en het stevige temperament van mijn rijinstructeur (plus op het laatst ook mijn onverschilligheid omdat ik wist en aanvoelde dat ik op deze plek toch nooit mijn rijbewijs zou halen) heb ik een paar leuke stunts uitgehaald. Wat dacht je van op volle snelheid een haakse bocht nemen? Het gevolg was een aantal pirouetten, of linksaf voorgesorteerd staan en toch rechtdoor door het rode stoplicht rijden? Een verschrikkelijk kwaaie rijinstructeur was daarvan het gevolg.

Vanaf 1967 tot aan de opheffing in 2003 was op de kazerne een van de vele rijopleidingscentra van het Ministerie van Defensie werkzaam. De rijschool op de Frederik Hendrikkazerne was bij Defensie bekend als de ‘RSV’, oftewel RijSchool Venlo. Tijdens het bestaan van de militaire dienstplicht werden er jaarlijks een kleine 4000 chauffeurs opgeleid in Venlo voor Daf YA-126 (bijnaam: Wep), Daf YA-328 (bijnaam: Dikke Daf) en de Nekaf.

Ik mocht dus na vier weken gedwongen afscheid nemen van de 3e Instr. Cie. op de Frederik Hendrikkazerne te Venlo-Blerick. Het afscheid viel me een beetje zwaar, behalve ‘t afscheid van de korporaals Notté en Kreuze G. en Kreuze H. (de laatste twee waren trouwens mijn rijinstructeurs). Het eten was er vrij goed, daar in Venlo-Blerick. Ik had zelfs na vier weken militaire dienst al een schietoefening gehad, een mars gelopen, ontelbare hindernisbanen gedaan, een beetje exercitie ondergaan en bovenal een hoop vriendschap en kameraadschap meegemaakt. Terugblikkend op de vier weken in deze kazerne kan ik zeggen dat het een mooie tijd was, ook al sta je als ‘bol’ nog wat onwennig en negatief tegenover de ‘verplichte’ militaire dienst. Dat eerste (die onwennigheid) speelde me vooral parten op de volgende kazerne, waar ik na de eerste week zelfs nog wat heimwee had naar Venlo-Blerick (en dat zegt wat!).

Een kazerne… Oké, dat is tot daar aantoe, maar om dan gelijk ook maar de straatnamen in de hele buurt in de militaire sfeer te trekken, dat werd me een beetje te veel. Ik vroeg me trouwens wel af of het kleine spinnenwebje in het hoekje van het straatnaambordje en de paal een teken is dat de bezem door het militaire leven moet of niet. Ik weet het niet. De keuze is aan de lezer…
Vanaf 1967 tot aan de opheffing in 2003 was op de kazerne een van de vele rijopleidingscentra van het Mi-nisterie van Defensie werkzaam. De rijschool op de Frederik Hendrikkazerne was bij Defensie bekend als de ‘RSV’, oftewel RijSchool Venlo. Tijdens het bestaan van de militaire dienstplicht werden er jaarlijks een kleine 4000 chauffeurs opgeleid in Venlo voor Daf YA-126 (bijnaam: Wep), Daf YA-328 (bijnaam: Dikke Daf) en de Nekaf.

Voor dat we het goed en wel in de gaten hadden waren nagenoeg alle bewoners van onze kamer (ik ook dus)  ingeschreven door een zeer ijverig lid van de VVDM. De vakbond was fanatiek op zoek naar nieuwe leden…

In Venlo-Blerick kregen we ook een persoonlijk wapen uitgereikt. In ons geval was dat een UZI. De UZI pistoolmitrailleur is een licht automatisch wapen; het is zeer geschikt voor het gevecht op korte afstand en er kan 9 mm munitie mee verschoten worden. Het wapen is van Israëlisch fabricaat en wordt wel als een van de beste wapens beschouwd (in de categorie pistoolmitrailleur). Tijdens de militaire dienst krijgt men het wapen uitgereikt met twee magazijnen; beiden geschikt voor 30 patronen. Het wapen beschikt over een vuurregelaar zodat het wapen geschikt is voor zowel automatisch als schot voor schot vuren.

Tot op ongeveer 100 meter afstand is het wapen effectief (uiteraard indien juist gericht). De baan van de afgeschoten kogel komt op deze afstand niet meer dan 12 centimeter boven de richtlijn.

Mijn vertrek uit Venlo-Blerick had heel wat voeten in de aarde. Ik moest vanuit Stadskanaal (waar ik destijds woonde) op een zondagavond terug naar de Frederik Hendrikkazerne en mijn plunje pakken. ‘Alles moet er in’ aldus sergeant Osseforth (een aardige man trouwens. Hij was ook degene die mijn laatste test op het rijden onvoldoende achtte om door te kunnen gaan). ‘Alles moet er in’, maar op de manier die ik voor ogen wilde dat niet. Het werd dus stampen en trekken om die … plunjebaal met mijn PSU dicht te krijgen. Nadat ik tot ongeveer 13:30 uur in de middag gewacht had gingen we (ik was niet de enige die moest vertrekken) achter in een 3-tonner. Eén uitzondering werd er gemaakt. Dat was voor ‘Motormuis’, één van onze (inmiddels ex)kamergenoten, een jongen uit de buurt die op zijn eigen Honda 250 cc naar de kazerne was gereden. Hij reed een stukje voor ons uit; hij wachtte even tot we hem gepasseerd waren en kwam ons vervolgens weer hard voorbij scheuren.

Naar de baret te oordelen was ik een typische ‘bol’…

Ik was amper nog naar een bioscoop geweest voordat ik in militaire dienst moest (die keren waren bijna op één hand te tellen). De ‘filmvertoning voor militairen’ was echter zo goedkoop dat ik met grote regelmaat in de bioscoop op de kazerne te vinden was. Lang niet alle films waren even goed of interessant trouwens…
Onderaan de post is een blokje waar u een reactie achter kunt laten. Ik stel dat zeer op prijs! U wordt gevraagd om een mailadres. Dit mailadres wordt niet gepubliceerd, maar stelt mij – als beheerder van deze site – in staat om te reageren op uw reactie.

Dit is het begin van een feuilleton in meerdere delen.
De knop hieronder brengt u naar het tweede deel van het verhaal…

Volgende post